Seoul Philharmonic thuis in Concertgebouw
Het op volle sterkte aangetreden Seoul Philharmonic Orchestra klinkt tijdens het afsluitende concert van Vriendenloterij Zomerconcerten alsof het voor de Grote Zaal van het Concertgebouw is gemaakt. Misschien mede te danken aan Jaap Van Zweden, die er sinds 2024 Music Director is? Van Zweden kan zo te horen inmiddels lezen en schrijven met het orkest.

Ja, hun klankwereld in deze Negende van Beethoven is als die van de klassieke dirigenten van de vorige eeuw Karajan, Böhm, Jochum. Maar zodra het tweede deel inzet, schiet het orkest in een enorm tempo vooruit, en blijkt dat men wel degelijk ook op de hoogte is met de ‘geïnformeerde’ ‘authentieke’ uitvoeringspraktijk, zoals van Norrington of Gardiner.
Intussen heb ik zelden zo onfeilbaar koper gehoord. En ook geen fouten bij de houtblazers en welke andere instrumentengroep ook, inclusief de formidabele paukenist, die misschien door net een fractie van een seconde voor de tel te spelen een sterrenrol speelde.

Overigens was dit nota bene de eerste keer dat ik Beethovens Negende in de concertzaal meemaakte. En ja, iets van het gevoel iets nieuws mee te maken, dat destijds bij de allereerste uitvoering in 1824 het publiek moet hebben overweldigd, sijpelde wel door. Die vernieuwing zat hem indertijd ook in de oratorium-achtige opzet van het laatste deel met koor en solisten. Één van de solisten was bariton Matthias Goerne.
Adams
Goerne soleerde al in het programmaonderdeel vóór de pauze, John Adams’ The Wound-Dresser, uit 1988, uitgekomen net na Adams’ eerste grote vocale werk, de opera Nixon in China uit 1987, en geschreven voor de Chou En-lai uit die opera, Sanford Sylvan. De tekst is ontleend aan het gedicht The Wound-Dresser uit 1865 van Walt Whitman, waarin hij zijn ervaringen verwerkte als vrijwilliger bij het verzorgen van zwaargewonde militairen tijdens de Civil War; zijn beschrijvingen zijn hartverscheurend. Ook putte Adams uit een ander gedicht van Whitman: “Those who love each other shall become invincible” uit het gedicht Over the Carnage Rose Prophetic a Voice, waarin Whitman benadrukt dat niet wapens of wetten, maar pure liefde en affectie de ultieme kracht vormen om een natie te binden.

Adams putte ook uit eigen ervaringen, toen zijn moeder zijn terminaal zieke vader verpleegde. Adams laat de muziek het einde van het stuk huiveringwekkend wegsterven, op Whitmans laatste passage uit zijn gedicht:
“Returning, resuming, I thread my way through the hospitals,
The hurt and wounded I pacify with soothing hand,
I sit by the restless all the dark night, some are so young,
Some suffer so much, I recall the experience sweet and sad,
(Many a soldier’s loving arms about this neck have cross’d and rested, Many a soldier’s kiss dwells on these bearded lips.)”
Ik zie dan de inderdaad zwaarbebaarde oudere dichter, die sommige van de zwaargewonde soldaten in hun laatste uren zo liefdevol mogelijk begeleidt.

Adams voorziet het beeld van zoetgevooisde ijle strijkersklanken, en wat subtiele, speels klinkende, maar tegelijk kil technisch klinken akkoorden van een digitaal keyboard, die de wereld van het veldhospitaal
Goerne zet al zijn geniale capaciteiten als liedzanger in, met zijn stem, zijn bekende warme diepe klank, gecombineerd met een ontroerende intieme en gevoelige interpretatie van de tekst, en die tot in alle hoeken van de zaal reikt, terwijl hij toch echt niet meer dan mezzoforte lijkt te zingen.
En aldus kon men ook voor Beethoven over een luxe-bariton beschikken. Waarvoor hij ook over de vereiste stentorstem beschikt in het „O Freunde, nicht diese Töne!”, waarmee het zangdeel aan het eind van Beethovens symfonie opent.
De allemaal relatief jonge overige leden van het zangerskwartet kwamen uit Korea, Gloria Jieun Choi, Sopraan, A Kyeong Lee, mezzo en rijzende ster in de tenorwereld Ji Hoon Son, die met klare stem de tenorsolo zong. Voor de koorpartijen was het kloek klinkende Praags Philharmonisch Koor aangetreden, dat in zekere zin de internationale verbroedering waartoe Beethoven met dit werk wilde aansporen verder symboliseerde.

Adams liet tussen de ellende van de oorlog een beetje hoop op vrede gloren, Beethoven liet in zijn Negende middels Schillers gedicht de hoop op betere tijden domineren; ook al speelden hadden zich tussen de eerste (1785) en de definitieve (1808) versie van Schillers gedicht de Napoleontische oorlogen nog af gespeeld.
Ooit schreef componist Konrad Boehmer, die om de een of andere reden in een adressenbestand uit het Noord-Korea van Kim Il Sung terecht was gekomen, over een bezoek dat hij bracht aan Pyongyang, waar hij een ultramodern conservatorium bezocht. Misschien zou het een idee zijn om in de nabije toekomst te kijken of er ook een Noord-Koreaans koor mee zou kunnen zingen.
Verder kijken, luisteren en lezen
The Wound-Dresser van John Adams
Prachtig recital van Matthias Goerne in 2022
In 2020 dirigeerde Jaap Van Zweden Fidelio in het Concertgebouw.