FeaturedHeadlineLiedrecensieRecensies

Alexander Chance fijnzinnig in airs 

Het concert dat countertenor Alexander Chance samen met luitist Toby Carr zondagmiddag gaf, valt te omschrijven als een excursie door het muziekleven in Londen rond 1600.

Alexander Chance en Toby Carr. Foto’s: © Benjamin Ealovega en Peter Mould.

In de (uitverkochte) kleine zaal van het Amsterdams Concertgebouw onthulde de Engelse countertenor de rijkdom aan dichters en componisten in de tweede helft van de zestiende eeuw en de eerste helft van de zeventiende. De periode van de Tudor koningin Elizabeth (gestorven in 1603) en haar Stuart opvolger James I (gestorven in 1625), Niet alleen zij konden met een uitgebreid hofleven een goede habitat vormen voor de kunsten, ook de adel eromheen en de kerk omringde zich er mee.  

Als belangrijkste musicus uit die tijd geldt John Dowland, op 20 februari 1626 overleden; Chance opende daarom zijn programma met diens muziek, waarbij het beroemde ‘Flow my tears’. De componist en tekstdichter belicht in schrijnende verzen een groot leed dat hem terneer drukt en – zonder dat het expliciet genoemd wordt – een verloren liefde inhoudt. In de muziek verklankte Dowland in een treurende, langzaam voortgaande melodie zijn emoties. Chance zong het lied met ingehouden, soms iets zwellende expressie, met een mooi crescendo in de cynische slotregel ‘Happy they that in hell feel not the world’s despite’. Een lichtere en heerlijke melodie bedacht Dowland voor het liefdeslied ‘Come away, come sweet love’. 

John Dowland

Zittend vooraan op het podium zong Chance zijn repertoire zonder opsmuk, met naast zich de luitist Toby Carr, zijn vaste begeleider. Dat was de succes combinatie van destijds toen uit de renaissancistische stijl van polyfone liederen (madrigalen) het nieuwe genre van de ayre groeide: het eenstemmige lied met een simpele begeleiding van de luit, de ‘naked ayre’ naar een term uit die tijd. Dowland publiceerde er drie liedboeken vol mee. Hij was ook kampioen op de luit; hij liet zo’n honderd composities voor het instrument na. Toby Carr vulde het openingsblokje aan met zo’n luit solo. Het spel op de snaren klonk echter als een soort welluidend gerucht. Echt een instrument voor een kleine ruimte.  

Spannende Danyel 

 Rondom Dowland droegen diverse musici aan het nieuwe genre bij. Belangrijk was John Danyel die nauw samenwerkte met zijn dichtende broer Samuel. Uit hun bundel ‘Songs for the lute, viol and voice’ uit 1606 koos Chance drie nummers die een goede indruk gaven van de melodisch en ritmisch spannende muziek die Danyel schreef. Heel aantrekkelijk een lied over de verlegen Daphne die vlucht voor god Phoebus. Thomas Campion zou je met meer dan honderd liederen voor stem en luit ook als een kampioen in het genre kunnen betitelen. Het vrolijke en spottende ‘I care not for these ladies’ werden door Chance en Carr met elan tot leven gebracht. 

John Danyel

De periode waarin de Engelse vocale muziek opbloeide, valt samen met ontwikkelingen in Nederland. Maar hoeveel kleiner was de schaal waarin onze dichters als Gerbrandt Adriaansz Bredero en Pieter Cornelis Hooft hun liederen konden uitbrengen en componisten als Jan Pieterszoon Sweelinck en Johan Albert Ban werkten. Nederland kende geen hofcultuur, hoog uit een burgerlijke cultuursfeer zoals in de latere Muiderkring van P.C. Hooft. Bovendien gold in de calvinistische sfeermuziek als werk van de duivel. Hoe anders in Engeland waar de religieuze muziek bloeide ondanks de overgang van katholieke naar anglicaanse sfeer. 

Coloraturen 

In dat kader deed John Blow vruchtbaar werk, maar dan zitten we in de tweede helft van de zeventiende eeuw. De tijd dat ook Henry Purcell een fiks stempel drukte op de ontwikkeling van de Engelse muziek met opera. Heel mooi dat Alexander Chance de lijn van uit Dowland doortrok naar Blow en Purcell en van hen enkele liederen toevoegde. Zoals ‘Sweeter than roses’ van Purcell, onderdeel uit het toneelstuk Pausanias. Een lied met kenmerken uit de barokke operacultuur die groeiende was en in George Frederic Handel hoogtepunten bereikte. In ‘Sweeter than roses’, bijna een barokaria, vullen coloraturen de zanglijnen fraai op. Chance kon er zijn kwaliteit als barokzanger royaal in kwijt. In zijn recital liet hij zich kennen als een heldere mannenalt, met strak belijnde klankvorming en voortreffelijke dictie om de inhoud van de liederen, weliswaar zowel in het Engels als in mooie vertalingen afgedrukt, op verfijnde wijze op zijn publiek over te dragen. 

Als verrassing sloot hij zijn optreden zonder begeleiding af, vrijwel naadloos overgaand van John Blow naar een lied van Celia Harper. Geen ‘oude’ componiste, maar een hedendaagse musicus die helemaal in de stijl van de ayre een welluidend lied schreef: ‘My love gave me an apple’. Prachtig!  

 

Henry Purcell

Op 9 maart zendt de Concertzender de opname van het recital uit. 

In de serie Barok Vocaal, georganiseerd door Fred Luiten, keert Chance op 14 juni terug om in de grote zaal, samen met sopraan Emöke Baráth Pergolesi’s ‘Stabat Mater’ uit te voeren. 

 Verder lezen 

Alexander Chance gaf eerder een ‘perfect’ concert.

Alexander Chance is de zoon van de beroemde countertenor Michael Chance.

Vorig artikel

Zondagochtendconcert mag niet verdwijnen

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Franz Straatman

Franz Straatman