Europese première Nighttown bij DNOA
Nighttown is een opera van Benjamin Wenzelberg naar Ulysses van James Joyce. De eenakter op een libretto van de componist, ging in 2022 in wereldpremiere in Lowel House Opera, op de Universiteit van Harvard.
Op 3 februari aanstaande beleeft Nighttown in Amare in Den Haag zijn Europese première door studenten van de DNOA. Regisseur is Robert Chevara. Uwe Friedrich sprak met Benjamin en Robert.

“Ulysses” van James Joyce wordt beschouwd als een van de belangrijkste en invloedrijkste moderne romans. Iedereen kent de titel, maar weinigen zijn erin geslaagd het boek tot het einde te lezen. Waarom koos je voor een hoofdstuk uit dit, toch wel een beetje beruchte, boek voor jouw opera?
Componist Benjamin Wenzelberg:
‘Oorspronkelijk was het één hoofdstuk, en daarna werden het er bijna twee. Mijn reis — of “Odyssee” — met Ulysses was zeer energiek. Ik had de kans om het tijdens mijn studie tweemaal te lezen en op een manier die me toestond veel tijd met het boek door te brengen, maar met voldoende structuur om door te lezen en toch op het pad van die ene dag in het boek te blijven.Toen ik de opdracht kreeg om een opera te schrijven, was het oorspronkelijke idee om een éénakter te maken. Ik was erg enthousiast over het idee dat elk hoofdstuk van Ulysses een uur vertegenwoordigt — een bepaald tijdstip van de dag — en dat de opera zelf ongeveer een uur zou duren. Die overeenkomst leek mij totaal vanzelfsprekend.

Ik was ook erg opgewonden over het feit dat er binnen het boek een toneelstuk zit: een van de manieren waarop Joyce literaire stijlen verkent. Ik ben eindeloos gefascineerd door de verschillende werelden die Joyce erin brengt: binnen de teksten, maar ook andere opera’s en werken zoals Don Giovanni, Hamlet, en natuurlijk De Odyssee — allemaal verschillende verwijzingen, personen, plaatsen en tijden.
Hoofdstuk 15
Ik ging naar een lezing over het vijftiende hoofdstuk en dacht: “Als er iets in deze lezing is wat er uitspringt als een teken dat ik hiermee verder moet gaan, dan zal ik het voorstel indienen.” Op dat moment dacht ik ook al aan het vijftiende hoofdstuk, gewoon omdat het al een toneelstuk was en dat leek me eenvoudiger om theatraal te moduleren. Toen zei de professor: “Dit is een toneelstuk, maar de manier waarop Joyce geluid, regieaanwijzingen en audiovisuele elementen betrekt, leest het meer als een opera.” Ik sprong bijna uit mijn stoel en ging op volle kracht vooruit met het idee.’
Hoewel het bij het lezen van dit hoofdstuk misschien aan een opera doet denken, is het nog steeds een roman. Welke uitdagingen heb je ervaren bij het omzetten naar een opera?
Wenzelberg:
‘Aan de ene kant is het een heel eenvoudig verhaal over mensen en hoe zij gezamenlijk, jaren later, een verlies verwerken. Maar de manier waarop het verhaal wordt verteld — de grootsheid van de modernistische literatuur — maakt het moeilijk.
Opera laat je dingen verduidelijken, of verder compliceren, of op spannende wijze in botsing brengen. Ik wist dat ik Molly Blooms laatste monoloog erin wilde verwerken, want dat is echt de enige kans die ze krijgt om als zichzelf te spreken. Ze spreekt door het hele boek heen, maar dit is het enige moment waarin zij alleen aan het woord is.

Toen brak COVID uit. Ik ging terug naar huis bij mijn ouders. Het was een zeer donkere tijd voor iedereen. Ik herinner me dat ik ’s nachts in mijn kinderkamer zat, luisterend naar het tikken van een analoge klok, die me wakker hield. Op een gegeven moment realiseerde ik me: die nachtelijke oneindigheid was ook de wereld van Molly Blooms monoloog — en daar moest het hele stuk over gaan. Het moest gewoon over Molly gaan.

Ik herschikte alles, en plotseling voelde de fantasmagorie en de chaos van het vijftiende hoofdstuk menselijk en toegankelijk, omdat het plaatsvond via haar gedachten.’
Regisseur Robert Chevara:
‘Het is een boek dat ik ook kende, gelukkig. Toen ik werd gevraagd Nighttown te regisseren, wist ik precies op welk moment in het boek het was gebaseerd. Het was een seismische verschuiving in de wereldliteratuur — iemand die schreef over een vrouwelijke seksuele fantasie vanuit het perspectief van een vrouw, geschreven door een man. Dat was nog nooit gedaan. Het was revolutionair.

