AchtergrondBinnenkortFeaturedInterviews

Corinne Winters wil dat het theater wordt

Sopraan Corinne Winters maakt haar huisdebuut bij De Nationale Opera als Nedda in Pagliacci van Ruggero Leoncavallo. De in Parijs woonachtige, van oorsprong Amerikaanse sopraan, timmert al ruim twintig jaar tijd aan de weg met recentelijk grote successen in Salzburg, Aix-en- Provence. In 2024 werd ze gekozen tot Best Female Singer of 2024 bij de Oper! Awards.  Corinne Winters heeft een grote fan schare in heel Europa en natuurlijk ook in haar geboorte land.

Corinne Winters repeteert voor Pagliacci bij De Nationale Opera. Foto: © De Nationale Opera, Milagro Elstak

In het begin van de repetitieperiode voor Pagliacci sprak ik met Corinne. Je hebt deze productie vrij recentelijk in Florence gezongen dus die zit nog wel vers in je geheugen lijkt me.

Corinne Winters:” Dat is zeker zo, maar een nieuwe productie is toch altijd weer anders. Om te beginnen heb ik een andere Canio (Riccardo Massi) en een heel goede jonge Arlecchino/Peppe uit de Opera Studio (Jacob Abrahamse). Ik zing wel met dezelfde Tonio als in Florence (Roman Burdenko), die de productie ook al eerder in Amsterdam (2019) heeft gedaan, maar alles en iedereen brengt iets nieuws. Het helpt natuurlijk dat Roman en ik de opera net samengedaan hebben, in dezelfde productie van Robert Carsen, maar er valt toch nog veel te ontdekken. Het is wel een vrij lange repetitieperiode zo, maar ik vind Amsterdam een heerlijke stad om wat langer te zijn.

Corinne Winters (Nedda), links Willem de Vries als repetitie stand-in voor Roman Burdenko(Tonio) en achter Jacob Abrahamse (Peppe) in een repetitie voor Pagliacci. Foto: © De Nationale Oper, Milagro Elstak.

Ik heb de grote zaal van De Nationale Opera nog niet gezien, want we hebben tot nu toe in de studio gerepeteerd. Ik heb wel begrepen dat het een breed toneel is en een grote zaal. Eigenlijk is Pagliacci heel intiem qua drama, maar enorm als geheel, met alle krachten van koor en orkest.”

Wie is Nedda?

CW:” Voor mij is Nedda vooral een vrouw die het onderspit delft onder alle manen om haar heen, Canio, Tonio, Silvio, Arlecchino.

In eerste instantie was de jonge Nedda aangetrokken tot het theater en daardoor ook tot Canio. Tot het bezitterige begint en het misbruik natuurlijk. Dan wordt ze verliefd op de jongere Silvio, maar wordt verscheurd door gevoel van trouw aan Canio, gemanipuleerd door Tonio, die haar ook voor zichzelf wil. In het begin realiseert ze zich niet dat het serieus is en doet het af met “Nu even niet…’, maar Tonio zet het drama in gang.

Ze is speels, eigenlijk van al mijn rollen de meest levendige. Ze danst, ze speelt als Colombina heerlijk comedia del’arte. Dat trekt me erg aan in haar karakter, dat bewegelijke, dat speelse. Maar op het eind gaat alles mis.

Ik zing heel veel vrouwen die in liefdesproblemen komen en in zeker zin op elkaar lijken: Kát’a, Jenůfa, Butterfly en Nedda, maar Nedda is qua romantische omstandigheden het meest complex denk ik.  Ze worstelt echt met haar gevoelens voor Silvio en Canio en een soort van aangeboren gevoel van trouw, maar de mannen om haar heen manipuleren haar, de jaloerse Tonio voorop.”

Corinne Winters (Nedda) en Riccardo Massi (Canio) repeteren voor Pagliacci bij De Nationale Opera. Foto: © De Nationale Opera, Milagro Elstak

De carrière van Corinne is een heel Europese, maar begon in de VS. Ze studeerde aan het Peabody Conservatory behaalde een Bachelor’s degree magna cum laude van de Towson University alvorens verder te studeren aan de Academy of Vocal Arts in Philadelphia.

Haar echte carrière begon in 2013  English National Opera in de beroemde, of beruchte productie van La Traviata in de regie van Peter Konwitschny. Z e werd genomineerd als Nieuwkomer van het Jaar in 2014 en inmiddels zong ze in de Met, in Salzburg, de Royal Opera in Covent Garden, de Weense Staatsopera en had ook regelmatige engagementen in Antwerpen (Rachel in La Juive, Donna Anna en Desdemona) en Brussel (Suor Angelica en Giorgetta). Corinne heeft daarom ook een flinke fan base in België.

Corinne Winters als Rachel in La Juive bij Opera Ballet Vlaanderen. Foto: © Annemie Augustijns.

CW: “Dat is zo leuk. Ik weet al van best een aantal mensen uit Antwerpen die naar Amsterdam gaan komen. “Ook haar vele Nederlandse fans kijken uit naar haar huisdebuut. “Kan ik mensen na afloop ontmoeten? Is er een feestje? Wat heerlijk!”

Stemvak

Corinne Winters zingt een groot en divers repertoire, van Violetta tot Kát’a en is in de traditionele zin niet in een stemvak te plaatsten. Ze begon overigens als mezzo.

