Nabucco bij OBV: ethiek verdringt emotie
Op 22 februari 2026 vond er in een uitverkochte opera te Antwerpen de première van Nabucco van Giuseppe Verdi plaats. Opera Ballet Vlaanderen brengt de opera die in 2023 in coproductie met het Grand Théâtre de Genève ontwikkeld is. Regisseur is de Braziliaanse theater- en filmregisseur Christiane Jatahy, die bekend staat om haar geëngageerde en multimediale werk.

De recensent van dienst voor Place de l‘Opera in Antwerpen was verhinderd , maar Mevrouw de Recensent (Monique ten Boske) was toch aanwezig, dus ze las na de voorstelling het programmaboekje en begon te schrijven
Verhaal
De opera zoals Verdi die componeerde op een libretto van Temistocle Solera, vertelt het verhaal van Koning Nabucco die Jeruzalem verovert, waar de Hebreewse hogepriester Zaccaria de gijzeling van Nabucco’s dochter Fenena inzet als machtsmiddel. Haar geliefde Ismaele, ook een Hebreeër, spaart Fenena en verraadt zo zijn volk. In Babylon grijpt Abigaille, de vermeende eerst geboren dochter van Nabucco, de macht; Nabucco roept zichzelf tot god uit en verliest zijn verstand. De Hebreeën rouwen in ballingschap, Zaccaria houdt het verzet moreel bijeen en Nabucco hervindt zijn rede en geloof. In de finale bevrijdt hij dochter Fenena en het volk, Abigaille sterft berouwvol en de religieuze orde wordt hersteld. Het beroemde Slavenkoor uit de opera Nabucco (1842) groeide ooit uit tot symbool van het Italiaanse Risorgimento, de 19e-eeuwse beweging die leidde tot de eenwording van Italië. De opera kreeg binnen die context een symbolische, nationalistische betekenis, vooral door het Slavenkoor. In deze versie van regisseur Jatahay wordt dat Slavenkoor ontdaan van de nostalgische glans. ‘Verloren vaderland’ resoneert niet als romantisch verlangen, maar als een pijnlijk actuele ervaring van ontheemding, ballingschap en gedwongen migratie. Jatahy maakt duidelijk: deze opera gaat niet over toen, maar over nu.

Epstein files
Jatahy’s lezing in het programmaboekje is legitiem; de geschiedenis niet bezingen, en bevragen is een mooi streven. Maar wat krijgen we te zien? Veel live video en opnames die geprojecteerd worden. Enorme, soms bewegende spiegels. Op de bühne Nabucco, die met zijn dochters die regelmatig met hun enkels in het water staan te spetteren, terwijl er hoosbuien kletteren. En dan staan er op de bühne nog eens veertig figuranten, naast het koor van Opera Ballet Vlaanderen, aangevuld met extra koorleden. Er is dus wederom in deze opera inzet van (live)camera’s. Die zijn zeer prikkelrijk, ze lopen niet synchroon met de lippen van de zangers en voegen te weinig toe. Daardoor ontstaan er soms wel emoties, maar niet noodzakelijk die in de prachtige muziek van Verdi worden bedoeld. De bedoeling om de toeschouwer niet veilig buiten de handeling te houden, is evident maar gebeurt dat ook? De voorstelling beoogt de toeschouwer mee te zuigen in de morele complexiteit van de voorstelling, maar die betrokkenheid blijft vaak uit.

De keuzes van de regisseur zijn doordacht; centraal staat de verstrengeling van politieke en religieuze macht. Zaccaria verschijnt niet als moreel baken, maar als een figuur die religie inzet als instrument van dwang. Nabucco’s zelfvergoddelijking is geen excessieve waanzin, maar een herkenbaar symptoom van machtswellust. Abigaille belichaamt die dynamiek op schrijnende wijze: haar hunkering naar erkenning en controle slaat om in destructieve kracht. De machtsstructuren en stilzwijgende medeplichtigheid doen denken aan een Epstein-achtig netwerk van misbruik en controle.

Scenografie en beeldtaal
Het toneel, in de scenografie van Christina Jatahy en Thomas Walgrave, fungeert als een instabiel spiegelpaleis. Water, spiegels en lege ruimte creëren een voortdurend verschuivend perspectief. Beelden verdubbelen, fragmenteren en overlappen, zeker op de eerste rijen werden mensen er misselijk van. Andere bezoekers vonden het vooral te veel, niet esthetisch en visueel verzadigd.
Meteen bij aanvang bleken er al koorleden in het publiek te zitten en het was dan ook een grote verrassing dat zij na enige tijd opstonden en gingen zingen. Op die manier zou moeten ontstaan dat op het podium en in de zaal fictie en realiteit door elkaar lopen. Een mooie visuele metafoor voor een wereld in permanente crisis, maar werkt het? Ook bijvoorbeeld de jurken ( kostuums van An D’Huys) fungeren als dragers van macht en gevangenschap tegelijk. Wat bescherming lijkt, wordt opsluiting; wat status verleent, ontneemt bewegingsvrijheid. Het lichaam – en in het bijzonder het vrouwelijke lichaam – wordt zo expliciet onderdeel van het politieke discours. Maar ziet en ervaart het publiek dit ook zo?
Muzikale en theatrale samenhang
Nabucco wordt met recht een kooropera genoemd. Niet alleen heeft het koor heel wat te zingen, het is ook een collectief personage. Koor Opera Ballet Vlaanderen krijgt niet veel te acteren in deze opera, maar wat ze doen is prima verzorgd. Volgens mij waren de veertig figuranten helemaal niet nodig geweest als het koor effectiever was ingezet. Hun vocale prestatie was erg goed, zeker gezien de af en toe ongunstige positie, zoals het mannenkoor dat achter op de bühne staat of het gemengde koor verspreid over de zaal. Daarvoor een pluim voor koordirigent Jan Schweiger. Ook het Symfonisch orkest Opera Ballet Vlaanderen was in goede vorm. Dirigent Gaetano Lo Coco toont zich een bevlogen dirigent, maar soms mis ik wat rust in de muziek van Verdi; het klinkt een beetje ‘drammerig’, maar dat kan ook première stress geweest zijn. Het orkest was zeker nergens te luid en met name de strijkers sectie vond ik prachtig. De solo’ s van viool en cello gingen door merg en been.

