AchtergrondBinnenkortFeatured

Vijf vrouwen over Opera Zuids Zauberflöte

In haar enscenering van Mozarts Die Zauberflöte zet regisseur Jorinde Keesmaat de schijnwerper op de drie vrouwen. Op 8 november gaat de productie in première bij Opera Zuid in Maastricht. In lijn met de keuzes van de regie sprak François van den Anker met de regisseur en de vier zangeressen van de belangrijkste rollen.

Jorinde Keesmaat presenteert haar herinterpretatie van Die Zauberflöte. (© Bjorn Frins)

Om allerlei redenen is Jorinde Keesmaat, die de laatste jaren weinig in Nederland en veel in New York werkte, in een laat stadium gevraagd voor de regie van Die Zauberflöte bij Opera Zuid. Klassieke opera is niet onbekend voor haar; ze ensceneerde in 2015 La clemenza di Tito in Montpellier. Tijdens een driejarige residentie in New York bij het Center for Contemporary Opera werkte ze vooral met nieuw repertoire. Haar enscenering van Louis Andriessens Anaïs Nin & Odysseus’ Women was ook enkele malen in Nederland te zien.

Keesmaat heeft net in het donker van de theaterzaal met de technici en de ontwerpers aan het lichtplan voor de voorstelling gewerkt. Er is veelkleurig licht en er zijn kunststoffen boxen, waarin, om het echt te maken, af en toe een theatertechnicus te zien is op de plaats waar de zangers zullen staan.

De regisseur vergelijkt haar recente ervaring in de VS met het werken aan deze opera voor Opera Zuid. “Ik werk veel in Amerika, waar je op een goede manier heel compact leert werken”, vertelt ze. “Wat we hier bij Opera Zuid doen – met weinig mensen en weinig middelen – is een klein wonder, dat mogelijk is door hard werk en ieders grote inzet. Diep, diep respect dat Opera Zuid dit voor elkaar krijgt. Ik vind het fantastisch om in mijn eigen taal te werken, met zo veel Nederlandse zangers op het podium.”

“Een groot verschil met Amerika is dat opera hier een gesubsidieerde kunstvorm is. Er wordt hier veel onderling geleend. Onze windmachine hebben we bijvoorbeeld van Toneelgroep Amsterdam kunnen lenen. In de VS is het commerciëler. Je moet voor alles betalen en de prijzen zijn hoger. Hier gunt men elkaar meer en wordt er onderling geholpen.”

“Ik bewerk altijd alles”

Toen je gevraagd werd, was er al een titel, Die Zauberflöte. Wat dacht je?
“Mijn eerste gedachte was: de meest opgevoerde opera ooit, wat moet ik daarmee? Ik ga het nooit winnen van de mythe die om deze opera heen hangt. Maar het is natuurlijk ook een enorme uitdaging om juist zo’n beroemde opera onder handen te nemen.”

Wat waren je eerste associaties voor de enscenering?
“Ik wilde het verhaal vertellen vanuit het vrouwelijke perspectief. Hoe en wat wist ik nog niet, maar meteen was duidelijk dat ik sterk wilde bewerken: schrappen in de dialogen en een doorlopend geluidsdecor maken. Ik bewerk altijd alles – ik heb Anaïs Nin & Odysseus’ Women van Andriessen ook bewerkt – maar het is anders bij een stuk met zo’n sterke opvoeringstraditie. Ik moet het herscheppen en door mijn ogen moet ik het opnieuw creëren. Ik heb veel respect voor de componist en de librettist, maar zij reiken mij als een volgende kunstenaar hun werk aan en dan ga ik daar heel vrij mee aan de slag. In deze voorstelling voeg ik gesproken tekst toe.”

Er zijn mensen die spontaan uitslag krijgen van zulke vrije opvattingen over een enscenering.
“Puristen zullen het niks vinden. Maar kijk naar hoe Mozart in zijn tijd met zijn eigen werk omging: hij herschreef voor andere zangers en was ongelofelijk flexibel. Dus ik vind het geen vraag voor mij.”

Lilian Farahani, Bart Driessen en Ginette Puylaert in Die Zauberflöte. (© Joost Milde)

Wat heb je gedaan met de opera?
“Ik noem het een herinterpretatie, met als uitgangspunt de rol van de vrouw. In deze opera wordt de man ongelofelijk geholpen in zijn ontwikkeling naar volwassenheid, zijn initiatiereis, en de vrouw niet. Wat ik doe, is de vrouw meer stem geven. Maar het gaat me om alle personages, alle ‘jonkies’, die hun reis maken naar authenticiteit, met als vragen: wie ben ik en wie wil ik zijn? Die kernvragen zijn net zo belangrijk voor Tamino en Pamina als voor Papageno en Papagena. In veel ensceneringen, zeker door mannen, is er heel weinig vrouwelijk vocabulaire. Vrouwen hebben veel meer kleur en veel complexere karakters dan je soms ziet in opera.”

