Dvd recensieFeaturedRecensies

Il prigionier suberbo uit vergetelheid?

Peter Franken zag in november van 2025 een leuke productie van De DNOA van La serva patrona* van Pergolesi, ooit als intermezzi geschreven voor de twee pauzes van Il prigionier superbo, waarover hij hier nu schrijft.

Il prigionier superbo, een barokopera van Giovanni Battista Pergolesi stamt uit 1733 en raakte na de première al snel in de vergetelheid. De twee intermezzi die Pergolesi had geschreven om tijdens de pauzes op te voeren onder de titel La serva padrona, stalen de show en waren mede de oorzaak voor het gebrek aan succes van Il prigionier. Na bijna twee eeuwen is het werk herontdekt en in 2009 kreeg het een inventief geënsceneerde uitvoering in het Teatro Pergolesi in Jesi, een bisschopsstadje in de provincie Ancona dat behalve als Pergolesi’s geboorteplaats tegenwoordig vooral bekend is door de wijn Verdicchio dei castelli di Jesi.

In de tijd van ontstaan werden geen zangeressen op het toneel toegelaten zodat Pergolesi voor zijn vrouwenrollen aangewezen was op castraten. Tegenwoordig worden die vervangen door countertenoren of contralten maar niet zo in deze uitvoering. De cast telt welgeteld één man, de tenor die de rol van de gevangengenomen koning Sostrate zingt. De vijf overige rollen komen voor rekening van (mezzo) sopranen waarvan er drie een man vertolken: de gotische tiran Metalce die Sostrate heeft overwonnen, Viridate, de geliefde van Sostrates dochter Rosmene en tenslotte de Deense prins Micisda. Geen van de drie is herkenbaar als man, van Hosenrollen is geen sprake. Ze zijn stuk voor stuk in avondjurk, zwaar opgemaakt en lopen op stiletto’s. Ook hun lichaamstaal is geheel en al vrouwelijk. Het duurde dan ook enige tijd voor ik bij het bekijken van de opname die op Bluray is uitgebracht wijs werd uit de verschillende personages.

Scènefoto Il prigionier suberbo. Foto: © La Fondazione Pergolesi Spontini

Regisseur Henning Brockhaus ontwierp een toneelbeeld waarin een groep eigentijdse acteurs, die kennelijk uit de gala zijn weggelopen, in een kelder terechtkomt waar ze een verzameling ‘Bunraku poppen’ aantreffen, marionetten half zo groot als mensen. Het doet hen denken aan hun voorgangers in een ver verleden en door de rollen te verdelen kunnen ze de poppen met hun stem laten spreken. Zo ontstaat een uitvoering van Il prigionier superbo en wordt tegelijkertijd aannemelijk dat niemand er echt op gekleed is. Dat het groepje op de tenor na uit sopranen bestaat moeten we maar afdoen als toevalligheid.

Een groep poppenspelers brengt zo nu en dan het bijpassende personage in beeld als iemand staat te zingen maar meestentijds moet de toeschouwer het maar zelf uitvissen. Met behulp van de boventiteling lukt dat gelukkig redelijk al was mijn beeld pas compleet na afloop van de 1e akte. Vooral de uiterst vrouwelijk acterende Viridate en Micisda zetten je als man snel op het verkeerde been.

De plot is nauwelijks relevant. Sostrate is verslagen en wordt geketend gevangengehouden door Metalce. Sostrate wordt vertolkt door tenor Antonio Lozano en hij zit toepasselijk in een rolstoel. Als hij tijdelijk wordt ontketend loopt hij vrij rond. Metalce komt voor rekening van mezzo Marina de Liso die een authentieke ‘goth’ uitmonstering heeft meegekregen. Om onduidelijke redenen heeft Viridate, gezongen door de zeer aantrekkelijke Marina Comparato, Metalce geholpen in zijn strijd tegen Sostrate, ondanks dat hij de geliefde is van diens dochter Rosmene (Marina Rodriguez Cusi). Metalce wil meer en eist ook de hand van Rosmene, dit tot woede van Ericlea (Ruth Rosique) die zich door Metalce aan de kant gezet voelt. Haar aanbidder Micisda (Ciacinta Nicotra) zegt hulp toe op voorwaarde dat zij hem daarna welgezind zal zijn. Het duet tussen die twee modepoppen op stiletto’s is het meest bevreemdende moment van de voorstelling.

