AchtergrondBinnenkortFeaturedInterviews

Lohengrin is als slagroom voor de stem.

Tenor Daniel Behle zingt de titelrol in Lohengrin bij de De Nationale Opera. Kort voor de première op 11 november, reisde hij naar huis in Basel, waar ik een uurtje van hem kon stelen voor een gesprek. Het is zijn derde Lohengrin-productie, na Dortmund en Stuttgart nu dus in Amsterdam.

Daniel Behle als Lohengrin met leden van het Opera Koor. Foto: © De Nationale Opera, Marco Borggreve

Daniel Behle:’ Het is natuurlijk een groot genoegen om na Königskinder weer met Christof Loy te kunnen samenwerken. Voor mij is het ook een geweldige kans om mijn vakverbreding op zo’n toneel als in Amsterdam verder te kunnen brengen.

Lohengrin is daarbij een zeer veelzijdig personage en prachtig om te zingen. Ook al heb ik door de twee eerdere producties afwijkende inzichten in de zwaanridder gekregen, de visie van Christof Loy heeft een verdere verdieping toegevoegd. Dat maakt de scenische samenwerking met hem ook zo interessant. Het wordt een sprookje zoals Repelsteeltje, maar dan toch ook niet.

Daniel Behle als Lohengrin met Malin Byström als Elsa. Met het Opera Koor. Foto: © De Nationale Opera, Marco Borggreve

Ik zou zo en af en toe wel wat meer kleur op de bühne willen zien, maar ik begrijp het uitgangspunt om je niet door uiterlijkheden te laten afleiden van de kern, van het wezenlijke van het stuk. Als je na jaren voorstudie echt met iets doordachts komt, dan valt al het overbodige weg. We leven in een snelle, vluchtige wereld, waarin we overspoeld worden met talenten, maar slechts heel zelden ontstaat er iets blijvends.

Wij kunstenaars worden daardoor gedwongen ons steeds opnieuw uit te vinden en zonder uitzondering steeds op het hoogste niveau te musiceren. Op zich past dat wel bij mij want steeds als iemand probeert een vertrouwd laatje te openen en te zeggen: ‘Daniel Behle is dit en dat‘  probeer ik er alles aan te doen hem tegen te spreken.’

Daniel Behle is zeker een uitzonderlijke zanger. 

DB: ´Ik ben iemand die zowel bij de Bayreuther Festspiele gezongen heeft als in het Bayreuth Barok Festival. Ik denk dat ik de enige ben. Corona heeft ons kunstenaars gedwongen om, waar mogelijk, een plan B en plan C  te hebben. Wij stonden aan het eind van de voedselketen. Opera en concerten waren noch verenigbaar met de hygiëne maatregelen, noch met de drang van mensen naar zekerheid. Omdat ik me altijd al zo breed mogelijk heb willen opstellen, ben ik minder diep gevallen en heb ik gewoon twee jaar lang mijn operette gecomponeerd.Ik ben ook relatief laat gaan zingen. Ik heb eerst trombone en compositie gestudeerd. Door de Corona-crisis kon ik dat weer wat intensiveren. Het componeren, niet zo zeer het trombone spelen.  Het brengt mij veel vreugde en ik zit er met heel mijn hart in.‘

Scenefoto uit Hopfen und Malz, de operette van Daniel Behle. Foto: @ Dirk Rücksloss

Er zijn twee Cd’s waarop Daniel de Gralvertelling uit Lohengrin zingt. Eenmaal op het album ‘Heimat’, met German Hornsound en nu op zijn meest recente album met het Borusan Istanbul Philharmonic Orchestra. Zeer uiteenlopend. 

DB: ‘ Ja, ik doe een heleboel verschillende dingen.We hebben een echt een heel interessant beroep, ook al is het niet het meest familie-vriendelijke. Gelukkig heb ik een te gekke vrouw die mij rugdekking geeft. In Amsterdam repeteren we bijvoorbeeld bijna zeven weken en dan komen nog de voorstellingen. Met een familie is dat een heel uitdagende tijd met grote prestatiedruk en daarbij wordt er pas na de première uitbetaald. Amsterdam is ook niet zo’n voordelige stad om te wonen. Voor zo’n periode moet je eenvoudigweg iets apart zetten. Maar ja, wat is beter? Vijf dagen in de week op kantoor en dan laat thuiskomen en de kinderen alleen maar ’s avonds zien, of langere tijd van huis, maar dan ook langer thuis? De juiste balans vinden is een uitdaging, en daarbij komt dat operaengagementen ook vier jaar van tevoren worden geboekt. Hoe vol kan een jaar zijn?’

Hoe verzorgt Daniel Behle eigenlijk zijn stem om zo’n breed repertoire te zingen? Mozart aan de ene kant, Wagner aan de andere.

