Achtergrond

Opera Europa: stel meer vrouwen aan

Kopstukken uit de Europese operawereld zijn momenteel bijeen in Amsterdam voor een conferentie van vakorganisatie Opera Europa. Centraal staat de vraag naar de toekomst van opera. Tijdens de openingsbijeenkomst op donderdagmiddag in Nationale Opera & Ballet werden de eerste ideeën gepitcht.

Nationale Opera & Ballet in Amsterdam. (© Luuk Kramer)
Nationale Opera & Ballet in Amsterdam. (© Luuk Kramer)

De vraag waar het naartoe moet met de kunstvorm opera is een vraag die eigenlijk doorlopend op de agenda van Opera Europa staat. Tijdens een conferentie in Wenen drie jaar geleden was het al de leidraad in alle gesprekken en ook nu is het de vraag die operabazen en hun medewerkers het meeste lijkt bezig te houden.

Donderdagmiddag verwelkomde Nationale Opera & Ballet ruim vierhonderd deelnemers aan het Waterlooplein. Zij zullen zich gedurende drie dagen buigen over toekomstvragen rond artistieke keuzes, techniek, marketing, fondsenwerving en educatie. Aanwezig zijn afgevaardigden van gezelschappen uit werkelijk alle windstreken. Opvallend is dat veel intendanten de moeite hebben genomen om zelf naar Amsterdam af te reizen, in plaats van secondanten te sturen. Een indicatie dat het nadenken over de toekomst van opera steeds urgenter wordt?

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kreeg het eerste woord en maakte onomwonden duidelijk hoe belangrijk ze opera vindt. Waar veel mensen, waaronder sommige van haar collega’s in Den Haag, opera als irrelevant en elitair wegzetten, noemde zij het een “vitaal instrument en een barometer van onze sociale beschaving”.

De minister toonde zich geïnteresseerd in actuele doordenkingen van aloude operalibretti. Ze kwam zelfs met een eigen productie-ideetje: waarom niet een Don Giovanni opvoeren met een zwarte Giovanni, geënsceneerd tegen de achtergrond van de losse seksuele moraal in de Antilliaanse cultuur en de wortels die dat heeft in de slavernij? Wellicht dat één van de vele regisseurs in de zaal er brood in zag.

Coproducties

Pierre Audi, intendant van De Nationale Opera, hamerde evenals de minister op het belang van opera. “Wat ons hier allemaal verbindt, zijn twee woorden: opera matters”, zei hij. “ Maar dat proberen zichtbaar te maken, dat is niet makkelijk.”

Audi introduceerde ook het thema van de conferentie: ‘Theatre of the world’, vernoemd naar de nieuwe opera van Louis Andriessen, die eerder deze week in première ging in Theater Carré. “’Theatre of the world’ is een ander woord voor opera”, meende Audi. “In alle mogelijke betekenissen. Opera is één van de meest internationale kunstvormen. Tegelijkertijd is opera heel erg verbonden aan de lokale gevoeligheden en de lokale mentaliteit. Sommige coproducties worden laaiend enthousiast ontvangen in de ene stad, maar vallen helemaal verkeerd in een andere stad.”

Volgens Audi is het een uitdaging voor de operawereld om goed met dit spanningsveld – een internationale kunstvorm voor een lokaal publiek – om te gaan. “Zeker nu coproducties toenemend belangrijk worden.”

Vrouwen

Hoofdmoot van de conferentieopening was een presentatie van onderzoeker Erwin Roebroeks, die zijn gebruikelijke werk in de kringen van de oude en de hedendaagse muziek even heeft geparkeerd om zich in de operawereld te verdiepen. Zijn buitenstaandersblik moet bruikbare handvatten opleveren.

Roebroeks heeft vele operaprofessionals in Europa geïnterviewd over de toekomst van opera. In zijn voordracht deed hij een aantal losse observaties, zoals het feit dat maestro- en divagedrag een negatieve invloed op de kunstvorm heeft, dat er nog niet genoeg kleine, experimentele speellocaties zijn en dat er erg weinig vrouwen te vinden zijn in de rollen van intendant, dramaturg en maestro, terwijl in de meeste opera’s de hoofdrol voor vrouwen is weggelegd.

