Medusa in De Munt opera van nu en altijd
Op 5 mei vond in De Munt in Brussel de wereldpremière plaats van Medusa, een opera van Ian Bell op een libretto van, – en geregisseerd door Lydia Steier. Het dramatische verhaal van Medusa krijgt in een tijdloos abstracte productie en door de sterke behandeling van het materiaal door Bell en Steier, een hedendaagse relevantie zonder ook maar iets van het oorspronkelijke Griekse drama te actualiseren; op zich al een hele prestatie.

De mythe
In het kort volgt de opera de Griekse mythe. Medusa wordt door Poseidon verkracht in de tempel van godin Athena. De godin bestraft haar door haar lichaam in een sort slangenhuid en haar hoofd te veranderen in een schedel waarin slangen leven. Daarbij wordt iedere man die haar benadert en in haar ogen kijkt door haar versteend. Een vreselijk lot dat alleen door een held ongedaan kan worden. Hij moet dan wel haar hart doorboren en haar hoofd afhakken.
De opera
Na enkele zachte aanzwellende openinsgmaten zien we de zusters van Medusa, Euryale (de voortreffelijke Paula Murrihy) en Stheno (de nog steeds indrukwekkende Angela Denoke), die zich ongerust maken over het lot van Medusa. Ze horen namelijk mannenstemmen haar naam roepen en weten dat Poseidon, de god van de zee, zijn zinnen op Medusa (Claudia Boyle) heeft gezet. Ze proberen Medusa te beschermen door haar weg te houden van de zee, maar Medusa is zich van geen gevaar bewust. Zij hoort de mannenstemmen niet, maar wel die van een moeder, Danaë, (ontroerend mooi off-stage gezongen door Marie-Juliette Ghazarian) die haar sterrenkind in slaap zingt.
Het beeld en de teksten zijn één met de muziek. We horen de zee, we voelen het onheil, maar ook de onbezorgdheid van Medusa in hedendaagse, tonale en zeer melodische muziek, maar met schurende dissonanten en snijdende harmonieën. Bells muzikale spectrum is rijk en er komen uit de orkestbak letterlijk golven van muziek die helaas soms de zangers wat overstemmen. Mogelijk worden die balans issues nog beter gedurende de voorstellingenreeks.

Somber
Het toneelbeeld, ontworpen door Flurin Borg Madsen en de kostuums van Katharina Schlipf, zijn donker en somber op de gouden priesteressen en de in het wit gestoken Poseidon na. Een draaitoneel, met enkele podia en muren, wordt bewogen door anonieme, kruipende wezens, die iets heel lugubers en onheilspellends uitstralen.
Ondanks haar tegenstribbelen geloven de zusters dat Medusa alleen in de tempel van Athena veilig zal zijn, dus dwingen ze Medusa zich bij de priesteressen aan te sluiten. Als Medusa de stem van Danaë weer hoort gelooft ze dat het eigenlijk Athene is die zegt haar te zullen beschermen. Ze stemt in om naar de tempel te gaan.
Vreselijke verkrachting
Medusa heeft in de tempel van Athena haar toevlucht gezocht om uit de handen van Poseidon te blijven en we zien de in prachtige gouden kostuums gehulde priesteressen, met een zeer goede Anu Komsi als Hoge Priesteres. Medusa is nu een van hen. Ze beschermen samen het vuur in de tempel. Medusa heeft nachtwacht en blijft alleen in de tempel achter. In die grote lege tempel is de kwetsbaarheid van Medusa des te groter. Ze hoort weer het wiegelied van Danaë en wil dat ze wordt meegenomen om voor het sterrenkind te zorgen. Als Poseidon (de echt angstaanjagende, vervaarlijke Konstantin Gorny) haar in de tempel vindt volgt een op zijn zachts gezegd onaangename scene. Met weliswaar mooie teksten, (‘In the salt of your sweat my teeth sinking into that soft, sweet flesh..) maakt Poseidon zijn bedoelingen duidelijk. Hij dooft de vlam van de tempel en verkracht Medusa.

Het was voor mij de vraag of zo’n verkrachting dan ook minutenlang te zien moet zijn. Ja, het werd er ondragelijk door, ja, we zien en horen de pijn van Medusa, maar was het nodig? Ik begrijp de keuze van de regisseur om ons echt te laten zien wat een verkrachting is, hoe misdadig, hoe wreed en onacceptabel, hoe vernederend en traumatiserend, maar het was wel erg heftig. De muziek van Bell doet er nog een schepje bovenop met ritmische ondersteuning van de bewegingen van de verkrachter. De zangeres wordt werkelijk onthutsend realistisch verkracht. Het kwam extreem hard aan. De woorden van Poseidon (Don’t cry; not every girl is chosen..) zijn de woorden van de Epsteins en Trumps van deze wereld. Niets is nieuw en dit vertoon van macht en seksueel prooidieren gedrag is hetzelfde in de Griekse oudheid als in 2026. De Munt heeft er bewust voor gekozen geen foto materiaal van deze scène en ook niet van het personage (en de zanger) Poseidon beschikbaar voor publicatie te maken. Ik denk een goede keuze in onze tijd van social media waar dingen hun eigen leven zouden kunnen gaan lijden.
Wrede Athene
De actie van Athena, de godin die vindt dat haar tempel onteerd werd Medusa en niet door de daad van Poseidon, wordt door de afschrikwekkende scene alleen maar wreder. Het vrouwelijke slachtoffer wordt bestraft voor de misdaad van een man. Er is geen fysieke actualisering nodig om de relevantie van de opera te beseffen.

