FeaturedInterviews

Kostuums maken de man Richard Meijer.

De Nieuwjaarsconcerten van André Rieu zijn al jaren super populair. De Ziggo Dome is volledig uitverkocht. Eén man heeft in ieder geval een fantastische plek bij die concerten, op het podium: bariton Richard Meijer, die na ruim 17 jaar zijn plek in het Koor van De Nationale Opera opgeeft, maar wel blijft zingen bij André Rieu.

Richard Meijer in kostuum van Laurent Pelly i.s.m. Jean-Jacques Delmotte, voor La Cenerentola in 2019 bij De Nederlandse Opera. Foto: © Privé collectie Richard Meijer.

Loopbaan

Richard Meijer, die al in de box zong en neuriede, kijkt terug op zijn veelzijdige loopbaan. ‘Het was een mooie carrière tot nu toe’, zegt hij; ‘ik heb altijd vanuit mijn gevoel en intuïtie gehandeld en weet nu dat dat de juiste weg was.’ Hij vertelt  openhartig over zijn encefalitis, zijn herstel en zijn beslissing om na ruim 17 jaar het koor van De Nationale Opera te verlaten om door te walsen als solist en in het koor bij André Rieu.

Kleermakerszit

Zijn familiegeschiedenis ontvouwt zich als een lint door tijd en ambacht. Aan vaderskant kleermakers: mannen die vanaf hun twaalfde op tafel zaten in kleermakerszit, met spelden in de mond en vaste handen. Zijn vader werkte aan de Keizersgracht in Amsterdam, maakte kostuums, ook voor de opera en maatpakken voor Minister Luns; “precisiewerk”, weet Richard Meijer te vertellen. Werk dat dezelfde concentratie vroeg als een goed geplaatste noot. Want het liefst was zijn vader eigenlijk musicus geworden.

Richard Meijer in concertkleding. Foto: Privé collectie Richard Meijer.

Daarom verbaast het niet dat muzikaliteit in dit gezin geen luxe was, maar een vanzelfsprekendheid. Zijn moeder is nu 91 jaar en zingt nog steeds hoge sopraan in een koortje. Richard Meijer, geboren in Culemborg, groeide op in Ittervoort en op zijn vierde speelde hij op de accordeon bij zijn vader op schoot; ‘Oh when the saints go marching in’.  Bij de verplichte blokfluitles op de muziekschool kon hij eigenlijk al niet wachten. De trompet riep hem en hij was zeven toen de muziekschool doorhad dat dit talent geen wachttijd nodig had. Binnen twee jaar zat hij al bij de fanfare. “De toonladder kon ik na een week,” zegt Richard. Op twaalfjarige leeftijd had dit jonge kleine fenomeen al een eigen big band opgericht, want dat was de muziek waar zijn hart sneller voor sloeg. Aan dirigeren begon hij ook meteen met een zelfgemaakt dirigeerstokje van een kurk en een vishengel van zijn vader. Zijn bigband repeteerde in de garage en moeder bakte cake, zelf fietste Richard twintig kilometer om de bigband bladmuziek op te halen.

Conservatorium en buitenland

Hij studeerde zang aan het conservatorium in Maastricht, na zijn studie werkte hij ruim 13 jaar in Duitsland, waar hij verbonden was aan het Stadttheater Aachen. Daar deed hij ervaring op in opera, operette en muziektheater. Richard; ‘Het koor was klein, zo’n tweeëntwintig mensen, dus je deed alles: van Lohengrin tot nieuw werk, grote en kleine stukken. Ik kende geen enkele opera toen ik begon, ik heb daar zó veel ervaring opgedaan.’ Parallel daaraan bleef Richard actief in oratorium en lied, en leidde hij 2Enjoy en Timeless. Ook maakte hij educatieve producties voor kinderen. Zijn carrière omvat inmiddels meer dan honderdvijftig muziek- en theaterproducties in verschillende genres en podia.

Terug in Nederland

Sinds 2010 was hij vast lid van het koor van De Nationale Opera, waar hij ook regelmatig solistisch optrad. Daarnaast bleef hij actief in Maastricht als trompettist en als leider van de band RIGI. Hij zingt al meer dan 18 jaar bij André Rieu mee in de zomer ‘op het mooiste plein van Nederland’ zoals hij zelf zegt: op het Vrijthof in Maastricht waar hij al veertig jaar woont samen zijn zeer geliefde vrouw Hellen, die hij veertig jaar geleden ontmoette op het conservatorium in Maastricht, ze is ook zangeres.

Richard Meijer en echtgenote Hellen in een productie van Battaclan van Jacques Offenbach. Foto: ©Privé collectie Richard Meijer.

