BinnenkortFeaturedOperarecensieRecensies

Agrippina biedt weelde aan aria’s

In een trotse pose stond Agrippina voor haar paleis in Rome. Haar zwarte, strak gesneden japon stak mooi af tegen het blinkende staal van het rechthoekig gevormde gebouw op het verder lege toneel van Nationale Opera & Ballet. Het podiumbeeld voelde aan als een harde confrontatie met gevoelens van jaloezie, machtswellust en erotische bedreigingen die de leidraden vormen in de opera Agrippina van Georg Friedrich Händel. Die ging zaterdag 14 januari in première bij De Nationale Opera.

Stéphanie d’Oustrac als de titelheldin van Händels Agrippina bij De Nationale Opera. Foto: @ De Nationale Opera, Ben van Duin.

Helemaal aan het einde van het bijna vier uur durende drama zat de Romeinse keizerin als een uitgeputte vrouw tegen datzelfde blinkende, stalen decor. Op Händels berustende zanglijn verzuchtte zij ’Nu Nero keizer is, kan ik in geluk sterven’.  Over het niets ontziende streven van Agrippina om haar zoon Nero te keizer van Rome te laten verheffen, gaat deze opera. In 1709 werd het werk met veel succes in Venetië vertoond, en de publieke bijval was in Amsterdam niet minder.

Stéphanie d’Oustrac als de uitgeputte Agrippina bij De Nationale Opera. Foto: @ De Nationale Opera, Ben van Duin.

Echte succes

In de jaren tussen 1706 en 1710 leerde de muzikaal begaafde jongeman uit Saksen in korte tijd op grondige wijze het handwerk van het Italiaanse componeren tijdens zijn verblijf in Rome door zijn contacten met componisten als Alessandro Scarlatti en Arcangelo Corelli. Een andere factor was het flinke aantal opdrachten dat hij kreeg voor het schrijven van wereldlijke en geestelijke cantates. Hij kon in 1707 ook zijn eerste opera op Italiaanse bodem afleveren.  In dat genre had hij al enig succes geboekt tijdens zijn ontwikkelingsjaren bij de opera van Hamburg, waar hij als tweede violist in het orkest speelde en schrijfopdrachten kreeg.  Maar het echte succes boekte hij in 1709 met Agrippina. Het stuk werd zijn springplank naar een carrière in Engeland als leverancier van liefst drieënveertig opera’s op Italiaanse leest geschoeid. Een productie die pas in 1740 tot een eind kwam met zijn laatste opera Deidamia. Vanaf dat moment kennen we Händel als maker van geweldige, doorgaans Engelstalige oratoria.

Portret van Händel, door Blathasar Denner.

Interessant dat regisseur Barrie Kosky en dirigent Ottavio Dantone voor hun slot aan Agrippina met de uitgebluste keizerin, als afronding kozen voor een intiem instrumentaal tussenspel uit een oratorium dat Händel in 1740 schreef onder de titel ‘l’Allegro, Il penseroso ed il Moderato’. Een stuk dat gaat over drie karakters die de mens beheersen: de doortastende opgewektheid, de nadenkendheid en het gulden midden: de matigheid. Agrippina gaat over dergelijke hartstochten, maar dan in verhevigde vormen.

In het libretto van Vincenzo Grimani, mede-eigenaar van het Venetiaanse theater waar Agrippina in première ging, las regisseur Barrie Kosky een modern, hedendaags verhaal over hoe mensen met elkaar omgaan als het gaat over het streven naar macht. Hij brengt de opera uit 1709 als een hedendaagse zedenkomedie in een strak modern decor (ontwerp Rebecca Ringst) dat in- en uitgeklapt het keizerlijk paleis vormt. Weliswaar ingenieus, maar toch ook weinig aantrekkelijk om een hele avond tegen aan te kijken. Bovendien door de felle belichting nogal pijnlijk voor de ogen, althans de mijne.

