Home » Featured, Operarecensie

Sterrencast trakteert op traditionele Adriana

14 januari 2019 12 reacties

Vier topzangers in een volledig traditionele enscenering: liefhebbers van ouderwetse, librettogetrouwe opera konden afgelopen zaterdag hun geluk niet op bij de live-vertoning van Adriana Lecouvreur vanuit de Metropolitan Opera.

Piotr Beczala en Anna Netrebko in Adriana Lecouvreur. (© Ken Howard / Met Opera)

Adriana Lecouvreur werd voor de 77ste keer opgevoerd bij de Metropolitan Opera in New York. De opera van Francesco Cilea uit 1902 is met name onder traditionele operaliefhebbers geliefd. Het is een uniek veristisch meesterwerk, dat draait om de rivaliteit tussen de actrice Adriana Lecouvreur en de Principessa di Bouillon.

De opera is losjes gebaseerd op feiten en speelt zich af in 1730. Adriana (eigenlijk Adrienne) was een buitengewoon getalenteerde Franse actrice, met zeer veel invloedrijke vrienden. Als minnares van graaf Maurits van Saksen raakte ze verwikkeld in een rivalenstrijd met de hertogin van Bouillon, die de actrice in juli 1729 probeerde te vergiftigen. Uiteindelijk stierf de actrice op 20 maart 1730 onder mysterieuze omstandigheden, 37 jaar jong.

De wereldvermaarde Eugène Scribe, die in de glorietijd van de grand opéra menig operalibretto schreef, vereeuwigde samen met Ernest Legouvé het dramatische deel van Adriana’s leven in een toneelstuk. Op basis daarvan schreef Arturo Colautti een effectief libretto, waar Cilea zijn bekendste opera op componeerde. Het werk kan zich meten met de grootste titels uit de Italiaanse operageschiedenis.

Gezien de zaalbezetting in Pathé Schouwburgplein in Rotterdam is Adriana Lecouvreur in Nederland helaas niet zo bekend of populair. Zo veel lege plaatsen verwacht je niet bij een kaskraker van dit kaliber. Maar goed, de laatste keer dat de opera scenisch in Nederland te zien was, was alweer negentig jaar geleden. Dan raakt een titel ook in de vergetelheid.

Anita Rachvelishvili kwam, zag en overwon als de Principessa di Bouillon. (© Ken Howard / Met Opera)

Wie er niet bij was, heeft echt iets gemist. De Metropolitan Opera bood een avondje ouderwetse opera van de bovenste plank. De enscenering van Sir David McVicar, die zo’n tien jaar geleden voor het eerst te zien was in Londen en al werd vastgelegd op dvd en blu-ray, plaatste het verhaal in 1730, met prachtige kostuums en een ingenieus decor, dat bestond uit een theater in zichzelf, dat om zijn as kon draaien en zo verschillende gedaantes kon aannemen.

Een Adriana zonder vier topsolisten is onbegonnen werk. De Met was erin geslaagd om de vier zo ongeveer meest geschikte zangers voor deze opera te vinden: sopraan Anna Netrebko, tenor Piotr Beczala, mezzosopraan Anita Rachvelishvili en bas-bariton Ambrogio Maestri.

Anna Netrebko, die door velen wordt gezien als de beste hedendaagse sopraan voor het grote Italiaanse repertoire, zong en acteerde de rol van Adriana met Russische flair, ietwat dik aangezet, maar nergens té dik. De 47-jarige diva schakelde met gemak van ontroerend pianissimi naar prachtige, dramatische exclamatie. De derde akte eindigt met een monoloog van de actrice, half gezongen, half gesproken. Hier spreidde Netrebko haar ware dramatische kracht tentoon, al was het dus met een Russisch stempel; in sommige scènes was meer fijnzinnigheid gewenst.

De Georgische Rachvelishvili was met haar 34 jaar de jongste in het illustere ensemble. Ze kwam, zag en overwon. In de twee aktes dat de Principessa di Bouillon ten tonele verschijnt, domineerde ze de scènes. Haar entree bevat dan ook zeer expressieve, enerverende muziek, waarmee je makkelijk de show kunt stelen (vergelijkbaar met ‘O don fatale’ uit Don Carlo van Verdi). De Georgische behaalde met haar interpretatie een niveau dat deed terugdenken aan illustere voorgangers als Cossotto, Simionato en Obraztsova.

