FeaturedHeadlineOperarecensieRecensies

Verfijning in Alcide van Marin Marais

​In een vrijwel uitverkochte Grote Zaal van Tivoli Vredenburg bracht tenor en dirigent Reinoud Van Mechelen met zijn ensemble a nocte temporis en het Choeur de Chambre de Namur (Kamerkoor van Namen) een zeldzame opera op de planken: Alcide (1693). Het werk, geschreven door Marin Marais in samenwerking met Louis Lully (inderdaad de zoon van Jean-Baptiste) op een libretto van Jean-Galbert de Campistron, vormt een cruciale schakel tussen de hofstijl van Jean-Baptiste  Lully en de rijkere Franse hoogbarok. Gehuld in sfeervol geel en blauw licht bood de zaal een waardig podium voor dit bijna tragische slotakkoord van het Festival Oude Muziek Utrecht 2026.

a nocte temporis met het Chœur de Chambre de Namur, dirigent Reinoud van Mechelen, Isabelle Druet (Déjanire) en
Philippe Estèphe (Philoctète) in Alcide. Foto;© FOMU,

Giftige mantel

De opera behandelt de mythe van Alcide (Hercule) en zijn fatalistische verlangen naar Iole. Op haar beurt wil Iole liever verkeren met de vertrouweling van Alcide, Philoctète en dat is wederzijds. Wanneer de koningin Déjanire hoort van de ontrouw van haar man roept ze de hulp in van tovenares Thestylis om haar huwelijk te redden. Op haar advies geeft zij Alcide de giftige mantel van Nessus. Déjanire doorziet haar fout en pleegt zelfmoord. Alcide sterft en wordt verheven naar de Olympe (onsterfelijkheid). De geliefden Iole en Philoctète blijven achter.

Lullyaans

Muzikaal staat Alcide op het kruispunt tussen Lullyaanse traditie en Marais’ meer verfijnde, introspectieve stijl. De declamatie blijft strikt Frans, maar Marais verrijkt de partituur met subtiele harmonische verschuivingen en een opvallend lyrische behandeling van de strijkers. De mezzosopraan Déjanire krijgt scherpe, nerveuze lijnen die haar innerlijke onrust verklanken, terwijl Sopraan Iole’s muziek juist helder en sierlijk is, vaak gedragen door zachte houtblazers. Alcide’s vocale schrijfwijze is breed en nobel, maar in zijn sterfscène wordt de harmonie plotseling donkerder en chromatischer, een zeldzaam emotioneel realisme binnen de tragédie en musique. De uitvoering baseerde zich op de herziene versie die Marais in 1705 zelf dirigeerde, maar het werk gaat oorspronkelijk terug op de première van 1693.

Parallellen Alcide & Armide

In Alcide klinkt duidelijk de erfenis van Jean-Baptiste Lully’s Armide door. Vooral de “helse” scènes vormen een directe muzikale en dramatische brug tussen beide werken. In de derde akte van Alcide dalen we af in de grot van de tovenares Thestylis, waar bezweringen, demonische verschijningen en magische rituelen elkaar opvolgen. De felle, gedreven baslijnen en de ritmische stuwing die Marais hier inzet, roepen onmiddellijk de sfeer op van Lully’s beroemde onderwereld‑ en toverijscènes: dezelfde pulserende duisternis, dezelfde theatrale geladenheid, dezelfde sensatie van een wereld waarin bovennatuurlijke krachten de menselijke emoties manipuleren.

Tegelijk markeert Alcide een stilistische overgang. Waar Armide nog volledig geworteld is in Lully’s strenge, declamatorische hofstijl, laat Marais in Alcide al een rijkere orkestratie en virtuoze instrumentaliteit horen. Zijn achtergrond als meester van de viola da gamba klinkt door in de soepelere melodische lijnen, de verfijnde kleurwerking en de grotere expressieve vrijheid van het orkest. Alcide staat daarmee precies op het kruispunt tussen traditie en vernieuwing: een werk dat de grandeur van Lully respecteert, maar tegelijk vooruitwijst naar de meer sensuele, instrumentaal gedreven Franse barok die Marais later zou helpen vormgeven.

Dubbelrol en vocale verfijning

Reinoud ​Van Mechelen nam zowel de muzikale leiding als de veeleisende haute-contre-titelrol voor zijn rekening. Hoewel de dubbelrol er soms toe leidde dat hij nog half stond te dirigeren tijdens het zingen, overheerste bewondering. Zijn stem klonk soepel, zacht en vloeiend in de hoogte, met een adembenemende legato-beheersing. Vanaf zijn openingsscènes tot aan zijn grote aria na de pauze en de hartverscheurende doodsstrijd toonde hij zich een meester van de Franse barokfrasering.

