Bieito’s Berlijnse Aida mist focus
Op 29 april bezocht Peter Franken een voorstelling van Giuseppe Verdi’s Aida in de Staatsoper Unter den Linden Berlin. Het betrof een herneming van de productie van Calixto Bieito die in 2023 in première was gegaan. De herinstudering was gedaan door José Darío Innella. Muzikaal was het zonder meer een geslaagde avond, scenisch riep het meer vragen op dan beantwoord werden.

Centraal in het verhaal staat de driehoeksverhouding tussen Aida, Amneris en Radamès. Een man tussen twee vrouwen biedt sowieso al genoeg ruimte voor conflicten, maar tegen de achtergrond van een oorlog waarbij een van de vrouwen de vijand vertegenwoordigt gaat het niet langer louter om rivaliteit in de liefde, maar doet loyaliteit jegens het eigen volk zijn intrede in de mix. Gelet op de tegenstelling beschaafd versus barbaars waarbij de Ethiopiërs laatstgenoemde categorie vertegenwoordigen is het verleidelijk om de handeling van Aida te herleiden tot een koloniaal conflict.
Zo kwam de (toenmalige Nationale)Reisopera in 1999 met een zeer klein gehouden enscenering (van Waldemar Kamer) waarin op inventieve wijze de handeling was verplaatst naar Italië ten tijde van de Abessijnse Oorlog. Aida als Ethiopische dienstmeid in het huishouden van een hooggeplaatste fascistische familie.

Authentieke filmbeelden van de oorlog en het enthousiaste publiek in Rome bij de afkondiging van het Impero Fascista versterkten de link met het gekozen tijdsgewricht. Hier was Italië als overwinnaar in de plaats gekomen van Egypte, maar Ethiopië was nog steeds de overwonnen natie. Tijdens die oorlog was het liedje ‘Faccetta Nera, Bell’Abissina’ erg populair. Hierin werd bezongen dat de beschaving nu eindelijk dit barbaarse Afrikaanse land had bereikt en dat de inwoners een glorierijk nieuw leven tegemoet gingen met nieuwe moderne wetten, een nieuwe koning en een nieuwe Leider. Er bestaan talrijke uitvoeringen van, maar in dit kader is vooral die van Beniamino Gigli het vermelden waard. *
Bieito ontkomt ook niet geheel aan die koloniale context, maar trekt het breder met associatieve filmbeelden waarin behalve veel oorlog bijvoorbeeld ook blanke jagers op groot wild te zien zijn. Alles staat in het teken van het oproepen van een tegenstelling waarbij in eerste aanleg de Ethiopiërs in de rol van underdog worden gemanoeuvreerd. Kijken we echter naar de handeling op het toneel dan zien we een genuanceerder beeld. Amonasro is allesbehalve de underdog, maar een op wraak beluste potentaat die nergens voor terugdeinst. Hier zien we Aida in een tweede driehoeksverhouding: nu tussen twee mannen. Waar de bariton in de opera veelal de liefde van de sopraan en de tenor probeert te dwarsbomen uit zorg om de eer van die dochter en van zijn familie zet Amonasro haar in als seksobject om Radamès te verleiden en zodoende hem belangrijke oorlogsinformatie te ontfutselen.

‘Moreel is er geen verschil tussen beide kampen,’ zal Bieito gedacht hebben. En om dat te benadrukken laat hij Radamès eerst pleiten voor het vrijlaten van de Ethiopische gevangenen, maar laat hij hem in zijn rendez vous met Aida er gewoon een stel een nekschot geven, achteloos terwijl hij zich zingend tot zijn geliefde richt. Amonasro ziet het vanuit zijn schuilplaats aan, maar is vooral gespitst op wat er gezegd wordt.
Waar Bieito normaal gesproken een bepaalde richting geeft aan zijn lezing van een opera laat hij het hier nadrukkelijk aan het publiek over er iets van te maken. En ondertussen plaatsen de toneelbeelden en de kostumering van Rebecca Ringst en Ingo Krügler de kijker voor de nodige ongerijmdheden zoals een ballet met vrouwen die staan te huppelen met rood wit blauw geblokte boodschappentassen in hun hand. Of een clown die een stel kinderen, model voor de gevangengenomen Ethiopiërs, zogenaamd met een zweep opjaagt tot sneller werken terwijl ze wat elektronica zitten te sorteren. Kort daarna krijgen ze allemaal een Kalashnikov aangereikt en begint hun carrière als kind soldaat. Hoe hebben we ooit kunnen leven voor de komst van dit rekwisiet in de opera?

Tijdens de triomfmars verschijnt het koor gekleed als leden van een Deense Lutherse kerkgemeenschap of iets vergelijkbaars. Evangelisch fundamentalisme als model voor de Isis cultus?

We kunnen ons dus maar beter concentreren op de zang en daarvoor was een cast met bekende namen verantwoordelijk. Marina Rebeka nam de titelrol voor haar rekening en toonde zich volledig meester van haar partij. Zeker, zuiver, vast, helder, maar helaas wat te veel volume in de piano passages. Veelal zette ze wat zwaar aan om pas daarna volume terug te nemen. Haar rivale Amneris was in goede handen bij mezzo Marina Prudenskaya die ruimschoots het niveau haalde om Rebeka het primaat van titelheldin te kunnen betwisten.
Tenor Yusif Eyvazoz zong de rol van Radamès op de wijze waarom hij bekend is: luid, ongenuanceerd en in ‘Celeste Aida’ ronduit onbehouwen. Ook ging hij tijdens die aria een paar keer duidelijk in de fout, maar dat deerde hem niet: ‘in geval van twijfel hard zingen.’ Na de pauze klonk hij beter en wist hij zijn volume zelfs wat terug te nemen. Zijn fans prijzen zijn grote bereik en zekere hoge tonen en dat kan hem ook niet ontzegd worden. Niettemin had ik liever iemand anders op het toneel gezien.
Bariton Gabriele Viviani als Amonasro was voor mij de verrassing van de avond. Zijn duet met Aida is in mijn beleving het hoogtepunt van de opera en daarin werd ik opnieuw volledig bevestigd. Amonasro roept beelden op van vreselijk oorlogsleed en wordt ondersteund door bijpassende filmbeelden. Het werkt: Aida gaat overstag en offert haar liefde voor Radamès op voor loyaliteit aan haar vaderland.

Bas René Pape klonk zoals we van hem gewend zijn en dat paste uitstekend bij zijn rol van Ramphis, de hogepriester die feitelijk aan alle touwtjes trekt.
Overigens was Eyvazoz niet de enige die luid klonk. De hele cast, koor en orkest leken met hem te willen wedijveren al haalde men gelukkig niet zijn geluidsniveau. Of het ongenadige akoestiek is of versterking kon ik niet achterhalen. Maar het was bepaald niet alleen een lawaaiige avond tijdens de triomfmars.

De muzikale leiding was in handen van John Fiore.
*Liedje ‘Faccetta Nera, Bell’Abissina’ door Benjamini Gigli.
**Amneris werd in 2023 gezongen door Elina Garanča, die op de foto’s wordt afgebeeld.
Verder kijken, luisteren en lezen
Video uit 2023 van Aida in Berlijn.
Peter Franken over Aida uit de MET in 2025.