Omroepkoor vaardig in Russische Liturgie
Westers katholieke religieuze koormuziek vormde een mooi tweeluik met oosters orthodox geestelijk werk in de NTR ZaterdagMatinee van 24 januari. Het Groot Omroepkoor, zeg maar grootst omroepkoor vulde met 56 stemmen het volledige podium van het Amsterdams Concertgebouw.

Vóór de pauze bekend terrein van korte nummers uit het religieuze oeuvre van Anton Bruckner op vertrouwde Latijnse teksten en een psalm op Duitse tekst getoonzet door Felix Mendelssohn. Geliefde nummers zoals het ‘Os justi’ (De mond van de rechtvaardige) of ‘Locus iste a Deo factus est (Deze plaats door God gemaakt), hoorbaar met enige hartstocht gezongen door de koristen, geleid door een dirigent die doorkneed is in koormuziek, Sigvards Klava uit Letland.
Stralende expressie ontwikkelden de sopranen meteen al in de openingszin op het woord ‘sapientiam’. Zij hadden de meest uitgesproken partijen. Maar ook andere stemmen deden zich met cultuur gelden in de polyfoon gezette composities. Dirigent Klava liet het ‘Ave Maria’ dan ook klinken als een veelbogige kathedraal waar de wierook lucht nog rondzweeft. Mendelssohns ‘Warum toben die Heiden’ was daarbij vergeleken een krachtig strijdlied, strak in het tempo gehouden door de precieze gebaren van Klava. Prachtig zoals hij met gevoelig plooiende handen de sfeer omschakelde naar het tedere deel ‘Dienet dem Herrn mit Furcht’.

Guldenmond
Wat in de westerse katholieke kerk de Heilige Mis wordt genoemd, heet bij de oosters orthodoxe kerk de Goddelijke Liturgie. Allebei gelijk in opbouw van een inleiding, een woorddienst en een eucharistische viering. Voor de katholieke kerk geldt als stramien een opeenvolging van vaste, latijnstalige gezangen (Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Agnus Dei) in combinatie met per zondag wisselende gezangen. Wie dat zo samenstelde is niet duidelijk; men denkt paus Gregorius de Grote (rond 600). In de orthodoxie is de auteur wel bekend, namelijk Johannes Chrysostomus (vertaald ‘Guldenmond’ vanwege zijn preken; gestorven in 407), destijds hoofd van de Oosterse kerk. Hij ontwierp de Goddelijke Liturgie (oorspronkelijk Grieks) zoals die nog steeds iedere week wordt gevierd.

Anders dan in de westerse kerk ontwikkelde zich geen speciale, meerstemmige kerkmuziek. Rond 1800 waagde de Italiaans georiënteerde Russische componist Dmitry Bortnjanski zich aan toonzettingen van delen uit de Goddelijke Liturgie. De Russische kerk was ‘not amused’. Pas driekwart eeuw later voorzag Pjotr Tsjaikovski de hele Liturgie van meerstemmigheid. Dat was in 1878. Het leverde hem felle kritiek op van de leiding van de Russische kerk. In feite was dat een compositie zoals er in het westen duizenden missen werden geschreven. Zoals door Anton Bruckner die in 1878 al een vijftal missen* op zijn naam had staan. Nog steeds zijn er weinig meerstemmige Goddelijke Liturgieën. Sergei Rachmaninov maakte er een, in 1910, en toonzette in 1915 de orthodoxe Vesper. Nog een andere bekende Rus, Alexander Gretsjaninov, becomponeerde zelfs tweemaal rond 1900 de.Goddelijke Liturgie. Maar Igor Stravinsky componeerde alleen een westerse latijnse mis, geen Goddelijke Liturgie.
Voor concertzaal
Al deze toonzettingen leven voort in de concertzaal. Zoals in de Matinee waar nu die van Tsjaikovski klonk in een grootse uitvoering door het Omroepkoor. In tegenstelling tot de werken in het voorprogramma, is Tsjaikovski’s ‘mis’ vrijwel helemaal homofoon. Rijke harmonieën kleuren de teksten en de religieuze emoties daarachter. Het programmaboekje citeerde in dit verband een opmerkelijke uitspraak van Tsjaikovski: ‘Er is niets mooiers dan een kerk binnen te gaan en in het halfduister, terwijl de geur van wierook door de lucht kringelt, in gepeins verzonken te staan en te zoeken naar een antwoord op die eeuwige vragen: waartoe, wanneer, waarheen en waarom?’
Een foto van het donkere interieur van een van de Moskouse kathedralen tipte even die sfeer aan, in groot contrast tot de nuchtere ruimte van de grote zaal in het Concertgebouw. Omdat die niet echt vol zat (de podia achter het koor leeg) was de sfeer nuchter en duurde het voor mij een tijdje om in Tsjaikovski’s Russische geestelijke wereld te komen. Ook doordat het koor zich moest uitdrukken in de Russische kerktaal, voelde ik een zekere afstandelijkheid in de zang, anders dan in de Bruckner-Mendelssohn afdeling. Maar technisch was het allemaal perfect. Vaardig realiseerde het koor de prachtige openingspassage ‘beginnend met de kolossaal krachtige uitroep ‘Slava Otsu’ (Eer aan de Vader).

Cherubijnenzang
Schitterend was de mystieke ‘Zang der Cherubijnen’ (geliefd als los koor nummer) waar het eucharistische deel van de Russische mis mee begint: in een gedragen tempo en geconcentreerd zacht leidde Sigvard Klava met soepele handgebaren door dit nummer. Er ontstond een sfeer van ‘betoverende koorklanken’, zoals de titel van dit matinee-programma luidde. Het ‘Veruyu’ (ik geloof in God), het equivalent van het westerse ‘Credo’, kreeg een stevige vertolking, maar wel mooi afgerond in een verstild ‘Amen’.
In de opname van het concert komt de bijzondere sfeer van deze Goddelijke Liturgie nog beter tot zijn recht. Te beluisteren op NTR Zaterdagmatinee.
Verder lezen
Franz Straatman ook lovend over Groor Omroepkoor in Mis van Bruckner in 2024.