Indrukwekkende Daniel & Lotte
De titelrol van Nabucco werd door Daniel Luis de Vicente gezongen, een indrukwekkende zanger, die zowel vocaal als dramatisch overtuigde. Over de hele linie klonk een krachtige, goed gedragen bariton, met een solide lijn en duidelijke tekstprojectie. In het duet met Fenena was zijn vaderlijke smeekbede zo sterk dat ik me helemaal kon voorstellen dat hij ook een geweldige goede Rigoletto is. In Nederland hoorde ik de Spaans-Amerikaanse bariton meerdere malen als Michele in Il Tabarro (en Gianni Schicchi uit Il Trittico) ook toen was ik erg fan.* Ook scenisch maakte hij zijn personage volledig waar; het was één van de momenten die echt emotioneerde.

Abigaille, gezongen door Ewa Vesin, maakte voor de pauze indruk door haar enorme vocale volume en fysieke préseance. Tegelijk riep de constante inzet van forte en mezzoforte vragen op over kleuring, zuiverheid en nuance; het emotioneerde daarom wat minder. Fenena werd vertolkt door Lotte Verstaen, die met een warme, gedragen klank haar personage over het voetlicht brengt. In haar solomoment was zij stralend aanwezig en bracht de aria vol overtuiging, complimenten aan dit Belgische talent. Zaccaria door Vittorio de Campo was solide en muzikaal betrouwbaar, al bevat zijn stem te veel van één sonore kleur en naar mijn smaak wat ruis, iets wat mij minder aanspreekt. Matteo Roma zong een prima Ismaele en heeft een fijne stem. De overige rollen werden door de leden van het Jong Ensemble van Opera Ballet Vlaanderen verzorgd. Sawako Kayaki, Emanuel Tomljenovic en Samson Setu leverden goed werk.

Female gaze
Nabucco heeft het in zich om een opera te zijn waar vanuit de positie van de man naar de handeling gekeken wordt. Bij deze regisseur verschuift dat perspectief van heroïsche machtsuitoefening naar lichamelijke en emotionele consequenties. Macht wordt niet bewonderd, maar onderzocht op wat het aanricht in lichamen, relaties en bijvoorbeeld de ruimte, een jurk als gevangenis. Dat is heel goed gedaan in deze opera. De blik is relationeel. De camera zoekt gezichten, aarzeling, kwetsbaarheid; niet het grote gebaar, maar het moment waarop iemand beseft geen controle te hebben. De vrouwen Abigaille en Fenena worden niet gereduceerd tot hun functie binnen een patriarchaal narratief, maar gelezen vanuit hun handelen. Het gaat om hun insluiting en hun verlies aan autonomie. Kostumering en ruimte maken zichtbaar hoe vrouwelijke lichamen dragers worden van politieke projecties. Dat zijn vanuit de female gaze allemaal hele prijzenswaardige zaken. Ook het koor wordt op die manier vanuit een female gaze benaderd: niet als massa, maar als netwerk van individuele levens. De toeschouwer wordt niet op afstand gehouden, maar medeplichtig gemaakt aan het kijken. Zo verschuift Nabucco van een verhaal over macht van het patriarchaat, naar een ervaring van verantwoordelijkheid en maakt daarmee de voorstelling inderdaad heel actueel en aangrijpend. Maar de ethisch overtuigende blik garandeert nog geen theatrale overtuigingskracht.

Epiloog
Deze versie van Nabucco is geen illustratie van een klassieker, een geruststellende afsluiting waarin vrijheid wordt geschonken. Er worden urgente vragen gesteld over macht, religie en verantwoordelijkheid, en dat vanuit een overtuigende female gaze. Maar de regie stapelt betekenissen en beelden zo gretig op elkaar, dat de muziek haar dragende rol verliest. Gelukkig viel er vocaal en muzikaal veel te genieten met aan het einde een hoogtepunt. Antonino Fogliani, die de oorspronkelijke productie in Genève dirigeerde, componeerde een nieuw stukje muziek voordat het koor ‘Va, pensiero’, (het slavenkoor), a capella, nog eens inzet. De gezongen melodie blijft hangen, zonder einde, en omdat het zo bekend is, gaat de melodie en daarmee de voorstelling ook mee de zaal uit, in ons hoofd, waar onze gedachten verder gaan.
Nabucco is nog te zien op 28 februari en op 3, 5, 8 10, 12 en 15 maart in Opera Antwerpen en daarna op 6, 8 en 10 mei in Lux- Gran Theatre in Luxemburg.
Verder kijken, luisteren en lezen
Koordirigent Jan Swijger over het beroemde Slavenkoor
*Monique ten Boske over Il trittico met Daniel Luis de Vicente