Walden van Goebbels verdient vaste plaats
Walden is een ervaring, een muziektheater uitvoering met zang en spoken word, dus een voorstelling voor Neil van der Linden die naar het Muziekgebouw aan ’t IJ ging.

Walden opent met een lang aangehouden toon die uit het duister van het langzaam oplichtend podium van het Muziekgebouw opklinkt. Het geluid wordt geproduceerd op ‘bow chimes’, bekkens bespeeld met een elektrische – elektrisch versterkte – strijkstok, ontwikkeld voor de première van Walden door het Ensemble Modern, nu bespeeld door de percussionist van het Ensemble Klang, Joey Marijs. Ik zie achterin rechts een musicus met zijn rug naar de zaal voor een geluidsinstallatie staan, ook met een strijkstok en (dat is niet goed te zien) ook ‘bow chimes’ of een viool (en gebruikt hij feedback-effecten bekend van bijvoorbeeld Jimi Hendrix?).
Later, als hij uit het donker naar voren is gekomen, blijkt hij de violist van de strijkkwartet-sectie van het Kaleidoskop-ensemble te zijn, Grégoire Simon. De overige musici komen op en het hele strijkersensemble en blazers en de keyboards nemen de toon over. Is het een Es? Dat zou corresponderen de toonsoort van het voorspel tot Wagners Rheingold, dat ook zo als uit de duisternis opdoemend en omfloerst begint. Nee, het is een E, zoals ik later van de componist zou vernemen. Maar… na enige tijd begint de toonhoogte te fluctueren. “Officieel beginnen we op een E. Maar… de ‘bow chimes’ hebben een eigen wil wat betreft toonhoogte! Dus we begonnen de uitvoering inderdaad op E. Maar we weken ook wel af naar Es, en het centrale deel van Walden, ‘Reading’, staat zeker in Es,” laat artistiek leider van Klang Pete Harden naar aanleiding van de uitvoering weten.

Het toneel licht intussen op meer plekken op. Spots vanuit de zaal, een lichtbak van achteren. Een rookmachine produceert rook. De muziek evalueert naar industrial, op zeker moment is er een stevige rock-gitaarsolo. Maar even later, door de inbreng van saxofoons, klarinetten, trombone en de (West-Afrikaanse) djembe en de (Arabische en Turkse) darbuka, klinkt als wat het Sun Ra Orchestra lijkt. Als de keyboard en piano van Saskia Lankhoorn prominenter in het klankbeeld naar voren treden zijn er flarden Weather Report-achtige jazzrock, met klanken als van (Weather Report en Miles Davis electric jazzpianist) Joe Zawinul. Er volgen zelfs een paar minuten lounge jazz, visueel geaccentueerd door bijna swingende bewegingen van toetsenist Saskia Langhoorn van achter haar klavieren; maar hé, in deze passages verspringen de maatsoorten telkens weer, dus achteroverleunen is er niet bij.

Het atmosferische toneelbeeld wordt vooral met licht gegenereerd, in allerlei standen, in combinatie met de bewegingen van de musici, plus het instrumentarium, inclusief een verzameling houten voorwerpen, kistjes, blokken, stokken, die spoken word-kunstenaar (zeg maar verteller) en tevens saxofonist Keir Neuringer later zal gebruiken. Dit alles natuurlijk met achter dit alles de magistrale architectuur van de achter- en zijwanden van het Muziekgebouw. Op gegeven moment licht van boven het toneel een reuzenlamp op, die alles een in egale rozerode gloed zet, als van een lichtkogel zoals die door schepen in nood worden afgevuurd.

Heiner Goebbels vernoemde zijn Walden naam het boek Walden, or Life in the Woods van Henri David Thoreau, de schrijver die zich in 1845 een paar jaar bij een afgelegen meer in Massachusetts vestigde, om te zien of hij, leven in de natuur (zij het niet heel ver van Boston) zou kunnen volhouden. Het boek verscheen in 1854 (ook het jaar waarin Wagner Das Rheingold voltooide; nog een verwijzing?). Toen Frederik van Eeden later een commune stichtte in Het Gooi (ook niet ver van de bewoonde wereld, bij Bussum), werd die ook Walden genoemd.

Thoreau als componist
Goebbels vindt dat Thoreau net zo goed als componist kan worden beschouwd, vanwege de gedetailleerde beschrijving van natuurgeluiden in zijn boek. Thoreau beschrijft zijn verblijf daar ongeveer als het dagelijks bijwonen van een 24 uur durende symfonie, aldus Goebbels. Je kunt volgens hem zijn muziek ook als een hoorspel bij Thoreaus teksten ondergaan.

Keir Neuringer draagt passage uit Thoreaus boek voor. Grappig werken dan juist ook de wat trivialere passages uit het boek, bijvoorbeeld de lijst van bouwmaterialen die Thoreau gebruikte voor de aanleg van zijn hut en hoeveel die kostten, welke kostenposten hij wat aan de hoge kant vond en en hoe hij geld uitspaarde door ze zelf naar de bouwplek te versjouwen; we vernemen dat het hele huis toen $28.125 kostte, naar huidige maatstaven nog steeds maar $948.95, en Goebbels laat dit allemaal voordragen. Ik weet niet hoe Thoreau de klanken van de vogels bij het meer omschreef, maar Keir Neuringer blijkt er ook een meester in om ze te imiteren; Wagners ‘Waldweben’ uit Siegfried waardig. Naast de saxofoon gebruikt Neuringer in een bepaalde passage ook de houten voorwerpen op het toneel om klanken te produceren, kisten, blokken, stokken.
Op zeker moment zien we Neuringer in een boekje zitten bladeren, de genoemde ‘Reading’-scene. Hij staat op en leest een passage voor uit Thoreaus “I Am the Little Irish Boy” voor, een gedicht uit 1850 dat Thoreau ook tijdens zijn verblijf bij het meer schreef, over een ‘kleine Ierse jongen’, voorbestemd voor een leven van handenarbeid, in extreme armoede zoals de vele net aangekomen Ierse immigranten in de VS; Thoreau zelf kwam zoals hij het omschreef uit een ‘lage middenklasse’ familie (de Franse familienaam komt van zijn Hugenotische vader), maar hij betoonde ook empathie voor de toenmalige immigranten aan de onderkant van de maatschappij.
Tand des tijds
Klang had Walden al eerder uitgevoerd, tussen 2008 en 2013, in Nederland, maar ook Zwitserland, Duitsland en Groot-Brittannië. Het werk blijkt zonder meer een vaste plaats in het repertoire te verdienen.

Is het toeval dat kortgeleden een ander belangwekkend stuk uit de nu ook al weer iets oudere eigentijdse muziek werd her-uitgevoerd in het Muziekgebouw? Shelter* het gezamenlijk gecomponeerde oratorium van Michael Gordon, David Lang en Julia Wolfe (2005), door Het Muziek, dat ook muzikaal de tand des tijds blijkt te hebben weerstaan.
Verder kijken, luisteren en lezen
Fragmenten van Walden, opgenomen in 2018.
*Eind vorig jaar zag en hoorde Neil van de Linden Shelter.