Home » Buitenland, Featured, Operarecensie

Castellucci’s Zauberflöte is bitterzoet

Brussel24 september 2018 2 reacties

Twaalf voorstellingen biedt de Brusselse Munt van Die Zauberflöte. Allemaal tot de nok toe uitverkocht. Niet alleen vanwege de populariteit van Mozarts werk, maar ook vanwege regisseur Romeo Castellucci. Geruchten vlogen al vooruit over blinde en door brandwonden getroffen medewerkenden. Op 21 september reageerde het publiek met luide bijval. Diep ontroerend.

Alle kostuums, alle decors in het eerste bedrijf zijn hagelwit. (© B. Uhlig / De Munt La Monnaie)

Kijk mensen, dit is het suikerzoete sprookje en dit is de bittere harde werkelijkheid. Zo geeft Romeo Castellucci in zijn regie aan wat hij heeft gehoord en gelezen in Mozarts muziek en Schikaneders tekst uit 1791.

Omdat iedereen het verhaal toch wel kent, heeft Castellucci allerlei grappen en grollen uit het begin van het eerste bedrijf geschrapt, daarmee de essentie benadrukkend. Vogelvanger Papageno zingt wel zijn opkomstaria ‘Der Vogelfänger bin ich ja’. Het is even wennen als Tamino ineens zingt ‘Dies Bildnis ist bezaubernd schön’. De essentie schuilt in de aria’s, die zonder al te veel verbanden aan elkaar zijn geregen. Wie het niet snapt, kan in het programmaboek de complete tekst nalezen.

Verdubbeling

Het suikerzoete van deze productie zit in de presentatie van het eerste bedrijf. Alle kostuums, alle decors zijn hagelwit. Castellucci ontwierp ze zelf naar voorbeelden uit de rococo. Hoge pruiken, wijd vallende rokken en een menigte aan witte veren in de stijl van Amerikaanse show zorgen voor een onrealistisch mooie wereld, waarin complete balletten voor oogstrelende achtergronden zorgen. Op de voorgrond staan de zangers, naar barokke ordening naar de zaal geplaatst. Geen karakters, maar types.

Om de niet-realistische sfeer van het Zauberflöte-sprookje te verhevigen, laat Castellucci alle zangrollen dubbelen met dansers in exact dezelfde kostuums. Zij staan met omringende dansers links en rechts op het toneel opgesteld en bewegen in een perfecte choreografie. Beeldschoon. Volgens de regisseur zit deze verdubbeling al in de opzet van het stuk: Tamino-Pamina, Sarastro-Koningin van de Nacht, Papageno-Papagena, dubbele priesters, dubbele deurwachters…

De symmetrie ontbreekt in het geluid. Dat komt steeds van links! De roldubbelaars bewegen hun monden wel exact op de tekst, maar je hebt het vervelende gevoel dat het rechterkanaal van je geluidsinstallatie faalt. Het zou spectaculair en echt onwezenlijk zijn geweest als de zang zowel van links als rechts had geklonken. Natuurlijk een te dure grap en muzikaal-technisch zeer lastig.

Omwille van de symmetrie worden de drie dames aangevuld met een zwijgende vierde, en ook de drie knapen krijgen zo’n aanvulling. En het koor? Dat zingt vanuit de orkestbak, want het toneel staat al vol met de dansers.

Oorstrelende klankpracht

Het eerste bedrijf is dus geen zangspel, maar een ariashow. Alle aandacht kan uitgaan naar het kunstvol zingen. De Oostenrijkse bariton Georg Nigel laat meteen in zijn rustig gezongen opkomst als Papageno horen over een prachtig, vol en helder geluid te beschikken, dat hij inzet voor een aanstekelijke voordracht in een met Weens-volks accent gekleurd Duits.