Toen ik voor het eerst naar de partituur keek, trof het me hoe modern Benjamin’s aanpak was. Hij nam Odysseus — die Bloom is — en plotseling wordt Odysseus Molly. Het is een politieke daad, en zeer modern. De verteller verschuift constant: man, vrouw, weer man. Het is zijn reis, en dan ineens haar reis.
Het voelt als een seksueel tennispartijtje. Het beweegt op een gevaarlijke manier, want de gevaarlijkste ruimte in ons leven is nog steeds tussen mensen — tussen een man en een vrouw, tussen twee mannen, tussen twee vrouwen. Die ruimte waar passie ontvlamt of sterft, is wat ons interesseert, en dat is wat de opera oproept.’

Gaan de meeste opera’s niet over seks en gevaar? Wat maakt deze versie zo spannend?
Chevara:
‘Gaat niet alle kunst daar over? Joyce en Benjamin omarmen het intellectueel, maar Benjamin gaat ook vrij om met Joyce — hij maakt het zich eigen. Passie die sterft en opnieuw ontwaakt, jaloezie, verraad — dit zijn extreme emoties waarop opera en literatuur zijn gebouwd. Madame Bovary, al die boeken over mensen die zichzelf verbranden voor de liefde — wij blijven er diep in geïnteresseerd.
Wat ik graag wil waarover de mensen in het publiek reflecteren, is de eerste keer dat ze verliefd werden, de eerste keer dat ze zich verraden voelden, de eerste keer dat iemand hun de rug toekeerde en naar iemand anders keek.’

Wenzelberg:
‘De manier waarop de opera de roman heruitbeeldt, richt zich directer op hoe universeel het verhaal is. Of je nu teruggaat naar De Odyssee of vooruit naar deze techno-tragische wereld die we aan het bouwen zijn, je voelt de doorlopende lijn van menselijkheid.
Ik ben ook geïnteresseerd in hoe passie vele vormen aanneemt, en hoe verdriet, woede en verlies diep verbonden zijn met liefde — wat mensen voelen, en wat ze missen.’
Chevara:
‘We hebben een ensemble opgebouwd. Ze zijn als pingpongballetjes, allemaal kaatsend van elkaar. Iedereen staat de hele tijd op het podium. Niemand gaat af. Ze interageren allemaal, allemaal getransformeerd, maar kijken ook naar elkaar — als in een gladiatorenarena of een bokswedstrijd.’

Wenzelberg:
‘Je krijgt de balans van een Griekse koor — soms kijkt één persoon, soms nemen veel mensen deel. Elke persoon heeft een persona, elke persoon relateert tot iedere ander. Muzikaal werk ik met intervalrelaties: speels met Joyces woorden over de kwint als vertrekpunt en het octaaf als terugkeer, associeerde ik Molly met het grote septiem dat verlangt naar het octaaf, Leopold Bloom met de grote none (reciprook van Molly, net boven het octaaf), Stephen Dedalus met de klaagzang van de dalende kleine secunde, enzovoort. Een twaalf-tonenrij die al die intervallen omvat, vertegenwoordigt Nighttown zelf en verbindt het hele stuk.
Gender
Er is ook speelruimte met gendertradities in de opera en de manier waarop stemmen worden gebruikt. We hebben een gender-expansieve, octaaf-flexibele rol (die Joyces vloeibare portret van de figuur brengt in een 21e-eeuwse taal), die in deze productie voor het eerst gezongen wordt door een tenor — wat ongelooflijk opwindend is.’
Dit is de tweede productie van het stuk en de Europese première. Verandert het stuk? Hoe voelt dat voor jou als componist?
Wenzelberg:
‘Het voelt heerlijk. Het stuk voelt bevrijd. Ik voel me bevrijd bij het terugkeren ernaar in deze fase van mijn leven. Het is van de kindertijd naar de adolescentie gegaan — het staat op zijn benen en zet nieuwe stappen.
Bij een wereldpremière wordt alles nog gecreëerd. Er zijn geen referentiepunten. Nu kan ik met het stuk omgaan als een opzich staand wezen. Het is diep verbonden met wie ik ben, maar ik kan het ook onafhankelijk zien. We hebben nieuwe lezingen, nieuwe overgangen, nieuwe begrippen gevonden, zonder het stuk zelf te moeten veranderen. Dat is een pure kick geweest.’
Chevara:
‘Toen ik voor het eerst naar Nighttown keek, vond ik het lyrisch, hoewel het twaalftonig is. Het voelde Amerikaans voor mij. De Ierse taal ligt dicht bij het Amerikaans, en dat past prachtig. Wat ik het sterkst hoorde, was de anarchie in Joyces woorden.
Zowel Joyce als Benjamin vertellen je niet hoe je je moet voelen. Er is geen routebeschrijving. Die vrijheid laat toe te verkennen wat er achter de tekst verborgen zit — en dat is wat mij opwindt.’
Als de componist levend en aanwezig is, maakt dat het dan lastiger voor een regisseur?
Chevara:
‘We hebben nooit zo’n gesprek gehad. Geen enkele componist met wie ik heb gewerkt, heeft ooit gezegd: “Dat is niet wat ik bedoelde.” We proberen dingen, veranderen ze, proberen het opnieuw. Beide casts doen licht verschillende versies, en zo hoort het ook.
Elke avond zeg ik tegen hen: “Word verliefd op iemand anders in het stuk. Houd het levend.”
Wenzelberg:
‘Het is een zeer zielvol werk. Robert en ik werken allebei vanuit vreugde, en je kunt dat voelen — zelfs in een zwaar stuk. Het werd geschreven tijdens de pandemie, over het gevoel om omringd te zijn door mensen en toch alleen te zijn — maar uiteindelijk nooit echt alleen.

