AchtergrondFeaturedInterviews

Annemarie Kremer in focus

Na een overdonderend mooie Wozzeck in Barcelona had ik de kans te spreken met één van de twee sterren van de productie, de Nederlandse sopraan Annemarie Kremer. Samen met haar man Gerard, spraken we uitgebreid over Wozzeck, haar carrière en enkele belangrijke keerpunten in haar leven.

Annemarie Kremer als Marie. Foto: A.Bofills©Gran Teatre del Liceu

De serie voorstellingen van Wozzeck in het Gran Teatre de Liceu kwam vlak na een andere succesvolle serie van dezelfde opera in Monte Carlo. Jean Louis Grinda (directeur) en Eline de Kat (casting) van Opéra de Monte Carlo, hadden haar voor de rol van Marie gevraagd, maar het was geen rol waar ze zelf eerder aan gedacht had en het was ook  geen liefde op het eerste gezicht voor Annemarie.

‘Ik vond het moeilijke muziek toen ik aan het studeren was. Wel geniaal bij Berg is dat als je eenmaal de muziek beheerst, je de tekst dan ook kent; het is helemaal één. Maar er waren momenten tijdens de studeersessies met mijn repetitor, dat ik echt dacht dat het me niet zou lukken, dat ik uit frustratie het lokaal uitliep. ’Even niet meer deze muziek’. Instuderen van atonale muziek trekt wel een wissel op mijn brein. Toen, op een goed moment studeerde ik alleen, thuis aan de piano en ineens viel het kwartje. Het was alsof ik van het ene op het andere moment de sleutel tot het werk gevonden had. Je voelt dan dat je het idioom van de componist begint te begrijpen, dat je inzicht krijgt in zeg maar de ‘matrix’ van het werk.

Nu denk ik dat het echt een van de mooiste opera’s is die ik gezongen heb. Je komt alle emoties tegen, de eerste wereldoorlog, de armoede en meer. Ik denk dat Alban Berg dat allemaal bij je naar boven haalt. Na Wozzeck in Monaco, als ik met andere muziek bezig was, merkte ik dat ik enorm terugverlangde naar Berg’s Wozzeck! Frappant vond ik, dat zijn muziek zich zo snel zo diep geworteld had in mijn wezen .’

Was het een schok na het studeren van het werk met alleen piano, om het voor het eerst met het volle orkest te horen en te zingen?

‘Juist niet! Het is alsof je door het orkest gedragen wordt, alsof er een tapijt van muziek voor je wordt uitgerold. ‘

Deze productie van Wozzeck in Barcelona is van William Kentridge, oorspronkelijk gemaakt voor de Salzburger Festspiele van 2017 en was sindsdien ook in New York te zien. Hoe was het werken met hem?

Annemarie Kremer als Marie en Matthias Goerne als Wozzeck. Foto: A Bofill

‘Om eerlijk te zijn heb ik vooral met zijn assistent Luc de Wit gewerkt. Ik had van tevoren de Dvd van de productie bestudeerd, maar had ook duidelijk mijn eigen ideeën. Zo denk ik juist helemaal niet dat Marie een hoer is zoals ze in andere producties soms wordt neergezet en dat ze haar eigen kind ‘hoerenkind’ noemt, is duidelijk overdrachtelijk bedoeld denk ik. Ze is een overlever, een vrouw die als alleenstaande moeder, met een man die langzaamaan steeds gekker wordt, daar een uitweg voor zoekt. 

In eerste instantie wilde de regieassistent best veel veranderen aan mijn interpretatie, maar gaandeweg liet hij me los en mocht ik de rol zingen en spelen zoals ik dat wilde. Binnen het kader van de productie natuurlijk. Aan het eind van de repetitieperiode heb ik met William Kentridge zelf gewerkt. Die was ongelofelijk complimenteus. Hij zei dat dit de allerbeste productie van ‘zijn’ Wozzeck was en dat hij mij zeker weer zal vragen als Marie in zijn productie. Dat is wel heel erg fijn om te horen. 

Met de dirigent Josep Pons heb ik ook heel goed samengewerkt. Hij heeft zo’n goed karakter, is zo’n lief en fijn mens en een geweldige musicus.  Daarnaast heeft hij een enorme werkethiek. Hij had nierstenen en lag twee dagen in het ziekenhuis, maar stond de volgende ochtend gewoon te dirigeren en was vrolijk en vol energie.  Ik denk wel dat dit de top qua algehele productie is van Wozzeck; op alle vlakken zo bevredigend.’

