Viotti schildert Mahler 2 magistraal
Als chefdirigent van het Nederlands Phiharmonisch Orkest stelde Lorenzo Viotti een wenslijstje op. Uiteraard wilde hij symfonieën van Gustav Mahler dirigeren. Een gebied dat bij de musici van het NedPhO ruimschoots bekend is door de jarenlange Mahler-uitvoeringen met de eerste chefdirigent Hartmut Haenchen. Viotti lijkt in zijn voetsporen te treden. Hij dirigeerde eerder de vijfde en de negende met indrukwekkend resultaat. Gelukkig dat hij – nu als vaste gastdirigent – doorgaat. Vrijdag leidde hij in een stampvol Amsterdams Concertgebouw de enorme Tweede Symfonie.

Eerst een paar vergelijkingen: Mahler componeerde wat nu het eerste deel van de Tweede is als een symfonisch gedicht onder de titel ‘Todtenfeier’. Dat was in 1885 – 1888. In die tijd worstelde hij als 28-jarige met vragen over de zin van het leven en van de dood. In hetzelfde jaar 1888 werd in Amsterdam het Concertgebouw geopend. De basis van de Tweede is dus net zo oud.
In de ziel geraakt
In later jaren volgden nog twee delen die uiteindelijk als tweede en derde deel voor een nieuwe symfonie zouden fungeren. De bouw van een hechte symfonie op de levensvragen stagneerde echter. Maar Mahler kreeg een impuls bij het overlijden van zijn mentor en vriend, de dirigent Hans von Bülow in februari 1894. Op diens uitvaart klonk een koorwerk op tekst van Friedrich Klopstock. Dat raakte hem in zijn ziel. Vooral de zinsnede: ‘Auferstehn, ja auferstehn wirst du, mein Staub, nach kurzer Ruh’.

In een paar maanden zette Mahler een fors werk voor twee solisten, koor en orkest op papier dat hij toevoegde als een grootse finale. De eerste uitvoering van wat zijn tweede symfonie was geworden, vond plaats in Berlijn, op 12 december 1895, onder leiding van de componist. Die was toen 35 jaar. Even oud als Lorenzo Viotti nu op het moment dat hij voor het eerst die gigantische symfonie uitvoert. In hetzelfde Concertgebouw waar Mahler als dirigent van zijn eigen werken zo’n succes had.
Als een schilder
Het trof mij dat op de omslag van het programma-boekje groots een foto van een gedecideerd kijkende Viotti stond afgedrukt als een symbool van diens inzet. De energie en verfijning die hij vrijdagavond tot klinken wist te brengen bij ‘zijn’ fantastisch reagerende musici, was ongelofelijk. Hij schilderde het verhaal over leven en dood met zo’n overtuiging in de krachtige, dan weer subtiele gebaren van zijn dirigerende handen. Uiteraard had hij in de partituur een geweldig concept als leidraad, en leverden de NedPhO-musici voortreffelijke ‘verfstoffen’ om de Mahlers fantasieën en gedachtenkronkels als een magistraal klankschilderij in vijf panelen tot stand te brengen. Maar de schilder stond op de bok.