Wat me direct trof bij deze groep zangers, was hoe krachtig de ensemblemomenten zijn. De tutti-passages, vooral tegen het einde, zijn ongelooflijk emotionerend. Mensen zien hoe ze elkaar en het stuk vertrouwen, vanaf de eerste repetities — dat is een van de meest waardevolle aspecten geweest van het ernaar terugkeren.’
Niet veel muziekacademies of operacademies presenteren hedendaagse opera, iets wat DNOA wel regelmatig doet. Wat brengt het de studenten ?
Wenzelberg:
‘Het bouwt zelfvertrouwen op — artistiek zelfvertrouwen. Dit is complex materiaal. Het is lyrisch, maar het is ook een machine met veel bewegende onderdelen. Het uitvoeren vereist dat je je het materiaal eigen maakt en iedereen om je heen vertrouwt.

We hadden een repetitie waarin ik hen vroeg om een geheel scène zonder dirigent te zingen. Aanvankelijk waren ze onzeker, maar ik legde uit dat wat ik vanaf het podium bood, een bevestiging was van wat ze al in zichzelf hadden. Deze ervaring zullen ze meedragen in elk ensemblestuk dat ze in de toekomst zullen zingen.’
Chevara:
Wat deze academie kan bieden, is een omgeving van empathie, compassie, een soort verbazingwekkende moed. En dat maakt dat mensen risico’s durven te nemen en zich bloot durven te geven. Wanneer krijg je nog eens een productie waarbij een dirigent zegt: ‘Ik wil dat jullie elkaar evenveel vertrouwen als mij?’ De meeste dirigenten willen dat je naar elke slag kijkt, willen elke cue geven en dat dat het focuspunt is. Hier gaat er om de zangers te empoweren om ze de beste prestaties te leveren die ze kunnen geven — ook als ensemble. Je moet moedig zijn om dat te doen. Want dan denk je niet alleen aan je eigen prestatie. Je denkt aan hoe het werkt als een groep artiesten die samenwerkt.’
Europese première door DNOA.
Rolverdeling:
Molly Bloom (Penelope) sopraan/mezzosopraan — Aimee Kearney / Madeline Lee
De Nymfe — Mathilde Guedj / Clarisse Planchais
Leopold Bloom (Odysseus) — Román Bordón / Jaap van der Wel
Stephen Dedalus (Telemachus) — Salvador Simão
Bell*Cohen (tenor) — Milan de Korte
Buck Mulligan — Cathal McCabe
Mentes / Blazes Boylan — Pavel Zelenev
Calypso / Geest van Stephens moeder — Kasia Mandla
Nausicaa — Maura Wesseling
In samenwerking met de Afdeling Klassiek, Koninklijk Conservatorium Den Haag
Benjamin Perry Wenzelberg dirigent (3, 4, 7 februari 2026)
Bugra Yüzügüldü assistent-dirigent (6 februari 2026)
Robert Chevara regie & design
Robert Chevara regie, film & design
Lidewij Merckx kostuumontwerp
Jasper Nijholt lichtontwerp
Sarah Europaeus choreografie
Voorstellingen:
3 februari, 4 februari en 6 februari om 19:30 uur. Matinee op zaterdag 7 februari om14:15 uur. ln de Conservatorium zaal van Amare in Den Haag.
Verder kijken, luisteren en lezen
Fragmenten uit de wereldpremière van Nighttown
Interview met Benjamin Wenzelberg.
In 2019 was Robert Chevara ook te gast bij DNOA met twee relatief hedendaagse opera’s.