FeaturedRecensies

Counter Alexander doet de naam Chance eer aan

Het blijft een verrassend fenomeen dat de grote zaal van het Amsterdams Concertgebouw, zelfs met bijgezette stoelen op het podium, zich telkens laat vullen met liefhebbers (tegen de tweeduizend) van oude muziek, doorgaans uit het barokke tijdperk. Het is even opmerkelijk dat het Fred Luiten als concertorganisator al een dikke 25 seizoenen lukt. Zondag 11 februari zelfs met een programma waarin Pergolesi’s Stabat Mater de hoofdschotel vormde. Hoe vaak wordt deze meditatie over het mede-lijden van Maria met haar zoon Jezus niet uitgevoerd? Men krijgt er geen genoeg van. Zoals in dit middagconcert.

Portret door Domenico Antonio Vaccaro van (waarschijnlijk) Giovanni Battista Pergolesi,

Hier speelt het gegeven van wie er zingt een hoofdrol. Het moet gezegd: Luiten heeft een fijne neus, beter gezegd oor, om een opmerkelijke zanger of zangeres te contracteren. In het ‘Stabat Mater’ bracht hij twee contrasterende, en toch mooi samenklinkende stemmen bij elkaar: de Oostenrijkse sopraan Miriam Feuersinger en de Engelse countertenor Alexander Chance.

Nuchterder

Laat ik met de laatste beginnen: niet alleen de zoon van Michael, maar juist als artiest een voortreffelijke eigenheid. Zoals bleek in het solo-nummer dat hij voor de pauze presenteerde: de solo-cantate ‘Nisi Dominus (psalm 127) van Antonio Vivaldi. Met groot gemak kleurde hij zowel hoog als laag liggende passages met zijn heldere alt-geluid in. Hij fraseerde in een fraai samengaan met het barok strijkorkest Il Gardellino, de negen deeltjes voorbeeldig, inclusief soepel uitgevoerde versieringen. In dit optreden bleek hij de naam Chance eer aan te doen. Zijn vader, niet meer optredend, was in de jaren tachtig, negentig dankzij zijn stevige, maar ook fluwelige klank een tot het hart en de ziel sprekende zanger, vooral in het Festival Oude Muziek Utrecht. Zoon Alexander klinkt in vergelijking wat nuchterder. Het volgend seizoen keert hij terug met een heel recital.

Alexander Chance.

Eigen stijl

Ook een opvallende klank-ervaring leverde Miriam Feuersinger. Verwijzingen naar namen zijn niet altijd gewenst, maar in haar geval kun je zeggen: een sopraan met inderdaad vuur in haar expressie. Zij mocht als eerste soleren, in ‘Laetatus sum’ (psalm 121) van Pergolesi. Zij zong de negen onderdelen in dit feestelijke werk met grote kracht en soms te stevige aanzetten in de opmaten. Maar prachtig zoals zij in voorbeeldige combinatie met dirigent Korneel Bernolet en diens ensemble dynamische lijnen wist terug te nemen. Een sopraan met een eigen stijl van zingen en interpreteren.

Miriam Feuersinger. Foto: © Christine Schneider

Die twee vocale werelden vloeiden samen in dat magische ‘Stabat Mater’. Zonder uit te weiden over hoe wie wat zong, werd ik meegenomen in de stroom van vocale emoties die beide solisten, soms duetterend, dankzij de geniale Pergolesi konden etaleren. Het publiek barstte in gejuich uit voor de artistieke prestatie, gedragen door een, in expressie genuanceerd spelend Il Gardellino. Dirigent Bernolet gaf raffinement aan de uitvoering door tussen de delen spannende scheidingen aan te brengen.

Tussen alle vocale opwinding zorgde hoboist Marcel Ponseele voor een instrumentale genieting in de vorm van hèt hoboconcert van Tomaso Albinoni. Ponseele blies zijn lodisch aantrekkelijke partij in onopgesmukte stijl, teder begeleid door de strijkers.

Verder lezen

Franz Straatman sprak met Fred Luiten over meer dan 25 jaar Barok Vocaal.

 

Vorig artikel

Omroepkoor groots in Bruckners Mis in f

Volgend artikel

Intens Deutsches Requiem Haenchen

De auteur

Franz Straatman

Franz Straatman