AchtergrondFeaturedHeadlineInterviews

Amsterdam kampioen in Bachs passies

‘Van Matthäus tot Marsalis”,  zo valt dezer dagen te lezen op de digitale reclame aan de voorgevel van het Amsterdams Concertgebouw. Muziek van de Amerikaanse trompettist Wynton Marsalis is er echter deze en volgende week niet te horen. Alle aandacht gaat uit naar Johann Sebastian Bach. Liefst zestien uitvoeringen zijn er van zijn twee beroemde passies te beluisteren. Twaalf keer de Matthäus en twee keer de Johannes Passion. Bovendien klinkt de Matthäus twee keer in het Muziekgebouw aan ’t IJ, en biedt de Waalse kerk twee maal de Johannes .

Drie van de in totaal 16 Passie-uitvoeringen in het Concertgebouw in Amsterdam.

Bij elkaar konden en kunnen vanaf 15 maart tot en met 6 april (Tweede Paasdag!) twintig Bach passies worden beluisterd. Acht ervan zijn stijf uitverkocht. Amsterdam is passiestad bij uitstek. Bijzonder dit jaar is de medewerking van dirigenten met een internationale bekendheid. Meest opvallend is het feit dat Klaus Mäkelä in zijn hoedanigheid als beoogd chef-dirigent meteen in de passietraditie van het Koninklijk Concertgebouworkest stapt. ‘Mäkelä’s Matthäus’ , zo luidt met gevoel voor een pakkende slagzin de kop boven een interview in het orkestblad Preludium. Vermelding verdient eveneens dat de Nederlandse Bachvereniging zich presenteert met de Japanse barokspecialist Masaaki Suzuki, befaamd geworden door de Bach-cantates met zijn Bach Collegium Japan.

De Nederlandse Bachvereniging met dirigent Masaaki Suzuki. Foto: ©Simon van Boxtel

Koploper

Het wordt dringen op het podium van het Concertgebouw met al die instrumentale ensembles, koorgroepen en niet te vergeten een parade aan solisten. Koploper in het aantal uitvoeringen is The Bach Orchestra and Choir of the Netherlands, zoals het ensemble zich in het Engels afficheert. Onder leiding van oprichter Pieter Jan Leusink voert het de Matthäus zes keer uit in het Concertgebouw. Niet alleen daar, want het werk wordt in een tournee door heel Nederland 23 keer gespeeld. In enkele plaatsen zelfs twee keer op dezelfde dag. ‘Het is uniek om zo vaak deze muziek te kunnen zingen. Maar je moet oppassen dat je na een aantal keren niet op de automatische piloot overgaat’, zo reageert Clint van der Linde op de vraag wat zo’n lange serie met een zanger doet.

Bach Choir and Orchestra of the Netherlands in het Concertgebouw.

De Zuid-Afrikaanse countertenor werkt voor het derde jaar mee in dit Matthäus circus. ‘Je moet je bewust zijn van het feit dat je iedere keer voor een ander publiek zingt, dat de uitvoering die ene keer ervaart. Als solist dien je dus met dezelfde geestesgesteldheid te zingen alsof het ook voor jou de eerste keer is. Het is een heel interessante ervaring.’

Als zanger van de altpartij heeft Van der Linde in het eerste deel van de Matthäus niet veel te doen. Hij opent wel de serie aria’s met het prachtige ‘Buss und Reu’, om pas tegen het einde mee te doen in het duet ‘So is mein Jesus nun gefangen’. In de tussentijd zit een solist dan stil. ‘In deze uitvoeringen zing ik ook in het koor mee’, vertelt Van der Linde. ‘Dat is heel fijn. Als je alleen solist bent, is die wachttijd moeilijk want je lichaam is een organisch geheel; dat wil bewegen, stem laten klinken. Door in het koor mee te doen, blijf je gefocust, ook al kan de stem vermoeid raken. Maar het is niet zo gek dat de solisten meedoen in  de koorpartijen. Ik denk dat Bach zijn koorzangers gebruikte om solo’s te zingen.’

Counter tenor Clint van der Linde in het Concertgebouw.Foto: © Beleef Klassiek.