Reinoud van Mechelen met leden van a nocte temporis en het Chœur de Chambre de Namur in Alcide. Foto: © FOMU, Marieke Wijntjes

​Aan zijn zijde schitterde sopraan Gwendoline Blondeel als Iole (en La Victoire in de proloog). Met een loepzuivere, wendbare stem gaf zij treffend gestalte aan Iole’s verscheurdheid tussen loyaliteit en haar heimelijke liefde voor Philoctète. Isabelle Druet bracht als Déjanire een uitgesproken theatrale présence mee. Haar achtergrond als actrice was zichtbaar in elke vezel van haar voordracht; de vertwijfeling en de fatale jaloezie kregen bij haar een rauwe, dramatische lading. De Belgische ​Sterre Decru overtuigde als de tovenares Thestylis in de duistere bezweringsscène van het derde bedrijf. Haar hoorde ik eerder in een uitvoering van de Dutch National Opera Academy als Arianna èn bij een masterclass van Joyce DiDonato in Amsterdam. Complimenten, ik hoor een veelbelovende evolutie.

Sterre Decru (Thestylis) en Gwendoline Blondeel (Iole, La Victoire) met dirigent Reinoud van Mechelen , a nocte temporis en het Kamerkoor van Namen in Alcide. Foto: © FOMY, Marieke Wijntjes

Bariton Philippe Estèphe (Philoctète) beschikt over een fraaie stem al had hij het volume van het orkest af en toe tegen en miste hij tegenover Van Mechelens expressieve vuur wat vocale profilering en projectie. De kleinere solopartijen werden verzorgd door zangers uit het koor wat zorgde voor een prettige dynamiek.

Reinoud van Mechele met naast hem Isabelle Druet (Déjanire) en Philippe Estèphe (Philoctète) in Alcide. Foto: © FOMU, Marieke Wijntjes

Female gaze

Hoewel een concertante uitvoering minder ruimte laat voor een uitgesproken feministische interpretatie, biedt Marais’ muziek verrassend veel inzicht in de innerlijke wereld van zijn vrouwelijke personages. Dejanire wordt traditioneel gezien als de jaloerse echtgenote, maar in Marais’ opera is zij eerder een vrouw die door een patriarchale omgeving in een hoek wordt geduwd. Haar angst om Alcide te verliezen is geen zwakte, maar een reactie op een wereld waarin haar waarde volledig afhankelijk is van zijn trouw. Het is duidelijk dat zij niet bij de pakken neer gaat zitten en we krijgen veel inzicht in haar psyche en beweegredenen. Iole belichaamt een andere vorm van vrouwelijke kwetsbaarheid: zij wordt begeerd als trofee van oorlog, terwijl haar eigen wil voortdurend wordt overschaduwd door de verlangens van mannen. De tragedie toont hoe beide vrouwen gevangen zitten in structuren die hen reduceren tot objecten van liefde en bezit en hoe hun pogingen tot autonomie uiteindelijk worden gestraft.

Koor- en orkestpracht

​Het Chœur de Chambre de Namur (zo’n twintig zangers sterk) zong indrukwekkend homogeen en expressief, van het triomfantelijke koorwerk tot de intiemere ensembles met de solisten. In het orkest schitterde Marais’ instrumentale verfijning. De houtblazers leverden een prachtige bijdrage rond de aria’s van de dames, Marie-Ange Petit zorgde voor smaakvol slagwerk, en a nocte temporis blonk uit in dynamiek, met als hoogtepunt een instrumentale passage die fluisterzacht werd en verdween zonder ooit formeel uit te sterven.

Leden van het Chœur de Chambre de Namur in Alcide. Foto:© FOMY, Marieke Wijntje.

​Ondanks het statische karakter van een concertante uitvoering waar de solisten voornamelijk van blad zingen zorgden de muzikale intensiteit en het theatrale engagement van solisten, koor en orkest voor een meeslepende herontdekking van een zelden gehoord meesterwerk.

Verder kijken, luisteren en lezen

Audio opname van de aria Mon amoureuse inquiètude  uit  Alcide, door Reinoud van Mechelen met a nocte temporis

In 2019 gaven reinoud van Mechelen en a nocte temporis een top uitvoering van werk van Louis Gaulard Dumesny.

 

Vorig artikel

De Drie Countertenoren in FOMU

Volgend artikel

Topzwaar libretto in mooie opera Kolja

De auteur

Monique ten Boske

Monique ten Boske