Zangers tonen kwetsbaarheid in Harvest
Het Opera Forward Festival is in volle gang en de voorstelling ‘Harvest’, die in première ging op 12 maart 2026 in het Muziekgebouw aan ’t IJ, is er een onderdeel van. De voorstelling toert daarna nog door het land en is zeker de moeite van het bezoeken waard. Bo van der Meulen sprak voor Place de l ‘Opera met mezzosopraan en maker Cora Burggraaf, de initiatiefnemer van dit muziektheaterproject.*

‘Harvest’ brengt vier zangers samen pianist Miles Walter: Claron McFadden, Helena Rasker, Marcel Beekman en Andrew Watts. Voor elk van hen schreven verschillende componisten nieuwe stukken. Tussen de muziek door zien we filmfragmenten van Bowie Verschuuren waarin de zangers reflecteren op hun carrière en identiteit. Dat idee terugkijken, het oogsten van ervaring èn eigen keuzes, vormt de rode draad van de voorstelling.
Meesterschap
Claron McFadden opent de avond met ‘Balladyna’. Het stuk fungeert als een showcase voor haar grote veelzijdigheid. Op een groot projectiescherm rechts zien we een trage zwart-witfilm met close-ups van haar gezicht. Het prachtige beeld toont hoe het leven sporen heeft nagelaten, die nu juist een intrigerend geheel vormen. Die visuele eerlijkheid correspondeert met haar stem: misschien niet overal meer volledig rond, maar rijk aan expressie, timing en nuance. Het samenspel met de piano krijgt het karakter van een intense dialoog. McFadden vertolkt meerdere personages in een vertelling gebaseerd op een bekend Pools romantisch toneelstuk, dat hier een onverwachte wending krijgt en eindigt met de bekentenis: “I killed her.” De muziek van de jonge componist biedt vooral de zangeres een podium waarop zij haar meesterschap toont. Lyrisch zingen, spreken, stemkleur variëren, fluisterend fraseren en het volledig beheersen van timing en dynamiek: het lijkt bijna een auditiefragment. Compositorisch misschien geen bijzonder werk, maar het benut wel alle sterke kanten van haar stem. Bovendien is zij uitstekend verstaanbaar, iets wat later bij andere zangers niet altijd het geval is.

Vrouw niet als archetype
Na een filmfragment waarin de zangers spreken over hun carrière, verschijnt Helena Rasker met ‘What’s in a Name?’ van de jongste componiste van de zes; Yumi Augustine (2003). Tijdens de uitvoering van dit stuk staan alle vier de zangers op het podium in een mooie configuratie (Ira Judkovskaja). De muziek is melodisch en misschien enigszins voor de hand liggend, maar Raskers warme en fijne stem komt er fraai in tot haar recht. Het werk heeft de vorm van een klein monodrama. Het thema sluit aan bij de centrale gedachte van de cyclus: hoe vrouwen vaak gereduceerd worden tot archetypen zoals “moeder”, “tante” of “oude vrouw”. In één van de filmpjes zegt Helena dat als zeer storend te ervaren en ze neemt er met humor afstand van. Zij eist haar eigen naam en identiteit terug. Het stuk eindigt met de veelzeggende zin: “Any name will do, but I give you mine. It’s Helena.” Een eenvoudig, maar effectief moment dat het publiek direct raakt.

