José van Dam is overleden
Een van de grootse zangers uit de Lage landen, José van Dam, of Joseph Baron van Damme zoals hij sinds 1998 officieel heette, is op 17 februari op 85-jarige leeftijd overleden. José van Dam gold als een van de meest bewonderde bas-baritons van zijn tijd, met een omvangrijk repertoire, van Rameau tot Messiaen, van Berg tot Mozart, Wagner en Verdi.

Van Dam begon zijn leven als zanger aan het Koninklijk Conservatorium van zijn geboortestad Brussel. Na het winnen van enkele belangrijke zangwedstrijden werd hij door de Parijse Opera vast geëngageerd. Zijn eerste kleine rol was in Les Troyens en volgen vele kleinere rollen, maar hij viel al op als Don Basillio in de Barbier van Sevilla. Dat was zeker het geval toen hij in 1965 zijn eerste Escamillio in Carmen zong. Dat was overigens de enige operarol die van Dam in Nederland zong in 1968 bij de toenmalige Nederlandse Opera Stichting onder leiding van Bruno Maderna.
Als ensemble-lid van het Palais Garnier en aansluitend de Opera van Genève, ontwikkelde hij zich tot de grote zanger die hij ruim 40 jaar was. Na zes seizoenen in Berlijn kwam de doorbrak aan de grootste theaters. Hij zong vanaf 1970 in Covent Garden, aan de Wiener Staatsoper, de Scala en aan de New-Yorkse Metropolitan. In de eerste jaren waren het vooral zijn vertolkingen van de grote Mozart rollen die faam brachten, later zong hij ook met groot succes ondermeer Wagner , Debussy en Verdi. Terug in Parijs, glanst hij ondermeer in de rol van Figaro in de memorabele regie van Giorgio Strehler, als Méphisto in de veel besproken Faust-productie van Lavelli en als Isménor, in de, toen recente, ontdekking van Dardanus van Rameau.

In zijn vaderland zong José van Dam in meer dan 40 producties aan De Munt, toen Gerard Mortier daar de leiding had. Hij had in in het begin van zijn loopbaan een aanbieding van De Munt om daar toe te treden in het ensemble afgeslagen, iets wat hem jarenlang nagedragen werd, waardoor hij jarenlang niet in België te horen was, tot Gerard Mortier hem naar Brussel haalde. In 1983 zong hij in Salzburg, wederom op uitnodiging van Gerard Mortier, de titelrol in de werledpremiere van St. François d’Assise van Olivier Messiaen.
Gelukkig is er een prachtig document van de rollen aan de Munt met een verzameling op Cd van 30 jaar aan het Brusselse theater. Rollen als Hans Sachs in Die Meistersinger, Holländer, Boris Goudonov, Philips in Don Carlos, de vier slechterikken in Les Contes d’Hoffmann en komische rollen in Il turco en Italia , Falstaff en zijn bijzondere en ontroerende afscheid in 2010 in de titlerol van Don Quichotte van Massenet**, toen Peter de Caluwe inmiddels directeur in Brussel was. Bijzonder is dat van Dam ook in de musicalversie De Man van La Mancha de titelrol had gezongen.
Lyrische kunst
België verliest met José van Dam zijn grootste ambassadeur van de lyrische kunst. De wereld verliest een zanger die met een zeldzame combinatie van vocale adel, intellectuele scherpte en morele ernst het operatoneel van de twintigste en vroege eenentwintigste eeuw heeft gemarkeerd.
Van Dam was geen bariton van effectbejag. Zijn kunst was gebouwd op concentratie, tekstbewustzijn en een diep respect voor de muziek. Van Leporello en Méphistophélès tot Escamillo, Amfortas en vooral Saint François: hij zong geen rollen, hij doorgrondde ze. Zijn vertolking van Saint François d’Assise werd, eveneens als zijn Golaud in Pelléas et Mélisande, de standaard voor alle bas-baritons die na hem kwamen. Zijn weigering om de verrader Pizarro te zingen in ‘Fidelio’ typeert zijn artistieke ethiek: niet alles wat kan, moet ook.

