De Materie overweldigt in Concertgebouw
Dirigent Bas Wiegers spande zijn rug, boog iets voorover en hief zijn armen om met een flitsende beweging de inzet van De Materie aan te geven: ‘Wham’ klonk het dreunend in de NTR ZaterdagMatinee. Het was de eerste van 144 regelmatige en ruig klinkende akkoorden. Gevolgd door nog veel meer klappen in snellere opeenvolging. Een fascinerende opening van het vierdelige muziekstuk dat Louis Andriessen tussen 1981 en 1989 samenstelde op basis van de verhouding tussen de materie en de geest in het menselijk bestaan.

Geen opera, wel muziektheater, of zoals een programmatoelichting formuleerde ‘een muzikaal essay’. De teksten gaan over zaken als de scheepsbouw in de zeventiende eeuw (deel 1, met de titel de Materie), de mystiek in de vorm van een visioen van de middeleeuwse dichteres Hadewich (deel 2), de abstractie van de vorm aan de hand van uitspraken van Piet Mondriaan (deel 3, getiteld De Stijl) en de liefde, de dood en de wetenschap (deel 4, met delen van sonnetten van Willem Kloos en dagboekcitaten van Madame Curie).
Géén opera
Alhoewel Andriessen dus geen verhalend drama, alias opera, componeerde, vond de wereldpremière in 1989 wel plaats in een theater, het toenmalige geheten Muziektheater (thans Nationale Opera en Ballet) in Amsterdam, en was er een enscenering bedacht door de Amerikaanse theatermaker Bob Wilson. Diens grootse, abstracte choreografieën maakten in combinatie met de instrumentale expressie enorme indruk. Hier werd iets gepresenteerd dat zuiver twee delen in één vormde: muziek en theater.

In 1992 werd duidelijk tijdens de eerste concertante uitvoering in de Beurs van Berlage te Amsterdam, dat De Materie als zelfstandig muziekstuk volkomen recht van leven had. Ook in 2008 en 2017 werd het als concertstuk een groot succes. Steeds vonden de uitvoeringen plaats onder leiding van Reinbert de Leeuw, de meest toegewijde voorvechter van nieuwe muziek uit de generatie van de Notenkrakers. Waartoe ook Andriessen behoort. Hij was wel de meest avant-gardistische en visionair denkende componist uit die generatie.
Met het oprichten van eigen ensembles als Hoketus en De Volharding in ongehoorde samenstellingen van veel blazers en slagwerk, waardoor er een anti-romantisch, onsymfonisch geluid groeide, kon Andriessen een eigen klankuniversum opbouwen. Het uitte zich in thema-composities als De Staat en De Tijd. Blokachtige samenklanken, felle, gecompliceerde ritmen, langdurig uitgebouwde geluidsmeditaties, waarvan sommige met tekst.
Overweldigend
De Materie was het hoogtepunt in Andriessens sensationele ontwikkeling. Nu voor het eerst uitgevoerd zonder Reinbert de Leeuw (gestorven in 2020) en zonder de aanwezigheid van Louis Andriessen (gestorven in 2021). En voor het eerst in het Amsterdams Concertgebouw. Hier klonk De Materie groots en overweldigend in de ruimtelijkheid en de perfecte akoestiek van de grote zaal die het werk nodig heeft.