Athene wordt indrukwekkend, als een Griekse Turandot, met dramatische, heldere en door metaal snijdende intensive stem gezongen door Mary Elizabeth Williams. Haar vreselijke teksten ( ‘Liitle whore, bleeding from your cunt onto the floor of my temple, staining the marble with your audacity..With your shame.’) worden als raketten op Medusa afgevuurd. Ze is doof voor de smeekbeden van haar eigen priesteressen om clementie voor Medusa. Bell is wederom in staat om de teksten van Steier om te zetten in precies de juiste, afschrikwekkende tonen. Hoe onthutsend ook, de scene van vervloeking van Medusa door Athena is een theatraal, en muzikaal hoogtepunt.
Duo
Het gaat misschien wat ver, maar de samenwerking tussen componist en librettist is in deze opera werkelijk symbiotisch. Elk woord, elke noot is organisch en dramatisch raak. Zonder overdrijven voelt de samenwerking tussen componist Bell en librettist Steier als die van de grote duo’s uit het operarepertoire; Mozart en da Ponte, Strauss en von Hoffmansthal…Wel is het nu een vrouw die de tekst op zich heeft genomen en daarbij ook de regie, dus de female gaze zit wat dat betreft wel goed.
Tweede akte
Het tweede bedrijf begint zeventien jaar na de transformatie van Medusa met een haast mystiek gesprek tussen Euryale en Medusa over het lot van alle mannen die gedood zijn in hun poging Medusa te doden. Het eiland waar Medusa en haar zussen in afzondering leven, is bezaaid met de lijken van versteende mannen. Het toneelbeeld is zo mogelijk nog somberder dan in het eerste bedrijf. Summier maar erg goed belicht door Elena Siberski, een naakte Medusa in een spelonk, en overal versteende mannen. In de discussie maakt Medusa heel duidelijk hoe ze over Poseidon en Athena denkt. ‘Sumblime? :That which made Him want me? Sublime?:that which made Her damn me?’ Dramatisch toongezet met vocale acrobatiek die in dit geval een soort innerlijke onrust, pijn en woede van Medusa lijkt te verklanken. Daarbij worden de muziek en inhoud ondersteunt door een kronkelende, dansende Medusa, als een gewond dier, als een vrouw die haar eigen lichaam en eigenlijk haar hele wezen haat. Indrukwekkend en aangrijpend.

De bespiegelingen van Euryale krijgen een ironische, bijna komische ondertoon mee als ze de talrijke jongemannen beschrijft. ‘Die ene met die mooie neus, die andere met de grote ogen..’ Ondertussen heeft ook de andere zus weer een bloedbad aangericht door alle mannen die proberen aan land te komen al op het strand te vermoorden. Ze vindt het gesprek van Medusa en Euryale maar zinloos. De zin ‘ By tomorrow their blood will have washed clear of the coast, making a clean canvas for the next day’s heroes..’ is hard en toch ook poëtisch, een kenmerk van het hele libretto.
Medusa heeft een gehele eigen muzikale wereld, die verandert op het moment dat een nieuwe held zich aandient om haar te doden. Van de klagende, diep droevige en soms geagiteerde muziek, krijgt Medusa in de ontmoeting met Perseus prachtige lyrische frases die door haar tegenstrever hartstochtelijk gedeeld worden. Ook klinkt weer het wiegenlied van Dadaë die haar sterrenkind in slaap zingt: Perseus ís het sterrenkind.

Perseus (prachtig gezongen door tenor Josh Lovell) is zoals alle jongemannen met maar één doel gekomen en dat is Medusa doden en haar onthoofden. Perseus heeft daar nog een extra goede reden voor zegt hij. Als hij er niet in slaagt om Medusa te doden, wordt zijn moeder gedood. Medusa geeft toe en kiest daar mee haar eigen dood en bevrijding. De opera eindigt met een klap vol licht effecten en een net zo snelle black out.

Echte opera
Ian Bell en Lydia Steier en het hele team van De Munt hebben een echte, haast ouderwetse, maar compleet eigentijdse opera gecreëerd. De cast is uitmuntend, hoewel dus soms wat overstemt door het orkest. Er wordt geweldig gezongen geacteerd en bewogen. Claudia Boyle is daarin van unieke klasse. De Ierse sopraan zingt voortreffelijk, maar weet bovenal alle aspecten van Medusa, van de onschuldige jonge vrouw, het verkrachtingsslachtoffer en het zogenaamde monster Medusa, geloofwaardig en ontroerend over te brengen.

Er zijn geen zwakke plekken in het ensemble. Ook het koor van De Munt en de leden van de Koor Academie (ingestudeerd door Emmanuel Trenque) zingt prachtig en de dansers, geregisseerd door Tabatha McFadyen, zijn geen overbodige aanvulling, maar brengen een onheilspellende meerwaarde in de voorstelling. Het Symfonieorkest van De Munt staat onder de bevlogen en vakkundige leiding van Michiel Delanghe. Hij weet alles uit de partituur te halen, vol dynamische extremen en waar nodig de juiste lyriek en spanning. Als de balans tussen zang en orkest goed komt is het helemaal geweldig.
Een nieuwe, relevante en actuele, maar tegelijk tijdloze en klassieke opera, die ontroert en shockeert, is in alle op zichten de reis naar Brussel, en naar alle theaters waar het werk hopelijk uitgevoerd gaat worden, meer dan waard. Nog te zien op 7, 9 , 12, 15 17 en 19 mei in De Munt in Brussel. Er is een live video streaming op Opera Vision op 15 mei en er is een radio-uitzending op 13 juni op Musiq 3 en Klara.
Verder kijken luisteren en lezen
Lydia Steier en Ian Bell over de creatie van Medusa.
Lennaert van Anken was zeer enthousiast over Die Zauberflöte in de regie van Lydia Steier.
Peter Franken had in 2018 wat moeite met de regie van Oedipus Rex en Iolanta door Lydia Steier.