Met Puritani top zang in matige productie
Afgelopen zaterdag 10 januari was in bioscopen wereldwijd de transmissie Live in HD van Bellini’s I Puritani te zien, een nieuwe productie voor de Metropolitan Opera. Zoals gebruikelijk bezocht ik de voorstelling in Pathé Filmtheater Schouwburgplein in Rotterdam. Er werd goed tot zeer goed gezongen en dat is natuurlijk het allerbelangrijkste bij een belcanto opera. De topcast werd aangevoerd door de twee coryfeeën Lisette Oropesa en Lawrence Brownlee, kan niet stuk natuurlijk. De enscenering van Charles Edwards liet echter het nodige te wensen over.

Het libretto van I Puritani (1835) van Graaf Carlo Pepoli staat hoog genoteerd op mijn lijst van onwaarschijnlijke verhalen. Niettemin een korte samenvatting:
De handeling speelt zich af in het Cromwelliaanse kamp, op een kasteel bij Plymouth. Elvira is beloofd aan Riccardo, maar geeft de voorkeur aan Arturo. Dat is een complicatie want niet alleen moet haar vader nu zijn belofte terugnemen, maar tevens iemand accepteren die uit het kamp van de Stuarts komt. Op zich lijkt dat overkomelijk, maar Riccardo laat het er niet zomaar bij zitten. Als Arturo vervolgens de gevangen weduwe van de onthoofde koning helpt ontsnappen, en er met haar vandoor gaat, heeft Riccardo vrij spel. Hij betrapt hen, maar laat het schuldige koppel doodleuk gaan om vervolgens moord en brand te schreeuwen. Arturo is nu in beide opzichten een verrader: hij laat zijn bruid in de steek voor een ander en verraadt de Cromwelliaanse zaak. Dat moet fout aflopen. Elvira wordt waanzinnig, maar knapt weer op als Arturo terugkeert, om vervolgens bijna ter dood te worden gebracht. Een tijdige amnestie redt de zaak.

Edwards voerde de regie en was tevens verantwoordelijk voor het decor. Zijn uitgangspunt is vermoedelijk een libretto getrouwe voorstelling geweest, maar dan wel voorzien van de nodige clichés om een beetje modern over te komen. Dat brengt me bij een observatie terzijde.
Recent kwam de Met met twee zeer klassieke producties uit de vorige eeuw: La bohème en Andrea Chénier. Maar zodra er een belcantowerk op het programma staat is er onvoldoende vertrouwen dat het libretto de opera kan dragen en wordt er van alles en nog wat ten tonele gevoerd om het werk interessanter te maken voor het hedendaagse publiek. Dat was het geval bij Lucia di Lammermoor, La Sonnambula en nu bij I Puritani. Leuk die belcanto revival, maar laat de werken gewoon voor zichzelf spreken.
Edwards plaatst de handeling binnen eenheidsdecor dat oogt als een Puriteinse kerk maar ook kenmerken vertoont van een kasteel. Door wat eenvoudige lichteffecten wordt de indruk gewekt dat de handeling zich naar buiten heeft verplaatst. Heel eenvoudig allemaal, maar wel effectief: de toneelknechten hoeven alleen maar met rekwisieten te sjouwen.

Tijdens de proloog het eerste cliché: een jonge Elvira wordt verliefd op een jonge Arturo, toen nog niet iemand uit het andere kamp. Het wordt verbeeld door twee acteurs die enige gelijkenis vertonen met de zangers. Elvira schildert graag en maakt Arturo’s portret. Elvira wordt aan Riccardo beloofd, maar verzet zich hevig, kennelijk met resultaat want acht jaar later, als de eerste akte begint, is ze nog niet getrouwd en kwijnt weg vanwege het verlies van Arturo.

Als haar vader toegeeft, door toedoen van haar oom Giorgio kan Arturo zich weer ten huize Elvira vertonen. Maar dan speelt Arturo’s loyaliteit voor de Stuarts op en helpt hij de weduwe van koning Charles te ontsnappen. Die vrouw is dan al geruime tijd op het toneel geweest, ook tijdens het voorspel. Ook Arturo’s vader zien we daar, een figurant die helemaal op het laatst terugkeert als schim. Hij is gedood door de Puriteinen wat het voor Arturo niet makkelijker maakt allemaal.

