FeaturedLiedrecensieRecensies

Donkere liederen schuchtere Golda Schultz

Somber en bevreemdend waren de liederen die Golda Schultz, samen met pianist Jonathan Ware, zong in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. De bescheiden Zuid-Afrikaanse sopraan bracht werk van zes componisten en verraste het publiek met zelden uitgevoerde liederen van George Crumb, Florence Price en Rita Strohl.

Golda Schultz en Jonathan Ware. Foto: © Vittorio Greco

Golda Schultz (1983) studeerde aan de University of Cape Town en de Juilliard School of Music in New York. In 2011 kreeg ze een aanstelling bij de Bayerische Staatsoper in München. Sindsdien zingt ze op ’s werelds belangrijkste podia, zoals de Wiener Staatsoper, de Salzburger Festspiele en The Metropolitan Opera in New York. In het Concertgebouw debuteerde ze in 2025 tijdens het Mahler Festival, in Mahlers Achtste symfonie met het Concertgebouworkest onder leiding van Klaus Mäkelä.

Geen diva

Schultz maakt op het podium een terughoudende indruk. Zeker geen diva. Opvallend zijn haar sterke dictie en de heldere klank van haar beeldschone zangstem. Ze beweegt soepel door de melodische lijnen en houdt tonen met grote controle en consistentie aan. Haar Duitse uitspraak is weliswaar niet perfect, maar dat heeft een zekere charme.

Voor dit recital kozen Schultz en Ware liederen van Richard Strauss, Johannes Brahms, Rita Strohl, Clara Schumann, Florence Price en George Crumb. Wat de werken verbindt, zijn thema’s van liefde en verlies, droom en dood, zang en stilte. Schultz omschreef ze als sombere nachtgedachten: ‘There are those thoughts we only think in the dark of night; under the cover of darkness.’

Golda Schultz. Foto: © Vittorio Greco

Klankexperiment

Het recital opende met George Crumbs (1929) experimentele cyclus Apparition, Elegiac Songs and Vocalises (1979)

George Crumb. Foto: ©Steven Pisano

Het werk bestaat uit negen delen en bevat weinig tekst; soms klinkt het als een kakofonie van geluiden. Twintig minuten lang ontvouwde zich een intens klankexperiment waarin beide musici hun volledige palet inzetten. Ware speelde met uiterste concentratie: van fluisterzachte aanslagen tot harde accenten en zelfs het strijken over de snaren in de piano. Schultz liet een indrukwekkende reeks stemkleuren horen – van fluisteren en zingen tot huilen, gillen en vogelachtige klanken. Een opmerkelijke opening.
Wat opviel was dat de sopraan het hele recital de bladmuziek erbij hield. Helaas belemmerde dit wel haar expressie en verminderde de interactie met het publiek.

Juiste toon

Het tweede blokje waren drie liederen van Clara Schumann . Naast haar carrière als begenadigd pianiste componeerde zij ook zelf. De liederen Ihr Bildnis, Es fiel ein Reif in der Frühlingsnacht en Sie liebten sich beide (1840), op teksten van Heinrich Heine, vormden een welkome romantische tegenhanger. Vooral Sie liebten sich beide maakte indruk: een tragisch lied over twee geliefden die hun gevoelens nooit uitspreken. Schultz trof hier precies de juiste lyrische toon.

Vervolgens liet ze drie liederen horen van de Amerikaanse componiste Florence Price: Because, Hold Fast to Dreams en Night. Prices muziek staat in de Europese romantische liedtraditie, maar verweeft daarin ook elementen uit de Afro-Amerikaanse cultuur. In Hold Fast to Dreams (1945) kwam die melodische stijl mooi naar voren. Het bemoedigende karakter van het lied – een oproep om niet te bezwijken onder de zwaarte van het leven – werd door Schultz fijnzinnig en overtuigend vertolkt, ondersteund door indringend pianospel.

Florence Price

Zoeken naar kwetsbaarheid

Na de pauze klonken de Ophelia-Lieder (1873) van Johannes Brahms : vijf korte, ingetogen liederen die hij schreef voor een toneelproductie van Shakespeares Hamlet. Ze moeten Ophelia’s waanzin verbeelden. Het leek hier echter alsof de sopraan even moest zoeken hoe ze de kwetsbaarheid van Ophelia zou laten klinken.

Meer overtuiging klonk in de liederen van de Franse componiste Rita Strohl. In haar cyclus Dix Poésies mises en musique (1901) combineert ze laatromantische en impressionistische klankkleuren. Schultz zong drie liederen uit deze reeks. In Barcarolle klonk haar fluisterzachte zang bijzonder fraai. Ware excelleerde in het mysterieuze pianospel van La Momie, een macaber lied over de mummie van een jong meisje in een museum. Het melancholische La Tristesse de la lune, waarin de maan fungeert als spiegel van de menselijke ziel, vormde een meeslepende afsluiting van dit blok.

Rita Strohl

(Te)weinig nuance

Tot besluit koos het duo voor de beroemde liederencyclus Vier letzte Lieder (1948) van Richard Strauss  op gedichten van Hermann Hesse en Joseph von Eichendorff. De cyclus – een muzikale reis van leven naar dood – paste thematisch goed bij het recital. De uitvoering liet echter iets te wensen over. In Frühling klonk het volume, zowel vocaal als pianistisch, te groot. Ook in September ontbrak het soms aan nuance. Pas in Beim Schlafengehen kwamen balans en intentie beter samen. De cyclus eindigde met Im Abendrot, met weer veel te zwaar aangezette passages.

Uiteindelijk met het lied Lost in the Stars van Kurt Weill,  gaf ze uit het hoofd met passie en expressie, een memorabel toegift.

Verder kijken, luisteren en lezen

Golda Schultz zingt Pamina.

Gold Schultz zong in 2020 in de Last night of the Proms in een lege Royal Albert Hall.

You’ll never walk alone uit de Last Night of the Proms in 2020.

Vorig artikel

Parsifal in Düsseldorf van hoge kwaliteit

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Rudolf Hunnik

Rudolf Hunnik

Rudolf Hunnik is cultuurjournalist, filmprogrammeur en trainer. Hij schrijft voor onder meer de Gooi- en Eemlander, HDC Media, Cultuurpers en Place de l’Opera.