Handels aria’s in bont circusfeest
Uit tien van de ruim veertig opera’s die George Frederick Handel naliet, selecteerden Serge van Veggel en zijn artistieke team van het gezelschap Opera2Day twaalf nummers: aria’s en duetten. Zij vormen de verhaaldraad voor een theatrale productie getiteld The Opera Circus die donderdag 15 januari in première ging in de Haagse Koninklijk Schouwburg.

Regisseur Van Veggel raakte gefascineerd door de verhalen over het theatrale spektakel dat uitvoeringen van Handels opera’s omgaf. In achttiende -eeuwse Londense theaters was een operavoorstelling ook een kijkspel vol spectaculaire trucages. Goden en vorsten kwamen zingend uit de toneelhemel aanzweven, machinerieën wekten golvende zeeën op, arcadische landschappen werden in mum van tijd voorgetoverd.
Strijdgewoel
Zo ontstond het idee om in zo’n wereld van virtuositeit een verhaal te ontwikkelen over twee goden die elkaar bekampen: Armato en Armata, net zoals in barokopera’s de bovenwereld zich bezighoudt met de mensenwereld. In deze productie wordt die onderwereld vertegenwoordigd door een circusgezelschap. Dat slaat halverwege het verhaal een bres in het strijdgewoel van de hoge machten. De woeste goden verzoenen zich dankzij de tussenkomst van een circusartieste die De Zon speelt. In het afsluitende trio zingen Armato, Armata en The Sun, ontleend aan de opera Alcina: ‘Non piú guerre e gelosie’. Nooit meer strijd en afgunst! Was het maar waar, ben je geneigd te denken bij zo’n blijmoedig slot, geheel in de stijl van baroktheater.

Voor het zover was, kreeg de toehoorder/toeschouwer in een vrij simpel verhaal te horen en zien hoe Armato en Armata elkaar aftroeven met vaak strijdbare nummers vol vocale capriolen. Zij voerden die deels uit op plateaus hoog boven het toneel, omringd door helse furiën die als slingerapen geruisloos door de ruimte zweefden als optische pendanten van de coloratuurzang Geluidloos, want in de bak zorgde het puike barokorkest van de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Hernán Schvartzman voor opwindend inkleurende emoties. Een fikse rol speelde Marianna Soroka die met een flinke sortering slagwerk lekkere donders en bliksems produceerde.
Bosmens
Pittige nummers werden er geselecteerd. Zoals de furieuze aria van Medea uit de opera Teseo: ‘Moriró, ma vendicata’/ Ik zal sterven maar gewroken. De Engels-Armeense mezzo-sopraan Maria Schellenberg beeldde met stevige stem en virtuoze coloraturen de woestheid van haar karakter als godin van de oorlog uit. In de kostumering oogde zij als een verwilderd bosmens. Ook in de aria ‘Furie terribili’ (voor de tovenares Armida uit de opera Rinaldo) spoog zij effectief haar haat jegens Armato. Het hoogtepunt bereikte zij in de lange da capo-aria ‘Ah! Mio cor’ voor tovenares Alcina uit de gelijknamig opera.

De rol van god Armato was toebedeeld aan de Engelse countertenor James Hall, gepokt en gemazeld in het barokke repertoire. Hij kreeg meteen een met vocale slingers uitgeruste aria uit Orlando te zingen als strijdlied tegen zijn opponente. Het leek mij dat dirigent Schvartzman een iets te hoog tempo inzette, waardoor de coloraturen wat krampachtig uit Halls keel kwamen. Maar hij herstelde zich uitstekend in andere solonummers en enkele duetten. Hij zette zijn krachtige stem expressief in, zoals in ‘Ah! Perfida, qui sei’, ook uit de opera Orlando.

Bachorkest
Behalve in begeleidende rol, speelde het Bachvereniging-orkest met kleur en virtuositeit ter afwisseling een rijke keuze uit sinfonia’s, dansen en delen uit sonates, zoals de sinfonia waar het tweede bedrijf van de opera Semele mee wordt ingeleid. Het vocaal belagen van elkaar en de acrobatiek eromheen leverden een te dunne inhoud. De opkomst van een circusgezelschap in een krakkemikkige auto, werkte dan ook als een verademing halverwege de bijna anderhalf uur durende voorstelling. Eindelijk kleur in kostuums en spel. De artiesten bouwden uit de ruïnes van de godenwereld een heus theater op.
Met schwung begeleide lichte muziek onder meer van barokke dansen en enkele delen uit de Water Music, werden ook weer acrobatische nummers vertoond. Verrassend bleek een van de acrobaten, Maud Bessard-Morandos, over een even getrainde, soepele hoge sopraan te beschikken waarmee zij een heerlijke aria uit Apollo e Dafne uitvoerde: ‘Felicissima quest’alma’/Heel gelukkig is deze ziel. In haar gouden zonnepakje voerde zij de aanvankelijk nukkige goden naar verzoening in een prachtig trio uit de opera Alcina. Mooie afronding van een vernuftig in elkaar gezette Handeliaanse operawereld op basis van een bont circusfeest.

Verder kijken, luisteren en lezen
Dirigent Hernán Schvartzman en regisseur Serge van Veggel over de muziek in The Opera Circus.
Serge van Veggel over Handel en de theatertechnieken.
Meer Handel, de opera Semele, deze maand bij De Nationale Opera besproken door Franz Straatman.