Zijn arbeidsmateriaal was gigantisch: het concertgebouwpodium puilde bijkans uit. Een fors bezet strijkorkest (met ondermeer zestien eerste violen), een indrukwekkende blazersafdeling met liefst zes hoorns, zes trompetten, vijf trombones plus tuba, vierdubbele bezettingen in de houtblazers en een slagwerkgroep met vier ensembles van diverse pauken. En niet te vergeten een groot koor in de achterhoede. Dat pas in het vijfde deel de kelen mocht openen.
Dwingende Kondukt
Het eerste deel is in feite één lange, dik twintig minuten durende, begrafenismars met schrikwekkende visioenen (ontploffende pauken, schreeuwende strijkers) maar ook met scènes met lieflijke guirlandes. Mahler beschreef dat hij tijdens het componeren zichzelf zag ‘unter Kränzen und Blumen aufgebahrt tot liegen’. Idyllische muziek klonk uit houtblazers en harp, wel steeds met heel zacht maar dwingend eronder de Kondukt van de mars. Prachtig zoals Viotti die veelheid aan emoties leidde.
Na het bedrukkende eerste deel werkte het tweede als een verademing. Een simpele, huppelende melodie (‘Sehr gemächlich. Nicht eilen’ noteerde Mahler) in de vorm van een Ländler, een Oostenrijkse volksdans, leken de zwarte gedachten ver weg, maar neen, het aansluitende derde deel zet nogal brutaal in. Dit deel bevat in instrumentale vorm de beroemde preek van Antonius van Padua tot de vissen. Het gaat er in het water nogal rumoerig toe; ‘ein sehr lebhaftes Schezo’, aldus de componist.
Superzacht
Echte levensvragen worden opgeroepen in het vierde deel dat als een opmaat dient voor het inkervende vijfde deel. Het is een solo voor altstem, beginnend met de prachtige uitroep ‘O Röschen rot!. Een van de liederen uit Des Knaben Wunderhorn, nu met orkestbegeleiding. Marina Viotti, al vaker zowel in opera als concert meewerkend onder leiding van broer Lorenzo, stond links achter het orkest opgesteld; zij zette superzacht in. Heel spannend werkte zij met pieuze nuanceringen de tekst uit, subtiel gesecondeerd door de eerste hobo. De geserveerde voordracht verraste mij, omdat doorgaans altsolisten dit nummer met veel klank en kleur vertolken.

Het leverde wel een geweldig contrast op met de inzet van het vijfde deel, dat aangegeven staat als ‘Im Tempo des Scherzo’s. Wild herausfahren’. Nou, dat deed Viotti. Het Laatste Oordeel werd aangekondigd door een batterij van zes trompetten, vijf trombones en tuba, waarna een groteske mars volgde van allerlei doden die zich krijsend uit hun graven ontworstelden. Horen en zien verging je, zo straf liet Viotti zijn musici los. Maar met de stem van de vogel des doods, fraai geblazen door fluit en piccolo, stierf het pandemonium uit, om over te gaan in de verlossende finale voor sopraan, alt en koor.
Fraai koor
‘Aufersteh’n, ja aufersteh’n’ zong sopraan Nikola Hillebrand met etherische stem tegen een geheimzinnig klinkende instrumentale omspeling de beroemde woorden van Klopstock.

Wonderschoon mengde het koor zich in die sfeer, een fraaie vocale prestatie van het Rotterdamse ‘Laurens Symfonisch’ , ingestudeerd door Wiecher Mandemaker, om met alt Viotti de passage ‘Was entstanden ist, das muss vergehen! naar een krachtige, met orgel ondersteunde oproep de zaal in te slingeren: ‘Bereite dich zu leben!’Met brede slagen dirigeerde Viotti de laatste ontboezeming voor koor: ‘Mit Flügeln, die ich mir errungen, werd ik entschweben!’. Uitmondend in het overweldigende slot dat Mahler schiep voor solisten en koor: ‘Aufersteh’n’.

Lorenzo Viotti is in zijn eerste seizoen als gastdirigent zo prominent aanwezig dat hij een verkapte chef lijkt. De kwaliteit van het orkest vaart er wel bij. Deze Mahler was zijn tweede optreden dit seizoen. Er volgen er nog twee; begin maart met o.a. ‘Ein Heldenleben’ van Richard Strauss, en eind mei met Sjostakovitsj en Rachmaninoff. Benieuwd of hij zijn Mahlerliefde in navolgende seizoenen mag voortzetten.
Vanavond 17 januari wordt Mahler 2 herhaald in het Concertgebouw Op zondagmiddag is het in de Rotterdamse Doelen te beluisteren, maar beide concerten zijn uitverkocht. Reden te meer om de uitvoering van vrijdag , dat werd opgenomen door NPO Klassiek voor latere uitzending, terug te luisteren.