BinnenkortFeaturedHeadlineOperarecensieRecensies

Topzwaar libretto in mooie opera Kolja

Kolja, een opera van Bob Zimmerman op een libretto van Arthur Japin, geproduceerd door Stichting SONO beleefde zijn wereldpremière op 3 september in het Chassé Theater in Breda. Peter Franken zag de tweede voorstelling.

Kolja (Olivier Kemler) krijgt spraakles van Rosa Hugentobler-Zuberbühler (Aylin Sezer) terwijl Modest (Huub Claessens) en de gouvernante (Francis van Broekhuizen) toekijken. Foto: © Ben van duin

Arthur Japin schreef een historische roman over de dove en niet-sprekende jongen Kolja (Nikolai Konradi) die door Modest Tsjaikovski onder de hoede wordt genomen en in een gespecialiseerd instituut in Lyon leert spreken en liplezen. Daarmee wordt het kind uit een isolement gehaald dat zijn functioneren als een geaccepteerd lid van de maatschappij zijn gehele leven zou hebben verhinderd. Modest is de tien jaar jongere broer van componist Pjotr en beiden zijn homoseksueel. In het Rusland van midden 19e eeuw impliceert dit dat de broers zich nooit en te nimmer voor het oog van de wereld zouden kunnen tonen zoals zij werkelijk zijn. In die zin is er eveneens sprake van een levenslang isolement, zij het dat er een schaduwwereld bestaat waarin men daaraan kan ontsnappen.

Pjotr Tchaikovsky (Peter Bording) met Prins Saltikov (Luka den Boer). Foto: © Ben van Duin.

De parallel tussen de homoseksualiteit van de broers Tsjaikovski en het anders zijn van Kolja als gevolg van zijn handicap, vormt de basis van Japins roman. In dat boek krijgen beide aspecten ongeveer evenveel aandacht, in het libretto van de opera is de jongen Kolja op de achtergrond geraakt. Dat is een direct gevolg van het feit dat hij niet kan zingen, tenminste niet zo lang hij nog niet heeft leren spreken. Zodoende gaat de opera lange tijd vooral over de Tsjaikovski’s en – tamelijk expliciet – hun homoseksuele entourage en veel minder over Kolja en zijn tour de force om te leren spreken, aanvankelijk onder het brute regime van Rosa Hugentobler. Zij zingt in een prachtig door Aylin Sezer vertolkte aria dat ze doet wat geen enkele moeder zou kunnen opbrengen. En dat is haar geschenk aan de kinderen die ze onder haar hoede heeft; alles voor het resultaat. Gebarentaal is anathema; Kolja wordt vastgebonden in een ‘spreekstoel’ zodat hij alleen maar klanken kan voortbrengen om iets te duiden. Opmerkelijk is dat tijdens de proloog de jonge en de volwassen Kolja wel degelijk door middel van gebaren communiceren.

Topzwaar

In een inleiding in het programmaboek vertelt Japin dat schrappen in zijn eigen tekst hem een genot is. Op dat punt heeft hij zichzelf te kort gedaan, meen ik. Het libretto is topzwaar doordat er veel wordt uitgelegd. Niet alleen de geschiedenis van de jongen Kolja, maar vooral de omstandigheden rond de plotselinge dood van Pjotr. Deze is, zo wil het verhaal, door zijn jaarclub van de School voor Jurisprudentie gedwongen zelfmoord te plegen door vergif in te nemen. Voor het oog van de wereld heeft hij tijdens de heersende cholera-epidemie ongekookt kraanwater gedronken zodat het net lijkt alsof hij daaraan is gestorven. Maar vervolgens wordt zijn dood behandeld als een normaal sterfgeval. Zijn lijk wordt niet pijlsnel weggewerk, alles en iedereen wordt toegelaten in de kamer waar hij ligt opgebaard. Er is duidelijk geen gezondheidsrisico in het spel.

De ‘Jaargenoten van de School voor Jurisprudentie’ (leden van het Participatiekoor/Klein OperaKoor) met uiterst rechts Pjotr (Peter Bording). Foto:© Ben van Duin.

In terugblik blijkt Kolja’s gouvernante, een fraaie rol van Francis van Broekhuizen, zij het nogal melodramatisch vertolkt, een aandeel in deze afrekening te hebben gehad. Ze werd onder de mistletoe gekust door Modest op wie ze al jaren verliefd was ondanks dat ze wist van zijn geaardheid. Dat was zo vernederend dat ze Nicolai Jacobi, een van Pjotrs jaargenoten, een uitvoerige brief schreef waarin ze een beeld schetste van haar ‘familieleven’ met de twee broers en hun pupil dat gemakkelijk gebruikt kon worden voor kwaadsprekerij. Kolja filosofeert vervolgens dat leren spreken en zodoende communiceren met de wereld om hem heen, ook zijn onprettige kanten blijkt te hebben.