Matthias Goerna als Wozzeck en Annemarie Kremer als Marie. Foto: A Bofill

Je hebt recentelijk naast Marie in Wozzeck ook in Aufstieg und der Fall der Stadt Mahagony gestaan. Heeft dat geholpen met het ‘Sprechgesang’ dat je gebruikt als Marie?

‘Ik denk eerder dat Salome en Tosca me daarbij geholpen hebben. In Tosca is het Verismo zingen aanverwant en in Salome maak ik regelmatig gebruik van mijn borststem. Dat was lang in Nederland behoorlijk taboe. Ik gebruik het juist als middel om zo expressief mogelijk te zingen. Ik  ben ook niet bang om af en toe ‘lelijk’ te klinken als dat bij het karakter van de rol past. Ik probeer ook mijn hoofd leeg te maken en in het moment te zijn, om volledig in de rol opgaan. Als je alles goed op je adem zingt en de eerlijke emoties van je personage vooral laat ontstaan, dan krijg je een echtere overdracht van emoties naar je publiek, en zal het je stem nooit kunnen schaden. Je hoort namelijk vaak dat je je niet moet laten overvallen of laten leiden door je emoties. Maar ik denk dus juist dat je dat wel kunt doen. Eenmaal op de Bühne laat ik mijn hele rol altijd volledig door de tekst en de emoties van de rol leiden. Uiteraard heb je in het voorveld alles zangtechnisch voorbereidt. Deze manier van jezelf geven als zanger was precies wat regisseur Christopher Alden beoogde toen ik Norma bij Opera North zong. Norma wordt normaal gesproken vooral als belcanto opera vrij statisch geregisseerd. Mensen hadden deze rol en deze opera nog niet zo gehoord’.
’.

Annemarie Kremer als Norma bij Opera North, in een productie die bekroond werd de Britse Theatre Award voor ‘Achievement in Opera’ (foto: Alastair Muir).

Doorbraak

Met die rol, Norma,  maakte Kremer veel indruk en werd internationaal genomineerd voor enkele grote prijzen. Haar echte internationale doorbraak kwam daarvoor al in Wenen, toen ze aan de Volkoper in 2011 de titelrol in Salome van Richard Strauss zong, een rol die haar naar alle hoeken van de aarde heeft gebracht; van Brazilië tot Hong Kong en van Napels tot Moskou. Daarna volgden talrijke grote rollen, waaronder titelrollen in Rusalka, Madame Butterfly, Tosca, Medea en Luisa Miller, maar ook recentelijk rollen als Isolde  (in Tristan und Isolde) en Lady Macbeth (in Macbeth van Verdi) in talrijke belangrijke operahuizen in heel de wereld. Alleen in Nederland zijn de operarollen tot op heden op één hand te tellen.

Kremer als Salome in de Volkoper in Wenen.

(Weinig in) Nederland

‘Dat is best jammer want ik vind het natuurlijk fijn om in mijn ‘eigen’ land te zingen, hoewel we al meer dan twintig jaar in Frankrijk wonen. Ik had heel erg graag Salome , mijn ‘core-role’ die ik al in 11 producties heb gezongen, bij De Nationale Opera willen zingen, maar dat is er niet van gekomen. Ik ga gelukkig wel in Nederland zingen en wel in een opera die ik heel mooi vinden al op CD heb opgenomen; Heliane, in Das Wunder der Heliane van Korngold. Dat ga ik bij Nederlandse Reisopera zingen in het seizoen ’23-24 ( september/oktober 2023). Ik zong ook al Violanta aan de opera van Turijn van de fantastische componist Korngold (op DVD en CD ) Met de Heliane door het land trekken is trouwens best zwaar. (Cristina) Deutekom deed dat overigens ook graag, door ’t land toeren. En het leuke is dat alle vrienden en familie dan kunnen komen in een theater dicht in de buurt. Maar ik kom binnenkort al naar Nederland om een aantal concerten te  zingen. Het Verdi Requiem met Hartmut Haenchen op 10 november, maar ik sta al eerder in Nederland. Eerst op 16 augustus in het Concertgebouw met de Vier letzte Lieder van Strauss (met het Nationaal Jeugdorkest onder leiding van  Alexander Shelley)  en dan op 21 august op Lowlands met de Negende van Beethoven, !! Dat is te gek! Dat concert was door Covid een paar keer uitgesteld en steeds kregen we netjes betaald Dat is wel bijzonder om even te noemen over het Noord Nederlands Orkest.’

