FeaturedLezersrecensie

Japanse tranen bij Robeco

Twee geliefde opera’s in één week in het Amsterdamse Concertgebouw, dat kan alleen maar door de programmering van de Robeco Zomerconcerten. Op donderdag stond Madama Butterfly van Opera Zuid op het podium. Lezer Hans van Verseveld onderging de tranentrekkende avond.

Soojin Moon in de scenische uitvoering van Butterfly.

De formule is simpel. De Reisopera toert door het land met Donizetti’s Lucia di Lammermoor en Opera Zuid geeft veertien voorstellingen door heel Nederland van Puccini’s drama Madama Butterfly. Aan het eind van die lange toernees komen die gezelschappen kennelijk graag naar het Amsterdamse Concertgebouw, om daar hun kunstjes (!) nog eens semiscenisch te vertonen. Al jaren weten de liefhebbers van de grote kunst, want dat is het toch echt, de weg naar de Grote Zaal te vinden.

Donderdagavond 5 juli stond dus, vijf dagen na de Lucia, Puccini’s Madama Butterfly op de lessenaars voor een zeer goed gevulde zaal. De wonderschone productie van regiseur Frank Van Laecke zag ik op 24 juni in de Utrechtse Stadsschouwburg en ik moet zeggen dat het een adembenemende voorstelling was. Ik was dus een beetje huiverig voor de semiscenische uitvoering in het Concertgebouw.

De regie was teruggebracht tot zeer aanvaardbare handeling en verder was iedere zanger in kostuum. De belichting haalde het niet bij de voorstelling in de schouwburg, maar op één of andere manier kwam het drama nog heftiger tot uitdrukking, waarschijnlijk door de directheid van het concertpodium.

Om mij heen kijkend zag ik dat er veel tranen vloeiden, maar Puccini weet dan ook precies hoe hij dat in zijn geniale compositie moet doseren en ja, als er dan ook nog een jongetje van links naar rechts over het podium naar zijn moeder rent, dan komen de tissues tevoorschijn.

Hier werd met simpele middelen en met weinig subsidie een prachtige productie neergezet, die het autistische wanprodukt van Robert Wilson bij De Nederlandse Opera deed vergeten. De muziek en de zang van Puccini moeten het gewoon doen en alles wat je toevoegt, is bij zo’n drama is al gauw te veel.

Opera Zuid had veel geluk met z’n zangers. Goed was het te merken, dat de zangers con animo aan deze vijftiende en laatste Butterfly werkten. Bij de mannen was Marcel van Dieren als Sharpless absoluut in topvorm en zijn krachtige bariton straalde genegenheid uit voor de tragische Cio-Cio-San.

Van die genegenheid was bij de tenor Adriano Graziani niets te merken. Kil en berekenend ging hij te werk op een manier dat je een gezonde hekel krijgt aan Amerikanen. Pinkerton is een ondankbare tenorpartij die in de tweede akte niet voorkomt en aan het eind een kort fragment heeft te zingen, voordat hij het kind weghaalt bij Butterfly. In de eerste akte zingt hij echter samen met Cio-Cio-San het allermooiste liefdesduet ooit gecomponeerd. En eerlijk waar: hij deed dat mooi en stijlvol en de paar boeroepers tijdens het eindapplaus moeten zich een beetje schamen.

Elmar Gilbertsson speelde en zong met overtuiging Goro en de Bonzo van Martijn Sanders bracht indrukwekkende orgeltonen ten gehore.

En dan de dames. Karin Strobos, de voortreffelijk mezzosopraan, die gelukkig heel veel goed werk heeft geleverd de afgelopen jaren bij Opera zuid, kreeg de dankbare rol van Suzuki toebedeeld. Haar spel was, ook hier in het Concertgebouw, buitengewoon ontroerend en in het bloemenduet hield ze zich fantastisch staande naast de grote stem van Butterfly. Tragisch is haar partij aan het eind van de opera, als ze Butterfly moet vertellen dat Pinkerton er inmiddels met een ander vandoor is gegaan.