CW:” Dat hele stemvak verhaal komt natuurlijk door het Duitse systeem. Je wordt in een theater geëngageerd in een bepaald stemvak omdat daar dan vrij gemakzuchtig een vast aantal rollen bij hoort die je gaat zingen. In een ensembletheater is dat wel zo makkelijk. Je bent een coloratuursopraan, dus zing je Adele, Gilda maar ook Violetta…Het gevolg daarvan is onder meer dat ik met mijn vollere, donkere stem niet meer voor Violetta gevraagd wordt en die rol nu door de juist lichtere sopranen gezongen wordt. Ik denk niet dat het juist is, want Violetta heeft heel veel meer dramatische scenes, waar een andere stem voor nodig is. Datzelfde geldt ook voor Juliette, maar die moet ook echt door een jonge sopraan gezongen worden. Ik vind me zelf daar nu echt te oud voor, hoewel ik de rol vocaal nog prima aan zou kunnen.

Corinne Winters als Violetta in La Traviata in English National Opera. Foto:© © Robert Workman

Ik ga uit van mijn stem als lyrisch sopraan met een goed ontwikkelde borststem. Dat is heel bewust want ik denk dat een goede borststem de basis vormt voor een gezonde stem.

Ik begon met Violetta, Mimí en veel Juliette. Onlangs zong ik Violetta nog. De smaak is veranderd en mensen willen tegenwoordig toch meer een coloratuur Violetta dan de donkerdere soort. Juliette kan op een gegeven moment gewoon qua leeftijd niet meer, hoewel ze vroeger, net als Manon van Massenet, door sopranen als Mirella Freni gezongen werden met een veel vollere lyrische stem. Tegenwoordig wil men toch een meer meisjesachtige Juliette en Manon.”

Ik maak de vergelijking met Renata Scotto, qua repertoire, maar vooral vanwege de benadering van het vak.

CW: “Dat heb ik al wel meer gehoord en vind het een groot compliment. Bij Scotto en bij mij komt de tekst, de expressie van de tekst eerst en we hebben inderdaad veel vergelijkbaar repertoire. Net als Scotto zing ik altijd vanuit expressie en betekenis van de tekst die de kleuren bepalen. Niet zoals Renée Fleming, die ik echt prachtig vind, waarbij alles altijd mooi en rond blijft. In mij ogen moet je soms voorbijgaan aan het mooie zingen en de mooie ronde toon opofferen voor de emoties die je uitdrukt. Die zijn soms rauwer, maar daar ligt ook een van de moeilijkste aspecten van ons vak.”

Corinne maakt indruk met rollen als Kát’a Kabanová en Jenůfa, maar ook Madama Butterfly en Tatiana in Onjegin. Je wordt vaak een zingende actrice genoemd.

CW: “Ik ben in eerste instantie zangeres. Ik heb daar lang genoeg voor gestudeerd, net zo lang als een arts, alleen maar om de techniek onder de knie te krijgen. Dat is zo moeilijk omdat je je eigen instrument in je draagt en niet alle aspecten daarvan kunt controleren. Zingen is echt heel moeilijk. Maar als het zingen komt vanuit de beleving van de tekst, dan is de stem ook vrij, dan denk je niet aan techniek, maar alleen aan wat je wilt uitdrukken. Dan ontspant de stem ook. Dat is geen zen, maar wel de belangrijkste factor; ontspanning van de stem. Daarbij moet je vanuit de beleving en de ware betekenis van de tekst expressie over brengen.

Corinne Winters als Kát’a Kabanová in de Salzburger Festspiele. Foto: © Monika Rittershaus.

Het is echt het moeilijkste wat er is…Ook om aan je ego voorbij te komen, om niet te denken: “Dit ben ik, zo klink ik of wil ik klinken, zo wil ik dat het publiek van met houdt” maar om vanuit de diepe betekenis van elke zin te zingen. Het moet lijken als of het op dat moment ontstaat. “

Corinne Winters geeft veel les, onder meer aan het Opera di Roma’s Fabbrica Young Artist Program en haar eigen Corinne Winters Mentorship Project, waarin ze zangers helpt de kloof tussen opleiding en carrière te overbruggen.

CW:” Ik probeer aan mijn leerlingen over te brengen hoe je dat vrije gevoel, het zingen vanuit de betekenis van de tekst over te brengen.

Denk een frase of een woord naar beneden, naar de diepte zonder aan jezelf te denken. Je moet je echt voorstellen dat als je zingt je de diepte in gaat, een soort boomstam voelt vanuit je lijf en daarbij vrij van je persoon te komen. Als dat lukt is ook de stem helemaal vrij.”

Corinne zingt naast opera ook in oratorio (Requiem Verdi) en liederen (Vier letzte Lieder van Strauss en binnenkort een Tsjechisch programma met Dvorák, Vítězslava Kaprálová en Janáček). Waar ligt haar hart?

ICW:” Ik ben meer een opera-, dan een concertzangeres. Ik wil dat alles bij elkaar komt; tekst, beweging, expressie. Het moet theater worden.”

Corinne Winters (Nedda), en Willem de Vries als repetitie stand -in voor Roman Burdenko (Tonio) in een repetitie voor Pagliacci. Foto: © De Nationale Opera, Milagro Elstak.

Op 5 september is de première van de double-bill Pagliacci/Cavalleria Rusticana in de regie van Robert Carsen. Andrea Battistoni heeft de muzikale leiding. Er zijn in totaal zeven voorstellingen in De Nationale Opera & Ballet.

 

Verder kijken, luisteren en lezen

Corinne Winters in de titelrol van Suor Angelica in Rome in 2025.

Regisseur Barrie Kosky over Kát’a Kabanová met Corinne Winters.

Lennaert van Anken over Kát’a Kabanová met Corinne Winters.

Peter Franken over de twee Iphigénies in Aix-en -Provence in 2024.

Vorig artikel

Seoul Philharmonic thuis in Concertgebouw

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Bo van der Meulen

Bo van der Meulen