Annemarie Kremer (© Isabel Abel).

Frankrijk

‘Het is héérlijk en echt anders. We wonen in een dorp. Het grootse verschil is dat ‘joie de vivre’ wat de Fransen hebben, die behoefte om te genieten. We zijn er sowieso achter gekomen door al het reizen over de hele wereld, hoe anders Nederlanders onderling zijn. Er is echt met alle volken een enorm cultuurverschil met de Nederlanders. Wij zijn zo direct, soms op het botte af en dat is in veel landen toch echt anders. In Frankrijk moet je echt veel diplomatieker zijn. Dat Hollands directe kan soms een handicap zijn.  Een ander groot verschil is dat in Frankrijk de kinderen op school, niet zoals in Nederland positief beloond worden met complimenten als ze iets goeds gedaan hebben, maar in Frankrijk juist vanuit een negatief straffen voor wat niet goed was, worden onderwezen. 

Wat we ook geleerd hebben in Frankrijk is beter koken! We moesten wel, want mensen nodigen je uit om te komen eten en dan wil je ze graag terug uitnodigen. Onze Franse vrienden koken echt allemaal zo goed, dat wij niet konden achterblijven.’

Annemarie Kremer reist de wereld af samen met haar man Gerard, meestal in een camper. Gerard is overal bij, ziet alle voorstellingen en soms ook repetities en zit dus ook bij dit interview. Hij geeft ook voorzichtig commentaar op kleine dingen. ‘Je staat daar niet goed in het licht’ of let in die scène op je houding, dat soort dingen’. Hij is dan mijn ogen in de zaal.’

Bewustzijn verruimen

Gerard is therapeut, een beetje in ruste ondertussen, maar hij heeft veel artiesten kunnen helpen, met name met toneelvrees en angst voor noten en rollen. Annemarie heeft hij vooral geholpen met meer geaard op het toneel te staan en daardoor vanuit concentratie en rust te kunnen zingen in plaats vanuit nervositeit. 

‘Ik heb daar best veel aan gehad, zeker in het begin. Zo leerde ik van Gerard dat ik het toneel me eigen moest maken door er letterlijk vóór een voorstelling te gaan zitten, voor de nog lege zaal en het hele toneel te ervaren. Ik leerde zo de fysieke ruimte me ‘eigen te maken’. Ik ben best al redelijk geaard van mezelf, maar Gerard heeft me geholpen om in het ‘moment’ te zijn en je adem echt te leren kennen en nog meer te aarden.  Ook heb ik geleerd hoe je je eigen rationaliteit kunt vervangen en echt in een rol, in de zone, in het ‘nu’ te zijn. Je kan dan nooit uit je rol raken. Ik heb door allerlei technieken geleerd je lichaam, je adem, écht te voelen en daardoor ook je bewustzijn te verruimen.’ 

Lachend: ‘Zonder paddo’s hoor, anders denkt men misschien dat ik op die manier over bewustzijnsverruiming praat! Over Nederlanders wordt door andere nationaliteiten snel zo gedacht. 

Tijd

Als je nergens anders meer aan denkt, kan je alleen maar in je rol zijn. Ik weet natuurlijk welke noten ik zing, maar ik denk nooit meer aan die ene hoge C of lage Q. Ik benoem die dingen niet meer als ik op het toneel sta en dan bestaan ze ook niet meer en kunnen ze je niet blokkeren.  Veel zangers lopen daarin vast, creëren dan ook obstakels en angsten. Van te voren kan ik nog denken over hoe ik een passage wil zingen, maar eenmaal in de rol moet het denken daaraan uitgeschakeld worden. De tijd duurt dan ook langer. Dat is misschien moeilijk uit te leggen maar als je jezelf niet meer opjaagt, duurt een seconde echt drie seconden. De tijd dijt uit en dat is een geweldig gevoel Je bent dan helemaal in je rol en hebt meer tijd om alles te doen wat je van te voren hebt bedacht.  Ik kan dat nu allemaal zelf oproepen door me op de dag van een voorstelling heel precies voor te bereiden.’

Hoe ziet zo’n dag er dan uit?