Je begint met een proloog op een tekst van Simone de Beauvoir. Vanwaar die keuze?
“De Beauvoir schreef dat ze, toen ze nog op de Sorbonne zat, zich deze vragen stelde: ‘Wie ben ik nu als jonge vrouw op een keerpunt in mijn leven? Wat wordt van mij verwacht? Ik voel ze kijken en moet me gaan verhouden tot de maatschappelijke verwachtingen als vrouw.’ Maar eigenlijk zegt De Beauvoir: laat me nog even. Onze proloog gaat over dat verlangen. De tekst wordt gesproken door de drie vrouwelijke hoofdpersonages: Pamina, de Koningin van de Nacht en Papagena.”

“Ik speel meer hard to get”

Een paar kilometer verderop in Maastricht, in het huistheater van Opera Zuid, is de ‘Sitzprobe’ gaande, met het orkest en de zangers onder leiding van dirigent Benjamin Bayl. Sopraan Lilian Farahani repeteert haar rol van Pamina met tenor Peter Gijsbertsen, die als Tamino weer eens in een operarol in Nederland te zien is. Het klinkt alsof Mozart zijn muziek voor hun stemmen heeft gecomponeerd. De twee koninginnen van de nacht hebben nog even rust; de jonge Papagena oefent met haar Papageno Michael Wilmering hun duet.

De rol van Papagena wordt gezongen door sopraan Ginette Puylaert. Het wordt haar roldebuut. Ze studeerde na de auditie op de rol en ontdekte tijdens de repetities dat haar Papagena anders is dan vaak wordt voorgesteld. “Ik speel meer hard to get naar Papageno, en laat hem werken om me te krijgen, in plaats van dat ik braaf kom aanhobbelen om kinderen te maken.”

Hoe las je het plan van Jorinde Keesmaat?
“Ik herkende mezelf meteen in de tekst van De Beauvoir, waar we mee openen. We zijn bij de proloog letterlijk ingepakt als vrouwen wanneer we die tekst spreken; dat is zo’n krachtig moment om te kunnen spelen. In de proloog zit de zin: ‘Ik wil liefhebben, maar eerst wil ik weten wat ik zelf waard ben.’ Later in de voorstelling komt die zin nog terug in de tekst van Lilian als Pamina: ‘Ich will lieben, doch zuerst will ich wissen wer ich selbst bin’. Voor mij is het een kernzin in de voorstelling.”

Haar favoriete scène is – onvermijdelijk – het duet met Papageno. “Papagena heeft Papageno al een paar keer gezien, maar ze speelt een spelletje met hem. Ze wil hem nog meer laten smachten en het overvalt haarzelf óók als ze denkt: dit is de echte liefde. In het duet gaan ze pas voor het eerst voor een ‘geregistreerd partnerschap’.”

Hoe is je rol vertaald naar een kostuum?
“Wat ik draag is – in elk geval voor Papageno – verleidelijk. Onze kostuums zijn enorm uitvergroot, ik heb een soort Barbie-vormen. Maar ondanks al dat roze staat Papagena goed op haar benen!”

Peter Gijsbertsen en Michael Wilmering als Tamino en Papageno met de Drei Damen Fenna Ograjensek, Florieke Beelen en Lien Haegeman. Op de achtergrond Ginette Puylaert als Papagena. (© Joost Milde)

Terug naar het Theater aan het Vrijthof, waar Jorinde Keesmaat vertelt hoe blij ze was met de positieve reacties van de castleden op haar herinterpretatie. “Het concept spreekt de zangeressen heel erg aan. In het maakproces werd het van een concept naar een persoonlijke missie voor de zangers. Ik hoefde ze niet erg te overtuigen.”

En de mannen?
“Waut Koeken zei me: ik heb nog nooit zo’n kleurrijke Tamino gezien. Die wordt altijd in het hokje gezet van de sneue prins die alles overkomt, maar dat vind ik niet boeiend. Bij mij zijn hij en de anderen jonge mensen die allemaal nieuwe dingen meemaken. Ik heb het idee dat de mannen best blij zijn. Natuurlijk maken we onderling wel harde grappen over dat dit een vrouwenopera is.”