Metafoor
In het daaropvolgende werk van Rob Zuidam, gezongen door countertenor Andrew Watts, staat de beroemde mimekunstenaar Deburau centraal, bekend om zijn rol als Pierrot. De muziek is intrigerend en dramatisch, maar de verstaanbaarheid van Watts blijkt voor een deel van het publiek een probleem. Dat is jammer want hoewel Rob Zuidam met zijn meer dan een dozijn voltooide opera’s een routinier is, is het verhaal toch een wezenlijk onderdeel van deze voordracht. Maar wie zich op de tekst heeft voorbereid kan de inhoud goed volgen. De protagonist verzet zich tegen het beeld dat anderen van hem hebben, door het ouder worden; “Boy, I am not Pierrot.” Roept hij uit. Visueel wordt dit krachtig ondersteund. Op het projectiescherm is een rode jongleurs bal te zien die hij steeds opnieuw de lucht in werpt. Gaandeweg wordt het moeilijker om de ballen in de lucht te houden. Het beeld werkt als een metafoor voor het voortdurende balanceren van identiteit en rol. Op het moment van de uitroep gooit Andrew Watts ook een daadwerkelijke bal naar het scherm, die uiteen spat in rijstkorrels. Een sterk en treffende theatrale vondst.

Emotioneel middelpunt
Met ‘Through the Village’ bereikt de voorstelling haar emotionele middelpunt. Marcel Beekman zingt dit werk, van Yating Wang op een uit het Duits naar het Engels vertaalde tekst van Peter Handke, een dramatische, filosofische monoloog met een indrukwekkende intensiteit. Zijn karakterstem geeft het stuk een rauwe directheid. Deze jonge componist benut misschien niet de volledige omvang van de lastige tekst, maar de Chinese componist die in Den Haag studeert, geeft Beekman wel veel ruimte en weet de compositie transparant te houden waardoor de voordracht alle nadruk krijgt.
Marcel Beekman toont kwetsbaarheid het sterkst
Beekman gaat er voor; hij staat bijna zonder bescherming op het podium, alsof hij zich letterlijk blootgeeft. De projecties tonen hier eenvoudige beelden van duinlandschap. Zonder theatrale opsmuk loopt Beekman het toneel op en begint zijn verhaal met een kracht die alleen een ervaren performer kan hebben. Een reeks emoties volgen: spanning, twijfel, vastberadenheid en hoop. De stem snijdt door de zaal en is heel erg ontroerend. Het resultaat is een moment van opvallende eerlijkheid. Schoonheid lijkt hier minder belangrijk dan waarheid en emotie. Juist die rauwe intensiteit maakt het tot een van de hoogtepunten van de voorstelling.

Piano als partner
Compositorisch krijgen we dan een interessant stuk. De Belgische componist Annelies Van Parys (1975) is huiscomponist van Muziektheater Transparant in België. Haar werk kenmerkt zich door een hoge theatraliteit in de muziek. Dit werk biedt een nieuwe lezing van het verhaal van ‘Blauwbaard’. In deze interpretatie is Judith geen passief slachtoffer, maar een vrouw die zelf de regie neemt. Het stuk onderzoekt macht, verlangen en overgave. Judith lijkt haar eigen lot bewust te kiezen en commandeert Blauwbaard zelfs om haar te gebruiken of pijn te doen. Daarmee ontstaat een ongemakkelijke, sadomasochistische spanning. De interactie tussen McFadden en de piano speelt hierin een belangrijke rol. De piano wordt als het ware een partner. McFadden leunt over het instrument, raakt het aan en verleidt het. Soms voelt het publiek zich daardoor eerder voyeur dan deelnemer. De aandacht richt zich sterk op de fysieke relatie met het instrument en minder op het publiek zelf waardoor ook iets van de spanning helaas wegvloeit.

