Home » Featured, Operarecensie

Zeldzame bezieling in Honeggers Jeanne

Amsterdam29 september 2018 3 reacties

Vergelijkbaar met kathedraalvensters schijnt in Jeanne d’Arc au bûcher door een veelkleurig matrijs een heel puur licht. In het Concertgebouw zorgde regisseur Caecilia Thunnissen donderdag met uitgelezen zangers en acteurs voor een bont kijkspel. Vooral in de spirituele gloed stegen het Concertgebouworkest en het Rotterdam Symphony Chorus onder Stéphane Denève tot grote hoogten.

Stéphane Denève leidde met uitstekende Franse slag. (© Drew Farrell)

Zes eeuwen na haar korte leven is Jeanne d’Arc nooit ver weg. Vorige maand nog was Carl Dreyers meesterwerk La Passion de Jeanne d’Arc uit 1928 te zien in TivoliVredenburg. Zeven jaar na die stomme film benutte componist Arthur Honegger in zijn filmisch opgezette Jeanne d’Arc au bûcher een fors arsenaal aan eigentijdse muzikale middelen. Het Koninklijk Concertgebouworkest debuteerde donderdag in dit dramatische oratorium, geknipt voor een inventieve mise-en-espace.

Jeanne d’Arc werd, ook muzikaal, ontworpen door dichter-diplomaat Paul Claudel; Honegger beschouwde zich slechts medewerker. Claudel had het initiatief van ballerina Ida Rubinstein eerst afgewezen, maar toen hij in telegraafmasten geboeide en gekruiste handen herkende, was binnen twee weken zijn tekst klaar, gevuld met soortgelijke genadetekenen.

Net als Jan van Gilses Thijl, afgelopen zomer zo succesvol tot leven gewekt, lijkt Jeanne d’Arc via een volksheld(in) te waarschuwen tegen eigentijdse tirannie. Toch schaarde de reactionaire Claudel zich aanvankelijk gretig onder het Duitsgezinde Vichyregime. Snelle desillusie inspireerde een in 1944 getoonzette Proloog, die het verscheurde Frankrijk van toen spiegelde aan de Honderdjarige Oorlog.

Een frivole echo van verzoende rivaliserende landsdelen lijkt de samenwerking (en een uitvoering zaterdag in De Doelen) tussen het Amsterdamse orkest en het Rotterdam Symphony Chorus. Met uitstekende Franse slag geleid door specialist Stéphane Denève versmolten zangers en spelers in de vormloze duisternis, waaruit sopraan Claire de Sévigné troostend oplichtte. Wiecher Mandemaker studeerde het koor in, dat in de openingsscène met een onbarmhartig “Assez!” door de ziel sneed.

Onnozel blatend onderschreven ze Porcus’ haastige schuldigverklaring

Caecilia Thunnissen kluisterde de in het wit geklede Jeanne-vertolkster Judith Chemla moederziel alleen op een stellage – haar brandstapel. De feitelijke handeling vangt aan met herinneringen die de heilige Dominicus uit een hemels boek aan Jeanne voorleest. Acteur Jean-Claude Drouot was emotioneel zeer betrokken, waar vaderlijke distantie wellicht meer had gepast.

De meest burleske flashback is Jeannes ‘beestachtige’ proces. De expressieve tenor Jean-Noël Briend gilde als een boosaardig speenvarken in de rol van Porcus, een woordgrapje op de historische hoofdaanklager Cauchon (cochon is varken). Met hilarisch gebalk bespotte het koor de griffier Ezel, een spreekrol. Zoals beiden dierenmaskers droegen, zo bleken de pruiken van de tribunaalleden in het koor schapenkoppen. Onnozel blatend onderschreven ze Porcus’ haastige schuldigverklaring.

Ook in de kaartspelscène en het levendige volkstafereel met de kroning in Rheims werd creatief gebruikgemaakt van rekwisieten. Via een steekspel met muziekinstrumenten bezegelden de boeren in het spel Jeannes lot.