Midden Stéphanie d’Oustrac als Agrippina en rechts Tim Mead als Ottone en Ying Fang als Poppea bij De Nationale Opera. Foto: @ De Nationale Opera, Ben van Duin.

Valse beloften

Agrippina, door mezzo-sopraan Stéphanie d’Oustrac zowel in haar zingen als acteren fantastisch uitgebeeld, wil haar toekomst zeker stellen door haar zoon Nero (Nerone in de Italiaanse tekst) tot keizer te laten uitroepen. Zij ziet haar kans schoon als zij bericht krijgt dat haar echtgenoot, keizer Claudio, is verdronken tijdens een storm op zee. Het is die trotse, hierboven beschreven vrouw, die het spel in gang zet. Ze roept één voor één haar medestanders en paait hen met valse beloften. Als eerste Nero (met lef en kleurrijk gezongen door de Amerikaanse countertenor John Holiday), daarna de dienaars Pallante (de stevig gestemde Venetiaanse bas-bariton Tommaso Barea) en Narciso (licht gekleurde Amerikaanse counter Jake Ingbar).

John Holiday als Nerone. Foto: @De Nationale Opera, Ben van Duin

Het viel op dat niet titelfiguur Agrippina met een eerste aria ten tonele kwam, maar dat Nerone (gekleed als een rapper) als eerste met een krachtig uitgewerkte ‘Con saggio tuo consiglio’ (Met jouw wijze raad) de enorme reeks aan aria’s in deze opera opende.  Agrippina biedt een weelde aan aria-cultuur waarin Händel op levendige wijze de diverse karakters inkleurt. Na Nerone konden Pallante en Narciso hun zegje doen. Pas daarna debuteerde Stéphanie d’Oustrac als Agrippina met haar heroïsche ‘l’Alma mia fra le tempeste’(Temidden van de stormen), gesecondeerd door een hobo, een instrument dat Händel vaker inzette in deze opera als kleurend tegenspel.

Agrippina (Stéphanie d’Oustrac) en Nerone met kroon (John Holiday) Foto: @ De Nationale Opera, Ben van Duin.

Toffe gozer

Toen klonken tot schrik van iedereen feestelijke trompetten om de terugkeer van keizer Claudio aan te kondigen. Hij bleek gered door een van zijn officieren, genaamd Ottone. Met hem begint het verraderlijke spel tussen Claudio en Agrippina, met Pallante en Narciso als laffe baantjesjagers, met Nerone die zich poneert als de toffe gozer die het beste voor heeft met het volk. In gouden pak zong John Holiday ‘Qual piacere a un cor pietoso’ (Wat een genoegen de armen te helpen!) en liet het publiek meeklappen.

Complicatie voor Agrippina is het feit dat Claudio de keizertitel heeft gegeven aan Ottone als beloning voor zijn heldhaftige reddingswerk. Ook tegenwerkend het feit dat Ottone zwaar verliefd is op een Romeinse schoonheid, Poppea genaamd. Op haar heeft ook Claudio een oogje. Ottone is zo dom om zijn liefde voor Poppea aan Agrippina te openbaren. Die maakt er meteen misbruik van.

Ying Fang als Poppea en Tim Mead als Ottone. Foto: @ De Nationale Opera, Ben van Duin

Zo groeit de kluwen aan beloften, verwachtingen, jaloezieën, afgunsten en erotische verlangens. In doorgaans snelle recitatieven komen alle hartstochten bovendrijven die in de aria’s worden uitgewerkt. Door de geraffineerde personenregie van Barrie Kosky blijft het drama spannend, ontwikkelt zich zelfs tot het theater van de lach in de scène dat Poppea alle drie haar minnaars bij zich laat komen. De deurbel schalt het beginthema van Händels Halleluia! Zij wist de minnaars in een hilarische verstoppersscène handig uit elkaar te houden.