De Britse tenor Ed Lyon kleurt Tamino met een tedere klank als hij zijn ‘Bildnis’-aria zingt, evenwel zonder enig portret in de hand. Hij staat en zit, net als zijn mimende dubbel, op een draaiende schijf, waardoor hij lijkt op een suikergoedpop. Maar zie, daar komt de Koningin van de Nacht, een statige, struise vrouw, geaccentueerd door de hoofdtooi van witte veren. ‘Zittre nicht, mein Sohn’ zingt de Franse sopraan Sabine Devieilhe met oorstrelende klankpracht, gevolgd door een met kraakheldere coloraturen uitgewerkte aria, evenals haar latere ‘Hölle Rache’.

Weg sprookje: het tweede bedrijf speelt zich af in een sfeerloze kale ruimte, met wanden in de bruinige kleur van bordkarton. (© B. Uhlig / De Munt La Monnaie)

Ineens horen we Papageno “mmmm” zingen. De dames verlossen hem met ferme stemmen, waarna gelukkig de hele scène van het overhandigen van fluit en klokkenspel volgt. Sophie Karthäuser ontpopt zich als een lieflijke Pamina.

Elmar Gilbertsson verschijnt als een Monostatos in het wit; zonder slaven, die zijn geschrapt. Schattig ogen de vier knapen als pages, waarvan drie (twee meisjes, één jongen) met nogal dunne stemmen hun aanmoedigingen zingen. Gabor Bretz beeldt met kracht en voldoende laagte een milde Sarastro uit.

Verschroeide huid

Het tweede bedrijf laat Castellucci afspelen in een sfeerloze kale ruimte onder fel wit licht met wanden in de bruinige kleur van bordkarton. Weg sprookje. De scène begint in stilte met drie vrouwen die open en bloot hun borsten kolven. De moedermelk gaat in een dunne glazen buis die achter op het toneel hangt en aan het einde van het tweede bedrijf wordt uitgegoten als een soort plengoffer, “verricht als bevestiging van het primaat van de moeder”, aldus Castellucci.

De moeder, alias de Koningin van de Nacht, is in het tweede bedrijf de tegenstander van Sarastro. Duisternis versus licht/vuur. Castellucci brengt dit in beeld door vijf blinde Belgische vrouwen op te voeren tegenover vijf door derdegraads brandwonden getekende Belgische mannen, net als de zangers gestoken in lichtbruine werkpakken.

In de tweede akte krijgt de opera zijn karakter van zangspel terug. (© B. Uhlig / De Munt La Monnaie)

Het is Castellucci’s commentaar op de tekst. Tamino en Pamina moeten zowel de beproevingen van de nacht als van het vuur doorstaan. Met mooie zang en orkestbegeleiding wordt dit uitgedrukt, maar wat betekent het om reëel beproefd te worden in de nacht van de blindheid of in de pijn van een verschroeide huid? De vrouwen en de mannen vertellen in het Engels hun levensverhaal en de aard en achtergrond van hun beproeving, in afwisseling met de essentiële zangstukken. Hier krijgt de opera zijn karakter van zangspel terug, met gesproken teksten die verre van vrijblijvend en diep ontroerend zijn. Het is een integere manier van presenteren, die enorme dimensies geeft aan dit sprookje.

De vrolijke klokjesaria van Papageno krijgt in dit kader een wrange ondertoon. Papageno zingt: “Wil géén mij met liefde vereren, dan moet mij de vlam wel verteren! Maar kust mij een vrouw’lijke mond, dan ben ik meteen weer gezond!” Eén van de verbrande mannen sprak: “Ik dacht dat het na verloop van tijd beter zou worden. Maar zo is het niet.” Zulk muziektheater komt hard aan. Het wordt relevant en blijft in het geheugen geëtst.

Gespleten ziel

Over één persoon verbaas ik mij in deze productie: dirigent Antonello Manacorda. Hij moet over een gespleten artistieke ziel beschikken om deze Castellucci-enscenering met vele coupures te combineren met de complete partituur in de lichtvoetige productie van Simon McBurney in Amsterdam.

