Joost lekker los in Deutsches Requiem
In de Vriendenloterij Zomerconcerten traden het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor op onder leiding van de Estse dirigent Risto Joost. Op het programma Ein deutsches Requiem van Johannes Brahms. Neil van der Linden deelt zijn opinie.

Brahms is eigenlijk niet mijn meest favoriete componist. Ik vind zijn melodievoering vaak slap en te snel afgeraffeld. Maar ook omdat hij de jonge componist Hans Rott de vernieling injoeg; althans, zijn oordeel over diens net voltooide grote symfonie (waarvan vriend studiegenoot Mahler nog lange tijd de vruchten heeft geplukt) was vernietigend, en kort daarop werd Rott krankzinnig en stierf in een gesticht – maar misschien had hij gewoon syfilis of zoiets, we weten het niet.
Youtube
Maar enfin, ik maak graag een uitzondering voor een paar werken, waaronder Ein deutsches Requiem. Zelden zag ik een mooiere YouTube-clip dan “Ihr habt nun Traurigkeit” door Kathleen Battle met Herbert von Karajan met de Wiener Philharmoniker.*
Door de Engelse vertaling (toen) was de clip ideaal onderdeel van mijn lijstje met favorieten om mensen die niet vertrouwd zijn met klassieke muziek te overtuigen van de schoonheid en waarde van bepaalde muziek. De clip is weer te zien met Spaanse ondertitels. Nou ja, de uitvoering en de aanblik van Battle overtuigen nog steeds.
In de uitvoering als onderdeel van de Vriendenloterij Zomerconcerten is te merken dat de Estse dirigent Risto Joost ook een koordirigent is, met een verleden onder meer bij het Estlands Nationaal Koor en het Nederlands Kamerkoor. Deze uitvoering van Ein deutsches Requiem is vooral een kooruitvoering, en het Groot Omroepkoor (ingestudeerd door Ines Kaun) staat hem zo te horen graag bij in zijn visie. In zomerse sferen, voor een geheel gevulde zaal, wilde het koor het voor een deel mogelijk niet ingewijde publiek een muzikale en misschien ook een spirituele ervaring bieden.
Voor mijzelf geldt dat dit de tweede keer is dat ik het werk in de concertzaal meemaak, en ik moet zeggen dat het koor ook mij geheel wist te overtuigen. Het koor stond er zeker met vijftig zangers, maar naast volume bood het ook intimiteit. Misschien hoefde dirigent Joost niet eens zoveel te doen, eerder moest het af en toe een beetje te worden getemd.
In de programmatoelichting wordt het niet zonder reden zo geformuleerd: “Dit keer voeren de zangers het uit samen met het Radio Filharmonisch Orkest, sopraan Sofia Fomina, bariton Raoul Steffani en dirigent Risto Joost.” In die volgorde.

Maar ook het Radio Filharmonisch Orkest mocht lekker losgaan. Ondanks dat het Deutsches Requiem doorgaat voor relatief ingetogen, ‘troostrijk’, mild en wat dies meer zij, lijkt Joost te willen laten horen dat het tegelijk toch echt een Requiem is. Deel 2 (“Denn alles Fleisch, es ist wie Gras”) en 7 (“Denn wir haben hier keine bleibende Statt”) doen bij de dirigent soms bijna niet onder voor een Dies Irae uit de vol-symfonische Roomse- Romantische traditie zoals bij Berlioz en Verdi.
Volop schitteren
Joost bleek zich geregeld ook liever niet echt te willen inhouden wat betreft volumes. En ik moet zeggen, zo klinkt het eigenlijk ook heel lekker. Het koper mag volop schitteren, de houtblazers schetteren daar dan angstaanjagend doorheen om de laatste waarschuwingen voor de Dag des Oordeels kracht bij te zetten en de strijkers zijn mede door de akoestiek van het Concertgebouw de fraaie intermediairs in dit alles en mede door hoe ze de ruimte krijgen van de dirigent valt op hoe sterk de alles ondersteunende contrabaspartijen zijn. Ja, het zit allemaal in die partituur, maar je hoort het niet altijd. Om maar te zwijgen over die telkens maar weer opdoemende paukenroffels. Op de eerste rij van het balkon komt dit alles recht op je af.
Wel moest de dirigent al deze ontketende krachten flink intomen bij de passages van de solisten, sopraan Sofia Fomina en bariton Raoul Steffani. Op de eerste rij van het balkon mengt ook hun geluid zich mooi in het geheel, maar op zulke momenten realiseer je je dat de balans beneden in de zaal voor de zangers gunstiger is.

Raoul Steffani maakte van de baritonpartijen, die meer recitativisch zijn geschreven, mini-operas. Het was alsof hij ook een beetje speelde met zijn plaats ten opzichte van de dirigent, schuin voor hem, dus vanuit het publiek gezien schuin achter hem; telkens kleine theatrale opkomstjes makend. Die leidden tot welluidende passages met een fraaie, uiterst verstaanbare dictie.
De van oorsprong Russische Sofia Fomina zet een ingetogen sopraanaria neer. Misschien iets te ingetogen; zij had er wel wat theatraliteit aan mogen toevoegen. Dat kan ze, op Facebook staat een clip waarin ze voorbeeldig de ‘Poppenaria’ (“Les oiseaux dans la charmille”) uit Les Contes d’Hoffmann zingt**. Stemtechnisch is ze toch overtuigend genoeg om bij de novicen onder het publiek misschien liefde op het eerste gezicht ook voor deze aria bij te brengen.
Verder Kijken, luisteren en lezen
Sofia Fomina in Offenbach ‘Poppenaria’ (“Les oiseaux dans la charmille”) uit Les Contes d’Hoffmann
Martin Wright over Ein deutsches Requiem door het KCO