Prachtig pleidooi van Pichon voor Rameau
Uit zijn eigen Franse muziekcultuur bracht Raphael Pichon afgelopen weekeinde bij zijn debuut als gastdirigent bij het Koninklijk Concertgebouw Orkest een selectie mee uit de werklijst van enkele achttiende eeuwse componisten, met als zwaartepunt de muziek van Jean-Philippe Rameau. Een bonte keuze uit opera’s die in het Parijs van rond 1750 de geesten in beroering brachten vanwege de vernieuwende ideeën over harmonie, melodie en dramatiek in het muziektheater.

Zoals de toen koninklijke musici in de Académie royale de la musique, alias de Parijse opera, zich moesten voegen naar wat Rameau, maar ook Christoph Willibald von Gluck hadden bedacht, zo wierpen de koninklijke spelers te Amsterdam zich met élan in een voor hen nieuwe wereld. Zij werden met ongelooflijk stimulerende inzet van Pichon getransformeerd in een Frans barokorkest.
Grootse ervaring
Meteen in het openingsnummer, de ouverture van de opera Zoroastre van Rameau, sprong het strijkorkest weg in enerverende klankgolven vol scherp gespeelde ritmen, dramatische accenten en kleurende harmonieën. Gehoord de helderheid van de strijkersklank leek het alsof de violisten darmsnaren hadden opgespannen. Veel zal geholpen hebben dat er voor dit programma een speciale concertmeester was ingehuurd, Alexander Janiczek. Hij kent de fijne kneepjes van het barokke strijken. Doorslaggevend was natuurlijk de beeldend dirigerende Pichon; alsof de fraseringen en spanningslijnen aan zijn handen ontsprongen. Wat moet het repetitieproces een grootse ervaring hebben opgeleverd bij de KCO-musici.

Spannender had het programma, getiteld ‘Le Domaine des Dieux ‘, niet kunnen beginnen. Pichon had het concert opgezet als ‘een droomachtige reis van de Onderwereld naar de Olympus’, zoals hij beschreef in de toelichting.* ‘Een verhaal waarin de menselijke passies en de goddelijke grillen bijelkaar komen’. Daar zitten de achttiende eeuwse opera’s vol van.

Ongehoorde cluster
Het concert had de vorm van een drieluik. Het eerste deel heette ‘Aux enfers’, en speelde zich af in de krochten van de hel. ‘Ah!. Nos fureurs ne sont points vaines’ zong bariton Stéphane Degout met schrikwekkend geluid, waarna er een ongehoord duistere muziek losbarstte, met clusterakkoorden die pas tweehonderd jaar later gemeengoed werden bij componisten van nu. Maar het kon ook lyrisch toegaan in de onderwereld. Sopraan Julie Roset zong met wonderschone stem omspeeld door twee fluiten en contrasterende lijnen van strijkers, de aria ‘Tendre amours’ uit de opera Anacreon.

Pichon had twee zangers meegenomen uit zijn vaste ploeg waarmee hij kortgeleden de Matthaüs Passion in het Concertgebouw uitvoerde.** ‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt in dit concert’, aldus zijn toelichting. Daardoor werd zijn programma een spectacle coupé met de mooiste opera-nummers van Rameau en Gluck. Van laatstgenoemde klonk als opening van het tweede deel ‘Aux Champs-Elysées’ het beroemde ‘Ballet des Ombres heureuses’ uit zijn opera Orphée et Eurydice met een magisch mooie fluitsolo geblazen door Emily Beynon.
Stukje Requiem
Ook Rameau wist de zielen te roeren met onder meer de aria ‘Dans ces doux asiles’ uit zijn opera Castor et Pollux. Sopraan Julie Roset betoverde met een zoet geluid het oor. Origineel gedacht van Pichon om de Elyseese rust te kleuren met een fragment uit een anoniem requiem, een soort pastiche op de muziek van een aria uit Castor et Pollux’, ‘ Tristes apprêts’ . Met aansluitend vloeiende, elegante muziek uit Rameau’s laatste opera Les Boréades. Vol prachtige blazers met de fagot en de fluit in hoofdrollen.
Het derde onderdeel voerde het publiek (in de overigens niet uitverkochte grote zaal) naar de Olympus. ‘La Gloire nous appelle’ zong Degout met kracht, en ‘Ecoutez les trompettes’. Nou, die lieten zich majestueus horen. Julie Roset had in dit deel nog een heerlijk optreden, samen met Emily Beynon, in de aria ‘Viens, Hymen, uit de opera Les Indes galantes. Naast de gebruikelijke instrumenten introduceerde Pichon ook een echt oud instrument, de musette, door een doedelzak aangeblazen riet-instrument. Iets te zacht in het dansante samenspel met de robuuste orkesthobo’s en fagotten. ‘Rameau’s orkestmuziek is een muziek van beweging en leunt op de koningin van de Franse kunstvormen in de barok: de dans’, aldus Pichon.

Verbaasd
Vooraf vertelde Pichon hoe verbaasd hij was dat de muziek van Rameau na diens dood gewoon niet meer werd uitgevoerd. Te Frans, te gecompliceerd, teveel effect, gewoon teveel muziek. Wat een domheden. Rameau schreef geen decoratieve muziek, maar precies theater. Aldus Pichon die zowel in woord als in het geboden concertprogramma een prachtig pleidooi hield voor zijn held. Interessant om te bedenken dat Rameau (1683 – 1760) generatiegenoot was van Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) en George Frederick Handel (1685 – 1756). Bach moest honderd jaar op herontdekking wachten. Alleen Handel werd dankzij de populaire oratoria doorgespeeld.
De opname van het Rameau-concert op zondagmiddag is terug te luisteren via NPO Klassiek.
Verder kijken, luisteren en lezen
*De toelichting in Preludium van Raphaël Pichon.
**Franz Straatman over de Matthäus Passion door Pichon en Pygmalion.
***Een andere Rameau specialist, Reinoud van Mechelen, gaat van 22 mei tm 25 juni op tournee met zijn ensemble a nocte temporis . Voor hun 10-jarig bestaan voeren ze de opera Les Boréades uit. Op 23 mei in Namen, 31 mei in Brugge en op 5 juni in Leuven. Helaas zijn er geen Nederlandse zalen opgenomen in de tournee.