In de Muntschouwburg klonk de ouverture voortvarender uit het even groot bezette orkest als in Amsterdam, en met meer klankkracht, mogelijk door de gunstige akoestische verhoudingen. Manacorda zorgde met dynamische afwisselingen en scherpe accenten voor kleur en spanning in de prachtige begeleiding. In sommige aria’s, zoals die van de Koningin, nam hij iets bredere tempi, maar Papageno kreeg juist wat meer schwung, met verve benut door Georg Nigl.

Die Zauberflöte is nog tot en met 4 oktober te zien. De voorstelling op 27 september wordt live gestreamd via Arte Concert en is ook te beluisteren op Klara en Musiq’3. De Munt heeft de vier voornaamste rollen dubbel bezet, met in de tweede cast veel jonge Belgische zangers. Zie voor meer informatie de website van de Munt.

door

Die Zauberflöte
W.A. Mozart

Uitgevoerd door: Symfonieorkest, koor, kooracademie, kinder- en jeugdkoor van de Munt onder leiding van Antonello Manacorda.
Solisten: Gábor Bretz, Ed Lyon, Dietrich Henschel, Sabine Devieilhe, Sophie Karthäuser, Georg Nigl e.a.
Regie: Romeo Castellucci.
Bezocht op 21 september 2018

2 reacties »

  • Stefan Caprasse zei:

    Het eerste bedrijf is inderdaad van een ireeele schoonheid. Ongelooflijk hoe men een gans bedrijf een complete symetrie tussen links en rechts van de bühne kan bewaren (enkele ‘incidentjes’ uitgezonderd) met steeds wisselende en vaak feeeriek mooie beelden… Het probleem is dat deze beelden, op enkele uitzonderingen na (bv Sprecherscene) weinig van doen lijken te hebben met het ‘klassieke’ verhaal van ‘Die Zauberflöte’ en dat door het compleet weglaten van de dialogen de zangnummers als droog zand aan mekaar schijnen te hangen.
    In het tweede bedrijf -decors en kostuums worden inderdaad plots troosteloos- wordt dit laatste niet beter. Ook nu ontbreken alle oorspronkelijke dialogen en worden ze vervangen door de -vaak aangrijpende- getuigenissen van de blinde vrouwen en de mannen met brandwonden (!) die dan staan voor de beproevingen van nacht en licht… Ook hier zoekt men vergeefs naar de oorspronkelijke verhaallijn al worden net als in I alle zangnummers behouden… Op het einde worden vrouwelijke en mannelijke, nacht en licht wel duidelijk met elkaar verzoend…
    Kan dit nu nog ‘Die Zauberflöte’ genoemd worden? Of een theatraal experiment gebaseerd erop? Ik kan de verontwaardigde reacties van sommige mensen wel begrijpen. Persoonlijk vond ik het wel een produktie “die iets had” en ben toch tot het einde zoniet geboeid dan toch met interesse blijven kijken…

    Temeer omdat de muzikale kant gewoon uitstekend was. Prachtig orkestspel en koren en een droombezetting. Er zijn wellicht ietwat sonorer Sarastro’s dan Gabor Bretz maar Ed Lyon (Tamino) en Sophie Karthäuser (Pamina) waren een droomkoppel. Georg Nigl zong een nogal overnadrukkelijk Pappageno (door de regie waarschijnlijk) maar dat stoorde niet echt en gaf het enige komische element van de voorstelling. En het beste hou ik voor het einde: de sublieme en toch zo menselijke Koningin van Sabientje Devieilhe. Ik ben grote Fan!

  • Kersten van den Berg zei:

    Heb deze productie slechts via Mezzo tv gevolgd. Op Stefan Caprasses omzichtige opmerkingen over Sarastro en Papageno na -Sarastro was voor mij voldoende sonoor en Papageno vond ik niet overnadrukkelijk- ben ik het woord voor woord met Stefan eens.
    Ik ben uiteraard overtuigd van Castellucci`s integriteit maar wel drong zich het woord humbug steeds weer aan mij op. Toch zal ik binnenkort mijn Mezzo-opname graag beluisteren en bekijken want daarvoor is deze Zauberflöte mooi en interessant genoeg. Kinderen waren dit jaar in Amsterdam en Salzburg beter af.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.