Devieilhe vol vrouwelijk verlangen
Op 12 januari ontvouwde Sabine Devieilhe in Tivoli/Vredenburg in Utrecht een recital als een zorgvuldig samengesteld boeket. Liederen die pas werkelijk gaan geuren wanneer de nacht valt en ze door vrouwen en mannen geschreven zijn. Het programma bewoog zich moeiteloos tussen lichtvoetig chanson en het klassiek-romantische lied, met Mathieu Pordoy als fijnzinnig en alert begeleider. Jammer dat de toch al niet zo grote Hertz zaal van Tivoli Vredenburg schaars gevuld was. De volgende stop op deze tour, de Wigmore hall is volledig uitverkocht.

Sabine Devieilhe hoorde ik 3 augustus 2025 in een recital in Salzburg. Dat was een traditioneel programma met louter mannen; Faure, Poulenc en Ravel. De prachtige concertzaal in Salzburg, Stiftung Mozarteum was toen tot de nok gevuld met 800 bezoekers. En hoe bestaat het, echt iedereen met beginnende hoest was thuisgebleven! Een smetteloos recital, veel feestelijk gekleed publiek, geen noot verkeerd en iedereen wat tevreden. Toch ontbrak er toen iets. Wat? Durf, zou ik zeggen.

Kijkend naar het programma van de avond in Vredenburg is die handschoen opgepakt. Verder chapeau voor de projecties van de teksten op de achterwand. Bovenaan staat het gezongene in de oorspronkelijke taal, daaronder de Nederlandse vertaling. Het lettertype is groot en goed leesbaar en niet storend als je even de tekst de tekst wil laten. Wat een vooruitgang, een praktijk die navolging verdient!

Het recital in Utrecht begon wat weifelend met ‘Der Fischerknabe’ van Franz Liszt op de tekst van Schillers ‘Wilhelm Tell’. Sabine Devieilhe moest duidelijk nog even op temperatuur komen. Gelukkig voor de luisteraars gebeurde dat heel snel. Waren aanvankelijk haar schouders flink gespannen, bij het derde lied, ‘Du bist die Ruh’ van Schubert kwam de ontspanning en zat ik te zwijmelen op mijn stoel. Mathieu Pordoys begeleiding is verzorgd, maar blijft te voorzichtig; het mist frictie en risico. Een volgend hoogtepunt is ‘Die Nacht’ van Richard Strauss, gevolgd door ‘Oh! Quand je Dors’ van Franz Liszt (Victor Hugo); hier raakten droom en sensualiteit elkaar: spirituele liefde en lichamelijk verlangen bleven in een bewust wankel evenwicht. Prachtig gezongen en wat een stem heeft deze vrouw.
Het Duitse laatromantische repertoire, met drie van de Mädchenblumen van Richard Strauss, bracht een andere kleur: lange zanglijnen, gedragen door geschiedenis en verlies. Devieilhe hield de liederen licht en beweeglijk, zonder het getroebleerde karakter van deze muziek te ontkennen. Als ze meer acteert, hoor ik meer expressiviteit in haar stem.
Bij aanvang begon ze met een soort Nederlands of misschien Duits te spreken tegen het publiek, door mij niet goed verstaanbaar, maar een inspanning die publiek charmeert en verbinding maakt. Het vervolgens voortdurende kijken in het tekstboekje ondermijnt het directe contact met de zaal en werkt vervreemdend in een ruimte die juist intimiteit biedt.