Snelle korte vragen aan Richard door Place de l’Opera:

Wanneer werd het serieus?

“De eerste die mij echt “ontdekte” was zangeres Ingrid Capelle. Zij hoorde mij praten toen ik op kamers zat en zei: “Jij hebt echt een mooie stem je moet gaan zingen en je bent een podiumbeest.” Dat heeft iets in gang gezet. Ik deed nauwelijks voorbereid auditie, werd aangenomen en heb ik in vier jaar alles afgerond.”

Wie waren je belangrijkste leraren in die beginperiode?

“Mijn allereerste docent was Ton Thissen, een bas die ook solistisch zong, bij hem heb ik kort les gehad totdat hij met pensioen ging en toen kwam ik bij Rachel Ann Morgan terecht. Zij had in de jaren negentig veel rollen gezongen bij de Nationale Opera, en was harpist bij het Nationale Ballet. Je leert van rollen, van dirigenten, van collega’s. De lessen van de lyrische tenor uit Parijs, Christian Papis brachten me het echte inzingen bij: openmaken, adem, hoe je een stem ‘aanzet’. Wat verder indruk maakte was een masterclass bij Robert Holl. Ik zong een stuk met een hoge Fis en was daar best tevreden over. Toen deed hij voor hoe je dat ook zou kunnen zingen terwijl hij een echte bas is en dat leerde me wel bescheidenheid.”

Hoe zou je je stemtype zelf omschrijven?

“In het koor zing ik de eerste bas, dus de bariton, ik zou me zelf omschrijven als een Verdi-bariton met een goede hoogte en een sonore stem.”

Waarom weg uit Aken?

“Soms moet je een sprong wagen.”

En toen?

‘In België werkte ik bij een operettevereniging met professioneel orkest en solisten, ondersteund door een amateurkoor en jaarlijks met een grote productie door het hele land toerde. Ik zong er een grote partij waarvoor ik na een auditie was gevraagd. De vergoeding was zo goed dat ik er een half jaar van kon leven en mijn hypotheek kon betalen. Ondertussen probeerde ik in Maastricht een musical- en muziekschool voor kinderen op te zetten, maar door tijdgebrek bleek het niet haalbaar .’

Hoe ben je uiteindelijk bij De Nationale Opera terechtgekomen?

‘Via Ellen Bouwmeester. Ze zochten een bariton voor het extra koor. Ik ben auditie komen doen met een stem en een bak aan ervaring. Toen kreeg ik meteen alle producties van een heel seizoen als freelancer. En omdat Nico Pouw met pensioen ging kon ik na een jaar in vaste dienst komen. Als je alles optelt, ben ik nu zo’n zeventien jaar aan dit huis verbonden.’

Richard Meijer. Foto: De Nationale Opera © Jan-Willem Kaldenbach

Je hebt ook kleine rollen gezongen. Wat betekent dat voor je?

“Die “bolletjes”, zoals we ze gekscherend noemen, vind ik heerlijk. Het geeft afwisseling in het koorleven: even uit het blok, een tekst, een personage, een spotlight.”

Top producties?

Peter Grimes in Aken, en later nog eens in Mainz, blijft heel bijzonder. In Mainz zochten ze baritons omdat er een paar uitvielen; wij waren net met dezelfde productie bezig in Aken en konden invallen. Ze wilden mij daar meteen vast in het koor hebben, maar ik had mijn gezin in Maastricht en heb gekozen om niet te verkassen. Muzikaal en theatraal was het wel een hoogtepunt: de sfeer, de muziek, het gevoel ‘als een vis in het water’ op het podium. Hier in Amsterdam was Peter Grimes ook fijn om te doen. Zingen in het Concertgebouw is trouwens ook magisch. Simon Rattle die Der Rosenkavalier dirigeerde en regisseur Simon McBurney in The Rake’s Progress. Benvenuto Cellini, opera’s in regies van Robert Carsen. Eugene Onegin onder Mariss Jansons, Parsifal, Guillaume Tell, Gurre-Lieder, Götterdämmerung, hele mooie producties met Pierre Audi. Ook mooie producties met Christof Loy, La forza del destino, Königskinder en Der Schatzgräber met Ivo van Hove en nog veel meer…….

Vier keer Richard Meijer als vier van de talrijke personages die Richard zong bij De Nationale Opera. Foto’s: © Privé collectie Richard Meijer.

.Jazz & pop & Funk

“Klopt. Mijn zoon woont in Parijs, is popmuzikant, en brengt binnenkort een EP uit. Hij zingt, speelt gitaar, bas en drums, heel autodidact. De andere twee kinderen, mijn dochters van 23 en 27 jaar, kunnen fantastisch zingen. Zelf heb ik tien jaar een bigband gedirigeerd. Nu ben ik weer met een nieuwe band bezig met ikzelf op trompet en bugel, jazzfusion, lichte Funk, improvisatie en een stevige groove.”

