FeaturedHeadlineRecensies

Appeltaartconcert verwarmt en verbindt

Met de Appeltaartconcerten wordt klassieke muziek letterlijk naar het publiek toe gebracht. In buurthuizen, wijktheaters, bibliotheken en kerken klinken jaarlijks rond de tweehonderd concerten, bedoeld om te ontroeren en een gevoel van nabijheid en gezamenlijkheid te creëren. De drempel blijft bewust laag: de toegang is betaalbaar, met een vrijwillige bijdrage na afloop. Dankzij steun van Vrienden, een steunstichting, fondsen en gemeenten zijn deze concerten toegankelijk voor een breed publiek.

Domweg te koud

De bezochte voorstelling betrof het Appeltaartconcert op zes februari 2026 en vond ditmaal, uitzonderlijk, plaats in de Stadsschouwburg Utrecht. De serie was oorspronkelijk gepland in de Domkerk, maar daar was het ‘Domweg’ te koud. Het concert werd mogelijk gemaakt door Vrienden van de Dom en Stichting Appeltaartconcerten, met als doel mensen met elkaar te verbinden en middelen te werven voor het onderhoud van de Dom.

De Stadsschouwburg Utrecht was ingericht als middenzaal voor dit concert en vrijwel volledig uitverkocht. Het publiek was zichtbaar betrokken en enthousiast, met opvallend veel vrouwen. De zang werd verzorgd door mezzosopraan Karin Strobos en tenor Erik Slik, beiden ervaren solisten in het Nederlandse muziekleven. Karin Strobos viel eerder in bij De Nationale Opera en Ballet als Octavian in Der Rosenkavalier* en Erik Slik stond in meer dan tien producties van Nijetrijne** het operagezelschap dat in 2025 haar laatste voorstelling speelde. Beiden studeerden aan het conservatorium in Utrecht en traden eerder samen op bij de Utrechtse Opera in Trijn. Zij werden bij het Appeltaartconcert omringd door een veelzijdig ensemble: Ernst Munneke (piano), Margreet Niks (fluit), Maria Dutoit (klarinet), Elisabeth Perry en Richard Wolfe (viool), Michiel Holtrop (altviool, tevens organisator), Eilidh Martin (cello), Marijn van Prooijen (contrabas) en Jurjen Bakkers (slagwerk).

Erik Slik en Karin Strobos met het ensemble in een Appeltaartconcert. Foto: ©Place de l’Opera, Monique ten Boske

Karin Strobos opende haar bijdrage met een fraaie entrée en lichtte toe dat zij de cyclus ‘Siete canciones populares’ van Manuel de Falla zou zingen. Om de vaart in het programma te houden gaf zij vooraf een korte, bevlogen toelichting op het repertoire, wat de samenhang van de cyclus versterkte. Marijn van Prooijen schreef de arrangementen voor dit ensemble. In de liederen viel het expressieve spel van Michiel Holtrop en Eilidh Martin op. In het zesde lied, ‘Canción’, wordt normaal de droge ratelklank van castagnetten gesuggereerd door de pianopartij, maar in deze versie nam slagwerker Jurjen Bakkers deze markante klank letterlijk voor zijn rekening. Strobos kleurde de zeven verhaaltjes helder en aansprekend; haar vocale zeggingskracht en inleving verdienden waardering. Het slotlied bracht zij met zichtbaar vuur en passie, vol intensiteit en emotie. Het was jammer dat versterking nodig was in deze setting, temeer daar haar stem op zichzelf voldoende draagkracht heeft.

Karin Strobos. Foto: ©Place de l’Opera, Monique ten Boske

Female gaze

Een opvallend punt vanuit een female gaze was dat in het programma geen enkele vrouwelijke componist was opgenomen. Er was geen inspanning gedaan om het vrouwelijke element in de voorstelling te versterken. Het podium telde zes mannen en, inclusief de voorzitter van de Vrienden van de Domkerk, zeven mannen tegenover vijf vrouwen; de energie van Karin telde wellicht voor twee.

Carmen

Strobos en Slik zongen een aantal stukken uit Carmen van Bizet. In ‘Habanera’ zong Karin enthousiast, compleet met een radslag op het podium tot grote hilariteit van het publiek. Erik Slik, vanaf de zaal als afwachtende Don José, kwam het podium op en presenteerde zijn ‘La fleur que tu m’avais jetée’ (Act II) in prachtig Frans, teder en mooi gezongen. Het duo maakte er een speelse act van; Erik flirtte met een dame in het publiek en Karin vleide zich neer op de kruk achter de pianist en flirte vervolgens met haar eigen man bij het drumstel. Het orkest speelde goed, ritmisch en met duidelijke accenten. De muzikanten genoten zichtbaar van het samenspelen in de fraaie zaal van de Stadsschouwburg. Erik Slik vervolgde met ‘I Have Confidence’ (uit de Sound of Music) van Rodgers & Hammerstein, een stuk dat het publiek aansprak en zijn stem goed deed uitkomen.

Erik Slik. Foto: © Place de l’Opera, Monique ten Boske

Karin vervolgde met ‘Moonlight Serenade’ van Ella Fitzgerald, fraai ondersteund door het vioolspel van Elisabeth Perry. Daarna zong Erik ‘Oh What a Beautiful Morning’ (uit Carousel) en begon de zaal mee te neuriën en te zingen, wat de sfeer verder verhoogde. Vervolgens klonken ‘Cheek to Cheek’ en twee toegiften; Karin kondigde aan dat er daarna appeltaart zou zijn. De eerste toegift was ‘We’ll Meet Again’, gevolgd door het intiem gebrachte ‘Ik zou wel eens willen weten’ van Jules de Korte. Het concert eindigend met; ‘waarom zijn de mensen zo moe, ze zijn al zo lang onderweg naar de vrede toe, daarom zijn de mensen zo moe.’

Erik Slik en Karin Strobos en Ernst Munneke in een Appeltaartconcert. Foto: ©Place de l’Opera, Monique ten Boske

Niemand was te moe om de appeltaart te nuttigen. De Schouwburg had een geweldig team ingezet om de uitgifte van koffie en appeltaart soepel te laten verlopen. Hulde voor dit prachtige initiatief en de kwaliteit van de voorstelling.

Verder lezen

*Karin Strobos in in 2011 Der Rosenkavalier

**Erik Slik in Nijetrijne in 2024

Vorig artikel

Nighttown DNOA aantrekkelijke productie

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Monique ten Boske

Monique ten Boske