Asmik Grigorian een prachtige Tatjana
Op zaterdag 2 mei werd Tchaikovsky’s Jevgeni Onegin live uitgezonden vanuit de Metropolitan Opera. Ik zag de voorstelling in Pathé Filmtheater Schouwburgplein Rotterdam in een goed gevulde zaal. Het was een heerlijke opera-avond met stersopraan Asmik Grigorian als uitblinker in een uitstekende cast.

De huidige reeks is alweer de derde van Deborah Warners productie in de Met, eentje die overigens al eerder première had bij ENO in Londen. Voor de Met een uitgelezen gelegenheid om Grigorian tenminste eenmaal dit seizoen naar New York te kunnen halen, ook al was Claus Guths Salome haar letterlijk op het lijf geschreven. Tatjana is een van Grigorians lijfstukken, een rol die ze al sinds 2012 met veel succes vertolkt en ze voldeed zaterdag aan al mijn verwachtingen.
Lenski
Onegin is de titelheld en Tatjana het personage waar velen direct aan denken als de opera ter sprake komt. Zoiets als met Octavian en de Marschallin. Tatjana is de verliefde tiener die van een koude kermis thuiskomt en later een paar minuten haar gram kan halen. Maar ten koste van wat allemaal? We leven met haar mee en met Onegin ook een beetje, maar zijn al gauw geneigd te vergeten dat de echte tragedie zich in de tweede akte voltrekt. De dood van Lenski wordt gemakkelijk opgevat als bijkomende schade en de oorzaak dat het met Onegins geestesgesteldheid wel nooit meer goed zal komen. Het kan op het conto van tenor Stanislas de Barbeyrac worden geschreven dat deze episode niet zo gemakkelijk wordt gladgestreken. Een treurende Olga blijft buiten beeld, het kind is hooguit 16 en wil van geen kwaad weten: ‘Ik heb niets verkeerds gedaan.’ Alles komt aan op de vertolker van Lenski en Barbeyrac wist zijn personage acterend en zingend de plek te geven die hem toekomt. In de eerste akte moest hij nog wat op gang komen. Lenski is dol op het buurmeisje waarmee hij is opgegroeid en dat is een voordeel als je sowieso aan elkaar wordt uitgehuwelijkt. Ze zijn eerder maatjes dan lovers en als Olga voor het eerst ervaart hoe het is om versierd te worden door een ‘oudere’ man in plaats van op een voetstuk te worden geplaatst door een jongen geniet ze daarvan. Lenski’s ziet zijn droomwereldje echter ineenstorten en zijn reactie is navenant.

Duel
We horen Onegin mompelen dat hij Lenski betaald wil zetten dat hij hem meegesleept heeft naar zo’n duf feestje. Kan zijn, maar is zijn reactie niet over the top? Als we nalezen wat Pushkin hierover schrijft wordt dit iets minder ver gezocht. Lenski heeft Onegin voorgehouden dat het een familiefeestje zou zijn met alleen Larina, Tatjana en Olga bij gelegenheid van vermoedelijk de 18e naamdag van Tatjana. En dan is er ineens een militaire kapel en een provinciale versie van een bal waar Onegin in Petersburg al zo’n afkeer van had ontwikkeld. Hij heeft dus de pest in, voelt zich door Lenski ergens ingeluisd. Maar vervolgens gaat hij te ver in het vernederen van zijn jongere vriend. Die beledigt hem dan zozeer dat hij niet meer terug kan zonder gezichtsverlies en dus volgt er een duel. Opvallend wel dat Onegin nadrukkelijk te laat arriveert waardoor volgens de regels hij verstek heeft laten gaan en reglementair heeft verloren. Lenski’s secondant wil daar echter niet van weten: het duel moet doorgaan, zonder dode of op zijn minst gewonde ziet hij zichzelf te kijk gezet. Ook de eer van de (adellijke) secondant moet immers worden beschermd.
Barbeyrac maakte van zijn ‘Kuda, kuda’ een emotionele showstopper en drukte zijn stempel op de tweede akte. Dat de regie hem tijdens het bal tot tweemaal toe Olga op de grond laat duwen kan hem niet worden aangerekend, het stoorde me maar eventjes. Mezzo Maria Barakova gaf een prima invulling aan haar rol van wispelturige tiener die soms wel een beetje moe wordt van die iets oudere zus die altijd maar met haar neus in de boeken zit en dat geëxalteerde dichter-vriendje. Zij is de enige die het echt naar haar zin heeft tijdens Tatjana’s naamdag. En net als die zus zal ze in het vervolg zo snel mogelijk worden uitgehuwelijkt waarna de reputatie van de huize Larin als achteraf landgoed waar nooit iets gebeurt, kan worden hersteld.
Nihilist
Onegin is feitelijk een nihilist: hij wil niets, kan niets, heeft geen enkele interesse in wat dan ook en lijkt dat niet zichzelf, maar zijn omgeving te verwijten. Bariton Iurii Samoilov heeft zijn gezicht niet helemaal mee waardoor hij als vanzelf bij voortduring een geringschattend glimlachje laat zien. Als hij Tatjana de les heeft gelezen, een scène die naar verluidt in Rusland bekend kwam te staan als de ‘Onegin preek’, is zijn blik niet in overeenstemming met de serieus bedoelde tekst. Hij leek haar bijna uit te lachen en dat kan toch zeker niet de bedoeling zijn. Op dat moment vraag ik mij af wat Tatjana in die man ziet en heeft gezien toen hij het erf op kwam. Natuurlijk is ze op slag verliefd geworden op een hybride van een reeks gesublimeerde romanhelden die plotseling in levenden lijve voor haar lijkt te staan, maar als ik Samoilov zie met zijn minzame glimlach, dan wil dat er bij mij niet in. Onegin heeft gelijk als hij het afdoet als een bevlieging. En ook als hij stelt niet geschikt te zijn voor een huwelijk. En in de laatste scène zijn de rollen omgedraaid en is hij degene met een bevlieging. Vocaal was Samoilov een voortreffelijke Onegin, maar als de wezelachtige Lebedev in Weinbergs De idioot vond ik hem beter op zijn plaats.