“De koningin alleen als woedend neerzetten is niet interessant”

Twee sopranen zingen om en om de coloratuurrol van de Koningin van de Nacht. Lisa Mostin, die vorig seizoen Dede zong in de bekroonde Opera Zuid-productie A Quiet Place, legt uit: “Het zijn veertien voorstellingen in een maand, dat is vocaal zwaar, zeker in combinatie met lange reisdagen en het winterseizoen.”

De andere koningin is de Frans-Duitse sopraan Morgane Heyse. Veel mensen zagen haar vorig jaar in Zauberflöte Requiem van Holland Opera. “In die productie, die Mozarts requiem met deze opera combineerde, zag je meer over het verleden van de koningin, over hoe ze haar dochter Pamina verloor. Zo kon ook de relatie tussen de koningin en Sarastro beter worden geduid.”

Morgane is blij met de manier waarop haar rol wordt ingevuld in de Zauberflöte van Opera Zuid. “Meestal wordt de koningin geportretteerd als een boze vrouw. Wat Jorinde over haar schreef, past bij wat ik zelf denk. Ik zoek naar diepte in mijn rollen en de koningin alleen als woedend neerzetten is niet interessant. We hebben er lagen en betekenis aan toegevoegd.”

Lisa Mostin: “De koningin is, vergeleken met de anderen, ouder. Ze zit in een heel andere fase van haar leven. Haar dochter Pamina staat voor hetzelfde als zij ooit deed. Ze vindt haar dochter jong en naïef. Aan het einde heeft de koningin van haar dochter geleerd en vergeven ze elkaar. Dan zie je – met een deel van het kostuum uit – hun kwetsbaarheid, zonder de lagen.”

“Wat een eikels!”

Sopraan Lilian Farahani moet aan het eind van een lange repetitiedag nog aan de bak met de aria van Pamina, ‘Ach, ich fühl’s’. Als ze het stuk gezongen heeft, vertelt ze: “Deze aria wordt beschouwd als één van de mooiste en meest kwetsbare aria’s van het operarepertoire. Het is voor iedereen altijd spannend, ook voor mij. Het is de naaktheid, de kwetsbaarheid die hem bijzonder maakt. Pamina wordt genegeerd door Tamino. Ze voelt zich voortdurend geparkeerd; niemand praat tegen haar. Het is erger dan de dood, zingt ze. Het is een wanhopig moment.”

Lilian Farahani als Pamina en Bart Driessen als Sarastro. (© Joost Milde)

“De aria heeft een enorme traditie en er zijn bepaalde conventies. Zo wordt er van je verwacht dat je een pianissimo maakt waar dat niet in de noten staat. En dat je het heel klein zingt. Maar Pamina is ten einde raad en dat strookt niet met het kleine van de aria. Ik moest daar mentaal uitbreken en teruggaan naar: wat heeft ze meegemaakt, wat voelt ze en wat staat er daadwerkelijk in de partituur? Pamina gaat niet zitten huilen, ze is boos! Wat een eikels! In die aria verliest ze zichzelf vanuit het gevoel van frustratie.”

Je hebt dit jaar Woman, the making of gemaakt, een cd met stukken van Jake Heggie over vrouwen. Loopt daar voor jou een lijn naar deze rol?
“Ik heb in het afgelopen jaar mijn zoektocht naar de rol van vrouwen, ook in de stukken van Heggie, gemaakt en dit voelt nu als een natuurlijke aansluiting op waar ik de afgelopen tijd mee bezig ben geweest. Het is een mooie rol, met een fijne cast en een interessant concept. Voor mij persoonlijk voelt het als iets wat blijkbaar nu moest gebeuren.”

“Daar heb je een regisseur voor”

Het persoonlijke van de benadering van Jorinde Keesmaat roept de vraag op naar het werkproces. Heeft dat verbinding met het thema van de opera? Keesmaat zegt: “Ik ben mezelf, ik probeer dapper te zijn en dappere besluiten te nemen. Ik zoek naar mijn eigen ‘vocabulaire’ en ben democratisch. De zangers zijn mijn ‘materiaal’. Ik maak het fysiek en duw ze soms over een grens, maar altijd met vertrouwen en respect. Zo proberen ze dingen uit die ze zelf niet zouden doen. Daar heb je een regisseur voor.”

Die Zauberflöte van Opera Zuid gaat op 8 november in première in Maastricht en is daarna door het hele land te zien. Zie voor meer informatie de website van Opera Zuid.

Vorig artikel

Cité de l’Opera: Jan, Luca en Bing

Volgend artikel

Sprookjes onder de loep bij Kameroperahuis

De auteur

François van den Anker

François van den Anker