Wat is voor hem het mooiste onderdeel?’Aus Liebe’. Voor mij staat dan de tijd stil. Zo transparant, samen met de fluit en het continuo. Echt hemels. In mijn eigen partij is ‘Erbarme dich’ favoriet. Je wordt er door in het verhaal opgenomen. Gevaarlijk stuk ook om je gevoelens in beheersing te houden bij het zingen.

Vijf countertenors

Van der Linde is één van de vijf mannenalten die deze en volgende week voor uitvoeringen van de Matthäus en Johannes zijn geëngageerd. Tim Mead staat op 27 en 29 maart het podium van de concertzaal bij de uitvoering van het Koninklijk Concertgebouworkest, onder leiding van komend chef-dirigent Klaus Mäkelä.

Op dezelfde 29ste maart, maar dan ’s avonds , klinkt de Johannes bij de KCOV Excelsior met de veel belovende , vorig jaar afgestudeerde Nederlandse countertenor Hanno Egger. Daarna volgt op 31 maart Paul-Antoine Bénos-Djian bij het Franse ensemble Pygmalion onder leiding van Raphaël Pichon, waarna op 1 april de Nederlandse Bach Vereniging Alexander Chance presenteert in de altpartij. Van der Linde is blij verrast, want hij kent drie collega’s uit zijn tijd dat hij studeerde in Londen, of in opera’-producties meemaakte, tot in Tokio toe.

Vlnr Clint van der Linde (Foto: Olivier Charlet), Hanno Egger (Foto: ©Rens Bressers.) en Tim Mead (Foto: © Benjamin Ealovega), tweede rij Paul-Antoine Bénos-Djian (Foto:© John Zougas) en Alexander Chance (Foto: © Benjamin Ealovega)

Het is interessant te zien dat de zogeheten ‘oude-muziek praktijk’ langzaam maar zeker zijn weg vindt in de Nederlandse passie-cultuur. Dat blijkt ook uit het feit dat de niet professionele koorverenigingen overstappen van een modern begeleidingsorkest naar een gespecialiseerd barok ensemble. Beide Koninklijk Christelijke Oratorium Verenigingen die Amsterdam rijk is, namelijk ‘Amsterdam’ en ‘Excelsior’, worden dit jaar begeleid door respectievelijk ‘Accademia Amsterdam’, bij KCOV A’dam op 28 maart, en door ‘Florilegium musicum‘ op 29 maart bij Excelsior. Opvallend is ook dat beide verenigingen dit jaar niet voor de MP kozen, maar allebei de Johannes Passion uitvoeren. Terwijl Excelsior met trots op de website laat weten al sinds 1953 op Palmzondag de Matthäus te zingen.

Doorzichtiger

‘Het was een sterke wens van het koor om ook eens de Johannes te kiezen’, zo verklaart vaste dirigent Gerrit Maas de omslag. ‘In de Johannes kan het koor langere stukken zingen dan in de Matthäus.Het geeft een andere kijk op het lijdensverhaal. Bovendien is het een wat korter werk. En het is minstens zo dramatisch.’ Maas is sinds 2021 verbonden aan Excelsior. Hij is doorkneed in Bach: hij is leider van de cantate-uitvoeringen in de Utrechtse Geertekerk, maakte een reconstructie van Bachs verloren gegane  Markus Passion, en dirigeerde de Johannes bij andere koren; met Excelsior is het de eerste keer.

Dirigent Gerrit Maas

De overgang naar een barokorkest gebeurde al vorig jaar op zijn wens bij de uitvoering van de MP. ‘Iedereen merkt het voordeel. Een halve toon lager zingt lekkerder voor veel van de honderd leden en de klank is doorzichtiger.’ Ook zijn collega bij de KCOV Amsterdam (eveneens honderd leden) Piet Hulsbos noemt het gebruik van oude instrumenten als een voordeel voor zowel de klank als de balans. ‘Ik heb het voorgelegd aan het koor en mijn ervaring gedeeld die ik al eerder opdeed met mijn oratoriumkoor in Haarlem. Ook in de repetities zingen wij een halve toon lager; mijn begeleidende pianist is heel handig in het transponeren.’