Dialogen

Zimmermans partituur wordt gekenmerkt door volledig doorgecomponeerde dialogen. En dat verhoudt zich slecht tot Japins gebrek aan compactheid. Verder klinkt een term als ‘Jaargenoten van de School voor Jurisprudentie’ tamelijk houterig als deze gezongen moet worden. Het haalt de vaart eruit en ondertussen moet het orkest dapper blijven zorgen voor een ondersteunend muzikaal tapijt. Het deed me denken aan Die Schweigsame Frau van Strauss waarin ook veel parlando voorkomt terwijl het orkest wat voor zich uit mompelt in de bak.

Wat was erop tegen geweest om een paar korte gesproken dialogen in te lassen waarin de handeling op een aantal kernpunten uiteen wordt gezet, zonder dat het voor de toeschouwer moeilijk te volgen was geworden? Het had minstens een half uur gescheeld in de duur van de voorstelling. 140 minuten speeltijd is tamelijk lang.

Zodra er meer vaart in de handeling zit leeft Zimmerman zich helemaal uit. Zijn partituur is eclectisch en sluit zeer goed aan bij de emotionele lading van de verschillende scènes. De boventiteling, afgestemd op slechthorenden in de zaal, maakt dat overigens nadrukkelijk kenbaar.

Zangers

De eerste scène in het ouderlijk huis van Kolja introduceert een dameskwartet van ‘huishoudsters’ dat me sterk deed denken aan Bernsteins jazztrio in A quiet place. Jammer dat ze niet wat vaker in de handeling konden inbreken. Kolja’s moeder werd vertolkt door Aylin Sezer, zeer overtuigend. Tegen het einde zagen we haar terug, als ze haar volwassen zoon komt uitleggen waardoor ze heeft gefaald in zijn opvoeding. Hij kijkt haar niet aan en hoort niets, kan alleen liplezen. Tenor Olivier Kemler kreeg pas later iets te zingen, aanvankelijk samen met een van de broers, en op het einde hoorden we hem vrijuit. Kemler is erg jong, pas 23, maar zette een herkenbaar personage neer, ook zonder veel hulp van zijn zangtalent. Een opmerkelijke prestatie. Zijn jonge versie werd tijdens de proloog en epiloog vertolkt door Thijn Kuijpers.

Bariton Peter Bording was herstellende van een verkoudheid maar wist daar krachtig doorheen te zingen. Hij bracht zijn optreden tot een goed einde, ook al stond Quirijn de Lang klaar om het in de orkestbak van hem over te nemen. De beste man van het veld in mijn beleving was bariton Huub Claessens. Feitelijk is hij de echte protagonist van het verhaal. Kolja is in de opera nauwelijks meer dan een aanleiding voor het verhaal en Pjotrs overlijden is bijkomende schade. Claessens greep de mogelijkheden die zijn rol hem acterend biedt met beide handen aan en was werkelijk een genoegen om te beluisteren.

Rechts Modest (Huub Claessens) midden Pjotr Tchaikovsky (Peter Bording) met acteurs . Foto: © Ben van Duin

Bariton Gulian van Nierop als de bad guy Nicolai Jacobi en bariton Luka den Boer als Pjotrs laatste vlam Prins Saltikov completeerden de hoofdcast. Naast het dameskwartet was er nog een drietal zangers actief die samen met Modest Pjotrs ‘Vierde Suite’ vormden: Sanja, Bob en Koka.

Kolja is een Community Opera en de deelname van het Participatiekoor (hier i.s.m Klein Operakoor) is een conditio sine qua non. Japin en Zimmerman hebben hierin voorzien door een paar scènes in te lassen die weliswaar niet bijdragen aan de voortgang, maar wel mooie muziek opleveren. Verder worden de zangers ook regelmatig ingezet als figuranten wat een mooi toneelbeeld oplevert.

Het Participatiekoor/Kleine Opera Koor in Kolja. Foto: © Ben van Duin

Regisseur Jeroen Lopez Cardozo heeft met Kolja een zeer geslaagde productie afgeleverd, niet in de laatste plaats dankzij het werk van Jean Louis Barning (choreografie en decor), Pepijn van der Sanden (licht) en vooral Martijn J. Kramp die de gehele troupe heeft gekleed in prachtige periodekostuums. In het bijzonder Cardozo’s personenregie is bijzonder goed gelukt, nadrukkelijk ook van het koor. Er zal waarschijnlijk nog meer op gerepeteerd zijn dan op Kolja’s spraaklessen.

De begeleiding werd verzorgd door Club Classique, een 19- koppig gezelschap dat onder leiding van Roel Vogel wist te klinken als een compleet orkest.

Er volgen nog voorstelling in Amsterdam, (Delamar 9-12 september) en Zwolle, Theater De Spiegel (16-17 september).

Verder kijken, luisteren en lezen

Video Trailer

Interview met Bob Zimmerman en Arthur Japin

 

Vorig artikel

Verfijning in Alcide van Marin Marais

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Peter Franken

Peter Franken