José van Dam werkte vaak samen met de grote dirigenten van de 20e eeuw: Claudio Abbado, Michel Plasson, Colin Davis, Sir Georg Solti en Herbert von Karjan. Met hem had hij een bijzondere samenwerking.. Tussen 1970 en 1988 gaven ze samen 157 concerten en opera’s en maakten zij 28 studio-opnamen. Placido Domingo bracht op Facebook een eerbetoon aan José van Dam, waarin hij met humor memoreert aan de samenwerking met Solti. “We deden met Solti Carmen in Covent Garden, met José van Dam als Escamillio. Als Escamillio opkomt zingt ‘Je suis Escmaillo, grand toreador de Granada” . Van Solti moest hij die zin zingen als de grootste van de wereld. Van Dam zong zijn entree opnieuw.’Je suis Von Karajan…..”
Van Dam was ook een bevlogen liedzanger en trad in recital ook in het Concertgebouw in Amsterdam op, zowel in de Kleine- als de Grote Zaal onder meer in een recital in 1994 met liederen van Duparc en Schumann*. Hij was een veelgevraagd solist in oratoria en zong vele malen Beethovens Negende Symfonie, maar ok de passies van Bach en de missen van Verdi en Mozart die hem naar alle grote concertzalen van de wereld brachten.

Don Quichotte
De Belgische Bas Bartiton Werner van Mechelen was erg aangeslagen toen hij het overlijden van maestro José van Dam vernam. ‘Hij was steeds mijn grote idool en zijn interpretaties van de grote operarollen met zijn steeds zeer nobel stemgebruik hadden een grote impact op mijn eigen ontwikkeling als zanger,’ aldus Van Mechelen. Hij memoreert dat hij het een grote eer vond om aan José van Dams zijde te staan als zijn dienaar Sancho Panza in zijn afscheidsstuk Don Quichotte in de Koninklijke Muntschouwburg.

Ook Bea Desmet, zangeres in het koor van Opera Ballet Vlaanderen heeft talrijke mooie herinneringen aan van Dam. “We hielden 1 minuut stilte vóór de voorgenerale van Nabucco. Mijn allereerste opera ooit, Simon Boccanegra, in 1989, was met hem. Prachtige man, prachtige stem. En hij reed in een rode Porsche!”
Mentor
Na zijn actieve carrière was hij een invloedrijk pedagoog aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Voor generaties jonge zangers was hij mentor en moreel kompas. Techniek, zo leerde hij, is nooit een doel, maar een instrument in dienst van de tekst. En Van Dam werd geroemd om zijn tekstgerichtheid, dramatische zeggingskracht en integriteit. Hij maakte een indrukwekkende discografie en excelleerde ook als acteur zoals nog te zien in de frans- Italiaanse film Don Giovanni van regisseur Loseys waar hij Leporello speelde. Hij zong zowel op de uitvaart van koning Boudewijn als op die van koningin Fabiola en op het huwelijk van Filip en Mathilde. In 1998 werd hij in de adelstand verheven tot baron.

In Marseille heeft hij in 1995 de Académie Internationale d’Art Lyrique gesticht, kortweg AIDAL, na zijn minder prettige ervaringen met zangonderricht op het Luikse conservatorium. Het is een privé-school voor twaalf gesponsorde leerlingen die na de conservatoriumopleiding volgt en die één jaar bedraagt. Tal van grote zangers, zoals Christa Ludwig en Nicolai Ghiaurov, kwamen daar master classes geven. Toen men hem dan ook nog het voorzitterschap van de operaschool van Parijs aanbood, heeft hij dat enkel aanvaard op voorwaarde dat er een samenwerking met de Académie zou zijn.
Onnavolgbaar
Voor mij persoonlijk was zijn Koning Philips in de Franse versie van Don Carlos, die ik in Parijs zag, onvergetelijk. Nobel, elegant, diep gekwetst en kwetsbaar. José van Dam wist mij tot tranen toe te beroeren in zijn woede, verdriet en onmacht. Daarbij was zijn gevoel voor stijl onnavolgbaar, was elk woord te verstaan en elke emotie te voelen.

De (muziek) wereld is een stuk minder rijk zonder deze grote zanger, maar zijn talrijke Cd- en vidoeopnames zijn er voor de eeuwigheid.
We wensen zijn nabestaanden, al zijn dierbaren en fans sterkte bij het verwerken van dit verlies.
Bo van der Meulen, met dank aan Monique ten Boske.
Verder kijken, luisteren en lezen
Op Youtube zijn talrijke videos van José van Dam te vinden.
Een scène uit Saint François d’ Assise.
José van Dam zingt ‘La calunnia’ uit Il Barbiere di Sivigla.
**Basia Jaworski over Don Quichotte uit De Munt in 2010.