Sandrine Piau ster in Giulio Cesare
Beroemd om de heerlijke melodieën die als gouden appels door George Frederic Handel in zijn opera Giulio Cesare in Egitto werden verweven. Niet voor niets behoort het werk tot de meest geliefde theaterstukken van George Frederic Handel. Zelfs Caesar wordt er door bekoord als hij naar een mooie vrouw wordt geleid die hij kent als Lidia, maar die in feite Cleopatra is. ‘Geen melodie uit de hemel kan met dit prachtige gezang worden vergeleken’, zong countertenor Jakub Józef Orliński dinsdagavond 10 februari in het Amsterdams Concertgebouw. Hij zat aan de rand van het concertpodium als Giulio verzaligd te luisteren hoe Sandrine Piau in de rol van Lidia/Cleopatra haar ‘Vádoro, pupille’ / ‘Ik aanbid uw ogen’ met verleidelijke sopraan zong.

Alle reden voor Giulio om met een even wondermooie reactie de aanbeden schoonheid te prijzen. ‘Se infiorito’/ ”Wanneer de vogels zich verbergen’ klonk betoverend in samenspel met de solo-viool van Zefira Valova, concertmeester in het orkest ‘Il Pomo d’Oro’. Kwinkelerend imiteerde zij vogelgeluiden wat een sprookjesachtige sfeer opleverde. Ook al betrof het een concertante uitvoering in het kader van een Europese tournee (in zeven steden, begonnen in Amsterdam), in de voordracht van de rollen zat genoeg levendigheid.De zangers stonden niet als stijve planken achter hun lessenaars, maar voegden licht acterende gebaren toe aan de zang. Door een aantal uit het hoofd gezongen, zoals de rol van Sesto door de zowel krachtig als lyrisch zingende Rebecca Leggett. Zij oogstte vooral bewondering in haar aria ‘Cara speme’/ ‘Zonder hoop’ waar Handel een super melodie voor bedacht.

Verfijnde coloraturen
Ook al is het maar tot weinig scènische uitvoeringen gekomen in Nederland toch is ‘Giulio Cesare’ een bekend werk De eerste keer in 1933, daarna pas weer in 1968, en vervolgens bij De Nationale Opera zowaar twee keer, 2001 en 2008 en recentelijk bij De Nederlandse Reisopera in 2022. Fijn dat Amsterdam startpunt kon zijn van de tournee. Sandra Piau zingt de eerste twee optredens ter vervanging van Sabine Devieilhe die de begindata niet kon invullen. Geen ramp, want de inmiddels 60 –jarige Piau, met een grootse carrière achter zich in barokmuziek, zong en acteerde met een ongelooflijk elan en prachtige nuances in haar voordracht. Het hoogtepunt bereikte zij in haar laatste aria ‘Da tempestte il legno infranto’/ ‘Als het door de storm gehavende schip’ werd met verfijnde stem verklankt waarbij de coloraturen ragfijn door de melodische lijn liep. In één woord betoverend. Mede door het intense spel van het barokorkest, zorgvuldig geleid door Francesco Corti.

Verstrikt
De Romeinse keizer Julius Caesar zit zijn rivaal Pompeius achterna tot in Egypte en raakt er verstrikt in zowel politieke als liefdes perikelen. Pompeius krijgen wij niet te zien in het libretto van Nikola Haym; hij wordt vermoord op last van de Egyptische koning Ptolomeus/Tolomeo. Dat levert stevige confrontaties op tussen de weduwe Cornelia en de Egyptische dienaar Achillas (hij hakte het hoofd van Pompeius af) die smoorverliefd op haar wordt. De rol van Achillas bleek uitstekend bezet met de groots klinkende bas Alex Rosen. Cornelia blijft echter standvastig in haar vaak bitse afwijzingen. Mezzo (meer alt) Beth Taylor zong haar eerste droevige aria ‘Privo son dógni conforto’/ ‘Alle troost is mij ontzegd’ met volle en donker gekleurde emotie. Maar Beth Taylor wist ook met kijvende stem van zich af te bijten toen zij ook belaagd werd door har broer, de Egyptische koning. Ptolomeo/Tolomeo ‘Denk er aan dat ik Cornelia ben, en een Romeinse’, klonk het sarcastisch. De countertenor Yuriy Mynenko zette met forse stem tot in het borstregister zijn autoriteit in.