De hoofdrol werd met groot volume en intense dramatische overtuigingskracht gezongen door de Koreaanse sopraan Soojin Moon. Haar zang en spel werkte bij vele bezoekers op de traanklieren. Natuurlijk heeft Puccini tranentrekkende muziek gecomponeerd, maar als de sopraan niet voldoende kracht heeft in het lage en middenregister, dan gaat er veel verloren van de bedoelingen van de componist. Maar daar had Soojin geen probleem mee.

Vlak voor de zelfmoord aan het eind van de opera liepen de tranen over de wangen van de zangeres en tijdens het overdonderende applaus biggelden dikke tranen van dankbare emotie over haar gezicht.

Het Brabants Orkest is één van de beste orkesten van ons land en onder leiding van maestro Fabrice Bollon werd er dan ook geweldig gemusiceerd. Ondanks het feit dat de dirigent met de rug naar de zangers stond, waren er geen onregelmatigheden te bespeuren en dat is nou het grote voordeel van zo’n ingespeelde productie, waar de Amsterdammers dan ook graag naar toe komen

Onze staatssecretaris Halbe Zijlstra (ik heb hem wéér niet gezien vanavond) heeft in zijn grote wijsheid besloten dat Het Brabants Orkest samen moet gaan werken met het Limburgs Symfonie Orkest. Zo bezuinig je natuurlijk niet alleen op kunstenaars, maar ook op de kunst, want Brabant en Limburg komen straks veel te kort. Een onwijs besluit in een land dat vanwege zijn reputatie in de wereld met miljarden smijt in Europa.

Vorig artikel

Opera in de media: week 28

Volgend artikel

Uitslag Opera Twitter Wedstrijd

De auteur

Hans van Verseveld

Hans van Verseveld

4Reacties

  1. Basia Jaworski
    6 juli 2012 at 11:48

    Voor mij was het productie van het jaar. Twee keer gezien en twee keer pakken zakdoeken vol gesnotterd.

  2. Olivier Keegel
    6 juli 2012 at 16:27

    SOOJIN MOON = BUTTERFLY

    Mee eens, Basia. Een van de allerbeste Butterflies die ik heb mogen bijwonen, en dat zijn d’r een paar! Ster was in mijn ogen Soojin Moon. Met op de tweede plaats Soojin Moon, onmiddellijk gevolgd door Soojin Moon. Wat een geweldig wijf! (Pardon my French.) Stem, aanwezigheid, persoonlijkheid… Daar waren we toch eventjes ernstig beduusd van. En al die mannen uit het publiek ’s avonds thuis tegen hun vrouw: “Zou het niet eens leuk zijn om naar ZO-Azië te gaan met vakantie?” (“Desnoods wil ik wel alleen.”)

    De rest van de cast kon mijns inziens niet in de schaduw staan van Soojin Moon. Boegeroep voor zangers vind ik in het algemeen uit den boze, maar die tenor was toch wel heel erg matig. Kelig!

    Hans, goed dat je het “het autistische wanprodukt van Robert Wilson bij De Nederlandse Opera” nog even aanhaalt. Dat was heel erg inderdaad, hoewel ik me indertijd een kriek heb gelachen om de (door vrijwel iedereen voor zoete koek geslikte) toelichting van Wilson op zijn poppenkast. Maar laten we die ouwe koe maar niet uit de Muziektheater-sloot halen, nu we van deze prachtproductie van Opera Zuid hebben kunnen genieten

    Tsja, die Soojin Moon…… Een fanclub oprichten, hoe doe je dat eigenlijk?

  3. Henry Oen
    8 juli 2012 at 20:26

    Graziani zong het liefdesduet misschien wel ‘stijlvol’, maar boegeroep voor die piepstem is wel begrijpelijk (maar ik doe daar zelf niet aan mee).

  4. Ton
    9 juli 2012 at 11:06

    Werd er niet gewoon boegeroepen omdat Pinkerton het ‘gemene’ karakter heeft? Dat wordt wel vaker gedaan bij ‘villains’, hoewel Pinkerton natuurlijk niet echt een ‘villain’ is. Ik vond zijn stemgeluid juist heel mooi, nooit geforceerd.