Von Otter best op dreef in Schwanengesang
Een heuse Schubertiade organiseerde de eigen programmering van het Amsterdams Concertgebouw, dinsdag 20 januari. Alleen bij Schubert wordt zoiets gedaan, als een olympiade met diens liederen. Niemand minder dan Anne Sofie von Otter was er voor uitgenodigd om samen met de fameuze pianist Kristian Bezuidenhout een selectie van zestien zeer diverse nummers uit te voeren, waarbij na de pauze acht nummers uit de cyclus Schwanengesang.

Een stevige opgave voor de Zweedse mezzo-sopraan die inmiddels 70 jaar is en een carrière van ruim veertig jaar achter de rug heeft. Ze ziet er niet alleen nog fit en jeugdig uit (zeker in de prachtige, groen changerende avondjurk) maar ook de stem weet nog veel schoonheid en expressiviteit te ontwikkelen. Toch was te merken dat de tijd een woordje meespreekt: de stem schoot nogal eens met weinig controle uit op hoge noten. En in het lage register kon zij te weinig kracht leggen, zoals in de passage ‘Mir ist das Herz so bang und schwer’ uit ‘Kriegers Ahnung’.

Hoe kun je beter beginnen op een koude winteravond dan met ‘Der Winterabend’. Mooi zacht zette Von Otter in met ‘Es ist so still und heimlich um mich’. Zo was het ook, ademloos stil in de stampvolle kleine zaal waar Von Otter zich duidelijk thuis voelde op het podium achter een lessenaar met de muziek. Zij zong weliswaar vrij, maar met de zekerheid voor zich. Met intensiteit begeleid door Bezuidenhout.
Gitaar-achtig
Hij bespeelde een glanzend goudstralende kopie van een vleugel uit 1830 van Konrad Graf, keurig uit Schuberts tijd, in 1989 gemaakt door een Amerikaanse bouwer. Die klonk fraai, maar door het zijdezachte spel van Bezuidenhout zat er te weinig contour in de begeleiding.

In twee solo-stukken, een speels allegretto in c en een lieflijk ingetogen adagio in D, kwam er wat meer klank los uit het kloek uitziende instrument. Mooi effect bereikte Bezuidenhout in de ballade over de ‘König von Thule’. De gebroken akkoorden klonken als of er gitaar werd gespeeld.

Uiteraard klonken er geliefde nummers vóór de pauze zoals ‘Die Forelle’ en het dramatische ‘Im Walde’. Als geheel bespeurde ik in de voordracht van de acht losse nummers weinig afwisseling in klanksterkte en in uitdrukkingskracht. Daarentegen bood de tweede helft van het programma veel meer spanning, niet alleen door de muzikale inhoud van de acht deeltjes uit ‘Schwanengesang’, maar vooral door een duidelijk meer begeesterd zingen van Von Otter. Deze nummers lagen haar het best.
Uitdaging
‘Schwanengesang’ geeft veel meer voldoening met zijn waaier aan stemmingen’, las ik na het concert in een interview in het Concertgebouwmagazine ‘Preludium’. ‘Maar het blijft een hele uitdaging om ‘Schwanengesang’te zingen. Het vraagt enorm veel van je stem, hoe oud of jong je ook bent, en het wordt op mijn leeftijd zeker niet makkelijker’. Ook in de begeleiding hoorde ik meer intensiteit, zoals in het – van zichzelf al montere lied – ‘Abschied’. Erg mooi was de samenwerking in ‘Liebesbotschaft’ en in het tragische ‘Der Doppelgänger’, met uitschietende kracht voorgedragen.Von Otter zette pas in 2024 de complete ‘Schwanengesang’ op haar repertoire in samenwerking met Bezuidenhout. Met ‘Die Taubenpost’ rondden zij lichtvoetig hun Schubertiade af. Overigens nam de pianist de hele cyclus op, met gebruikmaking van een fortepiano, in samenspel met de Duitse tenor Jan Kobow.
Verder kijken, luisteren en lezen
In 2016 (!) traden Anne Sofie von Otter en Kristian Bezuidenhout ook samen op in Rotterdam.