De nodige verwikkelingen volgen en uiteindelijk worden er koninkrijken en partners verdeeld en komt alles in zoverre goed dat er een opgewekt slotkoor kan worden gezongen. Wat ik normaal gesproken een saai stuk zou hebben gevonden, kwestie van uitzitten met toenemende irritatie vanwege die gekunstelde countertenor stemmen en maar liefst drie Hosenrollen, bleef me nu tot het einde boeien, heb zelfs zo nu en dan moeten lachen. Henning Brockhaus, geholpen door de schitterende kostumering van Giancarlo Colis, heeft Pergolesi’s opera tot leven gewekt door alle beperkingen die de componist hebben belet een geloofwaardige casting op te voeren, met mannen en vrouwenstemmen, volledig terzijde te schuiven en van de nood een deugd gemaakt. Moeten het vrouwenstemmen zijn? Dan krijg je ook vrouwen te horen en vooral ook te zien, met alles erop en eraan. Het is een idee dat navolging verdient.

Muzikaal is het een werk dat niet echt boven het maaiveld uitsteekt, gebruikelijke barokaria’s zoals er misschien wel duizenden in de loop der tijd zijn gecomponeerd. Maar er wordt uitstekend gezongen door alle betrokkenen en de begeleiding door Accademia Barocca de I Virtuosi Italiani onder leiding van Corrado Rovaris is zonder meer uitstekend.

Een opname van La serva padrona is samen met Il prigionier superbo op een en dezelfde Bluray uitgebracht door Unitel.

Scènefoto La serva padrona. Foto:©La Fondazione Pergolesi Spontini

Henning Brockhaus voert ook hier de regie en heeft de handeling gesitueerd in een heel klein circus. Benito Leonori heeft een decor ontworpen waarin met weinig middelen en een beperkt aantal zetstukken de bijpassende sfeer wordt opgeroepen. De kostuums van Giancarlo Colis completeren het beeld. Serpina krijgt zo nu en dan gezelschap van een ballerina en andere figuranten zijn met ‘circusdingen’ bezig. Uberto is niet alleen de directeur (met hoge hoed) maar ook de leeuwentemmer. Als Serpina de vermomde Vespone binnenbrengt die door moet gaan voor de licht ontvlambare Tempesta zingt Uberto als snel een toontje lager. Tegen leeuwen gebruikt hij zijn zweep maar die Tempesta zwaait met een zwaard.

Bariton Jean Méningue is prima op dreef als de geplaagde Uberto die uiteindelijk beseft dat hij een lot uit de loterij heeft getrokken met die leuke jonge vrouw die beslist niet alleen op zijn geld en status uit lijkt te zijn. Tenminste is het ware liefde tot zijn dood hen zal scheiden. Alessandra Marianelli is verrukkelijk als het springerige ongetemde krengetje Serpina, een uitstekende typecast voor de rol die haar past als een handschoen. Tijdens het Rossini Festival in Pesaro oogste rond diezelfde tijd veel bijval voor haar vertolking van Fiorilla in Il Turco in Italia. In dat repertoire lijkt ze haar draai inmiddels wel gevonden te hebben. De zwijgende rol van Vespone komt voor rekening van Carlo Lepore.

Iemand die de première uit 1733 wil recreëren kan zonder veel moeite de twee intermezzi afspelen tussen de eerste en tweede akte respectievelijk tweede en derde akte van Il prigionier. Alles staat immers op hetzelfde schijfje, leuk gedaan.

Link naar de verkoop site voor deze DVD van Il prigionier superbo.

Veder lezen

*La serva padrona door DNOA.

 

 

 

Vorig artikel

Second Love Opera van het Jaar, Schaunard voor Jan van Maanen

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Peter Franken

Peter Franken