Matinee mengt mega lawaai met melancholie
De Duitse Oscar Jockel componeert op grote hoogte, in een afgelegen bergverblijf, zo schrijft hij in de toelichting van zijn nieuwste werk ‘Nox aeterna’ voor koor, orkest, live electronica en orgel. Hij dirigeerde het zaterdag 9 mei zelf in de NTR ZaterdagMatinee bij het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor ingestudeerd door Heide Müller.

’s Nachts’, zo beschrijft Jockel, ‘heerst bijna volledige duisternis. Geen stadslichten verblinden het oog, geen straatlantaarns verspreiden hun gloed in de wolken. Pas wanneer je lange tijd in bijna totale duisternis hebt doorgebracht, besef je dat absolute duisternis niet bestaat.’ Hij vervolgt: ‘In het westerse denken wordt duisternis vaak geassocieerd met het onheilspellende en het gevaarlijke. Dit werk daarentegen is een lofzang op de duisternis, op het mystieke.’
Nox/Lux
Om de lofzang van tekst te voorzien, benutte hij de latijnse tekst voor de communio uit de klassieke requiemmis. Maar het woord ‘lux’ verving Jockel door ‘nox’, latijn voor ‘nacht’. Nox is in de Romeinse mythologie ook de naam voor de godin van de duisternis. Jockel: ‘Zowel ‘lux’ als ‘nox’ verwijzen naar hetzelfde: de waarneming van de eeuwigheid: ‘aeternum’. Mooi gevonden. Maar wat klonk er, daar rond dat bergverblijf?
Vanuit een enorm orkest, waarbij een bastion van vier paukengroepen, en een forse koormassa welde fluisterzacht het woord ‘nox’ op in de ruimte van de grote zaal die bijna geheel verduisterd was; de orkestmusici en zangers kregen via kleine lampjes licht op hun partituren. Maar langzaam zwelde het geluid aan en werden geleidelijk witte lichten in de steekkappen van de zaal plafonds ontstoken, waardoor de gouden sterretjes in de witte schildering begonnen te stralen. Mooi alternatief voor de sterrenhemel boven het ‘Komponierhäuschen’ van Jockel.
Donderende pauken
Waarschijnlijk spookt het er flink tussen de bergen, want al spoedig rolden de donders uit de batterij pauken en trommen, in combinatie met hartstochtelijke salvo’s van blazers en strijkers en fanatieke koorzang. Horen en zien verging mij. Dan plotseling zakte het geweld weg naar serene klanken van – naar ik vermoed – nachtgeluiden in eeuwige verten. Soms een klankflits (met een geweldig crescendo effect op het Concertgebouworgel) alsof het onweer wegrommelde. De lichten in de zaal werden in parallelle bewegingen bediend. Natuurervaringen op een berg vervat in een symfonisch gedicht, geschreven in opdracht van de matinee. Verrassend was het dat aan het einde de leden van het Groot Omroepkoor vanaf hun hoge koorplaats (de berg van Jockel?) achter het orkest, de trappen afdaalden naar de laagvlakte van de publieksruimte, en twee aan twee in processie door het middenpad de zaal verlieten.

Tegelijkertijd vond de overgang plaats naar het opvolgende programma-onderdeel, het vioolconcert van Jean Sibelius. Soliste Elina Vähälä liep van de zijkant het podium op, terwijl zij de verstillende slotpassage van Jockels wereldpremiere meespeelde. Vrijwel ongemerkt ging zij over in de openingsnoten van het vioolconcert. Fascinerend. Zeker na het enerverende geweld was dit melancholisch getinte vioolconcert een verademing voor de oren. Met name het gevoelige begin van het tweede deel klonk wonderschoon uit de klarinet, fluit en hobo waarna de viool met rugdekking van vier hoorns het ‘adagio di molto’ verder spon.

Etherische Ligeti
Na de pauze kreeg het teruggekeerde Groot Omroep Koor alle ruimte in de voor zestien stemmen geschreven a capella compositie van György Ligeti op de tekst van het ‘Lux aeterna’. De tegenpool van het ‘Nox aeterna’, een breekbaar etherische meditatie die met schoonheid werd verklankt. Het koor zong onder volle belichting, terwijl de musici van het Filharmonisch Orkest verdonkerd toeluisterden. Zij zetten onmiddellijk in nadat de koorklank was weggestorven voor een achteraf gezien onaangename verrassing, namelijk de ‘Muziek der sferen’ (‘Sfærernes Musik’) uit 1916-1918. De Deense componist Rued Langgaard schilderde in zijn symfonisch gedicht met vijftien dichtregels voor soli, koor en orkest allerlei apocalyptische gevoelens. Van zonnestralen die bloemen beschijnen op een doodskist , via ‘Verlangen – Wanhoop – Extase’ naar ‘Het einde: Antichrist – Christus’. Ook hier vulden zaallichten de sfeer aan.
Acht hoorns
Met een nog groter bezet orkest dan Jockel nodig had, werd Langgaards werkstuk kampioen in geweldsuitbarstingen. Liefst acht hoorns, vier dubbel hout, een regiment koperblazers en natuurlijk die batterij pauken en ander slagwerk, voorop gegaan door een volbezet strijkorkest. Niet alleen het Groot Omroepkoor zong de dichtregels, maar ook enkele solisten uit het koor en zelfs sopraan Nikki Treurniet voegde zich vanuit een toegangsdeur op zaalniveau bij de ‘Muziek der Sferen’. Dirigent Oscar Jockel zorgde ervoor dat zijn Deense kunstbroeder van honderd jaar geleden in alle nuanceringen tussen fluister zacht en donderend hard gerealiseerd werd. Maar het ontging mij waarom juist dit werk werd geprogrammeerd, want meer van hetzelfde in samenhang met ‘Nox aeterna’ van Jockel. Het verdrukte bovendien het tere ‘Lux aeterna’ van Ligeti. Ik kan mij niet herinneren ooit zo’n slecht geprogrammeerd concert te hebben bijgewoond.

Bovendien vraag ik mij af of dit mega lawaai zoals bij Jockel en Langgaard geen schade toebrengt aan het gehoor van musici en luisteraars. Bij de rij orkestmusici die direct met hun rug tegen de pauken aan zaten, werden regelmatig oorbeschermers in gedaan. Dat musici zo’n programma willen spelen, vind ik verbazingwekkend. Bij het terugluisteren via NPO KLassiek is het raadzaam de geluidsinstallatie goed onder controle te houden.
Verder lezen
Eerder dit jaar besprak Franz Straatman in de ZaterdagMatinee een concert waarin het Groot Omroepkoor centraal stond