Riccardo is vrijwel voortdurend dronken en probeert de koningin, die hij vanwege Elvira’s sluier voor zijn verloren verloofde houdt, te verkrachten. Tijdens Elvira’s waanzinaria lopen de koorleden een voor een weg, alsof ze het niet langer kunnen aanzien. Dat moet erg afleidend zijn geweest voor Oropesa, maar ze gaf geen krimp. Omdat ze al maar is blijven schilderen zien we haar nu onder de verfspetters met punk haar om de waanzin kracht bij te zetten. Het is weer eens iets anders dan een zangeres onder het bloed te zetten, maar toch. En zo is er wel meer onzin te vermelden, maar laat ik volstaan dat Arturo aan het slot het happy end verziekt door weg te rennen om de schim van zijn vader te omhelzen. Hij is en blijft een Stuart loyalist en Elvira moet, opnieuw, maar even wachten tot hij tijd voor haar kan vrijmaken.
De kostumering van Gabrielle Dalton was periodegetrouw, daar viel weinig op aan te merken. Het zijn Puriteinen en ze waren dienovereenkomstig gekleed. Koningin Enrietta was wat kleuriger uitgemonsterd en Arturo’s vader zag er in vergelijking met de Puriteinen uit alsof hij naar het carnaval ging. Aardige contrastwerking.
De bezetting van de hoofdrollen kende een gelukkige hand. Giorgio werd vertolkt door bas-bariton Christian van Horn. Hij bracht zijn rol zeer empathisch, zowel naar Elvira in akte 1 als naar Riccardo in akte 2. Zijn zang beviel me zeer goed.

Riccardo kwam voor rekening van bariton Ricardo José Rivera die op het laatste moment moest inspringen voor de ziek geworden Artur Ruciński.* Het kwam allemaal zo onverwacht dat het pauze interview niet kon worden gerepeteerd. Gastvrouw Aylin Perez moest volstaan met een vraag als :’Hoe lang voor de voorstelling wist je dat je moest zingen?’ Antwoord: ‘Drie uur.’ Rivera toonde zich niet onder de indruk en gaf met een zeer degelijke vertolking van zijn grote aria in de eerste akte zijn muzikale visitekaartje af. Van Horn leek hem in de vele scènes waarin ze tegelijkertijd op het toneel stonden onopvallend te coachen.
Top duo
Lawrence Brownlee hoorde ik nog niet zo lang geleden in dezelfde rol in Luik. De ‘koning van de hoge D’ deed deze avond zijn reputatie alle eer aan. Met Oropesa leek hij een zeer goed ‘rapport’ te hebben, hun scènes samen oogden zeer natuurlijk.

Hoewel Oropesa al jaren in Europa furore maakt in het belcanto en barok repertoire heeft de Met haar tot op heden een beetje links laten liggen. Geheel ten onrechte, zo wist ze overtuigend te bewijzen. Ik was zeer onder de indruk van haar heldere stem, de enorme souplesse zonder waarneembare registerovergangen en de zeer solide prachtig klinkende hoge en zeer hoge noten. Oropesa was top deze middag in New York en hopelijk zien we haar in de toekomst wat vaker Live in HD.

Over het koor was ik iets minder te spreken, tikje amorf in de proloog en wat houterig in de eerste akte. Dat kan mooier, maar dan moet er natuurlijk wel langer gerepeteerd kunnen worden en het overvolle programma van de Met maakt dat lastig natuurlijk.
Het orkest kweet zich prima zijn taak, evenals dirigent Marco Armiliato die de algehele muzikale leiding had.
I Puritani is op 15 maart nog te zien in de Encore in een aantal Pathé theaters, waaronder Amsterdam Noord, Utrecht Leidsche Rijn en Tuschinski in Amsterdam. Aanvang 11.00 uur.
De volgende opera in de serie is Tristan und Isolde op zaterdag 21 maart.
Verder kijken, luisteren en lezen
De video trailer van I Puritani.
Repetitie van een duet uit I Puritani.
Peter Franken schreef al eerder vol enthousiasme over Lisette Oropesa als Manon in de Met.
Monique ten Boske was ook laaiend enthousiast over Lisette Oropesa als Maria Stuarda.