Opwindende fagot
Nikola Haym verweefde nog een plot door het liefdesdrama: de eis van Cleopatra dat zij koningin van Egypte wordt. Prachtige teksten legde hij Ptolomeus/Toleo in de mond om zijn zus te vernederen:‘ Ga heen en neem opnieuw uw rol aan van vrouw. Hanteer naald en draad en spinnewiel in plaats van de scepter!’ Het galmde door de concertzaal. De liefdesdraad tussen Caesar en Cleopatra is echter de hoofdlijn in het drama. Hij stort zich in de strijd tegen Tolomeo met de beroemde aria ‘Al campo dell’armi’ / ‘Met schitterende wapens’waarbij de solo fagot voor opwindende begeleiding zorgde.
Dit is een van de vele aria’s die Handel voorzag van obligato partijen: Beroemd ook Caesare’s jachtaria ‘Wanneer hij op zijn prooi belaagd is’ met hoornsolo. Als Cleopatra vrijwel aan het einde van het drama haar prachtige lamento ‘Piangero la sorte mia’/ ‘Bewenen zal ik mijn lot’ zingt,voegt een dwarsfluit zich er bij. Zo mooi die combinatie van de fluit en de heldere sopraan van Piau, de ster van de avond.
In hemdsmouwen
Held Caesare kreeg een krachtige en levendige uitbeelding van Jakúb Jozef Orlinksi. Wie had gedacht dat hij ook een potje zou rollebollen, kwam bedrogen uit.

Er was ook te weinig ruimte voor op het podium. Wel liep hij zonder het formele colbertjasje dat hij droeg, met opgestroopte hemdsmouwen het podium op toen hij in het derde bedrijf als het ware levend uit zee kwam. Met een begeleid recitatief en de aria ‘Aure, deh, per pietá’ / Ach briesjes, ik smeek u’ bezong hij met veel nuancering en lyriek zijn wonderbaarlijke redding. In deze scène hoorde ik een mooie stem. In de voorgaande recitatieven en aria’s vond ik Orlinksy nogal kleurloos, Orlinski zonder meer. Ik hoop dat de opnames die van deze productie gemaakt gaan worden in Warschau meer kleur zullen opleveren.

Spectaculair slot
In ieder geval zal de slotacte spectaculair klinken zoals op het podium. Geheel naar elkaar zongen Orlińksi en Piau het liefdesduet ‘Caro! Bella!’ Het koor van solisten bejubelde het nieuwe verbond tussen Rome en Egypte. Bij die solisten bariton Marco Saccardin als Curio, aanzegger van onheil, en counter Rémy Brès-Feuillet als gedienstige Nerina die een mooie aria mocht bijdragen ‘De liefde is als de wind’. De hele, lange avond ( bijna 4 uur) speelde het vermaarde Pomo d’oro – orkest met vurige inzet. Ik vraag mij wel af waarom, meteen al in de ouverture, door dirigent Corti een enorm snel tempo werd opgezet. Ook in latere passages met coloratuur-aria’s werden de horden van de buitelende lijnen zodanig genomen dat er nauwelijks nog klank van de strijkstokken afkwam. Spannend, dat wel, maar de rijke melodiek van Handel werd tekort gedaan.
Verder kijken,luisteren en lezen
Sandrine Piau zingt ‘Piangero, la sorte mia’
In december 2025 zag Monique ten Boske een geënsceneerde Giulio Cesare.
In januari was Jakúb Jozef Oliński te gast bij De Nationale Opera voor Semele.