De conferentie is vernoemd naar het nieuwe werk van Louis Andriessen dat momenteel in Theater Carré is te zien. (© Ruth Walz)
De conferentie is vernoemd naar het nieuwe werk van Louis Andriessen dat momenteel in Theater Carré is te zien. (© Ruth Walz)

Op die laatste bevinding baseerde Roebroeks één van zijn aanbevelingen: stel meer vrouwen aan in leidende posities rond producties. Volgens hem leidt dat tot nieuwe perspectieven op operalibretti, en dat zal een gunstige invloed op de toekomst van opera hebben.

In een korte reactie op Roebroeks’ verhaal onderstreepte Holland Festival-directeur Ruth Mackenzie de oproep van de onderzoeker. En ze trok het pleidooi voor diversiteit breder. “Is opera wel een Europese kunstvorm? Wat is Europa? En wat is de Europese cultuur?” vroeg ze. “Culturen worden gebouwd door te lenen en te delen. Wat is dus de échte betekenis van ‘theatre of the world’? Hebben we bijvoorbeeld oog voor de antieke operakunst uit China?”

Mackenzie vindt dat er nog niet genoeg gedaan wordt om verschillende culturele groeperingen in de samenleving met opera te bereiken. “We zijn hier allemaal experts in het bereiken van publiek. Maar gaan we ver genoeg?”

De vragen die Mackenzie, Roebroeks en Audi opwierpen, zullen deze dagen verder besproken worden. En waarschijnlijk tijdens nog vele volgende conferenties van Opera Europa. In de woorden van Sir Peter Jonas, een bestuurslid van Nationale Opera & Ballet die ook een paar minuten spreektijd kreeg: “Een visie vormen is makkelijk. Maar die visie vervolgens realiseren…”

Zie voor meer informatie de website van Opera Europa.

Vorig artikel

Grachtenfestival 2016 gepresenteerd

Volgend artikel

Bioscopen vertonen Londense Werther

De auteur

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is journalist en muziekliefhebber. Hij richtte in januari 2009 Place de l'Opera op en leidt sindsdien het magazine.

5Reacties

  1. Sam
    18 juni 2016 at 00:06

    Ik heb al 3 vrouwelijke dirigenten gehoord: Simone Young, Simone Young en Simone Young…

  2. Olivier Keegel
    18 juni 2016 at 10:08

    Roebroeks stelt dat er weinig vrouwen te vinden zijn “in de rollen van intendant, dramaturg en maestro (sic!), terwijl in de meeste opera’s de hoofdrol voor vrouwen is weggelegd.” Waarschijnlijk hebben we ook meer veldwachters nodig als regisseur van politiefilms.

  3. kersten
    18 juni 2016 at 21:17

    Nou, ik wil ook wel zo`n `losse observatie doen`, nl. `dat er erg weinig vrouwen te vinden zijn` onder fanatieke cd-verzamelaars en dito operabezoekers. Zou er misschien wel eens sprake van een oorzakelijk verband kunnen zijn, meneer Roebroeks? In de museumwereld bij voorbeeld ontbreekt het niet aan vrouwen in leidinggevende functies.

  4. Shmulik Lipniski
    22 juni 2016 at 11:19

    Sam, Er zijn echt meer vrouwelijk dirigenten dan Simone Young.
    Marin Alsop, Jane Glover, Emmanuelle Haim, Xian Zhang en nog veel meer.

  5. Mauricio
    23 juni 2016 at 12:24

    Vrouw of man, het maakt niets uit als maar kwaliteit en kennis aanwezig zijn in de operahuizen maar dit is helaas bijna onvindbaar tegenwoordig en dan maar klagen dat ‘het publiek’de rug toekeert, moe van de zoveelste regie/concept van louter amateurs die door de wereld gaan als regisseurs en die vaak niet eens een partituur kunnen lezen!
    Daar moet erop gelet worden, het operabedrijf is een vaak lachwekkend carrousel van bijna altijd dezelfde namen geworden die als sprinkhanen van het ene naar het andere theater verhuizen, vaak enkel ellende achterlatend en die astronomische honoraria incasseren zonder gêne.