Piano klok en slagwerk
De piano is mogelijk dus Blauwbaard maar omdat Judith in het Bijbelverhaal Holofernes verleidt en doodt zou dat ook nog kunnen. De pianist benut het instrument in opdracht van de componist, als een klein slagwerkensemble. Met stokken voor gong en andere voor percussie bedoelde stokken worden de snaren aangeslagen door met pianist Miles Walter , er wordt getokkeld en op de kast geslagen. Het levert een rijk palet aan klankkleuren op en creëert een eigen, spanningsvolle sfeer. Je hoort in gedachten deuren sluiten, maar ook letterlijk een klok die slaat of tikt, het klok element komt meerdere malen voor. Een mooie en theatrale rol voor pianist Miles Walter. Hij toont zich een uiterst begeleidend en dienstbare pianist. Wel vond ik het totaal beeld zo homogeen dat iets meer tegenkleur en eigenheid zou bijdragen, maar verder een solide en passend spel.
Leerling/meester
Na Claron McFadden’s interpretatie van Van Parys, neemt Andrew Watts het podium met een werk van de pianoleraar; ‘Lesson’. In dit stuk reflecteert hij op zijn identiteit, waarbij hij de spanning tussen zichzelf en de rol als piano leraar uitdiept. De tekst van Molly Pepper Steemson verbeeldt een relatie tussen leraar en leerling waarin ambitie en controle elkaar versterken. De muziek gebruikt herhalende motieven en een bijna mechanische puls die de druk van prestatie voelbaar maakt. De tekst; “zijn we wel klaar voor de competitie” spreekt boekdelen; het afwijzen van de leerling door de jury die de pianoleraar opgeleid heeft houdt een directe afwijzing van hemzelf in. Watts vertolkt dit heel mooi en intens.

Identiteit
Calliope Tsoupaki’s compositie ‘Becoming’ vormt een meer contemplatief moment. De tekst van Maria Barnas beschrijft een innerlijke transformatie. Hier klinkt de muziek verstild, met lange lijnen en een bijna rituele sfeer, iets tussen lied en aria in. De Griekse componist was componist des vaderlands en schreef een degelijke compositie. Helena Rasker sluit de cyclus af met een werk waarin zij niet alleen haar naam opeist, maar ook haar recht om gezien te worden als een compleet persoon, voorbij archetypen. Dit slot is verhalend, intens en met haar warme, romige altstem brengt Rasker de hele cyclus samen. Het einde laat het publiek achter met een duidelijke boodschap: de eigen stem en identiteit zijn de ware oogst van een leven.

Female gaze
Het centrale idee van ‘Harvest’ sluit aan bij wat men een female gaze kan noemen: vrouwen worden niet bekeken, maar spreken zelf. De voorstelling onderzoekt hoe vrouwelijke personages traditioneel worden benoemd en ingekaderd, en verschuift dat perspectief. In Yumi Augustine’s ‘What’s in a Name’ weigert Helena Rasker nog langer aangeduid te worden als ‘moeder’, ‘tante’ of ‘oude vrouw’, en eist zij haar eigen naam op. Ook Annelies Van Parys’ ‘Judith’, toont een vrouw die de geschiedenis van Blauwbaard zelf (her) formuleert. De dramaturgie bestaat uit afzonderlijke portretten in plaats van één lineair verhaal, waardoor meerdere vrouwelijke stemmen naast elkaar kunnen bestaan. Tegelijk laat de aanwezigheid van mannelijke figuren, zoals in Rob Zuidams ‘Deburau’ en ‘lesson’ van Boondiskulchok zien hoe sterk het theaterrepertoire traditioneel rond mannelijke protagonisten is opgebouwd. Zelf had ik de voorstelling sterker gevonden door alleen het vrouwelijk perspectief te kiezen, maar ik begrijp dat dit meer genuanceerd over komt en helpt de ‘male gaze’ bezoekers de boodschap te verteren.

Epiloog
In die samenhang eindigt ‘Harvest’ als een boeiende reis door de ziel van vier zangers, waarin persoonlijke groei en muzikale diversiteit samenkomen. Een gelaagde, gevarieerde avond die niet enkel om de muziek draait, maar ook om het persoonlijke verhaal van de zangers. Wat staat hier een rijkdom op het podium! Niet alle stukken zijn even memorabel, maar de combinatie van muzikale kracht, theatrale vondsten en persoonlijke reflectie maakt dit tot een boeiende, soms ontroerende reis.
Harvest gaat op tournee.
27 mei 2026 – O Festival – De Doelen https://o-festival.nl/
8 oktober 2026 – Concertgebouw Brugge
8 december 2026 – TivoliVredenburg
3 maart 2027 – Leiden Stadsgehoorza