BuitenlandOperarecensie

De Ring in Bayreuth: Das Rheingold

Der Ring des Nibelungen regisseren in het Wagner-walhalla Bayreuth: menige operaregisseur droomt ervan. In 2013 was het de beurt aan Frank Castorf. Ook deze zomer is zijn productie nog te bewonderen. Peter Franken reisde af naar Beieren en doet verslag van vier avonden Ring. In deel één: Das Rheingold.

Scène uit Das Rheingold (foto: Bayreuther Festspiele / Enrico Nawrath).
Scène uit Das Rheingold (foto: Bayreuther Festspiele / Enrico Nawrath).

De zogeheten Vorabend van de tetralogie Der Ring des Nibelungen is altijd een hele zit. Het werk duurt 2,5 uur en wordt gespeeld zonder pauze. Normaal gesproken is dat al betrekkelijk lang, maar op de ongemakkelijke stoeltjes in het Bayreuther Festspielhaus ben je bijna blij als het afgelopen is. Dat had in mijn geval overigens ook van doen met de enscenering en de intense zomerhitte.

Over deze productie van Frank Castorf is al het nodige gezegd en geschreven. Veel van wat ik ervan had meegekregen, bleek uitermate herkenbaar.

Castorf is van huis uit een toneelregisseur en heeft een duidelijk DDR-verleden. Dat blijkt uit zijn concept voor Das Rheingold, waarin de verloederde consumptiemaatschappij in de VS centraal staat. Iemand die is opgegroeid in een omgeving waarin die samenleving werd gezien als aberratie, zal van de weeromstuit een blijvende fascinatie voor het fenomeen hebben opgevat. Castorf haalt dan ook alle zestiger-jaren-clichés uit de kast.

Op een draaitoneel zien we de Rijndochters bij een zwembad rondhangen. Ze zijn uitdagend gekleed en gedragen zich conform. Het is niet geheel duidelijk of het professionals zijn, wachtend op klandizie, maar ze zijn overduidelijk beschikbaar voor behoeftige heren. Alberich zit al klaar onder een badhanddoek en komt toch wel wat onverwacht tevoorschijn.

Het spel begint. Alberich zweert de liefde af terwijl hij zich vol kliedert met fritessaus en maakt zich uit de voeten met een goudkleurig plastic zeiltje, dat tot dat ogenblik voor de toeschouwer onzichtbaar op de bodem van het zwembad had gelegen.

Het toneel draait een slag en we zien een goedkoop ogend motel annex benzinestation. In een kamer vermaakt Wotan zich met zijn schoonzusje Freia, terwijl Fricka wat zorgelijk doet over de directe toekomst. Wotan wordt neergezet als een kleine crimineel, een baasje zonder de allure van bijvoorbeeld Don Corleone, maar gewoon een proleet in een lila pak. Het is moeilijk om je als toeschouwer enigszins met hem en zijn problemen te identificeren.

De opkomende reuzen zijn simpelweg twee zware jongens in blauwe overalls. Fasolt zwaait wat met een koevoet, Fafner begint direct de omgeving te vernielen met een honkbalknuppel.

Scène uit Das Rheingold (foto: Bayreuther Festspiele / Enrico Nawrath).
Scène uit Das Rheingold (foto: Bayreuther Festspiele / Enrico Nawrath).

Dan verschijnt Loge en komt er wat vaart in de handeling. Tot dan toe is er vocaal weinig te genieten geweest, maar de opkomst van John Daszak brengt daar verandering in. Deze Loge is absoluut de ster van de cast.

Conform het libretto wordt Freia door de reuzen meegenomen als gijzelaar en dalen Wotan en Loge af naar Nibelheim. Hiertoe wordt het draaitoneel weer een slagje gedraaid en komt er een eenvoudige stacaravan in beeld. Van de Nibelungen ontbreekt elk spoor; Mime loopt in zijn eentje met wat goudstaven te sjouwen. De Riesenwurm wordt op een videobeeld getoond als een slang.

Als ‘Super en Hieper’ weer terug zijn in het motel, komt Mime persoonlijk op commando van Alberich de goudschat afleveren. Na de reguliere verwikkelingen betrekken Wotan en Fricka de motelkamer waar ze bij aanvang ook al verbleven. Het motel is het Walhalla geworden.

