Glanzend debuut van De Bique in Matthäus
Vol van traditie wat betreft opvattingen in de uitvoering en uitwerking door beroemde dirigenten en zangsolisten, spon de passie-traditie van het Koninklijk Concertgebouworkest zich voort op Palmzondag en de voorafgaande vrijdag. Het was de beurt aan de Italiaanse barokspecialist Riccardo Minasi om Bachs Matthäus Passion uit te werken.

Een krachtige dirigent die met stuwende, bijkans bezwerende gebaren het in twee helften opgestelde orkest tot intense expressie stond aan te vuren. Verder uit elkaar waren de leden van het Nederlands Kamerkoor opgesteld, in een nogal kleine bezetting. Per stem vier zingenden. Tussen hen in juist een opvallend groot jeugdkoor, zo’n veertig meisjes en jongens, voor de leidende koraalstem in openings- en slotkoor. Het leverde een groots effect op met zoveel puike keeltjes uit het Nationaal Kinderkoor en het Nationaal Jongenskoor.

Ook in de uitwerking van de koorpartijen streefde Minasi naar een volle voordracht. Het openingskoor was meteen vervuld van een statige expressie in een afgewogen tempo. Het voelde vertrouwd aan. De eerste echte verrassing in de opzet van Minasi kwam tot uiting in het eerste koraal, ‘Herzliebster Jesu’. Hij sloot elke zinsnede af met een rust, zoals aangegeven met een fermate (rust-teken) in de partituur; Nogal wat uitvoeringen jakkeren door. Maar Minasi behandelde de koralen als meditatieve momenten.
Weergaloos Kamerkoor
Daarentegen schuwde hij het drama dat Bach schilderde in de volkskoren niet. Het Kamerkoor reageerde met weergaloze klank in zulke passages. Ook in de orkestpartijen maakte Minasi werk van een uitgebalanceerde expressie. Als voorbeeld is te noemen de mooi vloeiende en genuanceerd verlopende begeleiding van het strijkorkest in koor twee bij de bassolo ‘Gerne will ich mich bequemen’. Prachtig zoals de Duitse bas Konstantin Krimmel met een zekerheid uitstralende expressie zong, kenmerkend voor een zanger die zich specialiseert in het Lied. Marijn Mijnders zorgde voor een mooie viool omspeling in de aria “Gibt mir meinen Jesum wieder’ door Kimmel.
Ook overtuigend waren de bijdragen van de Zwitserse tenor Valerio Contaldo. Met intense en zeer wendbare stem zong hij de beruchte aria ‘Geduld’ en kregen de valse tongen felle contouren mede door de begeleiding op een gamba door Robert Smith. In haar eerste aria, ‘Buss und Reu’ manifesteerde de Franse mezzo Eva Zaïcik zich op bescheiden, zeg maar bleke wijze. Maar zij toonde toch over meer vocale kleur en stevige klank te beschikken in de fraai gefraseerde aria ‘Erbarme dich’, in verfijnd samenspel op viool door concertmeester Matthew Truscott . Belangrijk op de beleving als toehoorder werkte het genuanceerde continuo-spel op een kistorgel door Leo van Doeselaar. Spannend was het moment dat hij alleen de basisnoten voor de linkerhand speelde onder de solo-viool. Van Doeselaar werd perfect gesecundeerd door orkestcellist Chris van Balen. Een prima span dat een belangrijke rol speelde in de dragende onderlijn.
Arleen Augér
De Caraïbische sopraan Jeanine De Bique bekleedde met haar krachtige en heldere stem in alle opzichten werkelijk een toppositie in het solistenteam. Op het Internationaal Vocalistenconcours in Den Bosch in 2010 werd zij winnares van de naar sopraan Arleen Augér vernoemde prijs. Het was dezelfde Augér die in de Matthäus-uitvoeringen onder leiding van Nikolaus Harnoncourt adembenemend mooi de sopraansoli zong*. Haar naam opende bij mij de sluis van de herinnering. Hoe zou de Augér-award winnende De Bique het doen? Weliswaar heeft haar stem een totaal ander karakter, maar het artistiek inlevingsvermogen bleek van hetzelfde niveau als van haar voorgangster. Groots klonk haar eerste aria ‘Blute nur’, fraai omspeeld door eerste fluitist Kersten McCall. Met de aria ‘Aus Liebe’ ontplooide De Bique een sensationeel mooie vertolking. In het slotapplaus werd zij vrijdag door het publiek stormachtig beloond voor dit glanzend debuutoptreden.

Wat jammer dat de centrale rol van de evangelist zo matig en met onstabiele stem werd uitgewerkt door de Zwitserse tenor Mauro Peter. De vlakke voordracht van het verhaal leek wel afgesproken met dirigent Minasi. Alleen waar de verteller in dramatische scènes – zoals in de uitroep ‘Mein Gott’ – verwijlde, kwam er power uit zijn stembanden. De evangelist stond midden achter het orkest opgesteld met naast hem Cody Quattlebaum als Christus. Een uniek personage in de 126-jarige traditie. Gekleed in een soort zwarte priestertoog en met een enorme bos haar geplooid over beide schouders, trok hij ook de aandacht met een bijna donderende basstem: een Christus van stavast. Hij deed mij qua expressie denken aan de Deense bas Ulrik Cold, die vroeger bij de Nederlandse Bachvereniging veel indruk maakte.

Mäkelä 2026
Van deze Matthäus 2025 houd ik de indruk over dat dirigent Minasi op geraffineerde wijze meditatie (in de koralen) en dramatiek (de grote koren) mengde. Erg mooie momenten bewerkstelligde hij in de orkestpartijen met fijne combinaties van terugnemen en weer spanning zetten. We kunnen vast vooruitkijken naar 2026. Dan neemt beoogd chef-dirigent Klaus Mäkelä de draad van de traditie over. Solisten staan nog niet vermeld in de jaarbrochure 2025-26. Van mij mag Jeanine de Bique er weer bij zijn.
De uitvoering van Palmzondag is nog te beluisteren via NPO Klassiek, uitzending gemist.
Verder lezen, kijken en luisteren
*Arleen Auger zingt ‘Aus Liebe”.
In onze agenda vindt u een groot aantal Passie uitvoeringen voor de komende dagen.