Operarecensie

Schreker en Wagner verwennen Los Angeles

Operaminnend Los Angeles beleefde onlangs een prachtige lenteweekend. Kort na elkaar werden Schrekers Die Gezeichneten en Wagners Götterdämmerung opgevoerd. Op fraaie wijze, met sterke casts en het orkest als grootste ster.

Het was lente in Los Angeles en er woei een koel windje door de vele bloeiende bomen. Zowel zaterdagavond als zondagmiddag stond het plein voor het Music Centre vol met toeristen en operabezoekers. Je zag veel lange jurken en stilettohakken op de premièreavond van Schrekers Die Geziechneten; bij de voorstelling van Götterdämmerung was het (veelal hetzelfde) publiek veel minder formeel gekleed.

Over Wagner (1813-1883) weten we best veel, maar Schreker (1878-1934) is een nieuwe naam voor de meeste Amerikaanse operagangers. Zijn vader was een Joodse fotograaf, zijn moeder een katholieke barones, hijzelf werd geboren in Monte Carlo. Toen zijn vader in 1888 overleed, verhuisde hij samen met zijn moeder naar Wenen. Hij was buitengewoon getalenteerd en al op de 14-jarige leeftijd kreeg hij een baan als organist. Zijn talent bleef niet opgemerkt: een gravin betaalde zijn opleiding op het conservatorium.

In 1912 beleefde Schreker zijn eerste grote succes met de opera Der Ferne Klang. Datzelfde jaar werd hij benoemd tot de compositieleraar aan de Muziekacademie in Wenen. Zijn volgende opera, Die Gezeichneten (voor het eerst uitgevoerd in 1918) maakte hem zelfs populairder dan Richard Strauss.

In 1920 werd hij aangesteld als de directeur van de Muziekacademie in Berlijn, en dat bleef hij tot hij in 1932 door de nazi’s gedwongen werd om af te treden. Een jaar later werd hij getroffen door een dodelijk herseninfarct. Zijn composities werden door de nazi’s bestempeld als ‘entertet’, gedegenereerd, en werden jarenlang (ook na de oorlog) zelden uitgevoerd.

Die Gezeichneten
In de voorstelling van zijn Gezeichneten op 10 april 2010 moest noodgedwongen gebruik worden gemaakt van de hellende en draaiende bühne die ontworpen werd voor de Götterdämmerung – beide opera’s werden binnen een paar uur na elkaar opgevoerd. Maar de roes opwekkende productie van Wendall K. Harrington bracht ons succesvol in Schrekers wereld van liefde en impressionisme.

Scène uit Die Gezeichneten (foto: Robert Millard).

Het belangrijkste thema van Die Gezeichneten is de (psychologische) invloed van een mismaakt lijf op zowel zijn ‘eigenaar’ als op zijn omgeving. De lelijke, zichzelf verachtende bultenaar Alviano creëerde een soort paradijs op aarde op zijn privé-eiland. Zelf komt hij er echter nooit – hij vindt zichzelf te min voor zoveel schoonheid. Vandaar dat hij geen weet heeft wat zich daar allemaal afspeelt: ontvoerde meisjes, orgieën, moorden.

De rol vereist een stentorstem en grote acteerkwaliteiten. Robert Brubaker beschikte over beide. Hij liet zich ook van een zeer sensitieve kant zien.

Zijn geliefde Carlotta, verscheurd tussen Alviano en de gewelddadige graaf Tamare, werd zowel fysiek als vocaal sensationeel gezongen door Anja Kempe. Ze zag er prachtig uit in haar jurk (kostuumontwerper: Dierdre Clancy) en haar stem kende duizenden kleuren.

Graaf Tamare werd gezongen door Martin Gantner (Hoopoe in de vorig jaar uitgevoerd Die Vögel van Braunfels). Zijn donkere en kleurrijke bariton was prachtig om te horen en zijn lange en goedgebouwde lijf vormde een perfecte tegenstelling met de kreupele Alviano.

James Johnson (volgende seizoen te horen als Telramund in Lohengrin) imponeerde met zijn dictie als Antoniotto Adorno en Wolgang Schöne was een voortreffelijke vader van Carlotta.

Maar de grootste ster, zoals overigens vaker in Los Angeles, was het orkest. James Conlon heeft een enorme grip op en controle over de diverse secties, waardoor het orkest ons kon trakteren op kleuren en nuancen met alle aandacht voor de individuele solisten. Bovendien toonde Conlon zich een echte ‘zangers-dirigent’. En we moeten hem dankbaar zijn voor het voor het voetlicht brengen van onbekende schatten als deze.

Götterdämmerung
Op de daaropvolgende zondagmiddag namen wij met Götterdämmerung afscheid van Der Ring des Nibelungen van Wagner. Over een paar weken wordt alles als één geheel achter mekaar uitgevoerd, maar het was onze eerste kennismaking met het laatste deel van de cyclus in de visie van Achim Freyer.

Scène uit Götterdämmerung (foto: Monika Rittershaus).

De Nornen – Jill Grove, Michelle De Young en Melissa Citro – waren verkleed als planeten. De Young zong ook Waltraute – zeer gepassioneerd, dat wel, maar met een beetje te veel vibrato.

John Treleaven was een meeslepende Siegfried. Zijn stem is veel lyrischer dan zijn meeste Wagner-collega’s en Conlon gaf hem alle ruimte om te worden gehoord zonder op zijn stem te zitten.

Linda Watson gaf werkelijk alles in haar vertolking van Brünnhilde. Haar frasering was betoverend en haar stem vulde de zaal zonder moeite.

Alan Held, gezegend met een stralende basbariton, zong een heroïsche Gunther en Jennifer Wilson (Gurtrune) heeft een soort staal in haar stem wat haar geschikt maakt voor een toekomstige Brünnhilde.

Richard Paul Fink heeft al veel Alberichs achter de kiezen. Hier toonde hij zich alweer een voortreffelijke en intelligente vertolker van de rol en Eric Halvarson was een perfecte Hagen.

Al met al: het was een niet te vergeten, fascinerend weekend.

Vertaald door Basia Jaworski.

Vorig artikel

Dertien nieuwe producties bij Oper Frankfurt

Volgend artikel

Discografie: Turandot

De auteur

Maria Nockin

Maria Nockin