AchtergrondBinnenkortInterviews

Carlo Rizzi geniet van eerste Hoffmann

Componisten slaken postuum een zucht van verlichting als Carlo Rizzi op de bok staat. Bij de Italiaanse maestro is hun muziek in veilige handen. Groot is Rizzi’s reputatie, groot is de lof die hij vrijwel standaard krijgt voor zijn directies. Bij De Nationale Opera werkt hij voor het eerst aan Les contes d’Hoffmann van Offenbach. “Het is een heel delicaat werk.”

Carlo Rizzi is een internationaal gelauwerde dirigent, met meer dan tien producties in Amsterdam achter zijn naam. (© Tessa Traeger)

Maestro Rizzi verontschuldigt zich direct: hij heeft net een repetitie van de aktes drie tot en met vijf afgezwaaid en móet een paar details doorspreken met zijn team van assistenten. Hij sluit zich met zijn drie secondanten op in de dirigentenkamer en komt een halfuur later weer tevoorschijn, ogenschijnlijk blij met het resultaat.

Het is de dag voor de voorgenerale en veel gelegenheden heeft hij niet meer om zijn Hoffmann-interpretatie bij te schaven. Waar het in dit geval om ging? Een bepaalde passage liep al een paar dagen niet lekker. Nu heeft hij in overleg de knoop doorgehakt om het toch anders aan te pakken. Daarnaast heeft hij zijn assistenten gevoed met aanmerkingen voor solisten en orkest.

Deze Hoffmann-productie is nog niet in kannen en kruiken, zo blijkt, maar dat typeert Rizzi’s flexibele werkproces, zeker bij een werk dat hij niet eerder gedirigeerd heeft. “Ik kies ervoor om met een luisterend oor te dirigeren. Wat je vooraf bedacht hebt, pakt soms anders uit. Natuurlijk heb ik een beeld van hoe het zou moeten klinken, maar omdat het een nieuw werk voor me is, heb ik dat beeld nog niet kunnen verifiëren. Veel hangt af van de expressie van het Frans, van de zangers met wie je werkt en van de regie. Alles moet bij elkaar passen.”

Vast of gast?

Carlo Rizzi is een dirigent met een formidabele staat van dienst. Sinds zijn dirigeerdebuut in 1982 heeft hij een repertoire van meer dan honderd opera’s opgebouwd. Hij staat te boek als een expert in het Italiaanse werk, maar heeft ook veel ervaring met Wagner, Strauss en Janáček. In Amsterdam droeg hij bij aan succesproducties als Rigoletto, Lucia di Lammermoor, La fanciulla del West en La Juive. Liefhebbers overal ter wereld genoten begin dit seizoen van zijn directie van Norma bij de Metropolitan Opera, live vertoond in de bioscoop.

Gezien zijn statuur zou je denken dat Rizzi hoog op het lijstje van operahuizen en orkesten staat als gezocht wordt naar een nieuwe muziekdirecteur. In zijn lange loopbaan heeft hij die rol echter maar bij één huis vervuld: de Welsh National Opera (1992-2001 en 2004-2008). Een bewuste keuze? “Nee”, meent de dirigent, waarna hij vertelt dat hij op dit moment juist op zoek is naar een vaste aanstelling.

“Als muziekdirecteur kun je op een ander niveau muziek maken”

Rizzi ziet de rol van muziekdirecteur als een uiterst belangrijke en mooie functie. “Het houdt niet enkel in dat je vaker dirigeert dan anderen. Je bent verantwoordelijkheid voor het muzikale niveau en de muzikale richting van het huis. Dat is een gecompliceerde en belangrijke taak. Het is aan jou om een omgeving te creëren waarin iedereen op zijn best kan presteren.”

Een muziekdirecteur heeft de tijd en de ruimte om een sterke relatie met zijn musici op te bouwen, vertelt Rizzi. Hij keert nog regelmatig terug naar de Welsh National Opera en merkt wat zo’n relatie betekent. “We werken samen als vrienden. Er is een bepaalde eenheid, waardoor je op een ander niveau muziek kunt maken en dieper kunt gaan. Zo zou musiceren moeten zijn.”

Concrete gezelschappen heeft Rizzi nog niet op het oog. Hij heeft “twee of drie” aanbiedingen gehad, maar afgewezen. “Belangrijk is wat een gezelschap wil. Niet alle huizen zijn even gericht op de muziek.”

Als een chirurg

Op dit moment acteert Rizzi hoofdzakelijk als gast-dirigent en dus vliegt hij de hele wereld rond en leeft hij in hotels (een andere reden waarom hij een vaste functie ambieert). Voor Les contes d’Hoffmann heeft hij echter uitgebreid de tijd genomen. Omdat het zijn eerste Hoffmann is, wil hij bij geen enkele stap in het repetitieproces ontbreken.

Samen met de jonge regisseur Tobias Kratzer is Rizzi al heel lang bezig met de productie. Het is dan ook een opera die het artistieke duo voor veel vragen en keuzemogelijkheden stelt. Offenbach liet een onvoltooid werk achter met allerlei versies. Na zijn dood gingen tal van mensen met de partituur aan de slag. Inmiddels vergt het heel wat research om uit te vinden wat van Offenbach is en wat niet. “Neem het bekende septet”, zegt Rizzi. “Heel erg mooi, maar helemaal niet van Offenbach.”