Ambrogio Maestri was een uitstekende Michonnet. (© Ken Howard / Met Opera)

Het duet tussen Rachvelishvili en Netrebko aan het einde van de tweede akte werd gekscherend in het daaropvolgende interview een ‘catfight’ genoemd. Vocaal was het een toonbeeld van waar het in deze opera om draait: de zangers bereiken in hun samenzang vocale hoogtepunten die ze individueel nooit zouden bereiken.

Tussen deze vrouwelijke kanonnen stond Piotr Beczala zijn mannetje. Beczala vertelde in de tweede pauze dat hij langzaam zijn repertoire aan het verzwaren is. De rol van Maurizio past hem als een handschoen. Hij zong prachtig gebalanceerd en liet zich niet van zijn stuk brengen door het vocale geweld van de dames.

Hierbij wel een aanmerking over de geluidsweergave van de live-vertoningen vanuit de Met. De kwaliteit is mijns inziens niet goed genoeg. Het geluid klinkt dof en wollig, alsof je in een badkuip zit. Daarbij heb ik het idee dat alle zangers in de regelkamer teruggebracht worden naar een gelijk volume. In werkelijkheid is dat natuurlijk niet zo.

Ambrogio Maestri was een uitstekende Michonnet (de theaterdirecteur, heimelijk verliefd op Adriana). Normaal gesproken verbleekt deze rol ietwat bij de drie protagonisten, maar Maestri zette een gevoelig personage neer, zichtbaar genietend van de successen van Adriana. Zijn krachtige bariton heeft inmiddels wat ingeboet in de hoogte, maar het blijft een luxe om zo’n goede zanger in deze rol te kunnen horen.

Het geheel stond onder leiding van de sympathiek dirigerende Gianandrea Noseda. Hij liet de partituur fonkelen en trakteerde zo samen met de sterrencast op een onvervalste avond ouderwetse opera.

De volgende live-vertoning vanuit New York is Carmen op 2 februari. Zie voor meer informatie de website van Pathé.

door

Adriana Lecouvreur
Francesco Cilea

Uitgevoerd door: Koor en orkest van de Metropolitan Opera onder leiding van Gianandrea Noseda.
Solisten: Anna Netrebko, Anita Rachvelishvili, Piotr Beczala, Ambrogio Maestri, Carlo Bosi e.a.
Regie: David McVicar.
Bezocht op 12 februari 2019

12 reacties »

  • Stefan Caprasse zei:

    Het was de eerste keer dat ik deze opera in zijn geheel zag (een zeldzaamheid voor een toch enigszins gekende tittel). En het viel als ontdekking enorm mee in deze prachtige ‘klassieke’ enscenering, zoals we van McVicar gewoon zijn. IK zou dit niet zo direct ‘ouderwets’ noemen, daarvoor was de personenregie te sterk (ook gebruikelijk bij McVicar). Ook werd het element ‘theater in het theater’ misschien iets meer benadrukt (vooral in het décor) dan het libretto voorziet…
    En inderdaad een FORMIDABELE cast. Netrebko, prachtig in haar aria’s, vreselijk (in positieve zin) in haar Phèdre-monoloog (tegen de prinses!), subliem in haar sterfscene (die lange hoge noten!).
    Rachvelishvili met haar prachtig timbre en haar ingehouden venijnigheid… Beczala met zijn stralende tenor. En Maestri, de geknipte man om de door en door sympathieke goedhartigheid van zijn personage weer te geven.

    Afwezigen hadden inderdaad ongelijk!

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Ook in Nijmegen was de belangstelling treurig. Ongelofelijk dat titels die buiten de Top Tien vallen zo zwak blijven scoren met bezoekersaantallen.
    Beczala en Netrebko stuwden elkaar net als in hun Lohengrin in Dresden naar steeds grotere hoogten. Divo meets Diva. Rachvelishvili: inderdaad een illustere interpretatie.
    Wel apart dat ‘Trebs’ vooraf in beeld moest komen onder het motto: mijn scènes zijn te emotioneel om daarna meteen een interview te doen. Voor de rest van de sterrencast gold dat blijkbaar niet. Die babbelden er vrolijk op los met hun robotachtige vragensteller Polenzani. Zou Maestri inderdaad geen woord Engels spreken?

  • Stefan Caprasse zei:

    In Leuven was de zaal zo ongeveer gevuld als bij andere niet-hyperpopulaire werken – dwz zeker niet vol. Maar dat is goed, zo kan ik ergens rustig alleen in een zetel wegzakken…zalig!