Maastricht en Amsterdam. Hoe houd je dat vol?      

“Met veel treinen en met logeeradressen. Mensen als Martin Vijgenboom, Inez Hafkamp  Frank Engel en Wim Sihasale. Daar ben ik heel erg mee geholpen geweest. Bij Wim, die zelf jaren lang coupeur was, logeerde ik de afgelopen 8 jaar, hij maakte zelfs voor mij ontbijt, dat is goud waard, want het is soms zwaar die reisafstand. Maar uiteindelijk draait het om passie voor het vak. Als ik in de bak sta of op het toneel, dan ben ik alle reistijd en vermoeidheid kwijt.”

Je kreeg twee jaar geleden een hersenontsteking.

“Ik stond te koken en voelde me plots niet goed. Geen gevoel in mijn hand, en ik zakte weg, met spoed naar het ziekenhuis. Ik had verlamming, weggevallen spraak en lag drie dagen in coma. Daarna een lange revalidatie. Dat heeft mijn hele perspectief veranderd. In die periode overleed ook nog mijn schoonvader, het was een moeilijke tijd, natuurlijk ook vooral voor mijn vrouw Hellen. Vanuit de organisatie van het koor is toen heel fijn en zonder druk gereageerd en collega en vriend Robert Kops heeft mij toen super gesteund. Ik heb enorm mazzel gehad want ik ben helemaal hersteld.”

Wat heeft de ziekte je geleerd?

“Dat niets vanzelfsprekend is. Meer relativeren, meer dankbaar zijn. Mijn leven is echt veranderd. Ik ben een veel blijer mens en kijk met meer plezier terug op mijn leven en de keuzes die ik gemaakt heb. Ik ben veel vaker tevreden of gelukkig.”

Hoe kwam je bij André Rieu terecht?

“Dat ging via een achtergrondzangeres van Rieu, die vroeg mij om iets in te zingen in een studio en toen is het balletje gaan rollen, 23 jaar geleden. En dit is nu de uitkomst, dat ik met hem op tour ga. Fantastisch toch! Dus met tien mannenstemmen in vaste dienst. Nu in december in Maastricht en in januari kan je me zien in de Ziggo Dome!”

André Rieu in de Ziggo Dome.

Hoe voelt het om afscheid te nemen van de opera?

“Heftig, ik ga het spelen op het podium met kostuums en collega’s missen en natuurlijk gewoon een hele opera spelen.”

Heb je backstage-rituelen?

“Even alleen zijn, spanning laten zakken. Ik kan me wel voorstellen dat ik op tournee met André Rieu mijn spijkermat meeneem. Sinds mijn encefalitis kan ik me op die manier heel goed ontspannen, koptelefoon op en even niks. Ik doe dat een paar keer per week.”

Waar kijk je naar uit bij Rieu?

“Naar het reizen, nieuwe steden, grote zalen. Italië vooral: daar ben ik als operazanger nog nooit geweest, Wenen trouwens ook niet. En dan repeteren gewoon bij mij in de buurt is natuurlijk ook een feest. De stedenlijst omvat Malaga, Madrid, Barcelona, Sofia, Berlijn, Londen, Helsinki, Krakow, Praag, Oslo, Bahrein, Wenen, Glasgow Dublin en dat is nog maar de voorlopige lijst.”

Richard Meijer met André Rieu. Foto: © Marcel van Hoorn .

Wat neem je mee uit je jaren in Amsterdam?“Vriendschappen en ook mijn liefde voor muziek brengen en geven aan iedereen in de wereld.

In Amsterdam deed ik een lange lijn van producties en het gevoel van een cirkel: mijn vader was in Amsterdam kleermaker en werkte er dus net als ik. Dat draag ik figuurlijk mee. Maar natuurlijk letterlijk ook want ‘kleren maken de man’. Dat vind ik bij Andre Rieu ook bijzonder, daar wordt echt een prachtig kostuum voor me gemaakt. Het show element is bij Andre Rieu ook erg belangrijk; prachtige muziek brengen, de sfeer èn het moet er goed uitzien.”

Verder lezen

In 2016 werd het Koor van De Nationale Opera uitgeroepen tot operakoor van het jaar.

De Nieuwjaars concerten van André Rieu zijn volledig uitverkocht, maar er zijn altijd mogelijkheden om aan kaartjes te komen.

Voor het concert op 12 juli in Maastricht wordt nu al een wachtlijst gehanteerd.

Vorig artikel

Il prigionier suberbo uit vergetelheid?

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Monique ten Boske

Monique ten Boske