Poppea (Ying Fang), wordt vastgehouden door Claudio (Gianluca Buratto) terwijl Ottono (Tim Mead) zich achter de bank verstopt . Foto: @ De Nationale Opera, Ben van Duin

Wonderschone Poppea

Die Poppea heeft een prachtige rol. Ze is rustig en zelfverzekerd, tegenpool van Agrippina. Händel legde haar prachtige nummers in de mond. Als eerste het beroemde, het door veel sopranen los uitgevoerde  dansante ‘Vaghe perle, eletti fiori’ (Kostbare parels, uitverkoren bloemen), omspeeld door twee blokfluiten. De Chinese sopraan Ying Fang zong het met wonderschone expressie. Ook in het vervolg overtuigde zij met haar vlinderende recitatieven en prachtige zang.

Keizer Claudio kreeg in de persoon en stem van de Italiaanse bas Gianluca Buratto een krachtig karakter. Hij was zowel een geraffineerde lover jegens Poppea in zijn lieflijke arietta ‘Vieni, oh cara’ (Kom, o liefje) als een brute heerser die Ottone uitmaakt voor verrader en hem met behulp van alle andere personages diep vernedert. Weliswaar toeval, maar opvallend: Claudio bezingt trots zijn terugkeer van een geslaagde veldtocht naar Brittannië. Händel zou zelf vele eeuwen later Brittannië ook ‘veroveren’ met zijn Italiaanse opera’s.

Ottone lijdt vreselijk onder de miskenning. Zijn aria ‘Voi che udite il mio lamento’ (U die mijn klacht hoort) zette Händel op een mooie doorlopende baslijn. In een latere aria bezingt hij zijn niet aflatende liefde voor Poppea in het lyrische ‘Vaghe fonte’ (Lieflijke bronnen’), ook weer zo’n meeslepende melodische topper uit Händels pen. De Britse countertenor Tim Mead zong zijn aria’s met een mooie, expressieve stem, maar te klein, te zacht voor de enorme theaterruimte.

Het slot van Agrippina. Foto: @ De Nationale Opera, Ben van Duin

Teleurstellend orkest

Werkelijk teleurstellend was het aandeel van het barokorkest Accademia Bizantina dat de renommée die het heeft, niet waarmaakte onder leiding van zijn muzikaal leider Ottavio Dantone. Al meteen viel de fletse uitvoering van de toch pittige ouverture op. Alsof dirigent en musici geen idee hadden van de droge en afplattende akoestiek. Er kwam geen klank uit de verhoogde orkestbak.

Dirigent Ottavio Dantone met leden van de Accademia Bizantina . foto:@De Nationale Opera, Ben van Duin

Bij de recitatieven viel de secco-continuo begeleiding helemaal weg en kwam het geluid bij begeleide recitatieven nauwelijks de zaal in. Stemmen hingen in de ruimte zonder basis. Met het eentonige decor twee minpunten in een qua stemmen en personenregie spannende productie. In de loop der jaren heeft DNO een mooie reeks Händel opera’s neergezet: het beginpunt uit 1709 kan als toppunt worden geboekt.

Nog te horen en zien  in De Nationale Opera & Ballet in Amsterdam op 15, 17 ,24 en 26 januari om 19.00 en twee matinee’s op zondag 21 en 28 januari en dan is de aanvang om 14,00 uur  

Verder lezen, luisteren en kijken

John Holiday als Nerone

Jake Ingbar zingt hier een aria uit Agrippina

In 2020 besprak Jacqueline van Rooij de productie van Agrippina in de Met.

Peter Franken zag Stéphanie d’Oustrac in 2022 als Mignon in Luik

De  gehele  ‘Agrippina’ productie van Het Combattimento Consort onder leiding van Jan Willem de Vriend uit 2004, opgenomen in Bratislava, met (jonge) Nederlandse zangers als Annemarie Kremer, Renate Arends, Quirijn de Lang, Robbert Muse, Clint van der Linde en Jan Alofs.

Vorig artikel

Brandbrief : Opera Zuid in gevaar!

Volgend artikel

Gerhaher stelt teleur in Frans repertoire

De auteur

Franz Straatman

Franz Straatman