FeaturedNieuwsOperarecensieRecensies

Olympische update in Cimarosa-Matinee

Naast muzikaal genot bood de Nederlandse première van Domenico Cimarosa’s L’Olimpiade inzicht in curieuze 18-eeuwse operapraktijken. Niet alleen hoe talrijke componisten hetzelfde succeslibretto op muziek zetten, ook hoe topzangers soms dezelfde rol van de ene naar de andere versie meesleepten. Onder de voortvarende leiding van Andrea Marcon kroop mezzo Daniela Mack met bravoure in de huid van de laatste stercastraat. Sopraan Jone Martínez imponeerde in de minstens zo lastige diva-rol.

Print van het libretto van L’Olimpiade uit 1747.

De NTR ZaterdagMatinee bracht L’Olimpiade 31 januari net op tijd voor de komende Winterspelen. In Milaan-Cortina zullen vast dopingzondaars gevat worden maar vals spel op een Olympiade is van alle tijden. Zo leert tenminste het libretto van de befaamde dichter Pietro Metastasio, dat van Caldara tot Donizetti ruim 50 componisten inspireerde. Een vroege vogel was Vivaldi wiens versie (1734) Andrea Marcon en zijn ensemble La Cetra in 2019 bij de Matinee vertolkten. Boeiend vergelijkingsmateriaal!

50 jaar later (Vicenza, 1784) kleurde Cimarosa zijn orkest bonter met naast hobo en fagot trompetten, traverso’s en bijna continu actieve hoorns. Van zijn ritmische en melodische energie gaf de inleidende Sinfonia direct een proeve. Als late representant van de Napolitaanse stijl was zang Cimarosa’s focus maar La Cetra’s slanke en spitse strijkers temperden deze middag zijn ietwat grofmazige orkestraties.

Domenico Cimarosa. Portret van Francesco Saverio Candido.

Olympische prijs

Het verhaal: Licida vraagt zijn vriend Megacle, die hij ooit het leven redde, in zijn naam bij de Spelen te dingen naar de prijs: Aristea, dochter van vorst Clistene. Megacle bemint Aristea, en zij hem, maar hij voelt zich te verplicht aan Licida om dat te onthullen. Vermomd als herderin vergroot Licida’s oud-liefje Argene de warboel nog. Ontdekking van de list drijft Licida tot gekte en een doodvonnis. Als hij echter Clistene’s als baby vermiste zoon blijkt, Aristea’s broer, is het geluk van beide paren verzekerd.

In deze bewerking (lees: inkorting) blijven alleen Aristea en Megacle’s liefdesperikelen echt overeind en hun vertolkers kregen dan ook de lastigste aria’s. De Argentijnse Daniela Mack wierp zich vol in de strijd met ‘Superbo di me stesso’, waarin Megacle zich trots voorstelt. Het enorme bereik van castraat Luigi Marchesi was soms te horen aan Macks rauwe hoogte maar de twee lange notenslierten op het simpele woordje ‘sta’ perste ze briljant uit haar keel. Waarna er adem bleef voor een vrije slotcadens.

De fameuze Marchesi vertolkte zijn glansrol Megacle voor nóg vier componisten en besliste vast mee bij de librettokeuze. Een echo van dit gebruik bood de Zwitserse Chelsea Zurflüh als Argene, een partij die ze recent ook in Vivaldi’s versie zong. Een stabiele en fluwelige sopraan liet deze winnares van het Concours de Genève 2024 horen, wellicht nog zonder veel persoonlijkheid. Maar in haar felle slotaria toonde ze qua stem dezelfde pittige inborst waarmee ze visueel de gedumpte prinses had getypeerd.

De volledige cast van L’Olimpiade in de NTR ZaterdagMatinee. Foto :© Lodi Lamie.

Marcello Nardis leverde als hoveling Aminta ook een lichte toets met een smeuïge maar bescheiden tenorstem in twee ariaatjes. Jorge Franco kon met soepele fiorituren en zoete pianissimo’s een gemis aan kracht en allure in de veel gewichtiger tenorrol van Clistene helaas niet geheel maskeren. En hoe jammer dat Cimarosa de rol van Licida zo kortwiekte. Mezzo Olivia Vermeulen maakte vooral van haar dromerige eerste aria iets fraais, met glanzend lyrische toon en subtiele ornamenten in de slotmaten.

Waar Jorge Franco een mild oordeel verdient vanwege zijn invallen voor een zieke collega, geldt voor Spaanse sopraan Jone Martínez dat ze (net als Mack) in de schoenen moest stappen van een roemrijk vocalist. Men fêteerde Francesca Lebrun, met dezelfde geboorte- en sterfjaren als Mozart, door heel Europa voor haar exacte capriolen in het hoogste register. Toch bewonderde ik minder het vuurwerk dan de soepele switch naar cantabile in Aristea’s eerste aria en het opzwepende duet voor de pauze.

Aristea’s tweede aria is in de tweedelige rondo-vorm: eerst langzaam, dan snel met een terugkerend refrein. Dat vroeg aanpassing van Metastasio’s op da capo’s gerichte tekst en typeert dit werk. Met vernieuwende vormen in een gedateerd en verminkt libretto is het vlees noch vis. Niet vreemd dat de kritischer Mozart voor zijn meest persoonlijke serieuze opera (Idomeneo) naar Franse bronnen greep.

Dramatisch

Toch een dramatisch toppunt is, zoals in veel L’Olimpiade-opera’s, Se cerca, se dice, waar we Megacle middenin zijn netelige dilemma treffen. Mack gaf met haar stoere, overtuigend masculiene geluid de emoties even voorrang op de virtuositeit. In het inleidende accompagnato-recitatief ‘sprak’ La Cetra boekdelen onder Marcons gedreven maar behoedzame handen. De wereld van Gluck was dichtbij…

Andrea Marcon in de NTR ZaterdagMatinee. Foto: © Lodi Lamie

Andere koek is Aristea’s aria met een hobo-solo die destijds door Lebruns echtgenoot werd gespeeld. Specialist Bettina Simon ging terecht meer voor spanning dan zekerheid en Martínez volgde met niet altijd puntgave, maar absoluut spectaculaire coloraturen. Deze noten steken de Koningin van de Nacht naar de kroon en het kan haast niet anders of Mozart moet Cimarosa’s werk gehoord hebben.

Na een gevoelvol rondo van Megacle en de in recitatief afgeraffelde ontknoping was het slotsextet voor mij persoonlijk een banale afknapper. Toch plant Cimarosa hier een zaadje voor de dramatische ensembles in 19e-eeuwse opera’s. Met zo’n missing link uit de muziekgeschiedenis bewijst de Matinee andermaal van onschatbare waarde te zijn.

L’Olimpiade is (terug) te beluisteren op NPO Klassiek vanaf 14 februari

 

Verder  lezen

Martin Toet over ‘de andere‘ L’Olimpiade van Vivaldi onder leiding van Andrea Marcon in de NTR ZaterdagMatinee in 2019.

 

Vorig artikel

Mijmeren met Sibelius in Vrijdagconcert

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Martin Toet

Martin Toet