DB: ‘ Dat heb ik waarschijnlijk van mijn moeder Renate die in de jaren negentig alles dwars door elkaar gezongen heeft. Rosina, Tosca, Carmen, Sieglinde, Salome etc. Ze heeft mij geleerd dat je altijd met je eigen stem moet zingen. Daardoor heeft zij vijftig jaar fris geklonken en het heeft haar niet geschaad. Ik vertel mijn leerlingen:’ Het is best mogelijk dat je een soort arrogantie moet ontwikkelen om te erkennen dat de muziek zelf helemaal niet optimaal voor de stem gecomponeerd is?!´Het is dus niet altijd de schuld van de kunstenaar. Dat heeft mij echt bevrijd. Tristan en Siegfried bijvoorbeeld, zijn voor een bepaald stemtype geschikt. Luid en parlando-achtig zingen in de midden-ligging, is zeer vermoeiend en Wagner is daarbij sowieso in zijn ‘mededelingsdrang’ zeer pedant. Je voelt deze drang, deze druk bij het zingen en je moet je tegen deze vorm van pathos beschermen, maar deze daardoor ook helpen. Wagner wilde kamermuziek. Ik moet er op letten bij het uitvoeren van de muziek dat ik altijd horizontaal denk en niet verticaal. Heel moeilijk als de muziek vanuit de akkoorden ontstaat.

Daniel Behle als Lohengrin met Malin Byström als Elsa. Foto: © De Nationale Opera, Marco Borggreve

Stolzing v. Tannhäuser

Op dit moment bereid ik Stolzing (in Die Meistersinger von Nürnberg) voor. Die rol vind ik overigens beduidend onaangenamer dan Tannhäuser, die ik later in 2027 zal zingen. Tannhäuser ligt voor mij veel dichter bij Lohengrin, is Italiaanser. Stolzing is voor 90 % recitativies en voor de andere 10 % gevuld met het Preislied in twintig strofen, steeds met andere teksten. Maar het is nu eenmaal ook de weg die ik als Duitse Wagner-tenor wil gaan. Het Italiaanse repertoire staat bij mij met mijn vele projecten, vooral op de muzieklessenaar. Bijvoorbeeld met het Alliage Kwintet en het programma ´Behlcanto´, waarin ik verschillende hoogtepunten uit de Italiaanse opera zing met vier saxofoons en piano. Elke keer weer een groot plezier en het geeft kleur aan mijn liederen, mijn Mozart en mijn Strauss/Wagner.’

Ik vroeg me af waarom er niet meer operette in zijn repertoire zit.

 DB: ´Een groot operahuis programmeert niet vaak operette. Giuditta aan de Beierse Staatsopera was vorig jaar een veel opgemerkte uitzondering. Als er aanvragen van kleinere operahuizen komen ben ik helaas vaak al volgeboekt. Een andere reden is de humor en de satire in een operette. Die is tijdgebonden en humor verandert elke vijftien jaar. Moeilijk om dat vandaag de dag dan nog te laten boeien.Daarom heb ik mijn eerste operette ´Hopfen und Malz´ in de Coronatijd geschreven om er aan bij te dragen dat operette weer een onderwerp van gesprek wordt.

De eerste uitvoering was in januari 2023 en is eigenlijk best goed gegaan. Daarna zijn er nog twee producties in kleinere operahuizen gevolgd. Ik werk nu aan een revisie, die dertig minuten korter is en wat beter georkestreerd. Het interessante wat ik van dit hele proces heb geleerd is dat als je anderhalf uur concipieert, het live zo maar 2 uur wordt. Het is geen Wagner. Operette moet echter kort zijn. ´

Giuditta van Lehár mer Daniel Behle. Foto: @ Wilfired Hösl

En geestig!

DB:´Ja, dat lukt me wel. Maar ik wil niet dat de mensen zeggen wat ooit een criticus tegen Lehár gezegd heeft:  ´Ik heb me goed vermaakt, maar onder mijn niveau.´ Met mijn operettes , ik werk namelijk momenteel aan mijn tweede,  wil ik het geheel een stevige onderbouwing meegeven.  Die mensen ook wezenlijk ontroert. De tweede gaat overigens ‘Schmetterling’ (Vlinder) heten. Een turbulente drie-akter, misschien zonder pauze en maximaal anderhalf uur.  Zo hebben Alain Claude Sulzer en ik dat overlegd. Alain Claude was bij Hopfen und Malz mijn co-librettist. Hij is schrijver van beroep die in staat is mijn wilde ideeën in een goede vorm te gieten.  De verschillende facetten van cultuur als basis: rups, cocon en vlinder- geprojecteerd op verschillende Duitse culturele centra. Eens kijken hoe dat gaat uitpakken. De tweede akte wordt een beetje ‘Donaueschingen’, een stad waar een beroemd hedendaagse muziek festival gehouden wordt. Operette gelukzaligheid met experimentele invallen.

Ik heb veel plezier dat te schrijven. ‘ Statt Voodoo und Kult, habt lieber Geduld. Durch langsam begreifen wird Einsicht euch reifen.” Dat zingt Madame Cervisia, de Deus ex machina, in ‘Hopfen und Malz’ en zij zet daarmee de handeling op scherp. Dat heeft weliswaar niet iedereen bij de première begrepen, maar zeker wel bij een tweede keer luisteren. En dat is ook zo met een super Mozart opera of Lohengrin, dan ontdek je meer. Als je het vaker ziet vind je meerdere betekenissen.