    Ik vond de klank er trouwens meer dan behoorlijk…

    Ik vond dat vooral Rachvelishvili en Netrebko elkaar naar ongekende hoogtes tilden. Wat Rachvelishvili betreft, mis ook vooral haar CD met opera-aria’s niet: fantastisch, wat een prachtige stem! (oa voor mij de beste ‘O don fatale’ ooit gehoord)

    Inderdaad opmerkelijk argument van Netrebko om vooraf in beeld te komen: divagril of werkelijke bezorgdheid dat haar emotionaliteit zou gebroken worden? Ze heeft inderdaad wel de meest emotionele rol; Rachvelishvili mag vooral venijnig zijn en Beczala vooral op zijn tenors schitteren… Maar dan nog… En tja, Maestri, zou hij buiten Engels geen andere taal kunnen spreken met Polenzani. Dit zou toch vooraf moeten voorzien zijn. Maar dat kon toch de pret van de avond niet drukken!

  • M. Fernandez zei:

    Ster van de avond was absoluut Rachvelishvili, een Principessa zoals ik zelden heb meegemaakt, alles klopte bij haar: een stem met kracht en toch in staat om prachtige piani te zingen, voortreffelijke dictie en een interpretatie die een ongewone intelligentie verraadt. Zij heeft zonder moeite Netrebko voor mij van het toneel verdreven; Netrebko was vooral ‘her own self’ nergens was er sprake van delven in het personage van Adriana, haar voordracht van de Phaedra monoloog was lachwekkend, deed mij denken aan de ergste Italiaanse soaps uit de jaren 60, zo oubollig was haar declamatie. Dat zij een paar ‘mooie’ piani kan zingen compenseert voor mij niet haar totale onmacht om in de huid van de diva te kruipen. Beczala was vooral bezig om zich te forceren, voorlopig ligt Maurizio buiten zijn bereik wat heel erg jammer is voor deze tenor die ik zeer bewonder. Noseda correct maar ik miste de echte Italiaanse ‘sfumature’ zonder welke de partituur veel van zijn chiaroscuro verliest. De productie tendeert zo nu en dan naar oubolligheid maar hoe dan ook is het een verademing om gelukkig geen kalashnikovs of rolstoelen op het toneel te hoeven meemaken! Helaas voor de thuisblijvers (Tuschinski was niet eens voor de helft gevuld) want de kansen die wij deze opera op het toneel kunnen gaan bewonderen zijn zeer klein, althans in Amsterdam.

  • Rudolph Duppen zei:

    Tuschinski was redelijk bezet voor deze uitvoering van Adriana Lecouvreur. Ik hoop dat de encore uitverkocht is want dat verdient deze uitvoering. Netrebko en Rachvelishvili waren volledig aan elkaar gewaagd. Ze zongen de sterren van de hemel en acteerden met grote overtuigingskracht. Netrebko’s declamaties waren huiveringwekkend. Beczala zong zijn aria’s in grootse stijl zonder te forceren. Maestri die we in Amsterdam kennen van zijn Falstaff was ontroerend als Michonnet.De kleinere rollen waren allemaal uitmuntend bezet. Gianandrea Noseda liet het orkest prachtig spelen en gaf de indruk alsof het om de muziek van een componist van de eerste categorie ging. Noseda is een uiterst veelzijdig dirigent. Een paar maanden geleden gaf hij met het KCO nog drie onvergetelijke uitvoeringen van het War Requiem van Britten. Deze productie kan nog vele malen hernomen worden omdat hij zo onmodieus is.In Nederland zijn we verwend met concertante uitvoeringen van deze opera. In 1965 zong Magda Olivero een onvergetelijke Adriana in Het Concertgebouw in Amsterdam. In 1991 vertolkte Margaret Price de hoofdrol in hetzelfde gebouw en in 2006 vierde Nelly Miricioiu triomfen in deze rol op dezelfde locatie. In 2000 had ze deze rol gezongen in de Scala gecoacht door Olivero.