Hart van de avond
Na de pauze vormt het Franse fin-de-siècle en interbellum het ideologische hart van de avond. Lili Boulanger gebruikt voor haar ’Clairières dans le ciel’ (1913-1914) teksten van Francis Jammes. Daar kantelde de ‘male gaze’ van de tekstschrijver, die een mysterieuze dartele vrouw ogen als lavendelbloemen toedicht, naar die van het perspectief van de vrouw, volgens Huib Ramaer in zijn toelichting op het concert. Componist Boulanger die slechts 25 jaar is geworden ontving in 1913 als eerste vrouw ooit, de Prix de Rome. We eindigen met drie componisten die toonaangevend waren in het Franse interbellum namelijk die van ‘Les Six’, waarvan Germaine Tailleferre de enige vrouw was.
Female gaze
In het concert in TivoliVredenburg maakte Sabine Devieilhe een aankondiging heel bewust drie vrouwelijke componisten te hebben opgenomen; ze begon met twee liederen van Lili Boulanger in het frans, daarna ‘Mohnblumen’ van Richard Strauss om weer naar Lili Boulanger te gaan voor het vierde lied uit ‘Clairières dans le ciel’. Een wat opmerkelijke, maar goed werkende combinatie. En het is duidelijk dat Devieilhe zich zowel in het Duits als in het Frans als een vis in het water voelt.
Voor ze begint aan het werk van Cécile Louise Stéphanie Chaminade en vervolgen drie van de zes liederen van Germaine Tailleferre zal zingen, benoemt ze specifiek het werk van vrouwen en haar keuze deze op te nemen in het recital. Ik meen haar te horen zeggen dat deze liederen staan voor het werk van alle andere vrouwen die niet gezongen worden. Hiermee geeft ze aan dat het niet gaat om toeval, een voetnoot, maar een uitgesproken keuze: vrouwen die componeren, vrouwen die spreken, vrouwen die verlangen formuleren.
Het meest opvallende lied is gecomponeerd door Germaine Tailleferre, een vrouw die zeer succesvol componist was in haar tijd maar een slechte keuze had in haar mannen. In ‘Non la fidélité’ kiest ze een tekst die zonder omhaal de lust van een vrouw benoemt. Zij zingt over een geliefde buiten het huwelijk, neemt bewust het risico op sociale verguizing en economische onzekerheid, en kiest radicaal voor het hier en nu. Niet de morele orde, niet de huwelijkse plicht, maar de eigen verlangens van de vrouw staat centraal. Deze tekst is opmerkelijk door haar tijdloosheid en haar compromisloze afwijzing van sociale wenselijkheid. Dat dit perspectief door Tailleferre werd gekozen en op een wel hele glansrijke wijze is getoonzet, maakt het des te krachtiger. Binnen de toch verder traditionele en wat brave recital viel deze keuze op.
Toegiften
De lijn werd in de toegiften niet doorgezet. Devieilhe koos voor traditioneel repertoire, prachtig uitgevoerd, maar zonder de durf en urgentie die het programma even wél had, de keuze voor mannelijke componisten in de toegiften voelde als een inhoudelijke breuk.

Het laatste nummer van haar recital van Edith Piaf, ‘Hymne á l’amour ‘uit 1950 wàs een krachtige afsluiting geweest. Bij sommige mensen, is dit nummer vooral bekend door de vertolking van Céline Dion bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen. Op het eerste gezicht misschien wel een wat kleffe tekst, maar de achtergrond van dat lied is anders. Edith Piaf die het zelf schreef werd op een gegeven moment verliefd op de bokser Marcel Cerdan. Het was een nochtans gecompliceerde relatie want Marcel was getrouwd en vader van twee kinderen. Voor hem schrijft en zingt ze dit lied. Haar overgave is bewust gekozen, geen romantische idealisering in de tekst de stem van de schrijver staat centraal, emotie is geen zwakte, maar een kracht, uitgesproken als een standpunt. Geen decor, geen muze, geen projectie, een vrouw die haar verlangen hardop zegt en zonder schaamte formuleert. Zes weken nadat ze het lied het eerst heeft gezongen verongelukt het vliegtuig waarin Marcel Cerdan zit, hij was op weg naar Edith Piaf.
Kortom het concert bood een belangrijk statement over vrouwelijke autonomie, maar liet in de finale een kans liggen om dat statement consequent door te trekken door bijvoorbeeld met een hedendaagse vrouwelijke componist te eindigen. Het recital toonde Devieilhes onmiskenbare vocale beheersing en een inhoudelijk relevant programma, maar liet expressief en dramaturgisch kansen liggen. De durf was er even maar werd niet consequent doorgezet.
Verder kijken, luisteren en lezen
Sabine Devieilhe en Mathieu Poroys in Mädchenblumen, Op. 22: No. 2, Mohnblumen van Strauss.