‘Ik ga in een soort fuik, met een focuspunt. Daarbij is rust en weinig contact met anderen heel erg belangrijk. Ik zing niet lang in, soms mediteer ik een beetje maar ik heb zo mijn manier om in dat focuspunt te komen. Dat is ook heel ‘energetisch’. Ik praat er wel eens over met collega’s, maar dat is best lastig. Velen begrijpen het niet en dan werkt het zelfs omgekeerd en worden ze een beetje bang om erover te praten. Ik ben niet meer onzeker over mijn zingen en heb ook eigenlijk al heel lang geen les meer. Wel coachings voor een rol natuurlijk. Maar ik weet wat ik moet doen, wat ik nodig heb om goed te zingen.’

Ongeluk en herstel

In 2012 had Annemarie een ernstig ongeluk op het toneel, toen tijdens een repetitie van Tosca in Klagenfurt een deel van het decor viel en op haar terecht kwam. Ze heeft 3 weken in het ziekenhuis gelegen, en daarna een lange weg van rehabilitatie afgelegd.

‘Alles waar we het net over hadden heeft daar erg bij geholpen, maar het opnieuw leren zingen heb ik echt helemaal alleen gedaan, alleen móéten doen, omdat het vertrouwen in anderen er niet meer was. Ik heb echt de stem weer helemaal moeten opbouwen en ik moest mezelf weer opbouwen. Het mooie is dat ik daarna ‘liever’ voor mezelf en ‘liever’ voor mijn stem ben geworden.  Niet dat ik daarvoor mijn stem misbruikte, maar ik ben gewoon echt liever voor die stem geworden.

Ik had natuurlijk wel een rugzakje met alle informatie van mijn vroegere leraren en van Gerard, maar uiteindelijk heb ik het zingen echt helemaal alleen weer moeten leren. Ik ben er wel veel zelfverzekerder door geworden. Als ik door dit trauma kon komen, kan ik alles aan. 

Covid was natuurlijk vreselijk voor iedereen, maar niet echt voor ons leven thuis, want wij wonen heerlijk buiten met een groot bos om ons heen, midden in de natuur, dus dat was het probleem niet, maar niet werken was moeilijk. En daarna zijn we misschien wel iets te hard naar de andere kant doorgeslagen en nam ik alles aan. We hebben nu sinds september alleen maar gezongen en gereisd en zijn echt letterlijk nauwelijks meer dan twee dagen thuis geweest.  Ik moet nu weer even leren niet alles te willen, niet alles aan te nemen, ruimte te maken voor echte rust en dan eindelijk weer naar huis!’

Droomrollen?

‘ Er zijn er best veel. Sieglinde, Elsa, misschien Brünhilde. Isolde heb ik al gedaan, maar wil heel ik graag nog vaker zingen. Ik wil ook nog wel Elisabeth in Tannhäuser zingen, in het Duits, want dat heb ik alleen maar in het Frans gedaan. Ik kan nog niet definitief zeggen waar en wanneer, maar Senta (in Der Fliegende Holländer) komt eraan, in een goed Italiaans huis. Heel hoog op de verlanglijst staat Aida. Die rol is er raar genoeg nog nooit van gekomen. En de Kaiserin  (in Frau ohne Schatten van Strauss) en Marietta in Die Tote Stadt! “

Met een sopraan, toch nog wel een beetje van eigen bodem, als Annemarie Kremer zou een Korngold cyclus in Nederland misschien geen gek idee zijn.   Annemarie en Gerard gaan na de laatste Wozzeck op 4 juni eerst echt naar huis in de Cahor in Frankrijk en lekker uitrusten, alhoewel; de zomer zit redelijk vol met voorstellingen van Il Triticco in Essen, Beethovens Negende Symfonie in Bologna en ga zo maar door.  Door met een geweldig internationaal operabestaan.

Wozzeck van Alban Berg is nog te zien op 2 en 4 juni in het Gran Teatre del Liceu in Barcelona, een beter excuus voor een korte trip is er niet!

Verder lezen, kijken en luisteren

Jordi Kooiman sprak in 2011 met Annemarie Kremer  over haar debuut als Salome.

 Uit Das Wunder der Heliane zingt Annemaire Kremer de aria ‘Ich ging zu Ihm’.

Annemarie Kremer is ook een indrukwekkende Isolde. Hier de befaamde Liebestod.

Net als haar eerst Marie in Wozzeck, zong Annemarie Kremer ook haar eerst Wagner rol in Monte Carlo. Ze sprak daarover in 2017 met Jordi Kooiman

Vorig artikel

In de zalen: Der Freischütz, The Snow Queen, Hamlet

Volgend artikel

Der Freischütz vakkundig kapotgeschoten

De auteur

Bo van der Meulen

Bo van der Meulen