    Netrebko liet zich wijselijk niet interviewen in de pauze.Zangers die zware partijen moeten zingen hebben de rust en concentratie hard nodig. Bij de uitvoering van de Aïda liet Netrebko in de pauze al merken dat de vragen of te onnozel waren of te technisch om voor een groot publiek interessant te zijn. Daarbij komt nog dat de kennis van het Engels van veel zangers te beperkt is om zich genuanceerd uit te drukken.Het praten in het Engels is al een hele opgave. Ik werd als jongetje van 14 door Hans Kerkhof die toen de concerten van de matinee op de vrije zaterdag organiseerde, terecht gewezen toen ik in de pauze van een concert van de grote Duitse sopraan Elisabeth Grümmer om een handtekening kwam vragen bij de solistenkamer. Mevrouw Grümmer had na de pauze nog een aantal zware aria’s te zingen en wilde niet gestoord worden. Na afloop is me het wel gelukt.

  • Leen Roetman zei:

    Fijn om deze recensie te lezen en de reacties.
    Gelukkig hebben we Pathé Opera Live in HD nog, want een andere kans om deze opera geënsceneerd in Nederland te zien zullen we wel nooit krijgen.’If you don’t have the cast, don’t do it.’ zei regisseur David McVicar in een interview in de pauze.
    Zo jammer dat zo weinig mensen weten dat dit zo’n mooie opera is en dat dat de Met Live in HD een goed alternatief is voor de Nationale Opera.
    Ik vond het een enorm plezier om naar deze ‘naar oubolligheid tenderende’ Adriana LeCouvreur te kijken. Onvergetelijk.
    Goed om te weten dat er al een DVD / Blu-Ray is van deze regie van McVicar uit London, olv Mark Elder, met Jonas Kaufmann en Angela Gheorghiu. Kan me haast niet voorstellen dat die net zo goed bezet is. En dan denk ik ook aan de voortreffelijk bezette bijrollen van Michonnet, de prins van Bouillon en de abt.

  • Stefan Caprasse zei:

    Wat Netrebko en Beczala betreft ben ik het toch eerder eens met R. Duppen dan met M. Fernandez, die ik toch wel heel streng vind voor beide. Maar dat is zoals met veel ook een kwestie van heel persoonlijke smaak. Zo kan men inderdaad de declamatie van Netrebko in de Phèdre-monoloog overdreven melodramatisch vinden. Maar dit is opera en de situatie is ook (melo)dramatisch! En aldus was het wat mij (persoonlijk) betreft een ijzig (opera!)dramatisch hoogtepunt.

  • Stefan Caprasse zei:

    Zulke monologen warden misschien in die tijd ook zo vertolkt en vermits het een ‘historisch correcte’ enscenering betreft…

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    @Leen Roetman: het is inderdaad jammer dat niet meer operaliefhebbers de mogelijkheden van de bioscoop benutten. Zeker als het stukken betreft die niet tot de Top Tien behoren. Maar de bioscopen doen zelf ook weinig aan marketing, opera is duidelijk een nevenproduct, geen core business, leuk om nog wat extra aan te verdienen. Verder niets.

  • Rudolph Duppen zei:

    Opera is een verhevigde vorm van leven en deze opera die zich afspeelt in de wereld van het theater doet daar nog een schepje bovenop door van het leven van de personages theater te maken.Daar passen over de top declamaties bij. De stijl van acteren is de laatste 100 jaar enorm verandert om maar te zwijgen van de achttiende eeuw.Luister op Youtube bijvoorbeeld naar Sarah Bernardt, de beroemdste actrice van Frankrijk uit die tijd, in La Samaritaine in een opname uit 1904. Voor ons klinkt dit vreselijk gedateerd en aanstellerig. Het verschilt echter niet veel van de dictie van Netrebko in haar monologen en deze opname is maar 115 jaar oud. Netrebko klinkt echter veel overtuigender.

  • Rudolph Duppen zei:

    Sorry is veranderd.

  • Gert-Jan zei:

    Ik kan heel ver mee gaan met het commentaar van M. Fernandez. Ik had niet de visuele ervaring van de bioscoop en moest het doen met de live uitzending op de radio. Verder dan de eerste akte heb ik niet geluisterd, ik haakte af. Daardoor miste ik (helaas) Rachvelishvili’s prinses. Netrebko klonk in haar monoloog meer als Lady Macbeth en zette haar aria veel te zwaar aan. Beczala begon elke zin in zijn openingsaria met een soort snik. Jammer dat hij op deze manier is gaan zingen, destijds in Amsterdam met Diana Damrau (2014) is mij dit niet opgevallen. Met weemoed dacht ik terug aan de schitterende gecaste Adriana van onder meer Lianna Haroutounian in Bozar (februari 2016), die zo veel mooier en stijlvoller werd gezongen.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.