Wie de moeite neemt iets over Castorfs gebruikelijke manier van werken te lezen, stuit op de volgende trefwoorden: deconstructie, videobeelden, vervreemding, improvisatie, slapstick. Die reputatie doet hij in Das Rheingold volledig eer aan: Castorf ‘doet een castorfje’.

Tot vervelens toe zijn er videobeelden te zien waarop situaties worden getoond die niet relevant zijn voor de voortgang. Zo krijgen we op gezette momenten de Rijndochters in beeld, drinkend, etend en snuivend in één van de motelkamers. En het gedrag van Donner en Froh, zo weggelopen uit een clip van de Village People, is pure slapstick.

Castorf heeft het werk uit elkaar gehaald en vervolgens weer in elkaar gezet. Datgene wat hem niet uitkwam, heeft hij weggelaten of met een videobeeld afgedaan, met name het optreden van de Nibelungen en de transformaties van Alberich. Met vooruitziende blik had de Festspielleitung in zijn contract laten opnemen dat hij geen noot of woord mocht schrappen. Voor deze ‘deconstructiepaus’, zoals hij genoemd wordt, moet dat een hele concessie zijn geweest.

Improvisatie is het trefwoord waar het de personenregie betreft. Deze heeft het niveau van een apenkooi: iedereen doet maar wat. Waar sprake is van sturing, wordt nadrukkelijk het slapstickeffect beoogd. De scène waarin Loge het verloop van de gebeurtenissen een voor Wotan minder ongunstige wending probeert te geven, speelt zich grotendeels af in de genoemde motelkamer. Deze is overvol, omdat iedereen erbij wil zijn. De verwijzing naar de Marx Brothers is overduidelijk.

Scène uit Das Rheingold (foto: Bayreuther Festspiele / Enrico Nawrath).
Scène uit Das Rheingold (foto: Bayreuther Festspiele / Enrico Nawrath).

Het ontbreken van sturing door de regisseur wordt ook pijnlijk duidelijk bij Fasolt en Fafner. Daar waar Fasolt eigenlijk de meer beschouwende, gevoelige van de twee is, zijn beide heren hier geheel uitwisselbaar. Deze twee zware jongens gedragen zich beiden als ordinaire schreeuwers.

Albert Dohmen als Alberich weet zijn rol redelijk goed vorm te geven, maar wordt ook gehinderd door het kennelijk verplicht gestelde gooi- en smijtwerk.

Het rommelige geheel maakt het moeilijk voor de zangers om uit te blinken. De vrouwen hebben hier duidelijk minder last van dan de mannen. De Rijndochters (Mirella Hagen, Julia Rutigliano en Anna Lapkovskaja) zijn behoorlijk op dreef, Claudia Mahnke is een redelijk goede Fricka en Nadine Weissmann een adequate Erda.

Naast Daszak verbleekt Wolfgang Koch in zijn interpretatie van Wotan. Hij wordt ook niet geholpen door zijn personage, dat is ontdaan van elke positieve uitstraling.

Het orkest, diep weggestopt onder het toneel, merkt van al dit gedoe helemaal niets en speelt voortreffelijk. Groot compliment voor dirigent Kirill Petrenko.

Tot zover de Vorabend. Morgen volgt de eerste dag, Die Walküre.