Aangezien Hulsbos als interim-dirigent deze uitvoering leidt, blijft deze JP zijn enige samenwerking. In de maanden vóór de coronacrisis repeteerde hij ook als invaller bij het koor, toen aan de Matthäus. Vlak voor de uitvoering werden alle evenementen verboden. Hij hoopt dat de Johannes nu wel doorgaat. Het wordt zijn laatste passie; na veertig jaar dirigeren, waarbij 25 maal de Matthäus en acht keer de Johannes, zet hij een punt achter Bach.

KCOV Amsterdam met dirigent Piet Hulshof in het Concertgebouw.

Gevraagd naar hun favoriete passages, zegt Hulsbos meteen: het openingskoor ‘Herr, unser Herrscher’. Een ongelooflijk mooie en krachtige compositie. De aria ‘Zerfliesse’ ligt dicht bij mijn muzikale hart.’ Gerrit Maas zucht even. ‘Moeilijk te kiezen. Het laatste koraal ‘Ach Herr, lass dein lieb’Engelein’. Waar de Matthäus afsluit in een vreselijk tranendrama, eindigt de Johannes heel naïef, maar ook diepzinnig. Een delicaat stuk om te dirigeren.’

Mäkelä debuteert

In het geheel van de zestien uitvoeringen in het Concertgebouw springen er drie als zeer opmerkelijk uit. Allereerst de Matthäus op 27 en 29 maart bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Nog niet eens benoemd als chef, stapt de 30-jarige Mäkelä gedurfd in een traditie die teruggaat tot 1899 toen de 28-jarige chefdirigent Willem Mengelberg de jaarlijkse uitvoering begon.

De Matthäus Passion in het Concertgebouw in 1916 onder leiding van Willem Mengelberg.

‘De Matthäus wordt het volgende station op een relatief lange reis die ik heb afgelegd in de wereld van Bach. Als cellist heb ik heel vaak de cellosuites gespeeld’, zo vertelt Mäkelä in het blad Preludium. Hij dirigeerde cantates, de Orkestsuites, en de Mis in b klein (de zogeheten Hohe Messe). Dat hij nu voor het eerst de Matthäus leidt bij het KCO noemt hij ‘een opwindend nieuwe stap’. Na Mengelberg voerde chef Eduard van Beinum de Matthäus-traditie verder, maar Bernard Haitink liet de MP over aan gastdirigent Eugen Jochum. En toen kwam Nikolaus Harnoncourt die de weg naar een barok georiënteerde uitvoering opende en later gevolgd werd door barokmusici als Philippe Herreweghe en Ton Koopman.

Alleen chef Riccardo Chailly  leidde eenmalig de MP bij het honderdste jubileum in 1999. Noch de opvolgende Jansons, noch Gatti zetten zich aan de MP. ‘Ik vind de passie-traditie hier heel ontroerend. Ik voel mij heel vereerd en dankbaar dat ik deel uit mag maken van dat erfgoed’, aldus Mäkelä.  Hij werkt samen met het (uitgebreide) Nederlands Kamerkoor en een internationale solistencast. De twee uitvoeringen zijn uitverkocht.

 

Klaus Mäkelä repeteert met het KCO. Foto© Preludium, Eduardus Lee

Pichon

De passie liefhebber kan ook uitkijken naar het optreden in de Matthäus op 31 maart (eveneens uitverkocht) van het Franse koor en orkest Pygmalion, geleid door Raphaël Pichon. Hij oogstte internationaal lof met zowel concertante als geënsceneerde uitvoeringen, en zette de MP ook op cd. Met een schitterend, geëtste klank zorgde hij voor een opwindende weergave van het passieverhaal, met in het centrum Julien Pregardien als evangelist en Stéphane Degout als Christus. Beide zangers maken ook in Amsterdam deel uit van de MP-uitvoering. Vorig jaar verbluften  Pichon en zijn musici het publiek in een spannende uitwerking van de Johannes. Op de cd van de Johannes die vorige week uitkwam, is dat terug te horen.