Asmik Grigorian is dusdanig vertrouwd met Tatjana dat ze hier en daar haar eigen regie leek mee te brengen. Van echt schrijven kwam niet veel tijdens de briefscène, ze bleef heen en weer lopen, ten prooi aan goed getoonde emoties. In de bioscoop krijg je dat dat allemaal in close up en het resultaat is verbluffend. Als haar 30 (?) jaar oudere echtgenoot Gremin zingt hoeveel zij voor hem betekent blijft ze een groot deel van de aria bij hem staan en maakt wat liefkozende gebaren terwijl ze nadrukkelijk naar Onegin kijkt. Bas-bariton Alexander Tsymbalyuk maakte iets heel moois van zijn aria, oogde ook geloofwaardig oud dankzij de afdeling kap & grime. Tatjana is hier volledig meester over haar gevoelens en geeft Onegin zijn vet na die drie jaar dat hij haar zo vernederde. Zo hoort het niet volgens het libretto maar de scène krijgt er meer gewicht door. Het contrast met de laatste scène waarin Tatjana uiteindelijk toegeeft nog steeds ondanks alles van Onegin te houden, zelfs nu ze beseft dat hij ook in werkelijkheid niet meer is dan een reeks gesublimeerde romanfiguren en dus onmogelijk om een gelukkig leven mee te kunnen leiden, is nu des te groter. Maar ze blijft standvastig, kust hem vluchtig net als hij dat indertijd bij haar deed, en loopt weg. Hij kan niet anders dan zijn verlies nemen: ‘O zhalki, zhrebi moi!’

De decors van Tom Pye en de kostuums van Chloe Obolensky zijn goed afgestemd op de omgeving waarin de handeling zich afspeelt. De eerste akte zien we een serre in plaats van een terras voor het landhuis maar de grens tussen binnen en buiten is vrijwel onmerkbaar. De kledij is eenvoudig, we zijn op het platteland. Lenski draagt een bril (hij is een dichter) maar mag die later afzetten. De transformatie van Tatjana wordt uitvergroot door het contrast tussen haar eenvoudige jurk met tamelijk fletse kleuren en de scharlakenrode japon waarin ze vrij zwaar opgemaakt in de derde akte haar opwachting maakt met Gremin. Alle dansscène worden met verve uitgevoerd waarbij vooral die tijdens het aanbieden van de eerste korenschoof spectaculair is met een breakdansend meisje dat vele malen de lucht in gegooid wordt.

De algehele muzikale leiding was in handen van Timur Zangiev. Alles bijeen een topvoorstelling van een van mijn favoriete opera’s.
Evgeni Onjegin is nog te zien in enkele bioscopen in de Encore op 24 mei in Pathé Amsterdam Noord en Koninklijk Theater Tuschinski om 11.00 uur.
Op 30 mei is de laatste opera in dit seizoen Live in HD te zien in verschillende bioscopen, Het is een nieuwe opera, El Último Sueño de Frida y Diego van Gabriela Lena Frank over Frida Kahlo en Diego Rivera. Natuurlijk zal Peter Franken daar verslag van doen.
Verder kijken, luisteren en lezen
Deel van de arioso van Onjegin.