BinnenkortFeaturedHeadlineRecensies

PRJCT A’dam treft Händel-passie in kern

‘Het verschil met Bach hoor ik niet zo…’ sprak een bezoeker in de pauze van de Brockes-Passion. Feitelijk een compliment, niet zozeer voor Händel die zijn geheel eigen onmiskenbare grootsheid heeft. Wel voor de wijze waarop Maarten Engeltjes een sobere passietoon verbond aan Händels theaterinstincten. Zijn ingehouden maar weldadig transparante lezing bood vrij baan aan topsolisten zoals Julia Lezhnava om hun zanglijnen te vullen met diepe emoties.

Uitvoerenden van Händels Brockes Passion in de NTR ZaterdagMatinee. Foto: © Lodi Lamie

Ietwat curieus is het wel, een passiestuk twee weken ná Pasen. Maar tussen alle uitvoeringen van Bachs Matthäus en Johannes had Händels Brockes-Passion vast niet de verdiende aandacht gekregen. Op zijn eigen merites beschouwd is het immers een prachtstuk, met een haast filmische directheid en aria’s boordevol melodische expressie. Heel mooi dat ensemble PRJCT Amsterdam 18 april het stokje van de Bachvereniging* overnam, wat betreft alternatieve passiewerken in de NTR Zaterdagmatinee.

Tournee

Het Concertgebouw was stop één van een tour die, vast met opzet, eindigt in Hamburg waar het werk in 1719 debuteerde. Destijds samen met nóg drie zettingen van de vrije berijmde parafrase op de vier evangeliën die dichter Barthold Heinrich Brockes vulde met gezwollen termen en kunstige metaforen. Collega Telemann benutte in luxebezetting al zijn retorische gaven , maar Händel koos bescheidenheid, zowel inhoudelijk als in de keus voor slechts twee fagotten en twee hobo’s naast strijkers en continuo.

Barthold Heinrich Brockes (1680–1747)

Een geknipt ambitieus project voor PRJCT Amsterdam dat hier met 15 musici toch zijn kamermuzikale basis hield. Frivole eerste maten hadden van elke barokopera kunnen zijn maar een adagio met hobo leidde de ernst en het openingskoor in. Het Vlaams Radiokoor imponeerde, evenals later in de relatief simpele koralen, verfrist met rijke orkestdynamiek of juist in a capella-vorm. Maar vooral de vinnige (volks)koortjes en vele solo’s als Pilatus, dienstmaagd of hoofdman toonden de kwaliteit van dit koor.

Zangers

Heel klassiek terzijde van het ook muzikaal centraal staande orgel stonden Edward Grint (Jezus) en Benedikt Kristjánsson (Evangelist). De laatste rol, in enkele van zulke Hamburgse ‘operateske’ passies geheel ontbrekend, vulde de IJslandse tenor in met stemmig gedekt timbre en toch vrije hoogte. En dat zonder zich door de soms aan wansmaak grenzende dichtregels tot overacting te laten verleiden.

In Jezus’ eerste aria (zover ging Bach nooit…) verhief de Brit Grint zijn niet luide, maar wel autoritaire bas. Toch ontbeerde hij deze middag in mijn oren een ‘aureooltje’, niet de strijkershalo zoals bij Bach, maar een zekere bovenaardse gloed in het timbre dat de beste Jezus-vertolkers typeert. Knap echter zijn dynamisch gelaagde dialoog met de kille staccato strijkers in de Olijfberg-scène. Engeltjes, steeds sierlijk gebarend, ontlokte een ‘unheimische’ angstsfeer aan zijn musici, geen hamerende bedreiging.

Petrus krijgt veel focus in aria’s die Händel met felle tinten schilderde, van woede en vertrouwen via blinde paniek tot diep berouw en berusting. Waar Bachs ‘Erbarme dich’ zo raakt omdat wij allen ooit weleens tekortschoten zoals Petrus, zien we hier op veiliger afstand een werkelijk levensechte figuur. Zwitser Fabio Trümpy gaf alles formidabel gestalte met zijn warme heldere tenor, vrij van effectbejag.

Vlnr. Concertmeester van PRJCT Amsterdam Ivan Iliev, Julia Lezhneva, Carolyn Sampson, Benedikt Kristjánnson, Edward Grint, Fabio Trümpy en Maarten Engeltjes. Foto: © Lodi Lamie.