‘Bach heeft mijn leven veranderd’, zo valt te lezen op zijn website. ‘Ik begon als kind van de derde of vierde generatie musici die weer op de oude instrumenten zijn gaan spelen. Ik ben daar mee opgegroeid en weet niet beter’. Verwijzend naar Harnoncourt, Gardiner, Herrewege en Jacobs: ‘Zij hebben ieder op hun eigen manier mijn leven veranderd. Door naar hen te luisteren heb ik mijzelf gedefinieerd’. Wie geen kaart kan bemachtigen: via You Tube kunnen de Matthäus in twee uitvoeringen worden beluisterd, evenals de nieuwe cd uitgave van de Johannes.

Geen Jacobs

Het zou prachtig zijn geweest als de bewonderde René Jacobs op 28 maart op het podium van het Concertgebouw de Matthäus Passion had kunnen leiden bij het Nederlands Kamerorkest en een koor met jonge zangers, namelijk het Nationaal Gemengd Jeugdkoor, een novum in de passietraditie. Maar Jacobs moest wegens gezondheidsproblemen afzeggen. De Engelse, ook in barok ervaren dirigent Ivor Bolton neemt zijn plaats in. Hij leidde het orkest in 2024 in de MP. Het valt op dat het NKO dit jaar ‘voor het eerst een koor van kinderen en jong volwassenen inzet, zoals Bach het in zijn tijd ook deed’, aldus het persbericht.

Dirigent Ivor Bolton. Foto: © Ben Wright

Opmerkelijk is dan wel dat in tegenstelling tot vijf andere ensembles die wel een countertenor voor de altpartijen engageerden, Jacobs/Bolton en het NKO kiezen voor een vrouw, de mezzo Olivia Vermeulen. Zij werkte al eerder nauw samen met Jacobs in allerlei producties. ‘Wij kennen elkaar tien jaar. Jammer dat ziekte hem verhindert te komen. Met Ivor Bolton werkte ik niet eerder. De eerste repetitie verliep heel prettig. Ik heb er alle vertrouwen in’.  Vermeulen voelt zich niet uitgeschakeld worden in de toekomst vanwege de inzet van steeds meer countertenors. ‘Het is een kwestie van smaak bij een dirigent of hij voor een mannenstem of vrouwenstem kiest. Jacobs is er niet eenkennig in. Hij kijkt naar het soort stuk. Bij een uitvoering met modern orkest op een stemming van 442 hertz past een mezzo-sopraan heel goed.’

Olivia Vermeulen in de ‘anti chambre’ van het Concertgebouw. Foto: © Felix Broede

Zachtjes meezingen

Ook Olivia Vermeulen moet in het eerste deel van de passie  tussen haar begin aria ‘Buss und Reu’ en laatste duet, stil zitten wachten. ‘Ooh, daar heb ik helemaal geen probleem mee. Het is een van de mooiste stukken muziek. Ik ben juist dankbaar dat ik er deel van mag uitmaken. Ik luister, lees het verhaal mee, en zing in mijn hoofd met het koor mee. Af en toe zing ik zachtjes een koraal mee.’

Gevraagd naar haar favoriete onderdeel zegt zij verrassend: De bariton aria ‘Mache dich mein Herze rein’ en het recitatief ‘Am Abend da es kühle war’.  Had ik graag zelf willen zingen!  Ik raak ontroerd bij de scène als beide koren unisono zingen ‘Wahrlich, wahrlich dieser ist Gottes Sohn gewesen’. Het volk komt tot inzicht dat het verkeerd heeft gedaan om hem te beschuldigen en zijn dood te eisen. Van de twee passies ligt de Matthäus meer aan mijn hart; de partij ligt beter voor mijn stem. En qua dramaturgie vind ik dat het prachtig in elkaar zit.’