Scène uit Les contes d’Hoffmann. Carlo Rizzi: “Ik vind de cast geweldig, ook in de kleine rollen.” (© BAUS)

“Ik ben heel blij met de nieuwe editie van de partituur”, vervolgt de dirigent. “Daarin staat veel materiaal van Offenbach dat teruggevonden is. We weten meer en meer welke vorm Offenbach voor ogen had. Toch zullen er altijd vragen blijven. Bij sommige stukken heb je een versie A, B en C. Welke neem je dan?”

Rizzi vindt dat je de vrijheid hebt om op zorgvuldige wijze een eigen versie van de opera te maken. Hij is daarin allesbehalve een dogmaticus. “Je hoeft niet ook de prijssticker achterop de partituur uit te voeren”, schertst hij. “We hebben ons afgevraagd: wat kun je weglaten zonder de essentie geweld aan te doen? Bepaalde coupures helpen het publiek én de opera zelf. Je moet niet met een slagersmes te werk gaan, maar als een chirurg – heel precies. Je moet doen wat eerlijk is richting de partituur en de componist, en wat goed is voor je publiek.”

Rizzi is samen met Tobias Kratzer pagina na pagina door de partituur gekropen. Hij is blij met de versie die eruitgekomen is. “We hebben gezocht naar een goede balans tussen theater en muzieknummers.”

Drie vrouwen

Bezet je de rollen van Hoffmanns drie grote liefdes – Olympia, Antonia en Giulietta – met één zangeres of met drie? Ook dat is een vraag waar het artistieke duo zich over moest buigen. Sommige mensen hechten veel waarde aan de casting van één zangeres, Rizzi ziet de keuze vooral pragmatisch. “Als je een zangeres hebt die het aankan, is dat natuurlijk geweldig. Maar als iemand zich erdoorheen moet worstelen, zie ik daar de waarde niet van in. Waarom zou je iemand laten lijden? Dan liever drie vrouwen.”

Carlo Rizzi en tenor John Osborn, hier als Hoffmann in de aanstaande productie bij De Nationale Opera, kennen elkaar al bijna een kwarteeuw. (© BAUS)

Bij De Nationale Opera is gekozen voor drie vrouwen en maestro Rizzi is in zijn nopjes met de casting. Nina Minasyan zingt Olympia, Ermonela Jaho is Antonia en Christine Rice vertolkt Giulietta. “Elke zangeres heeft een persoonlijkheid die past bij het karakter. Ik vind de cast geweldig, ook in de kleine rollen.”

In de titelrol is tenor John Osborn te horen, een geliefde solist in Amsterdam. Rizzi kent hem al sinds 1994, toen hij hem dirigeerde tijdens het finaleconcert van de National Council Auditions. “Hij zong de bekende aria uit La fille du régiment. De orkestleden speelden professioneel, maar ook enigszins geroutineerd, omdat ze al zó veel zangers hadden gehoord. Toen John zijn hoge noten begon te zingen, keerden ze zich één voor één om naar het toneel. Wie is dat?!”

Toporkest

In de bak van Nationale Opera & Ballet werkt Rizzi met het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO). Hij geniet van het repetitieproces. “Dit is een hele andere stijl dan wat ze normaliter spelen. Offenbach schreef veel operettes en de manier waarop hij het orkest gebruikt is sterk daardoor beïnvloed. Bij Offenbach is forte bijvoorbeeld niet écht forte. Ziet het orkest forte staan, dan speelt het forte zoals bij Mahler, Brahms, Bruckner of een andere componist die ze recent gespeeld hebben. Maar bij Offenbach is forte veel lichter. Er zijn maar weinig momenten dat je echt diep in de klank ‘graaft’.”

Hoffmann is een werk met een Franse kleur, een bepaalde lichtheid. “Heel delicaat”, meent de maestro. “We hebben met het orkest echt research gedaan naar hoe we het moeten interpreteren. Gelukkig staat dit orkest heel erg open voor die zoektocht.”

Merkt Rizzi dat het RPhO een bepaalde signatuur heeft, wellicht een stempel dat vertrekkend chef Yannick Nézet-Séguin erop gedrukt heeft? Rizzi denkt dat veel van de dirigent afhangt. Maar als algemene karakteristiek van een toporkest – en daar schaart hij het RPhO onder – noemt hij dat de musici gemeenschappelijk antwoord geven op wat hij aangeeft. “Geef je forte aan, dan spelen ze allemaal op dezelfde manier forte. Stel je hun voor om het anders aan te pakken, dan doen ze het allemaal op dezelfde manier anders, niet op drie, vier verschillende manieren. Dat is heerlijk. Een fantastische ervaring.”

Carlo Rizzi en het Rotterdams Philharmonisch spelen van 3 juni tot en met 2 juli acht keer Les contes d’Hoffmann in Nationale Opera & Ballet in Amsterdam. Zie voor meer informatie de website van De Nationale Opera.

Vorig artikel

Opera in de media: week 23 van 2018

Volgend artikel

Pankratova triomfeert in fenomenale Elektra

De auteur

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is journalist en muziekliefhebber. Hij richtte in januari 2009 Place de l'Opera op en leidt sindsdien het magazine.