Benvenuto Cellini lijdt onder overdaad.
Benvenuto Cellini van Hector Berlioz ging op 28 januari in première in Brussel en is de vuurdoop van Christina Scheppelmann, sinds januari 2025 algemeen artistiek directeur van De Munt in Brussel. Ze is de eerste vrouw in deze functie en volgt Peter de Caluwe op. Scheppelmann, die zegt op haar negentiende al te hebben geweten dat ze opera-intendant wilde worden, heeft meer dan dertig jaar internationale ervaring, onder meer in Barcelona, Milaan en bij Seattle Opera.

Ondanks de aankomende bezuinigingen is mevrouw Scheppelmann positief over de kwaliteit die ze wil gaan brengen. Ze kijkt uit naar de nieuwe opera ‘Medusa’ in de Munt. Opera dichter bij een breed publiek brengen alsmede inclusie vindt ze belangrijk. Benvenuto Cellini is de eerste door haar gebrachte productie. Een gewaagde keuze, want het is niet voor niets een weinig uitgevoerde opera. Het werk is zowel zang technisch als muzikaal èn productioneel berenmoeilijk. Ze legt de lat dus meteen hoog.
‘Benvenuto Cellini’ is Berlioz’ portret van de kunstenaar als compromisloze buitenstaander, waarin hij in 1838 zijn eigen ervaringen met artistieke tegenwerking projecteert op de renaissancebeeldhouwer Cellini. De muziek is energiek, rijk georkestreerd en gedurfd in ritme en kleur, met massa scènes waarin koor en orkest uitzonderlijk scherp worden ingezet. Het grillige libretto, balancerend tussen komedie en ernst, resulteert in een explosieve, rijk georkestreerde partituur.

Onmogelijke opdracht
Rome barst tijdens het carnaval van 1532 uit zijn voegen. Beeldhouwer Benvenuto Cellini krijgt van de paus een onmogelijke opdracht: in recordtijd een bronzen Perseus maken, zonder tijd, zonder geld en bijna zonder metaal. Alsof dat niet genoeg is, is Cellini verliefd op Teresa, wier vader haar liever koppelt aan de keurige, maar jaloerse rivaal Fieramosca. Vermommingen, mislukte vluchtplannen en een dodelijk uit de hand gelopen carnavalsavond brengen Cellini op de rand van de galg. De paus geeft hem één laatste kans: lukt het beeld, dan krijgt hij gratie én Teresa. Wanneer het brons opraakt, gooit Cellini al zijn andere werken in de smeltoven. Het beeld lukt, de kunstenaar overleeft, de liefde wint.
Benvenuto Cellini was mijn eerste kennismaking met het werk van regisseur Thaddeus Strassberger. Hij regisseert al een tijd in operahuizen in Europa en de Verenigde Staten; hij is Amerikaan én Italiaan, met een grote liefde voor Rome. Ook het decorontwerp is van zijn hand. Tijdens de ouverture zien we een prachtige 3D-projectie van het gouden borstbeeld van Benvenuto Cellini’en een spel van rijke, vrolijke en theatrale elementen en kleuren. Magistraal is het moment waarop de koepel van De Munt wordt verlicht en de daar hangende muzen tot leven lijken te komen eerst met AI, daarna op het toneel als levende marmeren standbeelden. We zagen eerder ook de in de koepel hangende kroonluchter van De Munt in 3D op het toneel geprojecteerd. Prachtig om op die wijze als toeschouwer en als gebouw één te worden met het podium, en ook schitterend uitgevoerd: misschien wel ‘het schoonst beeld van de voorstelling’, zoals de Belgen zeggen.

In het redelijk traditionele, maar boeiend draaitoneel, herken je veel elementen uit de architectuur van Rome. We zien een monumentale marmeren voet, verwijzend naar het kolossale standbeeld van Constantijn uit de Capitolijnse Musea, het Colosseum, de Trevifontein en de herkenbare terrassen van Trastevere met hun zwart-wit geblokte stoelen. De Capitolijnse wolvin, symbool van Rome, die Romulus en Remus zoogt. Beeldhouwwerk: marmeren bustes en standbeelden langs de rand en op terrassen, typisch voor Romeinse fora en paleizen. Het opschrift SPQR in neon is de afkorting van Senatus Populusque Romanus, en betekent De senaat en het volk van Rome. Voor het eerst viel me op dat er in Brussel boven het toneel de variant SPQB staat!
Veel té veel
De visuele rijkdom sluit aan bij Berlioz’ muziek, maar slaat regelmatig om in overdaad. Alles wordt, met name vóór de pauze, tegelijk ingezet. De spanningsboog krijgt weinig ademruimte. De toegevoegde cabaretscène mist timing en werkt niet. Wel zijn de massascènes heerlijk vrolijk en kleurrijk en iedereen is voorzien van prachtige kostuums. Ik las ergens dat er ruim 300 kostuums (door Giuseppe Palella) voor de productie zijn ontworpen. Ik noem; nonnen, acrobaten, een mens met een baard en acht borsten, een dragqueen, een centaur, de muzen als levende marmeren standbeelden. In de carnavalscène deed een paus met zijn eigen hoofd op een zilveren schotel mij onwillekeurig denken aan de opera Salome.