Mega druk

In alle passie uitvoeringen is de continuo-speler de spil in het klankenspel. Doorgaans vormt een klein orgel de bodem waar de voordracht van de evangelist op rust, waar de harmonie in de koren en koralen wordt ondersteund, en waar de solisten op vertrouwen in de voordracht van hun partij. Gerrie Meijers is in het Nederlandse en ook het Amsterdamse barokcircuit een betrouwbare steun voor alle geledingen. Zij is de vaste begeleider bij de KCOV Excelsior. Als toetsenist heeft zij het mega druk, want zij produceert verreweg de meeste, namelijk alle noten.  Zijn de vingers niet doodmoe aan het eind van zo’n passie?

Gerrie Meijers

Een luide lach klinkt. ‘Neen, de vingers zijn niet moe, maar wel het hoofd! Je kunt geen moment de concentratie verliezen, zeker bij de Johannes. Scenisch gaat die sneller dan de Matthäus. Het flitst maar door. Ik ervaar het spelen als een soort sportwedstrijd. Als je je hoofd er niet bij houdt, heb je als het ware een gevecht gemist.’

Cruciaal is het woord. Ik volg de evangelist in zijn vertelling. Tijdens een repetitie spreek je af waar een zanger net even een accent legt, of de zanger van de Christus-partij een langer akkoord wil. Het is een reis door het verhaal; mijn rol vraagt veel verantwoordelijkheid.

Dat bij Excelsior in barokstemming met oude instrumenten wordt gemusiceerd, noemt Meijers een groot voordeel. ‘De klank past beter bij de muziek van Bach. En een halve toon lager maakt heel wat uit voor het koor, zeker voor de tenoren.’  Gevraagd naar haar favoriete aria of moment, zegt zij spontaan: ‘Dat weet ik echt niet. Er zit zoveel moois in de Johannes, en ook in de Matthäus. Die begeleid ik dit jaar bij Toonkunstkoor Rotterdam. Als het ‘Es ist vollbracht’ wordt gezongen, ja, dat doet mij wat. “Gerrie Meijers kan dat ook zeggen als zij aan het eind van het slotkoor het laatste, net niet (of toch) oplossende akkoord neerzet op haar orgel.

100ste keer

Waar de ene dirigent zijn eerste passie-uitvoering leidt, zoals Klaus Mäkelä, noteert een andere dirigent zijn honderdste uitvoering van de Johannes Passion. Krijn Koetsveld kijkt tevreden terug op zijn activiteiten als organist en dirigent. ‘Het is ongelooflijk hoe de uitvoeringspraktijk in de oude muziek zich heeft ontwikkeld. Hoe veel beter er tegenwoordig op oude instrumenten wordt gespeeld.’

Krijn Koestveld.(screenshot)

Koetsveld kwam vorig jaar in het nieuws omdat het speciale continuo orgel dat hij had laten bouwen, werd ingespeeld. Een instrument naar het voorbeeld van een orgel dat Claudio Monteverdi gebruikte in de San Marco kathedraal in Venetië. Dit ‘Monteverdi-orgel’ vormt de basis in het samenspel met het Nieuw Bach Ensemble in de laatste Bach-passie onder leiding van Koetsveld, zoals in Amsterdam op 2 en 3 april in de Waalse kerk aan de Oude Zijds Achterburgwal.

‘Ze passen mooi bij elkaar: Bach stond als componist op de schouders van Monteverdi. Het mooiste aan de Johannes Passion vind ik de structuur in het verhaal. Bij Bach moet een uitstekende dramaturg aan tafel hebben gezeten, zo mooi de ene scène is ingebed in de andere. Daar kijk ik met verbazing naar, nu nog, na zoveel uitvoeringen.’

Op de website van het Concertgebouw zijn alle uitvoeringen van Bachs Matthäus- en Johannes Passion te vinden.

Verder kijken, luisteren en lezen

Op Youtube zijn talrijke versie van de Bach Passies te vinden. Hier een kleine greep:

KCO olv Ivan Fischer in 2021

Toonkunstkoor Amsterdam in 2024

Nederlandse Bach Vereniging olv Jos van Veldhoven met Tim Mead.

1985 Nicolaus Harnoncourt met het Concertgebouworkest

 Nederland als Passieland in 2023

 

Vorig artikel

Prachtige Tristan live in HD

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Franz Straatman

Franz Straatman