Operarecensie

Winterreise met te veel dramatische expressie

Dramatische handgebaren, manische blikken en een scala van mooi gezongen emoties. De Oostenrijkse mezzosopraan Angelika Kirchschlager zong Schuberts Winterreise dinsdag in het Concertgebouw als een uitgelaten verhalenvertelster. Met op de piano een stevig spelende Julius Drake.

Angelika Kirchschlager. (© Nikolaus Karlinsky)

Te midden van vele mezzosopranen heeft Angelika Kirchschlager (1965) al jarenlang een roemrijke internationale carrière met recitals en opera’s. Ze is het meest bekend van rollen in opera’s van Strauss en Mozart. Kirchschlager heeft een mooie warme stem, rijk en volumineus, met een timbre dat fraai klinkt in de donkere lage regionen en goed past bij Schuberts Winterreise.

Je kunt je afvragen of een vrouw wel Winterreise kan zingen. De cyclus wordt doorgaans door een man gezongen. In deze 24-delige liederenreeks, met teksten van Wilhelm Müller, gaat het immers om een jongeman die rust zoekt in een winters landschap nadat hij zich afgewezen voelt door een vrouw die hij bewonderde. Rust die hij wellicht zoekt in een vrijwillig gekozen dood.

Maar waarom zou een vrouw niet een muzikaal droevig verhaal kunnen brengen (ook al treedt ze, zoals Kirchschlager, op in een blauwe galajurk? In het Concertgebouw representeerde Kirchschlager op expressieve en fascinerende wijze de gevoelens en gedachten van de wandelaar in de sneeuw. Toch gaf dat juist distantie en kwam het geheel gemaniëreerd over.

Kirchschlager nam meteen in het eerste lied, ‘Gute Nacht’, een avontuurlijke en vooral actieve zing- en speelhouding aan. Spannend en treffend. Maar in de strofe “Hier findst du deine Ruh!” in het welbekende lied ‘Der Lindenbaum’ trok ze een grimas van angst. Dat was overdreven en leidde af. Die rare contrasten bleven in het recital.

Julius Drake. (© Sim Canetty-Clarke)

Julius Drake is een begenadigd liedbegeleider. In eerdere liedrecitals viel mij op dat hij in intense passages een te flinke aanslag geeft. Ook nu was zijn spel bijvoorbeeld in ‘Ruckblick’ soms te onstuimig. Bovendien rondde Kirchschlager de woorden, in dit lied over lichamelijke pijn, niet netjes af. Met het stevige geluid van de piano werd het onverstaanbaar.

In het wonderschone ‘Frühlingstraum’ zit een diabolisch wending. Eerst zingt de protagonist liefdevol over mooie bloemen in de natuur, maar dan wordt hij plotseling getroffen door kraaiende hanen en schreeuwende kraaien – lees voorbode van de dood. Kirchschlager interpreteerde dit lied meesterlijk, ook al was het te veel van het goede. In de aangegeven overgang trok ze zelfs een griezelig betoverend heksengezicht.

Bij ‘Täuschung’ zong de zangeres daarentegen zonder een unheimisch gevoel en theater, wat je daar wel zou verwachten. Het was boeiend en vervreemdend tegelijk. Sterk.

Het laatste lied ‘Der Leiermann’, waarin de doelloze wandelaar zich afvraagt of hij met de draaiorgelman mee zal gaan, vertolkte Kirschslager net als de andere liederen: met veel dramatische expressie. Aan het eind sloot ze langdurig haar ogen.

Riep dit diepzinnige einde op tot compassie? De wens en hoop dat de jongeman kiest voor een ander nieuw leven? Nee. Zo had ik mij Winterreise niet voorgesteld.

Vorig artikel

Stem nu: Schaunard Award 2019

Volgend artikel

Studio Nibelheim: Christmas with Brownlee

De auteur

Rudolf Hunnik

Rudolf Hunnik