Reisopera vol dartele vosjes
Schatttig zagen zij er uit, de wouddieren in een nieuwe productie van ‘Het sluwe vosje’ (originele titel Příhody lišky Bystroušky ) bij de Nederlandse Reisopera.

Aangekleed als kleine vosjes, liefst 75 jongetjes en meisjes die donderdag 22 januari het grote toneel van het Wilminktheater op golfden in de première van de sprookjesopera van Leoš Janáček. Hun stemmetjes dartelden helder over de orkestbegeleiding heen. Eigenlijk zouden het geen vosjes moeten zijn, want het vrouwenvosje Bystroušhka vindt haar vossenmannetje Lišák Zlatohrbítek pas aan het eind van dat tweede bedrijf. Grappig dat Lišák in het derde bedrijf vraagt: ‘Hoeveel kinderen hebben wij al.’ Zij weet het niet! 75 dus.

Het sprookje in de dierenwereld en het realisme in de mensenwereld lopen in het verhaal door elkaar. Op beide terreinen gaat het over liefde. In de eerste helft van het tweede bedrijf bespreken de pastoor, de boswachter en de schoolmeester in de dorpsherberg de huwelijkskansen met de mooie Terynka, die later weggekaapt wordt door de stroper. In de tweede helft ontspint zich een tedere liefde tussen de vos en de vossin. Zij half in het hol dat zij gekaapt heeft van de das, hij loerend naar haar vanuit de struiken. ‘Ik kus uw handen’, zingt Lišák. ‘Ben ik werkelijk zo mooi?, vraagt Bystroušhka verbaasd, terwijl fluiten in het orkest haar zang lieflijk omspeelden.

Dartele vossen
De rollen werden met prachtige zang op Nederlandse teksten van Jibbe Willems en met dartele bewegingen uitgebeeld door sopraan Laetitia Gerards als Bystroušhka en mezzo-sopraan Polly Leech als Lišák.. In hun kastanje-bruinrode vermomming zagen ze eruit als echte vossen. Ook de dieren in eerste bedrijf waren gehuld in wonderlijk mooie imiterende kostuums van onder meer kikker, sprinkhaan, das en krekel. Ontworpen door Sarah Mittenbühler en knap vervaardigd door het atelier van de Reisopera. Want dat maakt mede het succes van deze opera: de fantasievolle aankleding. De hilarische kippenscène zag er door de kostuums uit als een klassiek ballet.

De voorstelling in regie van Rennik-Jan Neggers begon met de opkomst van de boswachter, voor een zwarte wand. Die schoof langzaam open; de man stapte als het ware een sprookjeswereld binnen. Met volle bas-bariton zong Jasper Leever (hij muntte uit in verstaanbaar zingen in het Nederlands) zijn verlangen om een lekker slaapje te doen in het bos. In een grote ruimte met een groenige achterwand liepen en dansten allerlei dieren. Phion begeleidde in deze scène en in het vervolg van de opera met schwung de kleurrijke muziek die Janáček bedacht; allerlei klinkende elementen van dierengeluiden zorgden voor een sprookjesachtige sfeer, door dirigent Pieter-Jelle de Boer en het orkest expressief uitgewerkt.

Steriel bos
Maar zo mooi als dat begin bleef het niet, want de boswachter grijpt het jonge vosje bij haar nekvel, neemt haar mee naar huis, waar zij speeltje wordt voor de kinderen van de boswachter en belaagd wordt door een grote hond, de bariton Huub Claesens vermomd als bulldog. De opera gaat ook over hoe de mens met de natuur omgaat. Was het latere bosdecor van kale witte bomen (ontwerp Sebastian Hannak) daarom zo waarschuwend doods? In het derde bedrijf wil de stroper Harašta (Huub Claesens in een dubbelrol) een vos neerschieten om van het bont een mofje te laten maken voor zijn geliefde. Maar hij mist. De boswachter echter schiet raak: Bystroušhka sterft. De boswachter zingt een epiloog over de liefde en over het bos. Een klein en alweer dartel vosje springt op hem af. ‘Sprekend haar moeder’. Het ontsnapt aan de grijpgrage hand van de boswachter.

Gegniffel
De Reisopera heeft de Tsjechische tekst laten vertalen naar een Nederlands libretto door Jibbe Willems. Terecht want Příhody lišky Bystroušky is een opera in een taal te ver, zeker voor een werk dat veel komische elementen bevat. De presentatie in het Nederlands wekte dan ook diverse malen gegniffel op. In Duitsland werd het gebruikelijk om het werk als ‘Das schlaue Füchslein’ te presenteren en in Engels-talige gebieden werd het ‘The Cunning little Vixen’. Het is de tweede keer dat de Reisopera een Tsjechisch stuk in vertaling aanbiedt. In april 2022 kwam ‘Prodaná Nevesta’ als ‘Bruid te koop’ *op de planken als ‘komische opera in onverbloemd Nederlands’. Met boventiteling in het Nederlands en Engels, wat toch behulpzaam bleek, want met name in de hoge, snelle sopraan partijen van de beide vossen ging de verstaanbaarheid soms kopje onder. Ook mooi dat de Reisopera een stoet Nederlandse zangers voor de vele, soms kleine rollen in zette, waarbij onder anderen Martijn Sanders als pastoor en das, Mark Omvlee als schoolmeester en mug, en Eva Kroon als vrouw van de boswachter en uil.

Nog negen voorstellingen in negen steden van 24 januari tot en met 14 februari.
Verder lezen
*Franz Straatman over Bruid te koop! in 2022.