Plezier en lef
Dirigent Alain Altinoglu benut de muzikale mogelijkheden van ‘Benvenuto Cellini’ met hoorbaar plezier en lef. Er is gekozen voor de versie die bekendstaat als ‘Paris 2’, afkomstig van de voorstellingen uit 1838, die volgens Altinoglu het boeiendst is en dramaturgisch het meest coherent. De partituur beweegt zich voortdurend tussen lyrische verfijning en scherp aangespannen dramatiek, met een opvallende rijkdom aan kleuren. Komische momenten krijgen een uitgesproken instrumentaal profiel, terwijl de grote ensembles en koorscènes krachtig zijn geconstrueerd en ritmisch tot het uiterste worden gedreven, waarbij het koor nadrukkelijk optreedt als handelend collectief, eerder motor van de handeling dan louter omlijsting, een benadering die binnen de Franse opera van de jaren dertig uitzonderlijk was.

Koorleider Emmanuel Trenque heeft heel wat werk gehad om al deze inzetten op dit niveau te krijgen, het zijn complexe koorpartijen met zang, geroep en ritmische spreekzang. De orkestratie speelt graag met betekenis en effect. Wanneer de paus bijvoorbeeld zijn entree maakt in Cellini’s atelier, kiest Berlioz voor een zwaar aangezet klankbeeld met prominente blazers en slagwerk. Het onderstreept de institutionele macht van het personage, maar draagt tegelijk een zweem van overdrijving in zich. Die ironie verraadt Berlioz’ kritische distantie tot plechtigheid en gezag. Alain Altinoglu haalt alles uit het orkest zonder de solisten te overstemmen, wat alleen niet wil zeggen dat alle solisten altijd verstaanbaar (dictie) zijn.
John is Cellini
John Osborn zong de titelrol in 2015* voor het eerst in Nederland, in de regie van Terry Gilliam. Hij herhaalde de rol op meerdere plaatsen en is als enige van de cast die geen roldebuut maakt. John Osborn is dan ook een veilige keuze: een stabiele zanger, en hoewel we tien jaar verder zijn, is hij zeker nog zo indrukwekkend als ik me uit Nederland herinner. Ik zag hem toen ook meerdere malen. Dik genieten om deze man te horen zingen in deze rol. Hij laat de rest van de cast dan helaas wel wat verbleken.

Ruth Iniesta zingt een sprankelende Teresa. Haar opkomst als een soort orthodox getooide heilige is hilarisch en qua spel is ze subliem. Haar stem mag er ook wezen; het is een lastige rol en het is prettig om naar haar te luisteren. Voor Jean-Sébastien Bou was de rol van Fieramosca nieuw. Hij zette een goed intrigant neer, die eigenlijk te onhandig is om gevaarlijk te kunnen zijn, waardoor hij in zijn eigen netten verstrikt raakt. Zijn op bepaalde momenten zeer bulderende stem is imposant, maar staat in groot contrast met andere delen van zijn stem. Hij heeft goed acteertalent en gaf het publiek het gevoel onbeschaamd bij het spel betrokken te worden.
Florence Losseau was een heerlijk jonge Ascanio, een broekrol die haar goed ligt en waarvan ze er al een flink aantal heeft gezongen. Haar grote aria ‘Mais qu’ai-je donc’ was heel grappig, als een soort intermezzo aan een hedendaags strand gesitueerd, wat op zich al hilarisch was. Een mooie vondst van de regisseur en ruim voldoende uitgevoerd door de mezzo. Tijl Faveyts was Balducci; een lastige rol, die hij met zijn sterke podiumprésence en acteertalent goed neerzette. Aan de stem van Ante Jerkunica moest ik even wennen, maar hij was een prima paus. Ook de kleinere rollen van Bernardino (ex-Operastudio-lid Leander Carlier), Francesco (Luis Aguilar) en Pompeo (Gabriel Nani) waren goed bezet. In de herbergierscène was het Yves Saelens die het optreden als Le Cabaretier verzorgde, een soort herbergier.

Female gaze
Vanuit de female gaze, kijkend naar het heroïsche kunstenaarsgenie, zien we Teresa als de vrouw die zijn wereld mede vormgeeft en begrenst. Teresa is geen louter object van verlangen, maar een figuur die laveert tussen liefde, autonomie en sociale dwang. Zij kiest ervoor lief te hebben wie zij wil, ageert tegen het patriarchaat, mannelijke bravoure en zelfverheerlijking. Ze ziet consequenties en houdt de handeling bijeen. Door haar wordt duidelijk dat creativiteit zonder focus leeg is. De mannelijke scheppingsdrang floreert slecht zonder, maar soms ook ten koste van, vrouwelijke aanwezigheid, een spanning die Hector Berlioz onverbloemd in muziek en drama heeft vastgelegd. Zo wordt Berlioz’ portret van het kunstenaarsgenie ook een reflectie op macht, begrenzing en de onmisbare vrouwelijke tegenkracht.

De regie kiest voor visuele overdaad, die de spanningsboog onder druk zet, maar muzikaal overtuigt de uitvoering door energie, kleur en precisie van het orkest. Ook vocaal valt er veel te genieten. Berlioz’ portret van het kunstenaarsgenie wordt bezien uit de female gaze ook een reflectie op macht, begrenzing en de onmisbare vrouwelijke tegenkracht. Benvenuto Cellini’ bij De Munt markeert de gedurfde start van Christina Scheppelmann: een complexe, zelden gespeelde opera die de lat hoog legt. Een vrolijke en toegankelijke productie.
Aanvang 19.30 uur, met uitzondering van de matinee op 8 februari**. Die begint om 15.00 uur.
Tevens wordt de opera live uitgezonden op 17 februari op Klara, Auvio & Musiq3.
Verder kijken, luisteren en lezen
De video trailer van Benvenuto Cellini.
Dirigent Alain Altinoglu en regisseur Thaddeus Strassberger over Benvenuto Cellini.