Vorig artikel

Plage de l’Opera: Marcel, Joseph en Ailyn

Volgend artikel

Gerards zingt Lehár in Havenkomconcert

De auteur

Peter Franken

Peter Franken

8Reacties

  1. stefan caprasse
    18 augustus 2015 at 19:25

    Ik heb deze Ring het jaar van zijn première gezien en neen, hij stond me in het geheel niet aan en het Rheingold-deel zeker niet!
    Men weet nochtans dat ik voor heel veel dingen open sta. Om daarvan een voorbeeld te geven: de zg ‘ratten-Lohengrin’ van Neuenfels vond ik prachtig! En zelfs de beruchte ‘verwerkingsfabriek-Tannhauser’ vond ik dan veel meer om aan te zien… Waarom mij om te beginnen deze Rheingold mij dan niet beviel was al in de eerste plaats omdat ik hem gewoon visueel niet mooi vond (blijkbaar determinant voor mij). Dat Castorf de Ring in een bepaalde contekst wil plaatsen is op zich niet verkeerd – Chereau deed dat ook en recentelijker Carsen (in Keulen) ook, maar dan allebei met zoveel meer stijl, zin voor personenregie en minder vulgariteit! (En een zoveel mooier scenebeeld!). Maar inderdaad, de zwembadtoestanden (met badeend, nu blijkbaar vervangen door een zeiltje), de fritesaus, de propvolle hotelkamers, de benzinestations waren niet aan mij besteed. En dan de ongerijmdheden in de regie: bv in het begin van de Niebelheimscene waren Alberich en Mime al beide vastgebonden, wat hun dialoog compleet absurd maakte. En dan inderdaad, die vreselijke videobeelden, waar men maar niet van verlost geraakt! Men zal vinden dat ik zelden zo negatief gesproken heb over een “regietheater” voorstelling – er zijn nochtans nog verschillende andere produkties die ik kan afbreken – en neen dus, ik ben niet zomaar akkoord met alles – al heeft het wel meer met persoonlijke ethetische smaak dan met principes te maken.
    En om even te anticiperen: ‘Die Walküre’ vond ik veel draaglijker, waarschijnlijk omdat hier het verhaal ‘iets’ meer gevolgd wordt en er zelfs een paar mooie beelden in voorkomon. In ‘Siegfried’ is het decor dan weer redelijk imposant, maar wat zich daar soms in afspeelt! Ik verklap nog niets, maar hou U vast!
    ‘Götterdämmerung leunt wat aan bij de Rheingold, maar is toch ook een stuk doenbaarder. Maar ik denk toch met heimwee aan Chereau, Kupfer, zelfs Kirchner, Dorst en natuurlijk Carsen…
    Om toch op een positieve noot te eindigen: musikaal is het inderdaad heel genietbaar; niets dan lof voor Kirill Petrenko en bv de Fricka van Claudia Mahnke…

  2. Hans van Verseveld
    18 augustus 2015 at 20:28

    Heel goed samengevat Peter. Ik was eind juli bij de eerste Ring cyclus van dit jaar en had het grote geluk, dat het nou eens niet heet was in Bayreuth en daardoor was het allemaal wat genietbaarder in het Festspielhaus. Omdat ik de Ring heel goed ken, was ik in staat om min of meer te begrijpen wat Castorf allemaal aan het doen was in Das Rheingold, maar voor mensen, die het werk niet kennen was het wel erg onbegrijpelijk allemaal.
    Wotan wordt wel beter naarmate de Ring vordert, maar briljant wordt het nooit. De dirigent Kirill Petrenko is werkelijk fabuleus. De videobeelden zijn inderdaad heel irritant en vooral veel te dominant.
    De volgende delen van deze Ring zijn een stuk toegankelijker, hoewel ook daar soms hele vreemde krokodillen (!) over de bühne kruipen.
    Wacht met spanning op je volgende recensie.

  3. stefan caprasse
    19 augustus 2015 at 09:27

    Nu hebt U de verassing van de krokodilen (die ik net wilde houden) verknoeid! 🙂

  4. Maarten-Jan Dongelmans
    19 augustus 2015 at 11:19

    Voor er krokodillentranen worden vergoten:), waar gaat dit over?

  5. stefan caprasse
    19 augustus 2015 at 11:36

    Wait and see de recentie van de Siegfried!

  6. stefan caprasse
    19 augustus 2015 at 11:48

    “Thus on the fatal Banks of Nile
    Weeps the deceitful Crocodile!” ;-(

  7. Maarten-Jan Dongelmans
    19 augustus 2015 at 12:41

    Het wordt steeds leuker:)

  8. Ben Siebers
    20 augustus 2015 at 10:26

    Lees dit uiteraard met grote interesse omdat ik morgen naar Bayreuth afreis om de derde Ringcyclus bij te wonen.
    Blijf me verheugen op de muziek maar weet dat ik qua regie en toneelbeeld niet veel hoef te verwachten.