In zijn slotaria troffen me Trümpy’s kordate toon en Engeltjes’ sterke puls, alsof Petrus zichzelf direct weer opheft voor nieuwe taken. Muzikaal briljant is Petrus’ ‘Heul, du Fluch’ waarin een onverbiddelijk strijkersmotief contrasteert met de diepmenselijke weeklacht in stem en hobo. In mijn beleving paste Engeltjes dit effect toe op het gehele werk: zijn fraseringen waren vaak bondiger dan verwacht van de immer zangrijke Händel, maar de emoties van zangers en houtblazers namen zo des te hoger vlucht.

Het verstilde continuo van orgel en cello, dat ook menige ingetogen aria begeleidde, liet wel kansen op tekstexpressie lopen, bv. bij de in het kruis geslagen spijkers. En enkele heftige aria’s kwamen slagkracht tekort, zoals Judas’ wroeging waarvoor Engeltjes zich tot het publiek wendde, maar niet de juiste stemkleur van bittere wanhoop vond. Gelukkig gunde de muzikaal leider zichzelf nog een aria waarin hij het rustgevende en troostende karakter van zijn countertenor volledig ontvouwde.

Toch leverden twee stersopranen in allegorische rollen de ontroerendste prestaties. Als Tochter Zion beperkte Julia Lezhneva zich niet tot de zijlijn, maar wees Pilatus terecht, vroeg Jezus vertwijfeld naar diens zwijgen en ontstak in toorn tegen de soldaat die Hem sloeg. In die laatste aria stelden clusters medeklinkers haar Duits op de proef, maar expressie won glansrijk. In ‘Eilt, ihr angefochtnen Seelen’, ook uit Bachs Johannes bekend, klonk ‘kommt!’ even dwingend als het woordje ‘fliegt’ gewichtloos.

Sopranen Julia Lezhneva en Carolyn Sampson. Foto: ©Lodi Lamie.

De intieme aanpak maakte het vreugdevolle ‘Heil der Welt’ te vluchtig ,maar de slotaria ‘Wisch ab’ raakte diep met uitgesponnen ornamenten op het sleutelwoord ‘Tränen’. Theaterbloed gaat waar het niet kruipen kan en Lezhneva versierde er steeds lustig op los, zonder aan de spiritualiteit afbreuk te doen. In 1719 was het vast niet anders met de diva’s van de Oper am Gänsemarkt in de premièrecast.

Carolyn Sampson verscheen in een paars-roze jurk passend bij het liefdesthema in haar eerste aria’s.  Haar Gläubige Seele verleende ze een lieflijke en nog immer frisse sopraan, maar als Maria in dialoog met haar zoon boorde ze dramatischer stemtinten aan. In een zinnebeeldige aria over regenbogen wist de eerste violist met zijn boventoonrijke darmsnaren Sampsons kleurengamma te evenaren.

Onopvallend, maar betekenisvol was de gedeelde aria ‘Sind meiner Seelen tiefe Wunden’. Slechts door continuo begeleid legde Lezhneva als ‘ooggetuige’ wankele hoop in haar vraag naar verlossing, die Sampson als ‘geloof’ met ontwapenende warmte bevestigde. Kniesoren zullen Bachs passies altijd hoger aanslaan, maar ware ‘Händelianen’ kunnen zich aan zulke sublieme eenvoud evenzeer laven.

Fabio Trümpy, Benedikt Kristjánnson, Edward Grint, Carolyn Sampson en Julia Lezhneva in de lift van het Concertgebouw. Foto: © Lodi Lamie.

De Brockes Passion door PRJCT Amsterdam is nog te horen op 22 april in De Doelen in Rotterdam, op 25 april in de Kuppelsaal  in Hannover en op 29 april in de Elbphilharmonie in Hamburg.

De opname van Brockes Passion is in zijn geheel terug te luisteren op NPO Klassiek.

Verder kijken, luisteren en lezen

‘Brich, mein Herz, mein Leben sterben’ door Julia Lezhneva. et PRJCT Amsterdam olv. Maarten Engeltjes

‘Soll mein Kind, mein Leben sterben’ door Julia Lezhneva en Maarten Engeltjes en PRJCT Amsterdam 

*Martin Toet over een andere toonzetting van Brockes Passie, die van Reinhard Keiser.

Vorig artikel

Indrukwekkende premiere Die Passagierin

Volgend artikel

Vocale concerten 'In de zalen'

De auteur

Martin Toet

Martin Toet