Home » Operarecensie

Maltmans oorlogsrecital is een voltreffer

Amsterdam11 januari 2018 Geen reacties

“Lovely lads, dead and rotten.” Deze frase uit een lied van Arthur Somervell beschrijft in een notendop Christopher Maltmans hommage aan hen die sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. Samen met pianist Joseph Middleton pakte de bariton zijn publiek woensdag ferm bij de kladden voor een indringende luistertocht.

Christopher Maltmans techniek is zo solide dat zijn expressie zonder omwegen het hart raakt. (© Pia Clodi)

In 2018 herdenken we dat de Grote Oorlog – die ons land passeerde, maar elders in Europa diepe groeven trok – een eeuw geleden beëindigd werd. Het publiek van het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ mocht woensdag delen in The Soldier – from Severn to Somme, een Engelstalig liedrecital dat al ontstond tijdens Christopher Maltmans studietijd.

Recent voegde de bariton liederen toe uit andere partijen in het conflict, uit diverse tijdsspannen. Toch vormen Engelse componisten uit het begin van de twintigste eeuw het “kloppend hart” (in Maltmans woorden), en dan specifiek toonzettingen van A Shropshire Lad, de dichtbundel die Alfred Edward Housman in 1896 publiceerde. Ruim voor het internationale kruitvat explodeerde dus, maar de mix van pastorale nostalgie en doodsbesef, met vele militaire aspecten, raakte een snaar bij rekruten op weg naar het front. In menige ransel zat een pocketuitgave, mede dankzij Housmans inzet om de prijs laag te houden.

Met ‘Loveliest of Trees’ van George Butterworth en ‘Black Stitchel’ van Ivor Gurney klonken direct twee componisten die zelf meevochten. Maltman ontplooide wonderschone lyriek in deze odes aan het glooiende Engelse landschap, een betoverde wereld die na 1914 nooit meer hetzelfde zou zijn.

Op dit eerste deel – Home – volgden Journey, Battle en Epitaph, als het ware vier aktes in het drama van een anonieme soldaat. Zo’n overkoepelende spanningsboog biedt naar mijn idee meer toekomstperspectief aan het soms als passé beschouwde recitalmodel dan onnodige visuele prikkels.

In Journey trof het weemoedige ‘Severn Meadows’, op eigen woorden geschreven door dichter/componist Ivor Gurney, die ook de ondertitel van het programma leverde. Hoewel Maltmans breekbare mezza voce emotioneerde, was hij gedurende de avond vrij spaarzaam met het gebruik hiervan. Hij heeft dit repertoire decennialang zo intens doorleefd dat zijn tedere tonen werkelijk uit voordracht en stemkleur komen, niet uit vocale technieken met een schijn van gekunsteldheid.

Een groot contrast met ‘He is There’, een opzwepend krijgslied uit 1917 van Charles Ives, eerder nog verklaard tegenstander van de oorlog. Testosteron golfde door de zaal, wat een bezoeker een “Wow!” ontlokte. Ives eiste dat het woord ‘shout’ keihard geschreeuwd werd, waar Maltman met driftige lichaamstaal geheel aan voldeed. Tegelijk gaf hij de strijdlust een laconiek tintje mee, het ongemak relativerend dat velen nu zullen voelen bij Amerikanen die met geweld vrijheid willen afdwingen.

Joseph Middleton: met recht erfgenaam van de legendarische begeleider Gerald Moore. (© Sussie Ahlburg)

Journey besloot met Mahlers ‘Revelge’, bekender repertoire, maar vooral in de orkestversie. De relatief jonge Joseph Middleton geldt als erfgenaam van de legendarische begeleider Gerald Moore. Zijn enorme rijkdom aan dynamische nuances en kleurschakeringen bevestigde dat volledig, evenals zijn verbluffende articulatie, tot in de miniemste nootjes. Het symfonieorkest werd niet gemist.

Datzelfde gold in het deel Battle voor Moessorgski’s ‘Veldmaarschalk’, een portret van de enige winnaar in elke oorlog. Maltman wekte de Dood bloedstollend tot leven, zowel met kille blik als harde stem, ondanks de lastige Russische taal. Maltmans techniek is zo solide dat zijn expressie zonder omwegen het hart raakt, zoals de spreker in Schumanns ‘Der Soldat’ zijn beste vriend. Dit executietafereel herinnerde me aan de soldaten met shellshock die men wegens desertie terechtstelde.

Ivor Gurney roerde me het meest, een ware openbaring! Letterlijk in de loopgraven schreef hij ‘In Flanders’, op een tekst van een vermiste jeugdvriend. Dit geeft extra reliëf aan het schrijnende heimwee dat Maltman en Middleton zo gevoelig verklankten. De vriend overleefde de strijd, net als Gurney zelf. Maar deels door de gruwelen sleet hij zijn laatste vijftien jaar in een psychiatrische inrichting.

Het deel Epitaph opende met ‘Channel Firing’, geschreven door Gerald Finzi in 1939 op een gedicht van Thomas Hardy uit 1914. God meldt ontwaakte dode zielen dat een hels kabaal nieuwe oorlog betreft, niet het laatste oordeel: “The world is as it used to be.” Een ontmoedigende boodschap, die Finzi bewust achterhield tot 1949. Middletons kanongebulder was even imposant als Maltmans lijdzame ernst, met een prachtig wegstervende noot op ‘avenge’.

Schijnbaar lichtere kost boden de volksliedachtige Housman-zettingen van Butterworth en de oudere Arthur Somervell. Vooral bij de eerste bliezen beide musici met uitgekiende timing optimaal poëzie in de schaarse noten. Een warme verteltoon verhulde niet de tragiek van “the lads that will die in their glory and never be old” – nog navranter met de kennis dat Butterworth zelf evenmin oud werd: aan de Somme beëindigde een Duitse scherpschutter zijn getalenteerde bestaan.

Het dromerige naspel van ‘Lune d’Avril’, Poulencs allerlaatste lied, deed even geloven in een wereld waarin “alle geweren gebroken” zijn. Met de toegift ‘In Boyhood’ van John Ireland raakte Maltman naar eigen zeggen de kern: dankbaarheid aan “hen die voor mij stierven”. De laaiend enthousiaste bezoekers beantwoordden op hun beurt dit formidabele duo voor een unieke ervaring.

Het recital is terug te luisteren via de website van Radio 4.

door

Serie Grote Zangers

Solisten: Christopher Maltman (bariton) en Joseph Middleton (piano).
Bezocht op 10 januari 2017 in Muziekgebouw aan 't IJ - Amsterdam.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.