Het podium bood een onsymfonisch aanzicht van een massale verzameling van allerlei blazers met links hoorns en houtblazers, en rechts een regiment van allerhand koperblazers en saxofoons. In het midden een amalgaam van toets-instrumenten (o.a. twee vleugels, sythesizer), electrische gitaren en een kleine afdeling strijkers. In de achterhoede de uitgebreide republiek van het slagwerk. Vooral in het eerste deel, in de beschrijving van het bouwen van een schip, ratelden, timmerden (met hamers op houtblokken!) en bonkten de driftig spelende musici met grootse inzet aan het pandemonium dat destijds geklonken moet hebben op de Amsterdamse scheepswerven in het hoogtij van de Gouden Eeuw. Compositorisch fungeerde hier de toccata (toccare/slaan) uit een preludium van Bach als aanjaagpunt.
Staccato-stijl
Deel één begint overigens met de proclamatie-tekst dat de Nederlanden (Noord-Nederland) de staatkundige heerschappij van Philips II, Koning van Spanje en Heer der Nederlanden, van zich afwerpt. Dat gebeurde in 1581. De lange tekst in zestiende eeuws Nederlands werd, net als de scheepsbouwtekst, in snelle, staccato-stijl gedeclameerd door vier zangeressen (in soms schrille hoogtes) en vier zangers, vrijwel onverstaanbaar door de accentuerende instrumentale onderlaag. Eén passage lag echter opvallend verstaanbaar open: ‘Wel verstaende datmen in Hollandt en Zeelandt sal gebruycken den naan vanden hoogh gheboren Vorst den Prince van Oraengien,…’
Andriessen had als samensteller van de tekst gekozen voor nog een moment uit de Nederlandse geschiedenis. Een tractaat over de ondeelbaarheid van atomen, in 1610 met vooruitziende blik geformuleerd door de 20-jarige student David Gorleaus. De Engelse tenor Robin Tritschler zong het in voortreffelijk verstaanbaar Nederlands, weliswaar versterkt, met potente stem boven de zware ensemble-bezetting.
Etherisch
In deel 2 combineerde Andriessen een mystiek gedicht van Hadewych (dertiende eeuw) met de plattegrond van de kathedraal van Reims. Verbazingwekkend mooi zong sopraan Elisabeth Hetherington de snel gezette, hartstochtelijke woorden, een etherische guirlande van emotionele verrukking op prachtige lyrische lijnen. De instrumentale basis werd gevormd door een lange melodie in de strijkers, verwerkt in middeleeuwse vormschema’s. Als materie diende de genoemde plattegrond: Hadewych verplaatst zich door de ruimte van pilaar naar pilaar, in klank uitgedrukt door fortissimo akkoorden. Als geheel een boeiende belevenis.

Het onderwerp Piet Mondriaan voor het derde deel bood aan Andriessen niet alleen materiële houvast in de constructie van een schilderij met rood, geel en blauw uit 1927. Mondriaans hartstocht voor de dans, met name de boogie woogie, werd uitgangspunt voor een uitgebreide ensemble-dans. Daarin vertegenwoordigen vijf groepen instrumenten ieder een kleur uit het schilderij. Bovendien bedacht Andriessen voor iedere groep een eigen tempo. Het werd een enerverende dans, waarbij dirigent Bas Wiegers met verve zijn musici door de verspringende ritmes leidde. Daardoorheen zong een koorgroep van vier vrouwen in schrille toonhoogtes, unisono met twee fluiten, Mondriaans uiteenzetting over de volstrekte cirkellijn. Als geheel een spannende polyfonie.
Klokgelui
In deel 4 werden gedichtteksten van Willem Kloos over liefde en dood, gecombineerd met een bidprentjes-achtige tekst waarin Marie Curie haar overleden wederhelft en mede-natuurkundige wetenschapper Pierre betreurt. Dankzij de ingetogen voordracht (gesproken Nederlands) door Yela de Koning een mooi ‘in memoriam’. Klokgelui leidde dit vierde deel in, gespeeld op twee metalofoons in mineur-majeur akkoorden. Daarna ontwikkelde zich een rustig voortschrijdende pavane, afgesloten met indrukwekkende klokakkoorden uit het hele ensemble. Dirigent Bas Wiegers spande weer zijn rug en ‘bam’. Hij liet het akkoord mooi uitklinken, draaide met zijn rechterhand een minieme afzwaai en hield de stilte mooi vast. Waarna het publiek zich ontlaadde in lange bijval.

Wat op mij indruk maakte, is de consequente manier waarop Andriessen zijn muzikale ideeën uitwerkte, vorm gaf. Zijn streven naar zuivere uitdrukkingskracht in de gedaante van krachtige ritmen, felle akkoorden en uitgebreide, in elkaar grijpende passages, is uniek en origineel. In De Materie kwam dat streven tot een hoogtepunt. De bijzondere uitvoering als matinee-concert kon gebeuren dankzij een samenwerking van onder meer de conservatoria van Den Haag en Amsterdam, onder de titel Het Muziek. Een schitterend initiatief, met fantastische en gedreven musici, waarbij dirigent Wiegers een beslissende rol vervulde. Hij speelde als violist mee in een eerdere uitvoering en werkte als assistent-dirigent mee bij Reinbert de Leeuw in 2018.
Op zaterdag 17 januari volgt een tweede uitvoering in De Doelen, Rotterdam om 20.15 uur. Op NPO Klassiek kan men de opname van de NTR Matinee terugluisteren.