Interessante dingen onder de oppervlakte verstoppen. Dat probeer ik bij het componeren en dat is volgens mij ook de zin van goede muziek. Muzak heb je overal en die heeft voor mij geen andere waarde dan het ’triggeren’ van een bepaald emotie op dat moment. ‘

Tenor Daniel Behle. Foto: © Marco Borggreve

Invulling geven

‘Als je het personage dat je zingt ook verschillend belichten kunt, dan ga je hem vullen, dat zijn geen lege stereotypen, maar personages die worden gevuld met leven en geschiedenis. Dat geeft veel vreugde. Dat is hard werken, maar dat is veel interessanter.  Om even in te gaan op de Lohengrin in Dortmund; ik was daar zo ‘in’ en dat heb de regisseur (Ingo Kerkhof) ook gezegd. Die regie was weliswaar ‘om de hoek’ (of buiten de lijntjes) gedacht, maar is heerlijk en dat geeft ook betekenis. En dan zijn we eigenlijk weer bij een regisseur als Christof Loy, die van de zangers verwacht dat zij hun rollen invullen. Er zijn ook andere die zeggen: ´Ga maar staan en biedt me wat aan.´ In dat geval speel je altijd ´Behle´ en dat is jammer want daarmee kom je niet verder. Het is veel leuker om aan te komen en te denken: ´Ah, daar kunnen we aan werken. En dat is veel interessanter.’

Slagroom.

DB: ´Lohengrin is echt geweldig voor de stem geschreven. Dat is als slagroom. Vrij makkelijk te zingen. Niet te hoog, niet te laag, maar effectvol en dankbaar en prachtige lijnen. Optimaal geschreven. Dat wil ik graag onderzoeken, waarom dat zo is. Want als ik als componist voor tenor schrijf denk ik als ik het moet zingen: “Dat heb je echt moeilijk geschreven’ en dan moet ik het aanpassen. Maar het helpt soms niet zelf zanger te zijn. Bij Schubert ging het nog goed. Hij was eigenlijk de laatste die goed voor tenor heeft geschreven, maar hij was ook zelf tenor. Schumann schreef vreselijk voor tenor; alles te laag.´

Scene uit Lohengrin, met staand in het midden Daniel Behle als Lohengrin. Foto: © De Nationale Opera, Marco Borggreve

En dan, na Lohengrin, zingt u in Rotterdam Beethovens Negende, ook niet bepaald ideaal voor de tenor.

DB: „Ja, die Negende van Beethoven is werkelijk niet zo aangenaam om te zingen. Als hij het nog had kunnen horen, ben ik er vrij zeker van dat hij net nog reviseert zou hebben. Maar geweldige muziek is het wel weer.

Daarna komen ´Meine schönsten Weihnachtslieder´, die in 2018 bij Sony Classical op CD verschenen zijn. Ik heb dat met zeven musici gemaakt en het was heel moeilijk om alle zeven kalenders op elkaar af te stemmen. Dit programma is overigens in Bayreuth, toen het 40 graden was, ontstaan. Daarom is het eerste lied ook een soort ´O Tannenbaum/Meistersinger´ ouvertüre. En alles is doorspekt met grappige muzikale toespelingen en citaten uit de popmuziek wereld.  Heftige trommelslagen in het intermezzo van ‘Jingle Bells’ en natuurlijk George Michaels ‘Last christmas’. Mariah Carrey (‘All I want for Christmas’) en nog veel meer. Mijn pianist Oliver Schnyder vond overigens bij de opnames, dat na het Mariah Carrey citaat in de Ouverture alleen maar ‘Mariah (Maria) durch ein Dornwald ging’ zou kunnen volgen. Daarom is dat dus het tweede lied geworden. Mijn gevoel voor humor en heel subtiel (met een vette knipoog). In de operette heb ik ook nog meer kansen en ruimte dan bij een conceptalbum om me lekker uit te leven.

Cover van de kerst Cd van Daniel Behle

Nu eerst nog ‘even ‘een Lohengrin première, dus reizen van Basel naar Amsterdam. Het was een enorm genoegen om zo ontspannen en met zoveel humor met Daniel Behle over zijn vak te spreken.

De première op 11 november ligt bij de publicatie van dit gesprek inmiddels achter ons en hier op Place de l’Opera is natuurlijk de recensie verschenen.

Er zijn nog Lohengrin voorstellingen op 14, 17, 20, 23 , 26 en 30 november om 18.30 uur en de laatste op 3 december, matinee om  13.30 uur. Allemaal in De Nationale Opera& Ballet in Amsterdam.

Daniel Behle recente CD´s:

Meine schönsten Weihnachtslieder, Sony

Heimat

Strauss Richard Wagner, liederen en aria´s

 

Verder lezen, luisteren en kijken

Peter Franken was gematigd positief over Lohengrin

Lorenzo Viotti over Lohengrin

Aria uit Königskinder door Daniel Behle

 

Vorig artikel

Loy, Viotti en NedPho maken Lohengrin.

Volgend artikel

Maria Vespers stralend en genuanceerd

De auteur

Bo van der Meulen

Bo van der Meulen