FeaturedHeadlineOperarecensieRecensies

La serva padrona van uitstekend niveau

Op zaterdag 29 november hield het Koninklijk Conservatorium Den Haag een Open Dag. Onderdeel daarvan waren diverse optredens waarvan er eentje werd verzorgd door de Dutch National Opera Academy, DNOA. Het betrof een voorstelling van Pergolesi’s korte eenakter La serva padrona uit 1733, oorspronkelijk bedoeld als intermezzo om de tijd op te vullen tijdens de twee pauzes van Pergolesi’s serieuze opera Il prigionier superbo.

Scènefoto La serva padrona DNOA met Jaap van der Wel (Uberto), Aimee Kearney (Serpina) en Román Bardon (Vasallo) .

 

Het publiek dat was blijven zitten werd op die manier vermaakt met een luchtig niemendalletje. DNOA speelde het stuk als doorlopend geheel, dus niet in twee delen zoals ooit bedoeld, in totaal 45 minuten. Wat toevalligerwijze bleef was het in en uitlopen van bezoekers gedurende de voorstelling. Dat heb je bij zo’n open dag als bezoekers gewoon even een kijkje komen nemen.

Verhaal in notendop

La serva padrone  wordt vertaald als ‘De dienstmaagd als meesteres’ en dat vertelt het verhaaltje in een notendop. Serpina is het beu om als huissloof voor haar meester Uberto te dienen en wil hogerop. Als ze hem weet over te halen met haar te trouwen kan ze het werk over laten aan een andere jonge meid. Gelukkige bijkomstigheid is dat ze haar broodheer eigenlijk ook wel leuk vindt, ook al is hij wat aan de oude kant. Een huwelijk zou derhalve dubbel voordelig zijn. Uberto wordt door de plotselinge omslag in Serpina’s opstelling overvallen. Ze was al wat nukkig en moeilijk uit bed te krijgen zodat hij lang moest wachten op zijn ochtend chocolade, een typisch 18e eeuwse verslaving, maar nu weigert ze botweg om hem van dienst te zijn. Urberto herpakt zich echter en kondigt aan in dat geval op zoek te gaan naar een echtgenote. Huisknecht Vespone weet raad. Hij verzint een man die met Serpina wil trouwen en vermomd als deze Tempesta vordert hij van Uberto een enorme bruidsschat. Als die niet wordt betaald eist Tempesta onder bedreiging dat Uberto dan zelf met Serpina trouwt. Uberto geeft toe en als Tempesta zich bekend maakt als Vespone en Serpina haar wens herhaalt met hem te trouwen geeft hij toe. Eigenlijk had hij al lange tijd een oogje op haar.

 

La serva padrona is een vroeg voorbeeld van wat zich zou ontwikkelen als het genre ‘opera buffa’ met als een van de meest populaire voorbeelden Donizetti’s Don Pasquale. Het zijn bij voorkeur oudere mannen die er ingeluisd worden en het eindigt altijd in een goedmoedige sfeer.

Rennik-Jan Neggers was verantwoordelijk voor regie en vormgeving van deze DNOA-productie. Het toneelbeeld bestond uit twee rechtopstaande bedden waarin Uberto en Serpina bij aanvang ‘stonden’ te slapen. Huisknecht Vespone hobbelde wat rond, aanvankelijk het orkestje tot stilte manend om zijn meester niet te wekken. Dan zou immers het dagelijkse geruzie tussen die twee kemphanen beginnen; hoe later hoe beter wat Vespone betreft. Kostuums waren klassiek eigentijds en in overeenstemming met de drie personages. De ‘vermomming’ van Vasello zeer basaal, zoals eigenlijk altijd in dit soort situaties.

Uitstekend niveau

Het niveau was uitstekend, zowel de zang als het acteren. De boomlange bariton Jaap van der Wel zette een zeer herkenbare Uberto neer zonder ‘oud’ te zijn gemaakt. Tijdens de expositie waarin Serpina haar naam eer aan probeert te doen blijft Uberto rustig en ‘spreekt’ hij als iemand die zich van zijn status bewust is. Even dacht ik Don Giovanni te horen die bezig was Zerlina te versieren. Die rol lijkt hem op het lijf geschreven. Ook met de tongbrekende aria’s die hij te zingen had bleek hij zich prima te kunnen weren. Later dit seizoen keert van der Wel nog in twee producties terug: als Leopold Bloom in Nighttown en als Das en Dominee in Het sluwe vosje.

Sopraan Aimee Kearney deed exact wat ik van haar had verwacht: ze was een heerlijk krengetje dat haar zin krijgt door huiselijke terreur uit te oefenen, zij het met met hulp van een handlanger. In La fedeltá premiata was ze me vorig seizoen al opgevallen als de arrogante Amaranta die met zeer goed verzorgde zang en prima acteerwerk haar eigen stempel op de voorstelling wist te drukken. En daarna zag ik haar als Anna I in Die sieben Todsünden. Daarin was Kearney zo gecoacht dat ze met een licht accent zong en dat maakte haar optreden direct tot een authentieke interbellum ervaring. En dat is een groot compliment. Nu zong ze weer gewoon rap Italiaans en dat ging haar zeer gemakkelijk af. Kearney is een zeer compleet artiest en naar verwachting zal ze die kwalificatie dit seizoen nog gaan bevestigen in Nighttown (Molly Bloom) en Het sluwe vosje (titelrol).

Publiciteitsbeeld La Serva padrona DNOA

De spreekrol van Vasallo was in handen van Román Bardon die in eerdere voorstellingen als Uberto alterneerde met Jaap van der Wel. Leuk spel maar er werd weinig van hem gevergd. Zijn ‘Lautsprecher’ vorig seizoen in Der Kaiser von Atlantis gaf een beter inzicht in zijn kwaliteiten: prachtig Duits. En in Nighttown zal hij de rol van Leopold Bloom delen met van der Wel.

Een strijkkwintet bestaande uit conservatoriumstudenten verzorgde de begeleiding onder leiding van medestudent Isaac Lam, dirigerend op continuo. Een compliment.

In de eerste week van februari volgt de productie van Nightown, een opera van Benjamin Perry Wenzelberg met een libretto gebaseerd op Ulysses van James Joyce.

Verder lezen

In 2019 zag Martin Toet La serva padrona tijdens het Festival Oude Muziek.

 

Vorig artikel

Philzuid en Opera Zuid: zielsverwanten

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Peter Franken

Peter Franken