Ondanks het hoge musiceerniveau konden koor en orkest Honeggers gewaagde stijlsprongen in mijn oren niet altijd vlekkeloos navolgen. De jazzparodie die in het proces de strenge kerkmuziekvormen ondergraaft, zoals de rechters het recht, had nog brutaler gekund. De bedrieglijke hoofsheid van het kaartspel had puntiger gemogen, en de volksdansen- en liedjes boertiger. Hoe sterker echter de focus op de emotionele kern – Jeannes overwinning op het kwaad – hoe meer de musici overtuigden.

In de delicate jeugdherinneringen van de zwaardscène neurieden de koorzangers hartverwarmend. Toch dreunden ze ook dreigend toen Jeanne haar heiligenstemmen noemde. Judit Kutasi (Catherine) imponeerde met een donkere mezzo, wellicht iets afstandelijk, maar dat past een hemels geluid. Luxe gecast als Marguerite was sopraan Christine Goerke, haar klokachtige kreten veel gewicht gevend.

Eén dapper meisje benaderde voor mij het meest Jeannes esprit

Hoewel men van Claudel zei dat hij het kruis hanteerde “als een ploertendoder” kenmerkt strijdlust zijn Jeanne nog het minst. In haar deels ritmisch genoteerde frasen toonde Judith Chemla geestdrift, naïeve trots en bij vlagen doodsangst. Maar vooral straalde ze hoopvol vertrouwen uit. Bas Steven Humes intoneerde met prachtige frasering het cruciale hoopmotief en op Jeannes uitroep dat haar zwaard ‘Liefde’ heet, ontplooiden de strijkers een verzengende glans.

In het korte volksliedje ‘Trimazo’ keert Jeanne, nu pas zingend, terug tot de realiteit. Wellicht miste Chemla’s degelijk geschoolde stem de kwetsbaarheid voor het hartbrekende besef zelf de ‘brandende kaars’ te zijn. Het Nationaal Kinderkoor leverde continu enorm roerende bijdragen. Eén dapper meisje, eenzaam in de spotlights ditzelfde volksliedje zingend, benaderde voor mij het meest Jeannes esprit.

De apotheose verdreef het laatste kwaad, een valse priester, letterlijk van het podium. De elektronische ondes-Martenot, eerder vooral een hels instrument, vierde nu Jeannes versmelting met de vlammen, bijgestaan door Claire de Sévigné als warmbloedige maagd Maria. In de slotmaten weken de striemende klankmassa’s voor troostende tederheid. Denève noemde op de radio hoe ontroerd allen waren tijdens de repetities. Maar zoals de tekst stelt: “de vreugde is het sterkst”, iets wat de uitvoerenden bij het slotapplaus volop uitstraalden.

Jeanne d’Arc au bûcher is vanmiddag om 15.00 uur nog te horen in De Doelen in Rotterdam. NPO Radio 4 zendt op zondag om 14.00 uur een opname uit van de uitvoering op 28 september in het Concertgebouw.

door

Jeanne d'Arc au bûcher
Arthur Honegger

Uitgevoerd door: Koninklijk Concertgebouworkest, Rotterdam Symphony Chorus en Nationaal Kinderkoor onder leiding van Stéphane Denève.
Solisten: Judith Chemla, Claire de Sévigné, Judit Kutasi, Christine Goerke, Jérôme Varnier e.a.
Regie: Caecilia Thunnissen.
Bezocht op 27 september 2018 in Het Concertgebouw - Amsterdam.

3 reacties »

  • Rudolph Duppen zei:

    Een prachtige recensie van een voorbeeldige uitvoering.De dirigent wist de spanning van begin tot het einde vast te houden. Het publiek was laaiend enthousiast gisterenavond. Nog één uitvoering in Rotterdam. Niet te missen.

  • Caecilia Thunnissen zei:

    Dank voor de mooie recensie. Een kleine correctie: de sublieme bas was niet Jérôme Varnier maar Steven Humes.

  • Jordi Kooiman zei:

    Beste Caecilia Thunnissen,

    Bedankt voor de correctie. We hebben de fout rechtgezet.

    Hartelijke groet,
    Jordi Kooiman

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.